inhoud
Deel I: Logica, redeneren en argumenteren
1. Redeneren met conditionele uitspraken
2. Van narratieve samenhang naar inductief, abductief en deductief redeneren
3. Geldig en correct deductief redeneren
Deel II: Formele logica
4. De taal van de propositielogica
5. Redeneren in de propositielogica
6. De taal van de predikatenlogica
7. Redeneren in de predikatenlogica
8. De deontische logica
Deel III: Argumentatietheorie
9. Waarom argumenteren we? Een empirische theorie
10. Drogredenen (en hoe ermee om te gaan)
,Deel I: Logica, redeneren en argumenteren
1. Redeneren met conditionele uitspraken
Redeneren en argumenteren
------------------------------------------------------------------------------------
=> Redeneren: aaneenschakeling beweringen waarbij een bewering wordt
afgeleid uit één of meerdere premissen
Kan geldig of ongeldig zijn (wiskundig precies maken)
De drie types van redeneringen ;
1 Deductie = als de premissen waar zijn, moet de conclusie ook waar zijn
2 Inductie = hele hoop waarnemingen en dan algemene conclusie (bv. je ziet
meerdere witten zwanen dus je concludeert dat alle zwanen wit zijn)
3 Abductie = afleiden van de beste verklaring (bv. wat een dokter doet =
diagnose)
=> Argumenteren: activiteit die afspeelt tussen verschillende personen bv.
politieke debatten
Kan deugdelijk of ondeugdelijk zijn (niet volledig te preciseren)
Andere overtuigingsmiddelen kunnen gebruikt worden, maar zijn vaak minder
goed, zoals bv. drogredenen = slechte argumenten die overtuigend kunnen lijken
Redeneren en argumenteren lopen in elkaars verlengde, want:
Argumentatie op geldige redenering is waarschijnlijk deugdelijk, en argumentatie
op ongeldige manier is waarschijnlijk ondeugdelijk.
Conditionele uitspraken
------------------------------------------------------------------------------------------
=> uitgedrukt in natuurlijke taal:
o Als…dan…
o …tenzij…
o …
De Wason selectietaak
-------------------------------------------------------------------------------------------
=> experiment waar we altijd hetzelfde resultaat uitkrijgen
Voorbeeld met de kaarten:
“Als een kaart op de ene zijde een klinker heeft, dan staat er op de andere zijde
een even getal.”
Welke kaart moet je omdraaien om te checken of de uitspraak waar is?
Kaart A en 7 omdraaien, want kan tegenvoorbeeld zijn
tegen de conditionele uitspraak
,Voorbeeld uit het echte leven:
“Als je alcohol drinkt, moet je ouder zijn dan 18 jaar.”
[23] [bier] [cola] [16] We checken [bier] en [16] om zeker te zijn
, Voldoende en noodzakelijke voorwaarden
--------------------------------------------------------------------
=> Conditionele uitspraken drukken uit dat er relatie is tussen eerste deel en
tweede deel van de uitspraak (als een stad in België ligt, ligt ze in Europa ->
logische relatie tussen 2 eigenschappen) als je weet dat de stad in België (B) ligt,
heb je genoeg informatie/genoeg voorwaarden om te weten dat het ook in
Europa (E) ligt (kan ook in de negatie bekeken worden)
DUS B is een voldoende voorwaarde voor E
E is een noodzakelijke voorwaarde voor B
Niet-E is een voldoende voorwaarde voor niet-B
Niet-B is een noodzakelijke voorwaarde voor niet-E
= Logische equivalentie
[om de logica te zien, kijken we alleen naar de vorm van de zin en niet naar de
inhoud]
Terminologie en notatie
-------------------------------------------------------------------------------------------
=> Antecedent: eerste deel van de als-dan-zin
=> Consequent: tweede deel van de als-dan-zin
Noodzakelijke voorwaarden = noodzakelijke verbanden
---------------------------------------------------
Voorbeeld:
Als ik naar Kortrijk kom, dan neem ik de trein.
Ik kom naar Kortrijk = voldoende voorwaarde voor ik neem de trein
Ik neem de trein = noodzakelijke voorwaarde voor ik kom naar Kortrijk
=> keuze van vervoermiddel is op zichzelf contingent dus niet noodzakelijk
Formeel redeneren met voorwaarden
-------------------------------------------------------------------------
Oefening:
“De proposities p, q en r zijn afzonderlijk noodzakelijk en samen voldoende voor
x. Die propositie x zelf is voldoende, maar niet noodzakelijk voor y. Verder is y
voldoende voor p en noodzakelijk voor z. Bovendien is z waar.”
=> schrijf elke zin als een als-dan-zin en we leiden af dat z, y en p waar zijn
Formalisering
-------------------------------------------------------------------------------------------------------