Uitscheiding
1. Inleiding
Termen Uitleg
Obstipatie Verstopping
1.2 Normale defecatie
Is individueel afhankelijk, sommige gaan 1 of 2 keer per dan en andere, maar 1 kee per week dan
spreken we over obstipatie. Stoelgang komt uit de colon en wordt ingedikt in de dikke darm en gaat
dan richting het rectum.
1.3 observatie defecatie
1. humaan – biologische kenmerken
bij het observeren van de stoelgang let de vpk op de volgende aspecten: frequentie, hoeveelheid,
geur, kleur, vorm en constantie
Normale stoelgang
Frequentie 3x/dag tot 3x/week meestal 1à2/dag
Hoeveelheid 100 à 150g/dag
Kleur Donkerbruin glanzend
Vorm Rectum: worstvormig
Aspect Homogene massa
Samenstelling 75% water,7% slijmvlies, 8% bacteriën, 10%
voedselresten
Consistentie Half vast, gebonden, brij
Geur Niet al te sterk en penetrant
Timing Meestal in de ochtend
2. Belevingskenmerken
Defecatie kan gepaard gaan met( (on)aangename gewaarwordingen die iemands gedrag kunnen
beïnvloeden, maar omgekeerd kunnen emoties ook van invloed zijn op de stoelgang. Beleving uit zich
op vier verschillende wijzen
a. speciale gevoeligheid van mensen
schaamte voor geluid ( meeluisteren)
geurgevoeligheid ( geroken te worden)
hygiëne
b. toiletattitude
rustmomenten
kwelling
c. cultureel bepaalde aspecten
WC- lezen is een bekent fenomeen -> lezen op het wc, puzzelen, muziek luisteren
WC – aangekleed -> meer comfortabel en modieus aangekleed
, echter het normale defecatiepatroon bestaat niet
4 normale ontlastingspatronen
1. Jongeren tov ouderen
Jongeren: frequentie lager, maar hoger -> stellen stoelgang gemakkelijker ui
2. Mannen tov vrouwen
Vrouwen: frequentere stoelgang met harde knikkervormige stoelgang en de
hoeveelheid per keer is geringer
Mannen : eerder stabieler
Afwijkingen van normale stoelgang:
Door ziekte of besmetting kan de ontlasting volgende bestanddelen bevatten:
Onverteerde voedselresten bij diarree
Slijm/pus ten gevolgen van een ontstoken darmslijmvlies
Bloed ten gevolgen van tumoren en aambeien
Ontlasting kan ook deze soorten parasieten/wormen bevatten:
Aarsmaden (draadwormen, oxyuren)-> 4mm-12mm zorgen voor jeuk rond de anus
Spoelwormen (ascariden ) -> 15mm-25mm zorgen voor buikpijn en obstructie
Lintwormen ( taeniae) -> 2-10m bestaande uit segmenten die in de ontlasting worden
gevonden, geven vermagering
Baruim lavement:
- Contrastmiddel -> kalkachtig om
poliepen/ tumoren op te sporen
1.4 Doel: Continuering van het normale stoelgangpatroon
Iedereen heeft een uniek stoelgangpatroon en beleeft dit ook uniek. Het is afhankelijk van veel
factoren. Een andere situatie (thuis of in het ziekenhuis) kan het normale stoelgangpatroon verstoren
en een stoelgangrisico inhouden.
Als de zorgontvanger na 2 dagen nog geen defecatie heeft gehad stelt er zich een probleem.
1. Inleiding
Termen Uitleg
Obstipatie Verstopping
1.2 Normale defecatie
Is individueel afhankelijk, sommige gaan 1 of 2 keer per dan en andere, maar 1 kee per week dan
spreken we over obstipatie. Stoelgang komt uit de colon en wordt ingedikt in de dikke darm en gaat
dan richting het rectum.
1.3 observatie defecatie
1. humaan – biologische kenmerken
bij het observeren van de stoelgang let de vpk op de volgende aspecten: frequentie, hoeveelheid,
geur, kleur, vorm en constantie
Normale stoelgang
Frequentie 3x/dag tot 3x/week meestal 1à2/dag
Hoeveelheid 100 à 150g/dag
Kleur Donkerbruin glanzend
Vorm Rectum: worstvormig
Aspect Homogene massa
Samenstelling 75% water,7% slijmvlies, 8% bacteriën, 10%
voedselresten
Consistentie Half vast, gebonden, brij
Geur Niet al te sterk en penetrant
Timing Meestal in de ochtend
2. Belevingskenmerken
Defecatie kan gepaard gaan met( (on)aangename gewaarwordingen die iemands gedrag kunnen
beïnvloeden, maar omgekeerd kunnen emoties ook van invloed zijn op de stoelgang. Beleving uit zich
op vier verschillende wijzen
a. speciale gevoeligheid van mensen
schaamte voor geluid ( meeluisteren)
geurgevoeligheid ( geroken te worden)
hygiëne
b. toiletattitude
rustmomenten
kwelling
c. cultureel bepaalde aspecten
WC- lezen is een bekent fenomeen -> lezen op het wc, puzzelen, muziek luisteren
WC – aangekleed -> meer comfortabel en modieus aangekleed
, echter het normale defecatiepatroon bestaat niet
4 normale ontlastingspatronen
1. Jongeren tov ouderen
Jongeren: frequentie lager, maar hoger -> stellen stoelgang gemakkelijker ui
2. Mannen tov vrouwen
Vrouwen: frequentere stoelgang met harde knikkervormige stoelgang en de
hoeveelheid per keer is geringer
Mannen : eerder stabieler
Afwijkingen van normale stoelgang:
Door ziekte of besmetting kan de ontlasting volgende bestanddelen bevatten:
Onverteerde voedselresten bij diarree
Slijm/pus ten gevolgen van een ontstoken darmslijmvlies
Bloed ten gevolgen van tumoren en aambeien
Ontlasting kan ook deze soorten parasieten/wormen bevatten:
Aarsmaden (draadwormen, oxyuren)-> 4mm-12mm zorgen voor jeuk rond de anus
Spoelwormen (ascariden ) -> 15mm-25mm zorgen voor buikpijn en obstructie
Lintwormen ( taeniae) -> 2-10m bestaande uit segmenten die in de ontlasting worden
gevonden, geven vermagering
Baruim lavement:
- Contrastmiddel -> kalkachtig om
poliepen/ tumoren op te sporen
1.4 Doel: Continuering van het normale stoelgangpatroon
Iedereen heeft een uniek stoelgangpatroon en beleeft dit ook uniek. Het is afhankelijk van veel
factoren. Een andere situatie (thuis of in het ziekenhuis) kan het normale stoelgangpatroon verstoren
en een stoelgangrisico inhouden.
Als de zorgontvanger na 2 dagen nog geen defecatie heeft gehad stelt er zich een probleem.