Goethals
Hoofdstuk 5: Klinisch redeneren
5.1 Inleiding
VPK professionele wijze problemen v/hun ZV
VPK moeten in staat zijn:
Verpleegsituatie systematisch benaderen
Probleemoplossend handelen
Dit denk-redeneerproces = klinisch redeneren/systematisch
verpleegkundig handelen (SVH)/nursing proces/clinical reasoning:
denkproces dat VPK zich eigen moeten maken
5.2 Voordelen klinisch redeneren
Voor zorgvrager:
o ZV individueel te benaderen kwali v/d zorg > + beter aansluit bij
de behoeften v/d ZV
o Aandacht lich + psychosoc aspecten
o Wordt de ZV inzichtelijk gemaakt wrm bep acties worden
ondernomen
o Voorspelbare problemen voorkomen
o (Eventuele) achteruitgang tijd gesignaleerd
Voor VPK:
o Veel verantwoordelijkheid
o Mog om het eigen handelen te onderbouwen en verantwoorden
o Een professionele aanpak verstrekt geloofwaardigheid + draagt
bij aan de continuïteit v/d zorg
o Handelen = beter evalueerbaar
Voor organisatie:
o Door > in effectiviteit + efficiëntie > kwaliteit v/d zorgverlening
o Er ontstaat duidelijke + uniforme manier v/werken
5.3 Model Klinisch Redeneren
Klinisch redeneren:
= belangrijke vaardigheid binnen de VPK
= juiste zorg aan de ZV geven
= tijdig een verandering in de toestand v/d ZV op te merken zodat
handelen aangepast w + tijdig ingegrepen w
VPK die niet goed presteren bij klinisch redeneren > kans om fouten te
maken in de praktijk
De patiëntenveiligheid = prioriteit dus fouten zijn moeilijk te tolereren
, Klinisch redeneren bestaat uit:
o 1) Het evalueren v/d zorgvrager + zijn situatie
o 2) Nemen v/ beslissingen over wat er gedaan moet worden + welke
alternatieve behandelingen er zijn aan de hand van beschikbare
info
o 3) Het opstarten van het meest geschikte behandeling
o 4) Na gaan hoe de situatie zich ontwikkeld en evolueert + zorgplan
indien nodig aangepast
5.4 Cyclisch proces
Klinisch redeneren bestaat uit versch stappen:
1) Observeren: bekijk en verzamel de belangrijkste gegevens om
een algemeen beeld te krijgen aan de hand van het ISBARR- methode
(mevrouw Huion)
2) Verzamelen: bijkomende gegevens verzameld worden om een
verpleegkundig diagnose/ verpleeganamnese te stellen (=
vaststellen welke problemen aandacht vragen v/d VPK), dat wordt bij de
opname gesteld + is een continu proces
o Verschillende bronnen voor gegevensverzameling:
Observaties
Administratie: patiëntendossier, uitslagen v/onderzoeken
Zorgvrager zelf (=autoanamnese)
Naasten v/d zorgvrager (=heteroanamnese)
Andere hulpverleners
o 11 patronen van gegevensverzameling:
A.d.h.v. beoordeling v/functionele
gezondheidspatronen vastgesteld welke patronen
functioneel zijn (vermogens en mog)
En a.d.h.v. beoordeling v/gz-patronen ook vastgesteld
welke dysfunctioneel zijn (verpleegkundige
diagnoses)
Patroon: samenhangende gedragingen die zich
opeenvolgend in de tijd voordoen
Tijdens verzamelen krijgt men inzicht in het
functiegebied dat moet beoordeeld worden, de VPK
construeert een patroon door gegevens te combineren
1) Gezondheidsbeleving + instandhouding
2) Voeding + stofwisseling
3) Uitscheiding
4) Activiteiten
5) Slaap + rust
6) Cognitie + waarneming
7) Zelfbeleving
8) Rollen + relaties
9) Seksualiteit + voortplanting