INSOLVENTIERECHT
Schematisch overzicht — Insolventie, Zekerheden en Executierecht
1. Grote lijnen: de "verdwijning" van de onderneming
Ondernemingen kunnen vrijwillig of gedwongen verdwijnen (= discontinuïteit); daartussen bestaat een waaier aan intermediaire, op
continuïteit gerichte mechanismen.
Type verdwijning Kenmerken
Natuurlijke persoon: stopzetting. Rechtspersoon: ontbinding en vereffening (activa realiseren,
schuldeisers voldoen, saldo naar de aandeelhouders). Kan in België ook deficitair zijn — dan
Vrijwillige verdwijning
moet de ondernemingsrechtbank het vereffenings-/verdelingsplan goedkeuren, en kunnen
schuldeisers de zaak altijd naar het faillissement duwen
Faillissement, of (nieuw) de gerechtelijke ontbinding als volwaardig alternatief — sneller en
Gedwongen verdwijning
goedkoper, voor vennootschappen die volledig geblokkeerd zijn of als 'lege doos' achterblijven
Gericht op continuïteit van de rechtspersoon, of minstens van de ondernemingsactiviteit (bv.
Intermediaire mechanismen faillissement met behoud van vestigingen/personeel via overdracht). Vermijden
discontinuïteit, want die is economisch zeer destructief
Insolventielandschap sinds 1/9/2023 — van minst naar meest ingrijpend
Overdracht onder Besloten
Minnelijk akkoord Faillissement /
KOIM Gerechtelijke reorganisatie (GR) gerechtelijk gezag voorbereiding
(buiten GR) Gerechtelijke ontbinding
(OGG) faillissement (stil f.)
Besloten procedure GR Openbare procedure GR
Minnelijk akkoord Collectief akkoord (KMO / andere) Minnelijk akkoord Collectief akkoord (KMO / andere)
Breuklijn binnen de GR: links = redden van de rechtspersoon (reorganisatie); rechts = liquidatie ervan (OGG is een hybride die als
reorganisatie start maar mikt op verkoop + liquidatie). Stil faillissement lijkt op een OGG, maar leunt inhoudelijk dichter aan bij het
faillissement.
2. Preventie en vroegtijdige signalering
2.1 Depistage / KOIM (Kamers voor Ondernemingen in Moeilijkheden)
Aspect Inhoud
Art. XX.25 WER — opvolger van de 'depistage'-kamers voor handelsonderzoek (WGA
Grondslag
1997); onderdeel van elke ondernemingsrechtbank, vooral lekenrechters
Algemene opvolging van ondernemingen (continuïteit + bescherming schuldeisers) +
Taken ambtshalve onderzoek bij bedreigde continuïteit, o.b.v. 'knipperlichten' uit het Centraal
register KNICLI (beperkte toegang)
Informele procedure — geen vonnis/arrest, wel oproeping (geen verschijningsplicht); 2×
Werking
geen gevolg geven aan de oproeping = grond voor gerechtelijke ontbinding
Gevolg bij vaststelling KOIM kan dossier overmaken aan de procureur des Konings of de voorzitter van de
faillissementsvoorwaarden ondernemingsrechtbank
1
, Deel Insolventierecht — Schematisch overzicht
Aspect Inhoud
Onderneming kan zelf naar de KOIM om onderhandelingen met schuldeisers (incl.
Nieuw: onderzoek op verzoek van de
fiscus/RSZ) te faciliteren; akkoord wordt vastgelegd in een PV waaraan een formulier van
schuldenaar (art. XX.29/1 WER)
tenuitvoerlegging kan worden gehecht (= meteen een uitvoerbare titel)
2.2 Bewarende maatregelen (kunnen doorheen de hele procedure)
Maatregel Op verzoek van Voorwaarden Kern
Schuldenaar, 'Herstructureringsdeskundige' faciliteert
Ondernemingsbemiddeling
aangesteld door Sterk voluntaristisch minnelijke reorganisatie; kosten genieten
(art. XX.29/2 WER)
KOIM het voorrecht van de gerechtskosten
Kennelijk grove tekortkoming
Elke Aangesteld vóór start van een procedure
Herstructureringsdeskundige van bestuur OF
belanghebbende door de Vz. Orb.; kan later in de GR
(art. XX.30 WER) onbestuurbaarheid + gevaar
of OM verdergezet worden
voor continuïteit
Elke Neemt tijdens de GR het volledige
Voorlopig bewindvoerder I
belanghebbende Kennelijk grove fout van bestuur (juridische) bestuur over — ook mogelijk
(art. XX.49/1 WER)
of OM t.a.v. natuurlijke personen
Gehele of gedeeltelijke beheersontneming
Elke Ernstige aanwijzingen dat (bescherming derden te goeder trouw);
Voorlopig bewindvoerder II
belanghebbende, faillissementsvoorwaarden kan zelf geen aangifte van faillissement
(art. XX.32 WER)
OM, of ambtshalve vervuld zijn doen; termijn 21 dagen om te dagvaarden,
opdracht max. 4 maanden
2.3 Buitengerechtelijk minnelijk akkoord (art. XX.37-38 WER)
Aspect Regeling
Sinds kort volstaat één schuldeiser (vroeger minimum twee); partijen bepalen de inhoud vrij (uitstel,
Voorwaarden
nieuwe zekerheden...); neerlegging in RegSol
Bindend voor de partijen; onaantastbaar bij een later faillissement — behalve bij handelingen om
Gevolgen
niet of bedrieglijke benadeling van schuldeisers (faillissementspauliana)
Optioneel, op tegenspraak door één van de partijen, geeft eventueel een uitvoerbare titel; de
Homologatie
rechtbank kan weigeren bij gebrek aan overlevingskansen of schending van rechten van derden
3. Gerechtelijke reorganisatie (GR)
Doel: faillissementen voorkomen door tijdig in te grijpen, met behoud van (een deel van) de onderneming — geen curatele, wel
optionele begeleiding ('debtor in possession'). Sinds 1/9/2023 bestaan twee volledig verschillende opstartmodellen.
Openbare (klassieke) procedure Besloten procedure
Tijdelijk moratorium op de schulden ('opschorting') — Ondernemingswaarde redden zonder
Basisidee bescherming tegen schuldeisers om een akkoord te imagoschade — enkel gekende SE's worden
bekomen betrokken
Geen algemene opschorting; wel een optionele
Opschorting Algemene opschorting van rechtswege beperkte opschorting op verzoek (max. 4
maanden, voor alle of een deel van de schulden)
2
, Deel Insolventierecht — Schematisch overzicht
Openbare (klassieke) procedure Besloten procedure
Facultatieve bijstand door Verplichte bijstand door een
Bijstand herstructureringsdeskundige/voorlopig herstructureringsdeskundige, die onderhandelt
bewindvoerder met de SE's
Behandeling in raadkamer, maar bekendmaking bij
Openbaarheid Geheim — geen publiciteit
inwilliging (BS + individuele kennisgeving)
Na de voorbereidende Identiek aan de besloten procedure: minnelijk of Idem — via homologatie sluit de procedure aan
fase collectief akkoord (KMO/grote onderneming) bij het klassieke model
3.1 Start van de procedure (openbaar + OGG)
Toegangsvoorwaarden
Voorwaarde Inhoud
'Onderneming' (art. I.1, 1° WER) — niet de financiële sector; bestuur heeft geen AVA-
Personeel toepassingsgebied
goedkeuring nodig
Onmiddellijk of op termijn; louter prima facie-beoordeling (openportaalbenadering) — geen
Continuïteitsbedreiging (art. XX.45
levensvatbaarheidstoets bij de instap, wel nadien bij misbruik of als er al geen continuïteit
WER)
meer is
Vormt geen beletsel voor het verzoek — maar eenmaal effectief failliet verklaard is er geen
Staat van faillissement
weg terug
Geen algemene beoordeling van de 'verdienstelijkheid' van de onderneming (GwH heeft dit
Geen moraliteitstoets
vermeden)
Nieuwe aanvraag binnen 5 jaar: kan niet terugkomen op verworvenheden van SE's uit de
Recidive vorige procedure. Nieuwe aanvraag binnen 12 maanden: geen mini-opschorting (tenzij de
rechtbank anders beslist)
Verzoekschrift en mini-opschorting
Behandeling raadkamer (≤15
Verzoekschrift (RegSol) → Mini-opschorting → d.) + verslag gedelegeerd → Vonnis (≤8 d. na zitting)
rechter
Aspect Inhoud
Financiële toestand, jaarrekeningen, lijst schuldeisers e.d. — niet langer op straffe van niet-
Bijlagen
ontvankelijkheid
Brug tussen onderneming en rechtbank; beoordeelt ontvankelijkheid/gegrondheid en filtert
Gedelegeerd rechter (art. XX.42 WER)
manifeste misbruiken
Vanaf neerlegging tot het vonnis (max. ca. 23 dagen); geen faillietverklaring mogelijk;
Mini-opschorting verbod op tegeldemaking t.g.v. tenuitvoerlegging (maar reeds geplande verkopen kunnen,
mits binnen 2 maanden na het verzoekschrift, toch doorgaan — art. XX.44 WER)
Bij verwerping: schorsende werking (mini-opschorting blijft lopen). Bij inwilliging: geen
Hoger beroep
schorsende werking (procedure loopt gewoon verder)
3.2 De opschorting
Aspect Inhoud
Duur Observatieperiode: max. 4 maanden, verlengbaar tot max. 12 maanden (art. XX.59 WER),
3
, Deel Insolventierecht — Schematisch overzicht
Aspect Inhoud
mits verantwoord en met inachtneming van de belangen van alle partijen
Inventarisatie van de onderneming (mededeling/betwisting schuldvorderingen) + opmaak
Doel
van het reorganisatieplan
Geldt voor alle 'schuldvorderingen in de opschorting' — ontstaan vóór het vonnis, of t.g.v.
Moratorium (art. XX.50 WER) het verzoekschrift/de procedure zelf. Geldt voor gewone én buitengewone SE's (= SE met
zakelijke zekerheid of SE-eigenaar)
'Nieuwe' schuldvorderingen; bij opeenvolgende prestaties het deel na de opening van de
Niet in de opschorting
procedure; borgen/medeschuldenaars blijven principieel aanspreekbaar
Zowel bewarend als uitvoerend, vanaf het vonnis, voor schulden in de opschorting;
Verbod beslagleggingen (art. XX.51
vroegere beslagen behouden hun bewarende werking; opheffing mogelijk bij kennelijke
WER)
benadeling zonder gevaar voor de continuïteit
Mogelijk indien vereist voor de continuïteit — bij later faillissement niet meer aanvechtbaar
Vrijwillige betaling (art. XX.53 WER)
als verdachte handeling
Lopende overeenkomsten tijdens de opschorting
Aspect Regel
Continuïteit — dwingend recht, ondanks andersluidende contractuele bepaling; geen verbod
Basisprincipe (art. XX.56 WER)
op ontbindende voorwaarden die naar de procedure verwijzen
Kan een lopende overeenkomst zelf niet langer uitvoeren indien nodig voor de reorganisatie
Recht van de schuldenaar
— wederpartij kan zich beroepen op de ENAC
Geneutraliseerd tijdens de opschorting (met mogelijkheid om de werkelijke schade te
Schadebedingen
bewijzen)
Gewone sanctiemechanismen blijven gelden (ontbinding mogelijk), maar geen
Wanprestatie vóór de procedure ontbindingsrecht als de schuldenaar de wanprestatie binnen 15 dagen na ingebrekestelling
ongedaan maakt; geen dwanguitvoering behalve voor nieuwe schulden
Opeenvolgende prestaties ná Vormen een nieuwe schuld; schuldenaar kan wél opschorten (behalve
opening arbeidsovereenkomsten); wederpartij kan reageren met ENAC (niet ontbinding)
Einde van de opschorting: minnelijk of collectief akkoord
Minnelijk akkoord (≥1 SE, of: Collectief akkoord
Opschorting geopend → individuele instemming) → (democratie van de SE's) → Homologatie → Uitvoering plan
Minnelijk akkoord (art. XX.64 Collectief akkoord — grote
Collectief akkoord — KMO
WER) onderneming
Iedereen in het plan, ook wie
Wie is gebonden Enkel de betrokken SE's tegenstemde (meerderheid bindt Idem, per categorie
minderheid)
< 250 werknemers, < € 40 mio
omzet, < € 20 mio balanstotaal (op
Drempel groot vs. ≥ 2 van de 3 criteria gedurende 2
— groepsbasis) — anders 'groot';
KMO opeenvolgende boekjaren
kleine onderneming kan vrijwillig
kiezen voor het groot-regime
Dubbele meerderheid: per hoofd
Categorieën van
(aanwezigen) én naar bedrag van
SE's/kapitaalhouders;
Stemming N.v.t. — conventioneel de schuldenberg; buitengewone SE
meerderheid per categorie, enkel
stemmen apart (individuele
naar bedrag
instemming vereist)
4