Kennis & Vaardigheden – Deel 1
Hoofdstuk 1 Basisprincipes
Inleiding
Als we verpleegkundige handelingen uitvoeren baseren we ons op de aangeleerde procedures. Die
zijn tot stand gekomen met een reden. Bij alles wat we doen kunnen we ons de vraag stellen
“Waarom?”. We hanteren bewust of onbewust volgende basisprincipes (in volgorde van prioriteit):
1. Hygiëne en asepsis
2. Veiligheid: voorkomen van specifieke gevaren
3. Beleving van de patiënt (vb. rekening houden met angst)
4. Zelfzorg en inspraak
5. Comfort
6. Ergonomie (vb. de werkomgeving aanpassen: bed naar boven of beneden zetten →
rughygiëne)
7. Economie
8. Ecologie
In bepaalde situaties kan de volgorde verschillen. Bij terminale patiënten zal de beleving vaak voor de
hygiëne komen.
Waarom gebruiken we basisprincipes?
Om gekozen werkwijze te verklaren
Om gedoceerde techniek aan te passen aan bijzondere omstandigheden (in het ziekenhuis)
Om zelf een geschikte werkwijze uit te werken
Om feedback te geven
1
, 1. Hygiëne en asepsis
Definitie gezondheid, hygiëne en welbevinden WGO: “Gezondheid is niet alleen de afwezigheid van
ziekte of gebrek, maar is ook een situatie van volledig fysiek, psychisch en sociaal welbevinden.”
Handhygiëne is de belangrijkste vorm van preventie bij ziekenhuisinfecties.
Handhygiëne:
Handen wassen
Ontsmetten van de handen
(Chirurgische handontsmetting)
Het gebruik van handschoenen
1.1 Ziekenhuisinfecties
Een infectie die bij opname niet aanwezig was of voor de opname begonnen was (incubatietijd).
Van de zorgvragers die opgenomen worden krijgen 5 tot 10% een ziekenhuisinfecte. Op de intensieve
care unit is de kans op infectie het dubbele (10 tot 20%).
1.1.1 Micro-organismen (MO)
MO’s zijn kleine eencellige weefsels die met het blote oog niet te zien zijn → microscoop. De meeste
MO’s zijn nuttig, sommige kunnen ook pathogeen/ziekteverwekkend zijn.
Nuttige micro-organismen
Veel bacteriën bij de vertering (vb. in de darmen)
Er zijn bacteriën die nuttige stoffen zoals vitaminen produceren
Combinaties van MO’s gaan het binnendringen van vreemde MO’s tegen
Pathogene micro-organismen
Potentieel pathogene MO’s: Nuttige MO’s die pathogeen worden als ze op een plaats komen waar
ze niet thuishoren (vb. darmbacteriën uit de aarsstreek die bij de urethra komen door een verkeerde
wastechniek, kunnen een urineweginfectie veroorzaken).
2
, Besmetting is het overbrengen van MO’s van de ene plaats/mens naar de andere. Bij besmetting
word je niet noodzakelijk ziek. Of je na een besmetting ziek wordt en een infectie krijg is afhankelijk
van:
Hoeveelheid aanwezige MO
Eigen afweercellen kunnen bacteriën met gemak ‘opeten’ → fagocytose, vraatcellen. Er zijn
veel bacteriën nodig om door de afweer heen te breken. Bij een virus zijn vaak slechts enkele
deeltjes voldoende.
Pathogeniteit van MO
Enkele MO’s zijn altijd pathogeen, besmettelijk van mens tot mens (vb. Salmonella, bacil van
Koch: TBC). De meeste MO’s in de natuur zijn apathogeen en bij de mens potentieel
pathogeen.
Virulentie (aanvalskracht) van MO
→ Gemak van aanhechting aan lichaamscellen
→ Mogelijkheid om bepaalde afweermechanismen te ontduikken
Virulente MO’s veroorzaken in kleine aantallen snel infecties en worden gemakkelijk
overgedragen.
Mate van weerstand van de ontvangende persoon
Zorgvragers hebben minder weerstand door ziekte, immobiliteit en gebruik van medicatie.
Wel of niet intact zijn van natuurlijke barrières
De huid en de slijmvliezen bevatten grote aantallen nuttige MO’s die het binnendringen van
vreemde MO’s voorkomen. Oa. door het produceren van afvalproducten (soort zuren). Ook
afweerstoffen in het speeksel, trilharen in de luchtpijp, urineproductie, …
Zolang deze natuurlijke barrières intact zijn in de kans op infectie klein ↔
Open wonden, inbrengen van vreemde voorwerpen (katheters, sondes, tubes, …).
1.1.1.1 Waar vinden we MO’s?
Residente flora
MO’s die permanent op onze huid en slijmvliezen zitten. Ze helpen je lichaam te beschermen en
worden niet verwijderd door douchen of baden. Het aantal en soorten MO’s is niet gelijk over het
hele lichaam. Antibacteriële middelen zoals handalcohol en desinfecterende handzeep kunnen het
evenwicht verstoren. Dit is meestal tijdelijk, de huidflora zullen zich na verloop van tijd herstellen.
Transiënte flora
MO’s die zich tijdelijk op de huid kunnen koloniseren door contact met onze omgeving. Ze kunnen
gemakkelijk worden verwijderd door het reinigen van het huidoppervlak.
3
Hoofdstuk 1 Basisprincipes
Inleiding
Als we verpleegkundige handelingen uitvoeren baseren we ons op de aangeleerde procedures. Die
zijn tot stand gekomen met een reden. Bij alles wat we doen kunnen we ons de vraag stellen
“Waarom?”. We hanteren bewust of onbewust volgende basisprincipes (in volgorde van prioriteit):
1. Hygiëne en asepsis
2. Veiligheid: voorkomen van specifieke gevaren
3. Beleving van de patiënt (vb. rekening houden met angst)
4. Zelfzorg en inspraak
5. Comfort
6. Ergonomie (vb. de werkomgeving aanpassen: bed naar boven of beneden zetten →
rughygiëne)
7. Economie
8. Ecologie
In bepaalde situaties kan de volgorde verschillen. Bij terminale patiënten zal de beleving vaak voor de
hygiëne komen.
Waarom gebruiken we basisprincipes?
Om gekozen werkwijze te verklaren
Om gedoceerde techniek aan te passen aan bijzondere omstandigheden (in het ziekenhuis)
Om zelf een geschikte werkwijze uit te werken
Om feedback te geven
1
, 1. Hygiëne en asepsis
Definitie gezondheid, hygiëne en welbevinden WGO: “Gezondheid is niet alleen de afwezigheid van
ziekte of gebrek, maar is ook een situatie van volledig fysiek, psychisch en sociaal welbevinden.”
Handhygiëne is de belangrijkste vorm van preventie bij ziekenhuisinfecties.
Handhygiëne:
Handen wassen
Ontsmetten van de handen
(Chirurgische handontsmetting)
Het gebruik van handschoenen
1.1 Ziekenhuisinfecties
Een infectie die bij opname niet aanwezig was of voor de opname begonnen was (incubatietijd).
Van de zorgvragers die opgenomen worden krijgen 5 tot 10% een ziekenhuisinfecte. Op de intensieve
care unit is de kans op infectie het dubbele (10 tot 20%).
1.1.1 Micro-organismen (MO)
MO’s zijn kleine eencellige weefsels die met het blote oog niet te zien zijn → microscoop. De meeste
MO’s zijn nuttig, sommige kunnen ook pathogeen/ziekteverwekkend zijn.
Nuttige micro-organismen
Veel bacteriën bij de vertering (vb. in de darmen)
Er zijn bacteriën die nuttige stoffen zoals vitaminen produceren
Combinaties van MO’s gaan het binnendringen van vreemde MO’s tegen
Pathogene micro-organismen
Potentieel pathogene MO’s: Nuttige MO’s die pathogeen worden als ze op een plaats komen waar
ze niet thuishoren (vb. darmbacteriën uit de aarsstreek die bij de urethra komen door een verkeerde
wastechniek, kunnen een urineweginfectie veroorzaken).
2
, Besmetting is het overbrengen van MO’s van de ene plaats/mens naar de andere. Bij besmetting
word je niet noodzakelijk ziek. Of je na een besmetting ziek wordt en een infectie krijg is afhankelijk
van:
Hoeveelheid aanwezige MO
Eigen afweercellen kunnen bacteriën met gemak ‘opeten’ → fagocytose, vraatcellen. Er zijn
veel bacteriën nodig om door de afweer heen te breken. Bij een virus zijn vaak slechts enkele
deeltjes voldoende.
Pathogeniteit van MO
Enkele MO’s zijn altijd pathogeen, besmettelijk van mens tot mens (vb. Salmonella, bacil van
Koch: TBC). De meeste MO’s in de natuur zijn apathogeen en bij de mens potentieel
pathogeen.
Virulentie (aanvalskracht) van MO
→ Gemak van aanhechting aan lichaamscellen
→ Mogelijkheid om bepaalde afweermechanismen te ontduikken
Virulente MO’s veroorzaken in kleine aantallen snel infecties en worden gemakkelijk
overgedragen.
Mate van weerstand van de ontvangende persoon
Zorgvragers hebben minder weerstand door ziekte, immobiliteit en gebruik van medicatie.
Wel of niet intact zijn van natuurlijke barrières
De huid en de slijmvliezen bevatten grote aantallen nuttige MO’s die het binnendringen van
vreemde MO’s voorkomen. Oa. door het produceren van afvalproducten (soort zuren). Ook
afweerstoffen in het speeksel, trilharen in de luchtpijp, urineproductie, …
Zolang deze natuurlijke barrières intact zijn in de kans op infectie klein ↔
Open wonden, inbrengen van vreemde voorwerpen (katheters, sondes, tubes, …).
1.1.1.1 Waar vinden we MO’s?
Residente flora
MO’s die permanent op onze huid en slijmvliezen zitten. Ze helpen je lichaam te beschermen en
worden niet verwijderd door douchen of baden. Het aantal en soorten MO’s is niet gelijk over het
hele lichaam. Antibacteriële middelen zoals handalcohol en desinfecterende handzeep kunnen het
evenwicht verstoren. Dit is meestal tijdelijk, de huidflora zullen zich na verloop van tijd herstellen.
Transiënte flora
MO’s die zich tijdelijk op de huid kunnen koloniseren door contact met onze omgeving. Ze kunnen
gemakkelijk worden verwijderd door het reinigen van het huidoppervlak.
3