economie
Hoofdstuk 1: “Wat is Politieke
Economie?”
Wat is politieke economie?
Politieke economie onderzoekt de interactie tussen politieke en economische verschijnselen
Toepassing van Laswell's definitie van politiek – “Who gets what, when and how?” – op
de economie
Comparatieve Politieke Economie (CPE) en Internationale Politieke Economie (IPE)
Impact van sociale/politieke ontwikkelingen op de economie
Grote Financiële Crisis 2008
Inflatiecrisis van 2021-24
Impact van economische ontwikkelingen op politiek en maatschappij
Opkomst van populisme in westerse democratieën door toenemende sociaal-
economische onzekerheid en/of verlies in sociaal-economische status (ten gevolge van
economische globalisering, bezuinigingspolitiek, ... )
Voorbeelden van relatie populisme en economische toestand
Austerity: restrictief beleid = besparingen
Golden age van kapitalisme (tem 1970)
Nieuwe recepten gezocht
Banken dereguleren,…
Neoliberalisme
1
, …
1.1 Economische paradigma’s als intellectuele
fundering van ideologieën
Mercantilisme (ca. 16e - 18e eeuw) Klassieke Economie (late 18e eeuw)
De verschuiving: Landen probeerden zoveel mogelijk goud te verzamelen door import te
blokkeren (protectionisme). Adam Smith en David Ricardo reageerden hierop: zij stelden dat de
economie juist groeit als je de markt vrijlaat en handelt met het buitenland.
Resultaat: De overstap van economisch nationalisme naar klassiek liberalisme.
Klassieke Economie Keynesianisme (jaren 1930 - 1970)
De verschuiving: De vrije markt stortte volledig in tijdens de Grote Depressie van de jaren 30. De
'onzichtbare hand' loste het niet op. John Maynard Keynes zei toen: de OH moet ingrijpen en
geld uitgeven om de economie te redden.
Resultaat: De opkomst van de Keynesiaanse verzorgingsstaat en de sociale democratie.
Keynesianisme Neoklassieke Economie / Neoliberalisme (jaren 1980 - heden)
De verschuiving: In de jaren 70 ontstond er hoge inflatie én hoge werkloosheid (stagflatie). Het
Keynesiaanse model werkte niet meer. Economen als Milton Friedman zeiden: de OH is te groot
en te traag geworden. We moeten terug naar de basis van de vrije markt (deregulering en
privatisering).
Resultaat: De staat verandert van een verzorgingsstaat in een competitiestaat: de OH grijpt niet
meer in om burgers te beschermen, maar richt zich puur op het aantrekkelijk maken van het land
voor internationale bedrijven en kapitaal.
Pluralistische wetenschap
2
, Neoklassieke school (rechtse economen) dominante stroming
Supply side orientation: Stelt dat lange termijn eco groei komt uit bedrijven
Alles doen dat bedrijven uitkomt, later plukt iedereen de vruchten
Heterodoxe scholen (linkse economen)
Vraag moet ook gestimuleerd worden economie om eco groei te krijgen op lange termijn
Wat bepaalde Links-Rechts verschil in economie ?
1. Standpunt over staatsinterventionisme
Nood van staatsinterventionisme = links
Vermijden van staatsinterventionisme en veel markt = rechts
2. Angst ten opzichte van inkomensongelijkheid
Veel zorgen = links
Weinig zorgen = rechts
Wat prof belangrijk vindt:
Neoklassieke school verkoos maatregelen die:
Herverdelingsgevolgen hebben gehad voor inkomensongelijkheid
Niet voordeling waren voor onze eco groei
Zijn mening volgens Post-keynesiaanse theorie
1.2 Maatstaven van ongelijkheid
A.persoonlijke inkomensdistributie
Gini-index (gebruikte maatstaf voor publicatie van Piketty)
Meet in hoeverre de actuele distributie van het beschikbare huishoudelijk inkomen verschilt van de
situatie waarin ieder huishouden hetzelfde inkomen heeft
0 = perfecte gelijkheid 1 = perfecte ongelijkheid
Inkomen uit arbeid en kapitaal
Lorenz curve (niet op examen)
X-as: nationaal inkomens aandeel van elke groep
Y-as: gezinnen geordend obv inkomen van laag naar hoog
20% minst verdieners heeft aandeel van 5%
GINI= A/A+B
Conclusies uit de gini-index
Angelsaksische landen hogere niveaus van ongelijkheid dekken
3