Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 44 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Biologische Psychologie Volledige Cursus | Arteveldehogeschool | 2026/27

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 44 pagina's

Dit document bevat de volledige cursusinhoud voor Biologische Psychologie aan Arteveldehogeschool, onderwijl onderdeel van de opleiding Toegepaste Psychologie. Het behandelt zeven hoofdonderdelen: de geschiedenis en disciplines van biologische psychologie, nature-nurture en gedragsgenetica, neurofysiologie, neuro-anatomie, het endocriene systeem en hormonen, neurologische basisfuncties, en beeldvorming met hersenplasticiteit. Dit document is essentieel voor examenvoorbereiding en helpt je de complexe verbanden tussen biologie en gedrag grondig te begrijpen.

Voorbeeld van de inhoud

Deel I: Inleiding in de biologische basis van het gedrag
Hoofdstuk A: geschiedenis
Dualisme
Filosofie van de Basis psychologie
geest
Lichaam en Onafhankelijk
geest
Griekse Plato en Aristoteles (400-300 v.C.)
oudheid
René Descartes Psychische problemen, stoornissen in gedrag  externe geesten &
(1596-1650) duivels
Evolutieleer
Charles Darwin Survival of the fittest
(1809-1882)
Ontdekking in de geneeskunde
Donald O. Hebb Waarnemingen, emoties, gedachten en herinneringen verklaard
(1904-1958) vanuit hersenactiviteiten
Robert Sperry Split-brain patiënten (epilepsie) > linker- en rechterhersenhelft
(1913-1994) onafhankelijk
Biomedisch Als verklaring voor psychische problemen
model - Psychofarmaca
- Beeldvormingstechnieken
- Neuropsychologie, neuropsychopathologie,
psychofarmacologie, gedrags- en populatiegenetica
Hoofdstuk B: Disciplines
Biologische psychologie
Biologische Studie van de biologische processen die aan de basis liggen van
psychologie gedrag, gevoelens, en gedachten
Klinische) Studie van de relatie tussen de werking van de hersenen en
Neuropsychologi gedrag en/of psychische problemen
e
Neurowetenscha Studie naar alle aspecten van het zenuwstelsel (centraal en
ppen perifeer)
- Neuroanatomie = studie van de structuur van het
zenuwstelsel
- Neurofysiologie = studie van de werking en functies van het
zenuwstelsel
Evolutiepsycholo Studie van menselijke gedrag vanuit evolutieleer, in eerste
gie plaats vanuit het principe van natuurlijke selectie
Gedragsgenetica studie van de overerving van gedrag

Een goede werking van het centrale zenuwstelsel (hersenen/ruggenmerg)
Hersenletsel (bv. - De casus K.C.: motorongeval, bloedgezwel linker voorkant
Gevalstudie K.C.) hersenen. Ondanks geheugenprobleem: intelligentie en
taalbegrip normaal, alert en coöperatief.
- Episodisch geheugen (aangetast): persoonlijke
herinneringen, emotioneel beladen ervaringen. K.C. herinnert
zich niets meer uit zijn eigen leven vóór het accident.
- Semantisch geheugen (bewaard): feitenkennis, woordbegrip,
hoe gereedschappen werken. K.C. kan dit zelfs nog bijleren.
- Het geheugenmodel: de boom: Geheugen →
Primair/Secundair → Niet-declaratief/Declaratief →
Procedureel/Episodisch/Semantisch. Het onderscheid

, episodisch vs. semantisch is het kernbegrip van deze les.
Algemene Ziekte van Alzheimer: meest voorkomende oorzaak dementie (60-
hersenaandoenin 70%).
g (bv. ziekte van Dementie = en syndroom; progressieve vermindering in
Alzheimer) intellectuele vermogens bij ouder worden ~ neurodegeneratie.
Ondervoeding Voedsel te kort tijdens zwangerschap en eerste levensjaren 
(bv. ijzer- en verminderde intellectuele vermogens. (vooral tekort aan ijzer &
jodiumtekort) jodium.

Medicatie (bv. Geneesmiddelen bevatten stoffen die inwerken op de chemie van
Chemische de hersenen.
werking Psychofarmaca = verlichten symptomen van psychische
hersenen) stoornissen.
- Bv. antidepressiva vullen tekorten aan serotonine of
noradrenaline aan
Invloed van lichaam op geest
Honger, dorsten, Drijfveren voor wel/niet stellen gedrag
seksualiteit
lichaamsconditie Gedachten en gevoelens
- Pijn
- zwaarlijvigheid
Blootstelling aan Tekort: verhoogde kans neerslachtigheid (bv. Winterdip)
zonlicht
lichaamsbewegin Positieve invloed op humeur
g
Erfelijkheid
Genen/DNA - Lichamelijke kenmerken
- Intelligentie
- Persoonlijkheid
- Problemen die ze zullen ondervinden
Tweelingenonder Vergelijkt eeneiige en twee-eiige tweelingen
zoek - Doel: nagaan in welke mate eigenschappen genetische
bepaald zijn.
- Dat eeneiige tweelingen meer op elkaar lijken dan twee-eiige
tweelingen, wijst dat op een sterke erfelijke invloed.
Adoptiestudies Kenmerken kind vergelijken met biologische ouders vs.
Adoptieouders
- Lijkt een kind meer op de biologische ouder → grotere invloed
van erfelijkheid.
- Lijkt het meer op de adoptieouder → grotere invloed van
omgeving/opvoeding.
Stamboomonder Eigenschap vergelijken overheen verschillende generaties in een
zoek familie.
- Dominant: komt steeds tot uiting als de persoon het heeft
- Recessief: enkel tot uiting als het niet onderdrukt wordt en
zowel vader als moeder het hebben
Invloeden vanuit menselijk evolutie
Aangeboren Gedrag kan ontstaan doordat eigenschappen die het overleven en
eigenschappen de voortplanting bevorderen door natuurlijke selectie worden
bij dieren doorgegeven.
- Sommige gedragingen zijn aangeboren: Ratten hebben
bijvoorbeeld van nature angst voor de geur van katten.
- Daarnaast bestaat inprenting: Een vorm van leren in een
korte, vroege periode, met een blijvend effect op gedrag.

,Aangeboren Instinctieve voorkeur = zoet (calorierijk)  instinctieve afkeer =
eigenschappen bitter (giftig).
bij mensen - Pasgeboren baby glimlacht bij goed gevoel  aangeboren
(geen sociale imitatie)  versterkt band ouders.
Evolutiepsycholo Gedrag eerste plaats begrijpen vanuit principes natuurlijke selectie.
gie - Aangeboren behoefte om bij de groep te horen  vroeger
grotere overlevingskans en kans op nakomelingen.

Deel II: Nature-nurture, Gedragsgenetica en evolutionaire
psychologie
Hoofdstuk A: gedragsgenetica
Erfelijkheid en gedragsgenetica & belang van prenatale omgeving
Recessief gen Invloed: alleen wanneer een kind dit gen krijgt van zowel de vader
als de moeder. Kan het ontstaan.
Dominant gen Invloed: als eentje van de 2 ouders het heeft dan kan het
overgevraagd worden naar het kind.
Chromosomen Functie: Structuren in de cellen van ons lichaam, bestaande uit DNA
Aantal: 46 chromosomen  23 paar (komt in alle cellen voor behalve
RB en geslachtscellen) 22 paren autosomen/ laatste paar
geslachtschromosomen.
Karyotype = visuele weergave van de chromosomen van een cel,
gerangschikt naar grootte en vorm. Het laat de karakteristieke
chromosomen zien, inclusief de autosomen en de
geslachtschromosomen, en wordt gebruikt om genetische
afwijkingen te identificeren.
Mitochondriën Bevat kleine hoeveelheid eigen DNA
Kleine lichaampjes in het cytoplasma van de cel die zorgen voor de
energie
(ATP) en de stofwisseling van de cel
Genetisch DNA = een grote hoeveelheid gecodeerd informatie
materiaal Inhoud: desoxy – ribo – nucleïne – zuur (=DNA)
DNA:
- bevat alle codes voor de bouwstenen van de cel.
- Tijdens verschillende fases van de celcyclus kan DNA
verscheidene vormen aannemen.
- Basiseenheid DNA  nucleotide = verbinding specifieke base,
een (desoxyribose) suiker en een fosforzuur (conclusie: DNA is
een aaneenschakeling van nucleotiden en vormt zo een
polynucleotide)
RNA:
- speelt een rol in de aanmaak van eiwitten.
- Bevindt zich (grotendeels) in de celkern.
- Opgebouwd door basiseenheden – chemische verbonden.

Genoom Volledige verzameling van genen van een individu. Het bevat alle
genetische informatie die nodig is om een organisme te maken en te
laten functioneren.
Dubbele Helix Doorbraak in de genetica in 1953:
van Watson en - DNA bestaat uit een dubbele Helix
Crick - Ketens van nucleotiden
- Lange sequentie van 4 basenparen (stikstofhoudend) in het
midden
- Basen zitten met waterstofbruggen aan elkaar vast

, Basen zijn:
- Adenine (A) (vormt een paar met T (en omgekeerd))
- Cytosine (C) (vormt een paar met G (en omgekeerd))
- Guanine (G)
- Thymine (T) (enkel in DNA) / Uracil (U) (enkel in RNA)
Van DNA naar 1. DNA windt zich om histonen (eiwitten) en vormt zo
chromosomen nucleosomen
2. Nucleosomen vormen chromatine draden (losse lussen)
3. Tijdens de celdeling zal de chromatine strakker worden
opgerold en zien we aparte structuren (chromatide)
Junk DNA Oudere term voor DNA zonder specifieke functie (= niet coderen voor
eiwitten). Rol bij regulatie van genen (aan – en uitschakeling).
Mutatie = een verandering in de lettercode, waardoor het eiwit verandert of
zelfs onwerkzaam wordt.
Basis: van evolutie, maar ook van erfelijk aandoeningen,
resistentieontwikkeling en kanker.
Genotype en Genotype = genetische samenstelling van een individu.
fenotype - Code in het DNA – proces van eiwitsynthese
Fenotype = zichtbare, meetbare kenmerken en trekken van een
individu + gedrag.
Eiwitsynthese Eiwitten = Essentiel voor de opbouw en het onderhoud van cellen en
weefsel.
Functie: eiwitten bepalen in belangrijke mate de werking en bouw
van ons lichaam.
Kanttekening: foutieve aanmaak kunnen er problemen ontstaan. Dus
nauwkeurige controle is nodig. Instructies liggen beschreven op het
DNA (basen).
Vertrekpunt: aminozuur
1. Een streng DNA wordt overgeschreven naar het mRNA
Transcriptie/ RNA -polymerase. Ribosoom leest de codon (= 3
basen).
2. Processing: zuiveren + instructies meegeven. Splicing =
weghalen van de intronen (niet-coderende info)
3. mRNA verlaat de celkern en komt in het cytoplasma en bereikt
zo de ribosomen
DNA – mRNA 4. Ribosomen lezen het mRNA nauwkeurig af
(eiwitsynthese) 5. Ribosomen zullen de overgeschreven code per groepje van
drie basen vertalen naar een aminozuur (triplet/codon)
6. Op ieder codon past een complementair tRNA anticodon
7. De tRNA molecule vervoert een bijpassend specifiek
aminozuur
8. Het proces verloopt codon na codon, tot aan het stopcodon.
Dan is de instructie van het volledige gen gecodeerd naar
aminozuren (eiwit kan worden gevormd).
9. De aminozuurketting wordt verder gemodificeerd, met als
resultaat een gevormd eiwit
Van DNA naar De genetische code wordt overgeschreven worden naar mRNA
eiwit (messenger RNA). Dat wel de kern kan verlaten, omdat DNA niet door
het kernmembraan in het cytoplasma (ribosomen) kan.
Eerste stap:
- Het DNA opent lokaal waterstofbruggen tussen de basen
worden tijdelijk verbroken
- RNA-polymerase bindt aan het DNA + maakt een
complementaire mRNA streng

Documentinformatie

Geüpload op
18 augustus 2026
Aantal pagina's
44
Geschreven in
2026/2027
Type
Samenvatting
€7,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
2
Laatst verkocht
-


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen