Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 5 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Farmacologie Deel 4 | Overzicht Geneesmiddelen| KU Leuven | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 5 pagina's

Uitgebreide en complete tabel van de geneesmiddelen in deel 4 Farmacologie (geneesmiddelen in verband met het cardiovasculair stelsel) Handig om alles in 1 oogopslag te hebben.

Voorbeeld van de inhoud

Deel 4 GM in verband met het cardiovasculair stelsel
1. Diuretica
Alle diuretica verhogen natrium- en/of waterverlies, maar het effect en de bijwerkingen hangen af van de plaats in het nefron. Proximaal en heel distaal is minder potent; lisdiuretica zijn het krachtigst. Controleer ionogram bij opstart en
dosiswijziging.
Klasse / voorbeelden Target & mechanisme Belangrijkste indicaties/effect PK & interacties Bijwerkingen Contra / Opmerkingen
Niet vaak als diureticum. Openhoekglaucoom;
Metabole/respiratoire acidose verergeren,
Remt koolzuuranhydrase in proximale tubulus ➜ add-on bij acuut gedecompenseerd HF in Goede orale absorptie; urinaire pH stijgt snel, max Contra: levercirrose. In monotherapie geen
nierstenen door alkalische urine, hypokaliemie,
Koolzuuranhydrase-inhibitor; minder NaHCO3-reabsorptie ➜ Na+, HCO3- en water ziekenhuis; metabole alkalose door diuretica bij effect rond 2 u; effect ongeveer 12 u. Renale potent diureticum; effect neemt na enkele
encefalopathie bij levercirrose, sulfonamide-
acetazolamide blijven in urine. Urine alkaliniseert; systemisch ernstig HF; urine-alkalinisatie (bv couperen excretie ➜ dosisaanpassing bij nierinsufficientie. dagen af door distale Na-reabsorptie. Lokaal:
overgevoeligheid, slaperigheid en paresthesie bij
bicarbonaat daalt. methotrexaattoxiciteit; acute mountain sickness dorzolamide oogdruppels
hoge dosis.
(off-label gebruik)
Blokkeren Na+/K+/2Cl- cotransporter (NKCC2) in dikke Meest krachtige diuretica. Acuut
Per os snelle absorptie, maar bij acuut HF slechter Hypokaliemische metabole alkalose, NKCC: minder lumenpositief ➜ minder
opstijgende lis van Henle. Interstitium wordt minder longoedeem/hartfalen (i.v.); congestie bij HF;
Lisdiuretica; furosemide, bumetanide, door verminderde perfusie -> i.v. nodig. Werkt hypomagnesiemie, dehydratie, soms hyponatriemie, paracellulaire Ca/Mg-reabsorptie.
hyperosmolair ➜ minder waterreabsorptie. nierinsufficientie met GFR <30 ml/min;
torasemide luminaal; eliminatie via filtratie + secretie. Na i.v. ototoxiciteit bij hoge dosis/ototoxische combinatie, Furosemide kan longoedeem verbeteren nog
Lumenpositieve potentiaal daalt ➜ Ca2+ en Mg2+ levercirrose vaak met spironolacton;
snel effect, 2-3 u. hyperuricemie/jicht, sulfonamide-allergie. voor diurese door veneuze capaciteitsstijging.
blijven in lumen. hypercalciemie met NaCl-infuus; hyperkaliemie.
Eerste lijn bij hypertensie wanneer GFR >30 Hypokaliemische metabole alkalose,
Thiaziden/thiazide-achtigen; Blokkeren Na+/Cl- symporter (NCC) in vroege distale Per os. Secretie via organisch zuurmechanisme in
ml/min. Nefrolithiase door hypercalciurie. hyperuricemie/jicht, hyperglycemie, transiente thiazide vermindert calciurie. Minder effectief
hydrochlorothiazide, chloortalidon, tubulus. Meer Na+ en flow distaal ➜ meer K+ secretie. tubulus; competitie met urinezuur ➜ draagt bij tot
Nefrogene diabetes insipidus: paradoxaal hyperlipidemie, hyponatriemie, sulfonamide-allergie, bij GFR <30 ml/min; dan eerder lisdiureticum.
indapamide Chronisch: Ca2+ excretie daalt. hyperuricemie.
minder polyurie/polydipsie. moeheid, paresthesie, erectiele dysfunctie.
Primair/secundair hyperaldosteronisme; ascites
Competitief antagonisme van aldosteronreceptor in Spironolacton werkt traag door genexpressie. MRA + beta-blokker + ACE-I/ARB/ARNI is
bij levercirrose; HFrEF als overlevingspijler;
MRA; spironolacton, eplerenon, verzamelbuis/distale tubulus ➜ minder ENaC/Na-K- Eplerenon/finerenon via CYP3A4. HyperK-risico Hyperkaliemie, metabole acidose. Spironolacton: standaard bij HFrEF maar vereist opvolging
kaliumverlies door andere diuretica. Eplerenon
finerenon ATPase/K-kanalen ➜ minder Na-reabsorptie en met ACE-I/ARB/ARNI, NSAID, beta-blokkers, K- gynaecomastie, impotentie/seksuele disfunctie. K/nierfunctie. Cave CKD4-5, K-supplementen,
bij gynaecomastie. Finerenon bij diabetische
minder K/H-secretie. supplementen. spironolacton + amiloride.
nefropathie.
Blokkeert Na+-kanalen (ENaC) in luminale membraan Combinatie met kaliumverliezend diureticum bij Niet combineren met MRA bij risico op
Hyperkaliemie met NSAID, ACE-I, ARB, beta-
ENaC-inhibitor; amiloride van verzamelbuis ➜minder Na-influx ➜minder K- hypokaliemie; soms bij lithium-geinduceerde Hyperkaliemie, metabole acidose. hyperK. Minder Na-influx -> lumen minder
blokker, K-supplementen; risico stijgt bij nierlijden.
secretie. Kaliumsparend en zwak natriuretisch. nefrogene diabetes insipidus. negatief -> minder K/H-secretie.
Acuut hersenoedeem/verminderde intracraniale
Wordt glomerulair gefilterd, niet gemetaboliseerd en i.v.; effect na 30-60 min. Controle van vochtbalans Transiente expansie ECV ➜ hartfalen/longoedeem, Waarschuwing bij congestief
druk; intraoculaire druk; urinevolume verhogen
Osmotisch diureticum; mannitol i.v. niet getransporteerd ➜ houdt water in proximale en ionogram noodzakelijk. Eerst testdosis bij hoofdpijn, nausea, braken. Nadien dehydratie en HF/longoedeem. Hypernatriemie omdat
bij rhabdomyolyse of intravasculaire hemolyse
tubulus en dalende lis ➜ waterdiurese ➜ natriurese. rhabdo/hemolyse. hypernatriemie. waterdiurese groter is dan natriurese.
na testdosis.




2. Antihypertensiva
Hypertensie is meestal asymptomatisch maar veroorzaakt orgaanschade. Behandeling combineert levensstijl met geneesmiddelen. Diuretica, CCB, ACE-I/ARB en beta-blokkers vormen de basis; keuze hangt af van comorbiditeit.
Klasse / voorbeelden Target & mechanisme Belangrijkste indicaties/effect PK & interacties Bijwerkingen Contra / Opmerkingen
Blokkeren beta-receptoren. In hart: HR, Cave verapamil/diltiazem -> bradycardie/AV-blok. Brady-aritmie, HF/decompensatie, Astma/COPD: voorzichtig. Niet starten bij
Beta-blokkers; atenolol, metoprolol, Hypertensie met coronair lijden, tachyaritmie
contractiliteit, geleiding en relaxatie dalen. Beta1- Stop nooit plots. Maskeren astma/bronchospasme, koude extremiteiten/perifeer acuut gedecompenseerd HF. Bij clonidine
bisoprolol, acebutolol; propranolol; of hartfalen. Angoronderhoud. HFrEF: lage
selectiviteit neemt af bij hoge dosis. Derde generatie hypoglycemiesymptomen. Niet-selectieve beta- vaatlijden, verlengde hypoglycemie, vermoeidheid, afbouw: eerst beta-blokker stoppen, dan
labetalol/carvedilol/nebivolol dosis bij stabiele euvolemische patient.
kan vasodilateren. blokkers verhogen bronchospasmerisico. slaapstoornissen/nachtmerries, depressie. clonidine afbouwen.
Remmen ACE: angiotensine II daalt; bradykinine- First-dose hypotension, AKI bij bilaterale
ACE-inhibitoren (-pril); captopril, Hypertensie; HFrEF; na MI met LV-dysfunctie; Veel ACE-I renale klaring behalve fosinopril. Contra hele zwangerschap. Niet combineren
afbraak daalt. Gevolg: vasodilatatie, aldosteron nierarteriestenose, droge kuchhoest/wheezing,
enalapril, lisinopril, perindopril, ramipril, diabetische nefropathie/proteinurie; CKD met Controle elektrolyten/nierfunctie. HyperK-risico met met ARB. ACE-hoest -> ARB. Bilaterale
daalt, minder Na/waterretentie, intraglomerulaire smaakverandering, hyperK, angio-oedeem, rash/drug
fosinopril, zofenopril albuminurie. K-supplement/MRA/amiloride/NSAID. nierarteriestenose -> AKI.
druk daalt. fever, zelden neutropenie/proteinurie.
Sartanen / ARB (-sartan); losartan, Hypertensie; HF/nefropathie wanneer ACE-I HyperK/AKI-risico zoals ACE-I. Interacties met K-
Blokkeren AT1-receptor. Vergelijkbaar met ACE-I Minder kuchhoest; lager angio-oedeemrisico; hyperK Contra zwangerschap. Geen bradykinine-
candesartan, eprosartan, irbesartan, niet verdragen of op basis van evidentie; sparende medicatie/NSAID. Geen ACE-I + ARB
maar geen bradykinine-effect. en hypotensie mogelijk. effect -> geen typische ACE-hoest.
telmisartan, valsartan alternatief bij ACE-I-hoest. combinatie.
Blokkeren L-type Ca-kanalen. Vasculaire gladde Hepatisch metabolisme, vaak first pass. Verapamil/diltiazem: bradycardie, AV-blok, hartfalen, Vermijden bij AV/SA-geleidingsstoornis en
Calciumkanaalblokkers; verapamil, Hypertensie; angor; vasospastische angor.
spier relaxeert. Verapamil/diltiazem hebben cardiale Verapamil/diltiazem inhiberen CYP3A4 en P-gp -> hartstilstand. DHP: flushing, hoofdpijn, duizeligheid, LV-falen voor verapamil/diltiazem.
diltiazem, Verapamil/diltiazem: SVT, VK-flutter/VKF rate
effecten op AV-knoop en contractiliteit; DHP vooral digoxinespiegel stijgt. Niet combineren met beta- malleolair oedeem, reflextachycardie. Obstipatie MI/hartfalen: geen cardioselectieve CCB.
nifedipine/amlodipine/nimodipine control. Nimodipine bij vasospasme na SAB.
vasculair. blokker tenzij strikt. vooral verapamil. DHP + beta-blokker kan bij angor.


Geneesmiddelen deel 4

, Klasse / voorbeelden Target & mechanisme Belangrijkste indicaties/effect PK & interacties Bijwerkingen Contra / Opmerkingen
Hypertensieve urgenties/emergencies in
Lichtgevoelig. Cyanidevrijzetting bij metabolisme;
NO-donor -> cGMP ↑ -> dilatatie arteriolen en ziekenhuis; aortadissectie in combinatie; Niet ambulant. Balanced vasodilatatie:
Nitroprusside i.v. cyanidetoxiciteit bij nierfunctiestoornis, hoge dosis Hypotensie; cyanidetoxiciteit.
venen; snel en kortdurend. zelden acuut HF. Enkel continue invasieve BD- preload en afterload dalen.
of langdurig gebruik.
monitoring.
Rebound bij plots stoppen. Bij combinatie met beta-
Centrale alpha2-agonist -> minder sympathische Centraal antihypertensivum; minder basis Droge mond, sedatie, withdrawal/rebound Plots stoppen clonidine -> gevaarlijke BD-
Clonidine blokker: stop eerst beta-blokker en bouw daarna
outflow. Mogelijk ook imidazolinereceptor. door beperkte outcome-evidentie. hypertensie. stijging.
clonidine af.
Centraal antihypertensief effect via alpha2- Sedatie, orthostase, droge mond; zelden Mag tijdens zwangerschap; alternatief voor
Alfa-methyldopa Hypertensie tijdens zwangerschap. Centrale sympathicolytische interacties/sedatie.
agonistische metaboliet. lever/bloedbeeldproblemen. ACE-I/ARB die contra zijn.
Niet monotherapie voor hypertensie.
Alfa1-blokkers; Postsynaptische alpha1-blokkade -> Feochromocytoom, hypertensieve urgenties, Additieve orthostase met Orthostatische hypotensie, first-dose syncope, Bij feochromocytoom eerst alfa-blokkade
terazosine/doxazosine/prazosine arteriolaire/veneuze vasodilatatie. add-on resistente hypertensie; selectieve nitraten/PDE5-remmers/andere antihypertensiva. duizeligheid, tachycardie. voor beta-blokkade.
alpha1 ook BPH.




3. Farmacotherapie van hartfalen
Bij HFrEF wil je neurohumorale compensatie afremmen. Vier pijlers verlagen morbiditeit/mortaliteit: ACE-I/ARB/ARNI, beta-blokker, MRA, SGLT2-remmer. Diuretica verbeteren congestie en symptomen.
Klasse / voorbeelden Target & mechanisme Belangrijkste indicaties/effect PK & interacties Bijwerkingen Contra / Opmerkingen
Vooral rate control bij Nauwe marge. Hypokaliemie, hypercalciemie
Remt Na+/K+-ATPase ➜ intracellulair Na+ ↑ ➜ Na/Ca- Orale absorptie; 10% darmbacterien inactiveert GI: anorexie, nausea, braken, diarree. CZS/visus:
voorkamerfibrillatie/flutter. Beperkte plaats bij en hypomagnesiemie verhogen toxiciteit.
uitwisseling daalt ➜ intracellulair Ca2+ ↑ ➜ positief digoxine. Renale klaring, t1/2 ongeveer 40 u. TDM desorientatie, hallucinaties, agitatie, convulsies,
Digoxine HFrEF in sinusritme met persisterende Intoxicatie: stoppen/dosisreductie, K
inotroop. Parasympathomimetisch ➜ AV-geleiding + serum K. P-gp-substraat. Interacties: verapamil, kleurstoornissen. Toxisch: aritmieen, bigeminie, AV-
symptomen of wanneer standaardtherapie niet corrigeren, TDM, pacemaker,
trager. amiodaron, quinidine, colestyramine, antibiotica. blok, VT/VF.
kan. digitalisantistoffen.
PDE3-inhibitoren (bipyridines); Remmen PDE3 ➜ cAMP ↑ ➜ Ca-influx ↑ ➜ positief Acuut gedecompenseerd/terminaal HF onder Alleen i.v. in ziekenhuis. Chronisch per os Geen onderhoud. Acute setting en
Aritmieen, hypotensie.
milrinon, enoximon inotroop; ook vasodilaterend. monitoring. Niet chronisch p.o. verhoogde mortaliteit. monitoring.
Shock/acuut HF. Dobutamine bij cardiogene
Beta-agonisten; dobutamine, Dobutamine stimuleert beta1/beta2 ➜ CO ↑ en SVR i.v. getitreerd onder monitoring. Verhoogt O2- Tachycardie, aritmie, ischemie, hypo-/hypertensie Niet chronisch. Dobutamine = inotroop;
shock met normale BD; noradrenaline initiele
dopamine, noradrenaline daalt. Noradrenaline: alfa1 + beta1 ➜ vasopressor. verbruik door HR/contractiliteit. afhankelijk van middel. noradrenaline = vasopressor.
vasopressor bij shock.
Afterload ↓, aldosteron ↓ ➜ preload ↓, minder HFrEF survivalpijler; post-MI met LV-dysfunctie. Controle nierfunctie/K. Niet ACE-I + ARB.
ACE-I/ARB bij HF Hypotensie, hyperK, AKI, ACE-hoest/angio-oedeem. Contra zwangerschap. Start laag en titreer.
sympathische activatie, LV-remodelling ↓ ARB bij ACE-intolerantie. Interacties: NSAID, K-sparend, K-supplement.
Sacubitril remt neprilysine ➜ natriuretische peptiden Chronisch HFrEF; superieur t.o.v. enalapril in Niet met ACE-I; bij switch ACE-I ➜ ARNI minstens Hypotensie, hyperK/AKI, angio-oedeem meer dan bij Contra zwangerschap. ARNI = sacubitril +
ARNI; sacubitril/valsartan
↑; valsartan blokkeert AT1. PARADIGM-HF. 36 u interval wegens angio-oedeem. ACE-I/ARB. valsartan.
Beta-blokkers bij HFrEF; carvedilol, Remmen schadelijke adrenerge overstimulatie; HFrEF bij klinisch stabiele, euvolemische Start laag en optitreren. Niet starten bij acute Initieel HF-verergering, bradycardie, hypotensie, Vroeger contra, nu pijler bij HFrEF. Groot
bisoprolol, metoprolol succinaat verlagen sudden cardiac death, remodelling en HR. patient. decompensatie/congestie. vermoeidheid. effect op sudden cardiac death.
Aldosteronantagonisme ➜ minder Na/waterretentie, HFrEF survivalpijler; eplerenon bij Controle K/nierfunctie. HyperK met HyperK, acidose; spironolacton RALES gunstig, maar in praktijk hyperK-
MRA bij HF; spironolacton/eplerenon
minder K-verlies en antifibrotisch effect. gynaecomastie. ACE-I/ARB/ARNI, NSAID, K-supplement, CKD. gynaecomastie/impotentie. gevaar bij onvoldoende opvolging.
SGLT2-remmers; dapagliflozine, SGLT2-remming ➜ glucosurie/natriurese/osmotische HFrEF-pijler; ook effecten bij HF zonder Controle nierfunctie en volume; diuretisch effect Genitale infecties, volumedepletie, hypotensie,
Onafhankelijk van diabetesstatus in HF.
empagliflozine diurese; HF-effecten ook onafhankelijk van diabetes. diabetes. kan uitdroging bevorderen. ketoacidose zeldzaam.
Symptomatisch: Na/waterretentie ↓ -> preload ↓ -> Congestie bij acuut/chronisch HF. Lisdiuretica Controle ionogram/vochtbalans; hypokaliemie HypoK, hypoNa, dehydratie, Geen direct bewezen survivalvoordeel;
Diuretica bij HF; vooral lisdiuretica
minder longoedeem/oedeem. meest gebruikt; thiazide add-on bij resistentie. corrigeren. nierfunctieverslechtering, hypotensie. behandelen dyspneu/oedeem.
Alternatief/add-on bij HFrEF wanneer
Hydralazine arteriolair ➜ afterload ↓ Hydralazine in Belgie magistrale bereiding/import. Hoofdpijn, hypotensie, reflex tachycardie;
Hydralazine-isosorbidedinitraat ACE-I/ARB/ARNI niet kan of in specifieke Preload + afterload combinatie.
Isosorbidedinitraat veneus ➜ preload ↓ Nitraattolerantie mogelijk. hydralazine lupusachtig mogelijk.
populaties.




4. Ischemisch hartlijden en anti-angineuze therapie
Angor ontstaat door onevenwicht tussen O2-aanvoer en O2-nood. Anti-angineuze middelen zijn vooral symptomatisch; ASA/statines/RAAS-remming verlagen events/prognose.
Klasse / voorbeelden Target & mechanisme Belangrijkste indicaties/effect PK & interacties Bijwerkingen Contra / Opmerkingen
Acute angoraanval: sublinguaal effect na 1-2
Organische nitraten; nitroglycerine, NO ➜ guanylylcyclase ➜ cGMP ↑ ➜ relaxatie. Lage Sterk first-pass voor nitroglycerine -> Flushing, hoofdpijn, orthostatische hypotensie,
min, duur 20-30 min. i.v. bij rustangor/instabiele Nitraatvrij interval minstens 8 u/24 u. Niet bij
isosorbidedinitraat, dosis vooral venodilatatie/preload ↓; hoge dosis ook sublinguaal/TTS. Interactie met PDE5-remmers -> duizeligheid, reflex tachycardie, zout/waterretentie.
angor/ernstig HF. Onderhoud peroraal/TTS met lage BD of PDE5-gebruik.
isosorbidemononitraat afterload ↓. extreme hypotensie. Tolerantie bij continu gebruik.
nitraatvrij interval.

Geneesmiddelen deel 4

Documentinformatie

Geüpload op
19 augustus 2026
Bestand laatst geupdate op
19 augustus 2026
Aantal pagina's
5
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€6,36

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
1
Laatst verkocht
-


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen