anouk vermeyen
hoofdstuk 1: economie als wetenschap
Hoofdstuk 2: onze economie in perspec9ef
Hoofdstuk 3: vraag en aanbod
Hoofdstuk 4: elas9citeiten en schokken
Hoofdstuk 5: speltheorie en marktwerking
Hoofdstuk 8: ondernemingen op outputmarkten
Hoofdstuk 9: ondernemingen op factormarkten
Hoofdstuk 11: overheidsinterven9e
hoofdstuk 12: onvolmaakte mededigen
Hoofdstuk 13: publieke goederen en externe effecten
Hoofdstuk 15: verdeling en herverdeling
Hoofdstuk 17: de na9onale rekeningen
Hoofdstuk 18: het bbp als maatstaf van de economische ac9viteit
Hoofdstuk 19: geld en het bankwezen
Hoofdstuk 23: de wisselkoers
Hoofdstuk 24: de vraagzijde en de reele sfeer
Hoofdstuk 25: het IS-LM-model (niet)
Hoofdstuk 26: AV-AA-inflatie
1
,hoofdstuk 1: economie als wetenschap
1. Onderwerp en invalshoek
2. De positieve wetenschap van de keuze
2.1 Economische agenten en hun activiteiten
2.2 Het rationele-keuzemodel
2.3 Samenspel en uitkomsten
3. De normatieve wetenschap van evaluatie en beleid
1. onderwerp en invalshoek
enkele definities:
× ‘Economics is the study of economies.’
× ‘The science which studies human behavior as a relationship between ends and scarce means which
have alternative uses.’
× ‘Economics is the study of how human beings coordinate their wants and desires, given the decision-
making mechanisms, social customs, and political realities of the society.’
× ‘Political economy or economics is a study of mankind in the ordinary business of life; it examines that
part of individual and social action which is most closely connected with the attainment and with the use
of the material requisites of wellbeing.’ (Alfred Marshall)
→ Wat kunnen individuen en samenlevingen doen om welvarend te worden?
Economie:
Positieve luik (2.):
× een wetenschap die de samenleving bestudeert
× als samenspel van de keuzes van mensen
Normatieve luik (3.):
× evaluatie van de uitkomsten in termen van welvaart
× indien nodig: beleidsvoorstellen ter bijsturing
Niet het onderwerp, wel de invalshoek bepaalt de essentie van economie
2. de posi9eve wetenschap van de keuze
Economische agenten: personen en instellingen die beslissingen nemen betreffende activiteiten als
productie, consumptie, maar ook aan- en verkoop van goederen en diensten, sparen, het toestaan of
opnemen van leningen,...
3 soorten beslissingsnemers: gezinnen, ondernemingen, overheid
<- een eenvoudige economische kringloop
2
,Het rationele-keuzemodel:
× Iedereen probeert voor zichzelf het best mogelijke resultaat te bereiken: de homo economicus
× Enkele misverstanden over de rationele keuze:
o Niet alleen vanuit materieel eigenbelang, maar ook vanuit altruïsme, misantropie,... Iedereen
vult zelf in wat ‘het beste’ voor hen is
o Niet altijd perfect geïnformeerd à bij hoge informatiekost, is het rationeel om niet/onvolledig
te informeren
o Ook vaak keuzes door afspraken, gewoontes, sociale normen,...
o Niet enkel individuele, ook collectieve beslissingen
× Evenwicht en rationele keuze: bv. even lange wachtrijen in de supermarkt
× Samenspel en uitkomsten: bv. woonkeuze, prijzenoorlog,...
3. De norma9eve wetenschap van evalua9e en beleid
× ‘Economie is de wetenschap ... die de uitkomsten van dit samenspel evalueert in termen van welvaart
en, indien nodig, beleidsvoorstellen doet ter bijsturing’
× Welvaart: de mate waarin de leden van een maatschappij hun behoeften bevredigd zien (H2)
× Pareto-verbetering: wanneer de welvaart van minstens één individu verhoogt en niemand zijn welvaart
ziet achteruitgaan
× Pareto-efficiëntie: wanneer er geen Pareto-verbetering mogelijk is (geen verspilling)
× Verspilling moet vermeden worden, maar Pareto laat niet toe alle toestanden met elkaar te vergelijken:
waardeoordeel nodig, bv. welvaartsverdeling (80,20) vs (40,40)?
3
, Hoofdstuk 2: onze economie in perspectief
1. Wat is welvaart en waar komt ze vandaan?
1.1 Welvaart en consumptie
1.2 Productie
1.3 Toegevoegde waarde, inkomen, bbp en economische groei
1.4 Het bbp per capita, welzijn, welvaart en geluk
2. Welvaart en economische groei
2.1 Welvaart in historisch en geografisch perspectief
2.2 Niet alleen meer, maar ook anders
2.3 Beperkingen van het bbp per capita
3. Productiviteit als motor van onze welvaart
3.1 De speldenfabriek van Adam Smith
3.2 Het doemscenario van Malthus
3.3 Ricardo en de voordelen van internationale handel
1.1 welvaart en consump9e
× Welvaart van een maatschappij hangt af van de behoeftebevrediging (consumptie) van de leden van die
samenleving (consumenten)
× Sparen = niet-consumeren
o Sparen = uitgestelde consumptie
o Toename van vermogen
× Consumptiegoederen:
o De meeste consumptiegoederen verdwijnen door ze te gebruiken: maaltijden, benzine,…
o Duurzame consumptiegoederen verslijten wel, maar worden niet onbruikbaar: smartphone,
kleding, woonhuizen, auto’s,…
1.2 productie
× Productie omvat alle activiteiten waardoor
o goederen en diensten tot stand gebracht worden, en
o op de gepaste tijd en plaats ter beschikking worden gesteld
× Productieproces: zet inputs om in output
× Inputs:
o Lopende inputs
o Productiefactoren: bijv. arbeid en kapitaal
× Eenvoudig voorbeeld: een broodjeszaak
à het productieproces zet imputs om in outputs
4