Inleiding
1. Economische groei sinds de IR
Continue economische groei exponentiële toename in goederen en diensten.
= welvaart en rijkdom, maar ook consumptiemaatschappij:
o Keuzestress: veroorzaakt door overvloed aan (verwarrende en tegenstrijdige) info.
o Gebaseerd op een geglobaliseerd westers consumptiemodel.
2. Hoge kostprijs voor de planeet
De economische groei en ons consumptiemodel ernstige ecologische problemen:
o vb: stijgende CO₂-concentraties, smeltende ijskappen, stijgende zeespiegels, verzuring van
oceanen.
o Gevolgen: ernstige impact op toekomstige generaties.
Hoewel noch consumenten noch producenten bewust ecologische schade beogen, houden ze er te
weinig rekening mee.
3. Ecologische schade als extern effect
= onbedoeld neveneffect van economische productie, dat negatieve gevolgen heeft voor partijen die
niet direct betrokken zijn in de markt.
o vb: lucht- en watervervuiling, die leiden tot ernstige gezondheidsproblemen en sterfgevallen.
Onze samenleving blijft deze effecten negeren, wat resulteert in een schijn van rijkdom die niet
duurzaam of werkelijk is.
4. Noodzaak tot verandering
Alles wat we produceren heeft een impact op het milieu.
Een drastische verandering in ons economische en consumptiemodel is essentieel om verdere
ecologische schade te voorkomen.
1. Historische context: klimaatdebat
1895: Svante Arrhenius waarschuwde als eerste voor klimaatopwarming door CO₂-uitstoot.
o Prognose: temperatuur in 2000 zou 2 graden hoger liggen, een voorspelling die klopte.
2. Ontbossing en veeteelt
Rainforest Action Network (1985): Opgericht om regenwouden te beschermen.
Ontbossing in tropische gebieden:
o +70% van de ontbossing wordt veroorzaakt door veeteelt (graasweiden en
veevoerproductie).
o Aangedreven door de stijgende wereldwijde vraag naar vleesproducten.
Brazilië:
o Gebruik van satelliettechnologie en het leger om illegale ontginning tegen te gaan.
o Toch te grote gebieden om volledig te beheren.
3. Marktdynamiek en overheidsinterventies
Vrije wereldmarkt:
o In Europa is nationale landbouw moeilijk te beschermen door de geliberaliseerde interne
markt.
Rol van overheden:
o Overheden moeten anonieme marktkrachten bijsturen.
o Radicale hervormingen zijn moeilijk door decennialang liberaliseringsbeleid
,4. Karl Popper: stapsgewijze aanpak
Pleitte voor "piecemeal social engineering":
o Geen revoluties, maar kleine, stapsgewijze verbeteringen.
o vb: hernieuwbare energie begon klein en heeft door jarenlange investeringen grote
vooruitgang geboekt.
Niemand in de Cockpit van de Globale Economie
1. Besluitvorming in de wereldeconomie
Geen centrale sturing:
o Niemand beslist expliciet wat waar wordt geproduceerd of wie wat maakt.
o De markt organiseert zichzelf; marktkrachten bepalen de uitkomsten.
2. Uitdagingen door zelfregulerende markten
Moeilijk om grootschalige transities, zoals een nieuw energiesysteem, in te stellen.
Marktkrachten zorgen voor fragmentatie en een gebrek aan centrale coördinatie.
3. Voorbeeld: handelsmaatregelen
VS onder Trump:
o Geen verbod op invoer, maar invoerproducten duurder gemaakt om Amerikaanse bedrijven
te beschermen.
o Illustratie van marktdruk gecombineerd met beperkte nationale beleidsinterventies.
4. Rol van internationale organisaties
De Verenigde Naties:
o Hebben weinig macht om de wereldeconomie te sturen.
o Fungeren vooral als platform waar landen onderling samenwerken, zonder bindende
beslissingen.
Rijke Patiënt Zoekt Lifestylecoach
1. Ziekte van de planeet én haar bewoners
De aarde kampt met milieuproblemen, maar ook de menselijke samenleving is inefficiënt.
Welvaartsziekten (lifestyle diseases):
o Chronische aandoeningen door leefstijlkeuzes zoals onvoldoende beweging, ongezonde
voeding, roken, overmatig alcoholgebruik, stress en slaaptekort.
2. Wereldwijde impact van lifestyle diseases
Cijfers van de WHO:
o Jaarlijks 42 miljoen voortijdige overlijdens door welvaartsziekten.
o Hart- en vaatziekten: 18 miljoen slachtoffers per jaar
Veranderingen sinds 1960:
o Westerse dieet met sterk bewerkte producten leidde tot een stijgende trend in obesitas.
o Evolutionair zijn mensen geprogrammeerd om vet en suikers te consumeren en energie te
besparen.
o Fastfood wordt bewust verslavend gemaakt.
3. Financiële en maatschappelijke gevolgen
Gezondheidszorguitgaven:
o 35-40% van de kosten gaat naar behandeling van welvaartsziekten.
o Deze kosten zijn grotendeels vermijdbaar door preventie.
o 70-80% kan effectief worden voorkomen
, Coronavirus: Verminderde Weerbaarheid
1. Afname van collectieve weerbaarheid
Onze samenleving wordt fysiek zwakker door:
o Meer chronische aandoeningen.
o Hoger aandeel mensen met overgewicht.
2. Biologische impact: receptoren en virussen
Mensen met chronische aandoeningen en overgewicht hebben meer ACE2-receptoren.
o Virussen zoals het coronavirus hechten zich sneller aan deze receptoren, wat de impact
van het virus vergroot.
3. Vergelijking met 1950
Demografische verschillen:
o In 1950 was het aandeel 70-plussers slechts een kwart van het huidige niveau.
o Minder overgewicht en chronische aandoeningen maakten de bevolking sterker en
weerbaarder.
o Het virus zou in 1950 waarschijnlijk minder opgemerkt zijn door de veel gezondere en
jongere bevolking.
o Ook lopen mensen vandaag de dag trager, ook al hebben we beter materiaal
(schoenen)…
Het is gewoon omdat we minder gezond zijn dan vroeger
Katherine Switzer
De eerste vrouw die ooit in een wedstrijd een marathon heeft uitgelopen
Ze heeft dat illegaal gedaan want vrouwen mochten dat toen niet
Marktfalen en Beleid
1. Marktfalen en ecologische uitdagingen
Persistente problemen:
o Ecologische uitdagingen en gezondheidszorg fungeren als ex-post correctieve
interventiesystemen(oplossingen na de feiten)
o De factuur voor deze correcties wordt gesocialiseerd, terwijl het marktmechanisme
beschikbare informatie niet op een welvaartsmaximaliserende manier verwerkt
2. Externe effecten
o = niet-intentionele impact op andere partijen dan de directe marktdeelnemers.
o vb: luchtvervuiling, watervervuiling, en gezondheidskosten
Geen extern effect:
o Lage lonen en slechte arbeidsomstandigheden in de textielindustrie zijn bewust gekozen
om aandeelhoudersrendement te maximaliseren en consumenten lage prijzen te bieden.
3. Neoklassieke correctie voor negatieve externe effecten
o Deze effecten vragen om correcties door middel van overheidsbeleid.
o Vb. van interventies:
Belastingen op vervuiling (bijv. CO₂-heffingen).
Subsidies voor duurzame alternatieven.
Regulering om schadelijke productieprocessen te beperken.
Het doel van deze correcties is het internaliseren van de externe kosten, zodat deze door de
producent of consument worden gedragen.