Verstraete
Hoofdstuk 7: Cerebrovasculair accident
7.1 Pathofysiologie
= CVA/beroerte: plotselinge onderbreking in de bloedtoevoer naar de
hersenen door een afsluiting/scheur in een hersenarterie.
Wordt veroorzaakt door:
1) Vernauwing waarop een bloedstolsel/trombus ontstaat
2) Embolie afkomstig van ergens anders in de bloedbaan
Gevolg:
Bij een afsluiting in een hersenarterie achtergelegen
hersenweefsel ischemisch worden afsterven
In 80% herseninfarct/ischemisch CVA
In 20% hersenbloeding/intracerebrale bloeding of hemorragisch CVA
Hersenbloeding:
Hypertensie/artherosclerose of (aangeboren)
vaatafwijkingenverzwakte hersenarterie scheur
Gevolg:
Neuronen door bloed verdrukking afsterving
De locatie v/h CVA bepaalt welke functiestoornis zal optreden
CVA in linkerhelft hersenen: symptomen in rechterhelft lichaam
CVA in rechterhelft hersenen: symptomen in linkerhelft lichaam
TIA: transiënt ischemic attack
Kortdurend zuurstoftekort
Hersenweefsel sterft niet af, bloedtoevoer herstelt op tijd
Zelfde uitvalsverschijnselen als CVA maar minder erg.
Meeste TIA’ s duren ongeveer 5 minuten
Eerste 24u sterk verhoogde kans op CVA
Altijd oorzaak opsporen om CVA te voorkomen
7.2 Risicofactoren
, Risico stijgt met leeftijd
Mannen hoger risico dan vrouwen
Verhoogd risico bij:
o Hypertensie
o Hypercholesterolemie
o Diabetes Mellitus
o Eerder doorgemaakte hart- en vaatziekten
o Familiale voorgeschiedenis van hart- en vaatziekten
Leefstijlfactoren:
o Roken
o Obesitas
o Inactiviteit
o Overmatig alcoholgebruik
Verhoogd risico op herseninfarct door embolie:
o Hartritmestoornissen: voorkamerfibrillatie
o Hart- en klepaandoeningen
o Atherosclerose van de arteria carotis
Specifieke risicofactoren voor hersenbloeding:
o Gebruik van anticoagulantia of stollingsstoornis
o (aangeboren) Vaatafwijkingen
o Gebruik van cocaïne of amfetaminen
7.3 Symptomen
Afhankelijk van plaats
Meest voorkomende symptomen v/CVA:
o Hangende mondhoek, krachtsverlies in armen/ of been (parese/
paralyse/ hemiplegie)
o Doof gevoel en tintelingen in een lichaamshelft (hypesthesie,
anesthesie, paresthesie)
o Afasie, dysfasie (taalstoornis)
Andere neurologische functiestoornissen:
o Dysartrie (moeilijk articuleren)
o Slikstoornissen
o Evenwichtsproblemen, duizeligheid, problemen met lopen,
coördinatiestoornissen (ataxie)
o Visusproblemen
o Verwardheid
o Agnosie (zaken niet meer herkennen of plaatsen)
o Apraxie (moeilijk om te starten met spreken, haperen)
o Neglect
o Bewustzijnsdaling of -verlies (vooral bij hersenbloeding
Symptomen bij hersenbloeding: