1. Definieer in eigen woorden het begrip ‘concept’. Licht toe aan de hand van eigen voorbeeld
uit het atelier.
persoonlijks, geeft antwoord op een probleemstelling; het is uw keuze, standpunt of
verantwoording.
Het kan ook meer informatie geven over je ontwerp/ je ontwerp kan erop gebasseerd zijn-
iets dat je naartoe kan terugkeren als je vastzit met ideeën
Vb: Mijn ontwerp had als hoofdkleuren type groen, groen had ik afgeleid uit het idee dat mijn
ontwerp stond in een groene omgeving. Om de natuur naar binnen te brengen nam ik het
kleur van wat natuur voor staat…
2. Bespreek schematisch
het ontwerpproces van de interieurvormgever of architect. Welke fasen kan je hierin
onderscheiden en hoe verhouden deze fases zich tegenover elkaar? Welke verbanden
bestaan er tussen deze fases
,
, 3. Waarom is het ontwerpproces iteratief?
iteratief= terugkerend
Het ontwerpproces herhaalt zich in stappen om stap voor stap het beste ontwerp te bereiken.
4. Ontwerpen kan soms een paradoxale activiteit zijn. Leg uit en pas toe op eigen ervaringen.
In het begin van het ontwerpproces is het belang van de beslissing het groots, maar de kennis
het kleinst. Naarmate het proces evolueert neemt de kennis toe en neemt het belang van de
beslissingen af. Dit zorgt voor een paradox. Voor een beter ontwerpproces moet de kennis
vanaf het begin groot zijn.
Vb: Tijdens de atelier opdrachten krijgen we de taak eerst een analyse te maken van de
omgeving die ons helpt en mee evolueert met ideeën in ons ontwerp in de toekomst.
5. Leg grafisch en schematisch met zo min mogelijke woorden uit op welke verschillende
manieren je vormreeksen (afgeleide vormen) zouden kunnen ontwikkelen vanuit de
basisvormen. Gebruik schetsen om deze te verduidelijken
!!!!!!!gebruik tekeningen die je hebt geleerd!!!!
additie van vormen:
- toevoeging
subtractief van vormen:
- weglating