Goethals Samenvatting
Hoofdstuk 2
2.1 Inleiding
Oudere mensen = steeds belangrijke plaats in gezondheidszorg toenemende
levensverwachting + dalende geboortecijfer > het aandeel ouderen in de
samenleving, zowel nationaal als internationaal.
2.2 Demografische veranderingen
Hoge levensverwachting
Levensverwachting: gemiddeld aantal jaren dat een pasgeborene
verwacht wordt te leven, ook benoemd als de gemiddelde levensduur.
o Dankzij evolutie v/d medische kennis, technologie + > welvaart
= gemiddelde levensverwachting bij geboorte de voorbije decennia
wereldwijd >
o Vrouwen > mannen levensverwachting.
Laag vruchtbaarheidscijfer
Vruchtbaarheidscijfer: het gemiddeld aantal kinderen dat een vrouw ter
wereld brengt op wereldniveau verder zal dalen.
Vergrijzing en ontgroening
Vergrijzing: toenemend aandeel (ook proportie genoemd) ouderen in de
bevolking (mensen zullen langer leven)
Ontgroening: aandeel jongeren in de bevolking afneemt (minder
kinderen geboren < jongeren)
Dubbele vergrijzing
= ook het aandeel ‘oude ouderen’ neemt in bijzondere mate toe (mensen
leven niet enkel langer maar de groep die steeds langer leeft wordt groter
en groter).
Afhankelijkheidscoëfficiënt
= coëfficiënt verhouding tussen het aandeel personen op
pensioenleeftijd en het aandeel personen op beroeps actieve leeftijd.
o Vb: in 2060 van 100 personen gaan 40 personen op pensioen zijn
en dus 60 personen zijn nog steeds aan het werken. Dat wilt zeggen
dat die 60 mensen moeten zorgen voor 40 mensen!
, Bevolkingspiramide
= verdeling van de bevolking naar leeftijd.
o Slide 15: brede basis, omwille van het relatief grote aandeel
jongeren, en een smalle top
o Slide 16- 17: Urnevormige bevolkingspiramide: door < aandeel
jongeren de basis v/d piramide smaller. De top v/d piramide
steeds zwaarder, omwille van het > aandeel ouderen.
2.3 Oudere personen
Chronologische leeftijd: kalenderleeftijd genoemd, geeft het aantal
jaren en dagen weer dat vanaf de geboorte is verstreken.
o vaak gebruikt om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor
een bepaalde (zorg)voorziening zoals een woonzorgcentrum.
- Woonzorgcentrum: voorziening uit één of > gebouwen die
functioneel een geheel vormen + waar aan gebruikers van 65
jaar of > (die er permanent verblijven) een thuis-vervangend
milieu, huisvesting en ouderenzorg wordt aangeboden.
Arbitraire leeftijdsverdeling v/d WHO:
o ‘young old’: 65 tot 75 jaar
o ‘old old’: 76 tot 85 jaar
o ‘oldest old’: > 85 jaar
Biologische leeftijd: veranderingen in het lichaam die kunnen optreden
bij het ouder worden (deze veranderingen kunnen bij de ene persoon vroeger
optreden dan bij de andere).
o = hoe "oud" je lichaam van binnen is bijvoorbeeld op basis
van conditie, gezondheid, erfelijkheid en levensstijl
o Ook personen met dezelfde leeftijd kunnen biologisch sterk van
elkaar verschillen.
o De biologische leeftijd geeft een eerlijker en beter beeld van de
verschillen tussen mensen dan alleen de kalenderleeftijd.
- twee mensen die allebei 50 jaar oud zijn (chronologisch even
oud), kunnen lichamelijk heel verschillend zijn: de één kan een
supergezonde biologische leeftijd van 40 hebben, terwijl de
ander al een biologische leeftijd van 60 heeft.
Ouder worden: proces dat erg individueel verschillend is. De verschillen tussen
individuen op lichamelijk, psychisch of sociaal vlak lijken zelfs groter te worden
naarmate de leeftijd toeneemt. Elk individu gaat immers op een unieke wijze
door het leven.
Visie op ouder worden en ouderdomstheorieën
Plato: ouderen een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de
maatschappij (grote hoeveelheid ervaring, grote hoeveelheid expertise +
bezitten het vermogen om kritisch na te denken)
Aristoteles: negatief beeld, ouderen goed aan doen zich uit de
maatschappij terug te trekken en te berusten in hun lot. Zij moeten