I. HET GRONDPLAN
HOOFDSTUK 1: OVERZICHT VAN DE STAATSRECHTELIJKE PRINCIPES
Hoe hebben deelstaten inspraak in het federaal recht (grondwet, bijzondere meerderheidswet en eventueel
gewone wet)?
1. Senaat moet grondwetsherziening en bijzondere meerderheidswetten mee goedkeuren
2. Onrechtstreeks inspraak via de taalgroepen
Federaal recht: grondwet, bijzondere meerderheidswet en gewone wet
Constitutionalism: de overheid is onderworpen aan materiële grondwettelijke principes die haar beperken en
die overheidswillekeur tegengaan.
Hoe evolueerde België zich in de grondwet?
1. 1831 – representatieve democratie + soevereiniteit bij de natie (geen onderscheid tussen volk en natie)
2. Meerderheidsmodel (enkelvoudig stemrecht) à gevolg regionalisatie politieke partijen
3. Consensusdemocratie (geen referenda)
4. Directe democratie (volksraadplegingen mogen door gewesten)
à Geen deliberatief concept of participatiemodel (taak GwH)
Smeerkaasarrest à Hof van Cassatie 27 mei 1971
Hierin geeft het hof voorrang aan het rechtstreeks werkende internationale en Europese
gemeenschapsrecht.
Gevolg: alle rechters zijn nu bevoegd om formele wetten aan internationale rechtsregels te toetsen.
Sociale welvaartstaat/verzorgingsstaat: de overheid neemt de primaire verantwoordelijkheid op om zorg te
dragen voor het welzijn van haar burgers.
Standstill beginsel: de overheid mag niet zonder grondige redenen van algemeen belang en op proportionele
wijze een regeling treffen die de bescherming van het leefmilieu in zijn geheel aanzienlijk vermindert ten opzichte
van de vorige situatie
Federale inrichting: krijgt de bevoegdheid om bepaalde taken op zich te nemen die ervoor zorgen dat de
machtsconcentratie voor wetten maken niet enkel bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers ligt.
Wat zijn de kenmerken van een eenheidsstaat volgens een statische benadering?
1. Centrale overheid is soeverein
2. Eventuele gedecentraliseerde besturen onder toezicht van centrale overheid
3. Lagere besturen nemen niet noodzakelijk deel aan centrale beslissingsmacht
4. Rechtstreekse werking en voorrang van centrale wetten
Wat zijn de kenmerken van een federale staat volgens een statische benadering?
1. Machtsdeling tussen een federale en een deelstatelijke rechtsordening via een bevoegdheidsverdeling
2. Autonome deelstaten met zelfstandige wetgevende en uitvoerende bevoegdheid
3. Participatie van deelstaten aan de federale beslissingsmacht
4. Gelijke rechtskracht van federale en deelstatelijke wetten. Meestal voorrang van federale wetten bij
concurrerende bevoegdheden (indien federale overheid en deelstaten beide bevoegd zijn voor een
materie)
Hoofdstuk 1: overzicht van de staatsrechtelijke principes 1
,Wat zijn de kenmerken van een confederale staat volgens een statische benadering?
1. Soevereine staten komen bij verdrag overeen dat de confederatie een aantal materies regelt voor hen
gezamenlijk
2. Soevereine staten met zelfstandige staatsmacht
3. Confederale beslissingen worden genomen met unanimiteit, eventueel met gekwalificeerde
meerderheid
4. Confederale beslissingen moeten worden omgezet in nationaal recht
Waarom is een statische benadering problematisch?
1. Niet in staat om meest gelaagde (multi-tiered) systemen onder te brengen, verwijst hen dan meteen
naar een amorfe categorie van hybriden
2. Houdt te strikt vast aan welbepaalde instellingen
3. Houdt geen rekening met de eigen dynamiek van multinationale en gefragmenteerde systemen
4. Niet in staat de dynamiek van federale systemen te vatten
Hoe worden de verschillende staatsvormen gerangschikt volgens een dynamische benadering?
Hoog – Laag Hoog – Medium Hoog – Hoog
Integrationistisch systeem Federatie type 1 Federatie type 2
Cohesie
Medium – Laag Medium – Medium Medium – Hoog
Consociationeel systeem Regionaal systeem Confederatie
Laag – Laag Laag – Medium Laag – Hoog
Eenheidsstaat Gedecentraliseerd systeem Politieke asociatie
Subnationale autonomie
Hoofdstuk 1: overzicht van de staatsrechtelijke principes 2
,HOOFDSTUK 2: OVERZICHT VAN DE STAATSRECHTELIJKE INSTELLINGEN
Parlementair systeem: de regering is de emanatie van de verkozen wetgevende organen. Ze moet het
vertrouwen hebben van de meerderheid, die haar controleert en die haar tot ontslag kan dwingen.
Hoe evolueerde de functies van de Senaat?
1. 1831 – reflectiekamer en conservatief tegengewicht. Bemiddelende rol tussen Koning en Kamer. Werd
gezien als een aristocratische kamer
2. Evolutie naar een gelijkaardige politieke samenstelling tussen Kamer en Senaat. Hierdoor niet echt
meer een meerwaarde (tijdverlies)
3. 1993 – hervorming senaat. Reflectiekamer en ontmoetingsplaats.
- Verschillende senatoren:
o Rechtstreeks verkozen
o Uit de gemeenschapsparlementen
o Gecoöpteerde senatoren
o Van rechtswege
- Verschillende wetgevingsprocedures:
o Asymmetrisch bicameraal (beperkte inspraak)
o Symmetrische procedure (gelijke inspraak senaat)
o Unicamerale procedure (geen inspraak senaat)
- Kritiek:
o Politiek hetzelfde samengesteld
o Gemeenschapssenatoren weerspiegelen de politieke machtsverhouding van de
gemeenschappen niet (geen inspraak gemeenschappen)
4. 2011 – deelstatenkamer
- Voorwaarden
o Deelstaten werkelijk vertegenwoordigen
o Moet kunnen doorwegen (niet vervuld, nauwelijks bevoegdheden)
Wanneer kan de Kamer vroegtijdig ontbinden?
1. Grondwetsherziening
2. Onbezette troon
3. Politieke crisis
- Koning kan de Kamer ontbinden
o Niet-constructieve motie van wantrouwen aangenomen
o Niet-constructieve motie van vertrouwen verworpen
- Koning kan de Kamer ontbinden mits instemming Kamer
o Federale regering neemt ontslag
Tijdens de verkiezingscampagnes voor de verkiezing van 2024 stelde verschillende partijen ideeën voor, voor de
toekomst van de Senaat.
1. Mensen rechtstreeks laten participeren in een Kamer
2. Federale functie: Senaat die deelstaten vertegenwoordigt en op basis van hun in overleg verkregen
standpunt kan wegen op de federale wetgeving, zorgt voor (institutionele) samenhang
3. Directe inspraak van gemeenschappen en gewesten via een individueel veto zonder overleg
4. Confederaal model: twee deelstaten beslissen over een beperkte set van gemeenschappelijke
aangelegenheden en hebben elk een veto.
5. Onafhankelijk Vlaanderen zonder Senaat en Kamer
Hoofdstuk 2: overzicht van de staatsrechtelijke instellingen 3
, Om de Senaat af te schaffen rijzen er heel wat grondwettelijke problemen, bij welke taken vereist er een
aanpassing om de senaat te kunnen afschaffen?
1. De goedkeuring van de grondwetsherziening (art. 195 GW)
2. De goedkeuring van (bijzondere meerderheids)wetten die de structuur van de staat raken (art. 77, eerste
lid, 4° GW)
3. De samenstelling, bevoegdheden en werking van het Grondwettelijk Hof (art. 32 Bijz.W. GwH)
4. De regeling van belangenconflicten (art. 143, §2 GW)
5. De benoeming van de helft van de leden van de Hoge Raad voor de Justitie (art. 151, §2, tweede lid GW)
Wat zijn de functies van het parlement?
1. Representatie
2. Wetgeving
3. Deliberatie
4. Controle
5. Financieringsfunctie
Trustee-model: de parlementsleden moeten zelf inzicht verwerven en belangen afwegen om de juiste
beslissingen te nemen en daarvoor verantwoording afleggen bij de volgende verkiezingen.
Lasthebbersmodel: parlementsleden moeten de instructies van de kiezers volgen (niet in België).
Descriptieve representatie: de kamer moet een afspiegeling van de bevolking zijn (genderquota en
taalgroepen, …).
Wat is de taak van de Koning in een wetgevingsprocedure?
1. Initiatief nemen door een wetsontwerp in te dienen bij de Kamer
2. Amendementen voorstellen
3. Wetten bekrachtigen die door het parlement zijn goedgekeurd
Waarom is het van belang dat de Kamer zich toch nog buigt over wat de regering voorlegt?
1. Geeft legitimiteit aan de wet
- Juridische gevolgen:
o De wet volgt een ander juridisch regime dan andere regelgeving
o Basis van het legaliteitsbeginsel
2. Zorgt voor transparantie door de openbaarheid van vergaderingen
3. Laat toezicht door de oppositie toe.
Wat zijn voordelen van het expliciteren van alle argumenten en belangenafwegingen?
1. Verhoogt het democratisch karakter van de wet
2. Kan burgers ervan overtuigen van wat redelijk is
3. Gebruiken ter interpretatie van de wet door juristen
4. Grondwettelijk hof kan het gebruiken om na te gaan of een onderscheid dat de wet maakt of een
inperking wel voldoende gerechtvaardigd is
Hirst à EHRM 6 oktober 2005
Centrale vraag: in hoeverre rust er op het parlement een juridische plicht om een debat te voeren over
de wetten die men stemt?
Een gedetineerde werd ontzegd van zijn stemrecht (art. 3 eerste Protocol EVRM) zonder dat het
parlement een debat voorde of aan een rechter de bevoegdheid had gegeven de casus te beoordelen.
Hoofdstuk 2: overzicht van de staatsrechtelijke instellingen 4