Les 1. Geschiedenis
Overzicht van deze cursus
1. Geschiedenis
1. Ontstaan politie tot de chaos van de jaren ’80
2. Jaren ‘80 tot Octopusakkoord
2. Huidig bestel en uitdagingen
3. Selectie, rekrutering, opleiding
4. Toezicht en controle
5. Partners en samenwerking
Overzicht geschiedenis (les 1)
1. Waarom nood aan inzicht in het verleden?
2. Rode draden en breuklijnen in het politiebestel
3. Franse en Hollandse erfenis
4. België na 1830
5. ‘Politie van de miserie’ (1870-1914)
6. Oorlogen, bezettingen en verzet
7. Herstel van het politiebestel (1945-1959)
8. Een concurrentieel politiebestel (1960-1981)
9. De loden jaren: uitbouw v/h politiebestel (‘81-’87)
1
, INLEIDING TOT DE POLITIONELE ORGANISATIE
1) Waarom inzicht krijgen in het verleden?
• Monjardet (1996):
• Kijken naar politie aan de hand van 3 dimensies:
1) Institutioneel → Politie als machtsinstrument (instituut – relatie tot staat)
Hoe ziet het instituut eruit, wat is de machtspositie van die politie, zegt iets
over de verhouding van de pol tegen over de staat, institutionele dimensie
van de politie
2) Openbare dienst → Politie als dienstverlener (voor iedereen) (burger)
Pol als openbare dienste, verwachten dat ze een dienstverlener zijn, gaat
over de verhouding van de pol tegen over de burger
3) Beroep → Politie als organisatie, als beroepsgroep (structuur en werking)
Pol is ook een beroepsgroep, een organisatie die een bepaalde structuur
heeft, het is ook een beroep
• Enhus (2015): vierde dimensie = historisch
4) Kijken naar de historische dimensie, rol van depot in de samenleving en
evolueert naargelang de context
Kijken naar continuïteit (rol van politie in samenleving) én breuken
(wijzigingen aan die rol)
1. Waarom inzicht krijgen in het verleden?
Inzicht in het verleden draagt bij aan inzicht in de complexiteit van het heden:
‘…niet alleen de manier waarop het politiewezen momenteel is georganiseerd, is in
hoge mate de vrucht van tal van beslissingen die in het (verre) verleden onder druk van
alle mogelijke omstandigheden zijn genomen, maar ook de manier waarop er
momenteel door beleidsmakers wordt gesproken over zijn verdere reorganisatie, laat
zien hoe sterk het verleden doorwerkt in de vormgeving van de toekomst’ (Fijnaut
1995: v)
Als we kijken naar vroeger kunnen we begrijpen wrm het zo moeilijk is om het nu om
het te vervormen
Wanneer we kennis hebben over de geschiedenis kunnen we de complexiteit van
vndaag beter begrijpen
2
, INLEIDING TOT DE POLITIONELE ORGANISATIE
Zicht krijgen op de ruimere socio-politieke en economische context:
‘Een wettekst over structuren lijkt een neutraal technisch vertoog over de organisatie van
de opdrachten van de politie. Daarachter schuilt echter een ideologisch geladen debat
over de plaats van de politie in de samenleving over het moeilijk te vinden evenwicht
tussen (staats)orde en individuele rechten en vrijheden’ (Eliaerts 1999: 39).
C. Eliaerts (1999). ‘De grote sprong voorwaarts…’, Orde van de Dag, afl. 6, 39.
Het geeft ons ook een beter beeld over die ruimere context
Rol van de pol verandert ook naargelang
2. Rode draden in het politiebestel
Aantal rode draden= elementje die terug keren :
1) Grote verscheidenheid en onevenwichtige ontwikkeling
→Wanneer we terugkijken naar vroeger en vandaag zien we grote verscheidenheid en
onevenwichtige ontw, diversiteit aan de actoren
2) Spanning tussen centrale aansturing en decentrale (lokale/ gemeentelijke)
autonomie.
3) Arbeid versus kapitaal (wiens orde moet gehandhaafd?)
→Strijd tussen arbeiders en kapitaal: wie bepaalt wat er gehandhaafd moet, wiens
orde moeten we handhaven, in functie van wie werkt de pol
4) Spanning tussen streven naar efficiëntie en effectiviteit in politieoptreden en
legitimiteit en democratische controle
→Altijd strijd tussen efficiënt en effectief werken – en legitieme organisatie werken
die gecontroleerd moet worden
5) Hoe moeten de verschillende politie-instanties samen de politiezorg verzorgen?
→Samenwerking, hoe gaan we die laten samenwerken, hoe ervoor zorgen dat ze
elkaar niet tegenwerken
3
, INLEIDING TOT DE POLITIONELE ORGANISATIE
Bijkomende bronnen
Bron van deze les: Van den Broeck & De Koster, 2024 (reader)
Zie bijkomende bronnen
3. De Franse en Hollandse erfenis (1794-1830)
3.1. Franse tijd
3.1. Ontstaan van de politiefunctie: eeuwenoud beroep
• Regulering van gedrag = basisbehoefte in een samenleving
• Formele sociale controle: regels, dwang
• Een formele sociale controlefunctie om het overtreden van regels te
voorkomen en beteugelen
• Samenleving werd complexer en complexer, om te reguleren, werd dwang
aan gekoppeld
• Onderscheidt deze functie van andere vormen van regulering, het gebruik
ervan dient om en bepaalde sociale orde te handhaven
• Eerste sporen van politionele taak: 13e eeuw, stedelijke context
• De meeste middeleeuwse steden kennen lokale gerechtsdienaren:
Schouten, sergeanten…
• Opsporing en vervolging in één functie verenigd
• Doel: reguleren van het leven in de stad: controle van handel, geldboetes
(=salaris)
• Stedelijke context: eerste nood aan pol organisatie?
• Meer kans op problemen (door meer volk), veel beweging van de bevolking
• Onderdeel van gemeentelijke autonomie
• 15e en 16e eeuw: groeisteden, toename van problemen
• Verdere uitbouw politiefunctie, lokale overheden breiden politiemacht uit
(landlopers, overtredingen,) maar ook op platteland uitbouw (bedelaars) en
langzaam ontstaan van militair politiekorps, kreeg meer en meer bevoegdheden
• Uitbouw van departementen/ politiezones
• Militaire karakter van pol doet een intrede
4