de Winter
Hoofdstuk 5: Ademhaling en zuurstofsaturatie
5.1 Gasuitwisseling
Diffusie (ter hoogte van de alveole-capillaire membranen): door de
kleine bloedsomloop → gasuitwisseling gebeurd → longcapillairen
= CO2 afgegeven → bloed verrijkt met verse O2.
o Vindt alleen plaats bij een concentratie versch → die versch bepaalt
de diffusie richting. Als in de alveoli → concentratie O2 hoger is dan
in het bloed → diffusie: alveoli → bloed.
Homeostase: gaswisseling → ook pH van het bloed in stand
houden. De normale pH = 7,35- 7,45. Als de zuurtegraad v/h bloed ↑
→ acidose (↓pH). Als de zuurtegraad v/h bloed ↓ → alkalose (↑pH).
5.2 In-en uitademen
Normale ademhaling/eupneu: 2 fases:
Inademing/inspiratie: lucht stroomt in de luchtwegen.
Uitademing/expiratie: longen keren terug naar hun oorspronkelijke vorm
en CO2 wordt uitgeblaast.
→ eenheid: aantal keren/minuut
→ kan bewust geregeld worden → adem in te houden bv.
→ invloed op ademhaling: spreken, lachen en schreeuwen
→Actief uitademen: hoesten →buik en borstspieren
Afwijkende ademhaling:
Respiratoir falen/respiratoir insufficiëntie: problematische
gasuitwisseling v/O2 + CO2
Dyspneu/kortademigheid: moeizame ademhaling, gevoel van tekort
aan lucht door / (voldoende) te kunnen in- en uitademen.
o Oorzaken: overmatige inspanning, angst, koorts, anemie, hartfalen,
pneumonie,…
, 5.3 Observeren van de ademhaling
Informatie over de ademarbeid, verschillende aspecten:
o Frequentie
Apneu: 0 (AH- frequentie) → bij diepe bewusteloosheid =
hartstilstand
Eupneu: 12-18 (gem 16)
Bradypneu: minder dan 10
Tachypneu: meer dan 24
→ versch waarden tss kinderen en volwassenen
→ ademhaling → beïnvloed door bv huilen, stress, ziekte,
lichaamsbouw
o Regelmaat (regelmatig ritme), onregelmatige ademhalingspatronen:
p64!!!
Cheyne-strokes ademhaling: periodes v/apneu →wisselen
met periodes v/tachypneu* (snellere ademhaling) of
hyperpneu**.
Bij ernstig hartfalen en stervende zorgvragers.
Biot- ademhaling: groepjes snelle, ondiepe ademhaling →
langere periode v/apneu.
Bij overmatig gebruik v/opioïden of na hersenschade.
Kussmaul ademhaling: een vorm van hyperpneu → erg
diepe en snakkende ademhaling zonder pauze en regelmatig.
Bij metabole acidose en nierfalen.
o Diepte (gelijkmatigheid ervan)
Het adem- of teugvolume: volume lucht dat bij elke
ademhaling wordt verplaatst (in- OF uitgeademd) = 500ml.
→ gemeten met een spirometer.
→ bij pijn = ademhaling steeds oppervlakkig + stokkend
→ diepere ademhaling goed: inspanning/koorts
De dode ruimte/neus- en mondholte: hier geen
gaswisseling plaats, ruimte bevat ongeveer 150 ml lucht dus
in werkelijkheid is er maar ongeveer 350 ml verse lucht
uitgewisseld in het alveolaire compartiment.
Afwijkingen:
Hypopneu: abnormaal ondiepe EN trage ademhaling
Hyperpneu: overmatige diepe EN snelle ademhaling
Hyperventilatie***: geforceerde ademhaling →
lange tijd te diep in + uit ademt
(paniekaanvallen)
Kussmaul ademhaling: zie boven
*
**