SAMENVATTING PSYCHOLOGIE 2025-2026
DEEL 1: PSYCHOLOGIE ALS WETENSCHAP
- Je kan de definitie van psychologie geven
- Je kent de 3 criteria voor wetenschappelijkheid
- Je kent de 5 stappen van de wetenschappelijke procedure
- Je kan de volgende begrippen toepassen: Significantie, betrouwbaarheid, validiteit, representativiteit
- Je begrijpt wat convergerende evidentie is
DEFINITIE VAN PSYCHOLOGIE
Psychologie ≠ mensenkennis
Verschil: Psychologie is een wetenschap en stelt bepaalde eisen aan kennis.
Gemeenschappelijk: interesse in menselijk gedrag en het ontstaan ervan
Definitie: Psychologie is… de wetenschappelijke studie van het gedrag en de onderliggende mentale
processen.
Belangrijke elementen in de definitie: wetenschappelijkheid, studie, gedrag, mentale processen
ELEMEN TEN VAN DE DE FINIT IE:
1. GEDRA G:
Definitie: Gedrag is…
- een zinvolle reactie
- op een zinvolle stimulus
onderscheid 1:
- betekenisloze stimulus
bv. “Er is veel wind.”
- zinvolle stimulus = persoon geeft/gaf betekenis aan de stimulus
bv. “Ik vind veel wind onaangenaam.”
Onderscheid 2:
- automatische fysiologische reactie
bv. “Ik krijg kippenvel van de wind.”
- zinvolle reactie
bv. “Ik blijf niet stilstaan in de wind, ik wandel naar een aangenamere plek.”
Onderscheid 3:
- objectief waarneembaar
- subjectieve informatie en interpretatie: de interne processen (die ervoor zorgen dat een stimulus
betekenis krijgt en een zinvolle reactie opwekt)
we kunnen dit niet objectief waarnemen, we interpreteren, hebben meer informatie nodig…
deze interne processen sturen zinvolle reacties aan
2. DE WETE NSC HA PPELIJ KHEID (WA T M AAKT PSY CHOLO GIE TOT WETE NSC HA P?):
CRITERI A:
1. Gegevens zijn objectief waarneembaar
= bevindingen zijn onafhankelijk van de onderzoeker/ied. Zou tot dezelfde bevindingen moeten kunnen
komen met eenzelfde onderzoeksmethode
2. Bevindingen zijn resultaat van systematische observatie ( <> toevallige observatie)
= methode vastleggen, beschrijven…
3. Uitspraken zijn eenduidig
= andere verklaringen voor eenzelfde verband zijn uitgesloten door eenduidige verwoording
WETE NSC HA PPELIJ KE METHODE :
1
, Wordt gebruikt om aan criteria te voldoen.
5 stappen om psychologische theorie te toetsen volgens Zimbardo:
Stap 1: Ontwikkelen van hypothese)
Vooronderstelling over hoe 1 of meerdere factoren zich tegenover elkaar verhouden
verband tussen variabelen
Stap 2: verband onderzoeken in gecontroleerd experiment)
onderscheid maken tussen onafhankelijke en afhankelijke variabelen
onafhankelijke variabelen: deze gaan we ‘manipuleren’ om een verandering te verkrijgen bij de
afhankelijke variabelen
afhankelijke variabelen: variëren afhankelijk van condities van de onafhankelijke variabelen
Stap 3: onderzoeksresultaten op objectieve manier verzamelen)
wees objectief, vermijd subjectiviteit (enkele resultaten opmerken die de hypothese zouden bevestigen)
Bv. elke les aanwezigheid opnemen door een neutrale persoon <> tijdens het examen vragen aan de student hoeveel lessen hij/zij heeft bijgewoond
Stap 4: Analyse van de gegevens)
bevestigen de verzamelde date de hypothese of juist niet?
Stap 5: Bekendmaken en (be)discussiëren van resultaten)
representativiteit – was de betrokken groep wel een goede vertegenwoordiging van de gehele groep
waarover men een uitspraak doet?
Significantie – Is er voldoende verband tussen onafhankelijke en afhankelijke variabele/is het verband niet
te verklaren door toeval?
Bv. Stel dat er in de groep die alle lessen volgt slechts 1 persoon meer geslaagd is dan in de groep die geen les gevolgd heeft. Dat verschil is
wel erg klein om betekenisvol te zijn. Het is niet significant genoeg.
Betrouwbaar(heid) – bekom je dezelfde resultaten bij hetzelfde onderzoek, mocht je dit op een ander
tijdstip of met een andere steekproef doen?
Validiteit – heb je wel gemeten wat je wou meten?
Bv. Ik heb 2 belangrijke begrippen in dit experiment. De les bijwonen en slaagkans. Als ik laat aantekenen of een student fysiek aanwezig was,
heeft die de les dan wel bijgewoond? Heb je de les ook bijgewoond als je een tijdschrift zat te lezen, te praten, te smsen, te dromen,… Ben je
geslaagd als je 50% behaalt? Ben je dan even geslaagd dan wanneer je 80% behaalt?
DOELS TELLIN GEN VAN PSY CHOLO GIE :
Het doel van theoretische en toegepaste psychologie is anders.
Theoretische psychologie heeft drie doelstellingen:
1. beschrijven: vooraleer een onderzoeker vragen kan beantwoorden moet hij de fenomenen eerst
nauwkeurig omschrijven
2. verklaren: oorzaken van verschijnselen opzoeken
3. voorspellen: als we de oorzaak van een fenomeen kennen, weten we ook dat de gevolgen zich zullen
herhalen, indien de oorzaak nogmaals optreedt (maar menselijk gedrag is onmogelijk volledig samen
te brengen in wetmatigheden)
doel van toegepaste psychologie: gedrag beïnvloeden
3. MEN TALE/I NTER NE PR OCE SSEN
= niet zomaar waar te nemen en dus moeilijk toetsbaar (Bv. depressie is niet meetbaar)
Experimentele psychologie: proberen interne processen toetsbaar te maken
Dus hierbij speelt: validiteitsvraag (meetbaarheid/meten we het juiste)
4. STUDIE
Convergerende evidentie = hoe meer verschillende onderzoeksresultaten in dezelfde richting wijzen, hoe
dichter we bij de waarheid (denken te) komen.
2
,GESCHIEDENIS VAN DE PSYCHOLOGIE
- Je weet dat structuralisme en functionalisme twee stromingen zijn die de vroege psychologie vorm hebben gegeven.
- Je kan in eigen woorden het verschil in focus tussen functionalisme en structuralisme benoemen.
- Je kan voorbeelden geven van verschillende invalshoeken in de psychologie.
- Je kan voor de verschillende invalshoeken in 1 à 2 woorden benoemen waarop de focus gelegd wordt.
DE VROE GE PSYC HO LO GIE
STRUC TURALI SME : (structuralisten) zoeken naar de bouwstenen en structuur van de menselijke psyche
1879 – psycholoog Wilhelm Wondt: eerste psychologische laboratorium in Leipzig, geïnspireerd door recente
ontdekkingen in de chemie.
FUN CTIONALIS ME : Hoe kan het bewustzijn helpen om alledaagse problemen te beteren?
Mentale processen als adaptieve functies – menselijke geest helpt overleven en aanpassen.
VERSC HILLE NDE INV ALSHOE KE N
BIOL OGI SC HE INV ALSHOE K : Rol van erfelijkheid, zenuwstelsel, endocriene stelsel… in het gedrag
Bv. studie van hersengolven, neurologische aandoeningen… met betrekking tot ons gedrag.
EVOLU TIONAIRE IN VALS HOE K : verklaren van gedrag door de theorie van Darwin, overerving van
voorouders, natuurlijke selectie…
Psychische en lichamelijke kenmerken als antwoord op uitdagingen van de omgeving – overleving en
voortplanting van de aangepasten.
COGNITI EVE INV ALS HOE K : Interpretatie van gedrag als verklaring.
Welke mentale processen beïnvloeden gedrag? + verwerking van externe stimuli als invloed.
PS YCHOD YNA MISC HE IN VALS HOE K : menselijke geest wordt gestuurd door energie in onze psyche
(verdrongen herinneringen, traumata…)
Freud, slaap als weg naar het onbewuste, psychotherapie/gesprekstherapie
HU MANIS TISC HE INVALS HO EK : nadruk op belang van vrije wil, drijfveren, gevoelens, zelfbeeld
Weg van het koele wetenschappelijke denken: Rogers en Maslow.
HEDE NDAA GSE PSY CHOLO GIE
- Je weet wat eclectisch werken in de psychologie inhoudt.
- Je kan de vier belangrijke evoluties in de psychologie benoemen.
- Je kan kort in eigen woorden uitleggen wat deze evoluties betekenen.
BELAN GRIJ KS TE EV OLUTIE S IN HEDENDA AGSE PS YC HOL OGIE :
1.ECLEC TISC H WE RKEN : gebruik maken van inzichten uit verschillende stromingen
Toegepaste psychologen ipv zuiver wetenschappelijke psychologen
2. BELAN G VA N DE BI OLO GIE :
- biologische kennis steeds belangrijker binnen de psychologie door ontdekkingen in geneeskunde, biologie
en neurologie.
- Erfelijkheid!
- Aangeboren eigenschappen die al bij geboorte aanwezig zijn + aangeboren eigenschappen die zich
manifesteren in een bepaalde periode (= imprinting1)
- Belang van de lichamelijke toestand voor conditie van de geest.
3. ON MISB AARHEID VA N CO GNI TIEVE PRO CESSE N : verwerken van informatie, het geheugen… wordt
nu (naast waarneembaar gedrag) ook bestudeerd
4. DE RELATI ONELE MENS : deel uitmaken van een groep… als invloed op onze psyche
TERREINEN IN DE PSYCHOLOGIE
- Je begrijpt het onderscheid tussen theoretische en toegepaste psychologie.
1
een snel, onomkeerbaar leerproces tijdens een specifieke, gevoelige levensfase
3
, - Je kan de verschillende deelgebieden van de theoretische psychologie van elkaar onderscheiden.
- Je kan voorbeelden van theoretische en toegepaste psychologie herkennen.
THE ORETI SC HE PSYC HO LO GIE
1. ALGE MENE PSY CHOL OGIE : studie van gedrag(sprocessen) van de ‘normale volwassen’ mens.
Voorbeelden: geheugen, waarneming, leerprocessen, motivatie, verbeelding…
2. DIFFERENTI ËLE, PER SO ONLIJ KHEIDS - EN INDIVIDUELE PS YCHOL OGIE : verschillen tussen mensen
en hun relatief constante persoonlijkheidskenmerken zoals karakter en aantal vaardigheden.
Verschillen vastgesteld, beschreven en verklaard door nature-nurture
basisvaardigheden en basiskaraktertrekken identificeren en de structuur ervan bestuderen
voorbeeld: onderscheid introverte en extraverte types
3. PS YCHOPAT HO LO GIE : studie van afwijkende gedragingen, gedrag van de psychisch gestoord mens
vroeger: scheiding tussen normaal en abnormaal
nu: normaal en abnormaal als extreme polen van één continuüm met ambivalente middenzone
4. SOCI ALE PSYC HO LO GIE : studie van gedrag van mens (en dier) als sociale wezens, in interactie met
soortgenoten.
groepsgedrag, groepsvorming…
5. CROS S- CULTURELE PS YCHOL OGIE : onderzoeken van culturele verschillen en gelijkenissen in het
menselijk denken, voelen en handelen.
TOE GEPASTE PS YC HOL OGIE
= kennis van theoretische psychologie toepassen om verhouding tussen mens en milieu te optimaliseren.
‘harmonie tussen individu en milieu’
Hoe wilt men dit bereiken:
1. Door het individu aan te passen aan het bestaande milieu
2. Door het milieu aan te passen een het individu/aan de mens
3. De juiste persoon op de juiste plaats zetten zonder aanpassingen.
Concrete voorbeelden van toegepaste psychologie:
- Forensische psychologie: psychologie wordt toegepast op recht en rechtspraak
Vergelijkbaar met forensische psychiatrie
- Gezondheidspsychologie: hoe kan men gedrag beïnvloeden dat gezondheidsbepalend is?
- Onderwijspsychologie: onderwijs optimaliseren
ONDERZOEKSMETHODEN IN DE PSYCHOLOGIE
- Je weet dat de psychologie gebruik maakt van uiteenlopende methodes om kennis te verzamelen.
- Je begrijpt het verschil tussen beschrijvende en verklarende onderzoeksmethodes
- Je herkent voorbeelden van onderzoeksmethodes herkennen.
- Je benoemt of een onderzoeksmethode beschrijvend of verklarend is.
- Je legt uit wat correlatie onderzoek inhoudt en kan voorbeelden van correlaties correct interpreteren.
BESC HRIJ VENDE METHODE S
= we beschrijven het gedrag zonder oorzakelijke verklaring te geven
GEVAL STUDIE : gedetailleerde beschrijving van bepaalde persoon, situatie of geval/case
Door observatie, testonderzoek, analyse levensgeschiedenis…
OBS ERVAT IE : observeren en beschrijven van gedrag in natuurlijke omgeving en in laboratorium/gecreëerde
situaties.
SURVEY (enquête, peiling): vragenlijsten over houdingen en opinies (uiteindelijk informatie veralgemenen)
Onderzoeksgroep moet representatief zijn om een uitspraak te doen!
DE (PSY CHOL OGIS CHE ) TEST : men moet reeks opdrachten oplossen/vragen beantwoorden.
Zo persoonlijkheidskenmerken meten, emotionele toestanden achterhalen…
Wetenschappelijke deskundigheid nodig om aan validiteit te voldoen.
Resultaten moeten betrouwbaar zijn.
VERKLARE NDE ME THODES
4
DEEL 1: PSYCHOLOGIE ALS WETENSCHAP
- Je kan de definitie van psychologie geven
- Je kent de 3 criteria voor wetenschappelijkheid
- Je kent de 5 stappen van de wetenschappelijke procedure
- Je kan de volgende begrippen toepassen: Significantie, betrouwbaarheid, validiteit, representativiteit
- Je begrijpt wat convergerende evidentie is
DEFINITIE VAN PSYCHOLOGIE
Psychologie ≠ mensenkennis
Verschil: Psychologie is een wetenschap en stelt bepaalde eisen aan kennis.
Gemeenschappelijk: interesse in menselijk gedrag en het ontstaan ervan
Definitie: Psychologie is… de wetenschappelijke studie van het gedrag en de onderliggende mentale
processen.
Belangrijke elementen in de definitie: wetenschappelijkheid, studie, gedrag, mentale processen
ELEMEN TEN VAN DE DE FINIT IE:
1. GEDRA G:
Definitie: Gedrag is…
- een zinvolle reactie
- op een zinvolle stimulus
onderscheid 1:
- betekenisloze stimulus
bv. “Er is veel wind.”
- zinvolle stimulus = persoon geeft/gaf betekenis aan de stimulus
bv. “Ik vind veel wind onaangenaam.”
Onderscheid 2:
- automatische fysiologische reactie
bv. “Ik krijg kippenvel van de wind.”
- zinvolle reactie
bv. “Ik blijf niet stilstaan in de wind, ik wandel naar een aangenamere plek.”
Onderscheid 3:
- objectief waarneembaar
- subjectieve informatie en interpretatie: de interne processen (die ervoor zorgen dat een stimulus
betekenis krijgt en een zinvolle reactie opwekt)
we kunnen dit niet objectief waarnemen, we interpreteren, hebben meer informatie nodig…
deze interne processen sturen zinvolle reacties aan
2. DE WETE NSC HA PPELIJ KHEID (WA T M AAKT PSY CHOLO GIE TOT WETE NSC HA P?):
CRITERI A:
1. Gegevens zijn objectief waarneembaar
= bevindingen zijn onafhankelijk van de onderzoeker/ied. Zou tot dezelfde bevindingen moeten kunnen
komen met eenzelfde onderzoeksmethode
2. Bevindingen zijn resultaat van systematische observatie ( <> toevallige observatie)
= methode vastleggen, beschrijven…
3. Uitspraken zijn eenduidig
= andere verklaringen voor eenzelfde verband zijn uitgesloten door eenduidige verwoording
WETE NSC HA PPELIJ KE METHODE :
1
, Wordt gebruikt om aan criteria te voldoen.
5 stappen om psychologische theorie te toetsen volgens Zimbardo:
Stap 1: Ontwikkelen van hypothese)
Vooronderstelling over hoe 1 of meerdere factoren zich tegenover elkaar verhouden
verband tussen variabelen
Stap 2: verband onderzoeken in gecontroleerd experiment)
onderscheid maken tussen onafhankelijke en afhankelijke variabelen
onafhankelijke variabelen: deze gaan we ‘manipuleren’ om een verandering te verkrijgen bij de
afhankelijke variabelen
afhankelijke variabelen: variëren afhankelijk van condities van de onafhankelijke variabelen
Stap 3: onderzoeksresultaten op objectieve manier verzamelen)
wees objectief, vermijd subjectiviteit (enkele resultaten opmerken die de hypothese zouden bevestigen)
Bv. elke les aanwezigheid opnemen door een neutrale persoon <> tijdens het examen vragen aan de student hoeveel lessen hij/zij heeft bijgewoond
Stap 4: Analyse van de gegevens)
bevestigen de verzamelde date de hypothese of juist niet?
Stap 5: Bekendmaken en (be)discussiëren van resultaten)
representativiteit – was de betrokken groep wel een goede vertegenwoordiging van de gehele groep
waarover men een uitspraak doet?
Significantie – Is er voldoende verband tussen onafhankelijke en afhankelijke variabele/is het verband niet
te verklaren door toeval?
Bv. Stel dat er in de groep die alle lessen volgt slechts 1 persoon meer geslaagd is dan in de groep die geen les gevolgd heeft. Dat verschil is
wel erg klein om betekenisvol te zijn. Het is niet significant genoeg.
Betrouwbaar(heid) – bekom je dezelfde resultaten bij hetzelfde onderzoek, mocht je dit op een ander
tijdstip of met een andere steekproef doen?
Validiteit – heb je wel gemeten wat je wou meten?
Bv. Ik heb 2 belangrijke begrippen in dit experiment. De les bijwonen en slaagkans. Als ik laat aantekenen of een student fysiek aanwezig was,
heeft die de les dan wel bijgewoond? Heb je de les ook bijgewoond als je een tijdschrift zat te lezen, te praten, te smsen, te dromen,… Ben je
geslaagd als je 50% behaalt? Ben je dan even geslaagd dan wanneer je 80% behaalt?
DOELS TELLIN GEN VAN PSY CHOLO GIE :
Het doel van theoretische en toegepaste psychologie is anders.
Theoretische psychologie heeft drie doelstellingen:
1. beschrijven: vooraleer een onderzoeker vragen kan beantwoorden moet hij de fenomenen eerst
nauwkeurig omschrijven
2. verklaren: oorzaken van verschijnselen opzoeken
3. voorspellen: als we de oorzaak van een fenomeen kennen, weten we ook dat de gevolgen zich zullen
herhalen, indien de oorzaak nogmaals optreedt (maar menselijk gedrag is onmogelijk volledig samen
te brengen in wetmatigheden)
doel van toegepaste psychologie: gedrag beïnvloeden
3. MEN TALE/I NTER NE PR OCE SSEN
= niet zomaar waar te nemen en dus moeilijk toetsbaar (Bv. depressie is niet meetbaar)
Experimentele psychologie: proberen interne processen toetsbaar te maken
Dus hierbij speelt: validiteitsvraag (meetbaarheid/meten we het juiste)
4. STUDIE
Convergerende evidentie = hoe meer verschillende onderzoeksresultaten in dezelfde richting wijzen, hoe
dichter we bij de waarheid (denken te) komen.
2
,GESCHIEDENIS VAN DE PSYCHOLOGIE
- Je weet dat structuralisme en functionalisme twee stromingen zijn die de vroege psychologie vorm hebben gegeven.
- Je kan in eigen woorden het verschil in focus tussen functionalisme en structuralisme benoemen.
- Je kan voorbeelden geven van verschillende invalshoeken in de psychologie.
- Je kan voor de verschillende invalshoeken in 1 à 2 woorden benoemen waarop de focus gelegd wordt.
DE VROE GE PSYC HO LO GIE
STRUC TURALI SME : (structuralisten) zoeken naar de bouwstenen en structuur van de menselijke psyche
1879 – psycholoog Wilhelm Wondt: eerste psychologische laboratorium in Leipzig, geïnspireerd door recente
ontdekkingen in de chemie.
FUN CTIONALIS ME : Hoe kan het bewustzijn helpen om alledaagse problemen te beteren?
Mentale processen als adaptieve functies – menselijke geest helpt overleven en aanpassen.
VERSC HILLE NDE INV ALSHOE KE N
BIOL OGI SC HE INV ALSHOE K : Rol van erfelijkheid, zenuwstelsel, endocriene stelsel… in het gedrag
Bv. studie van hersengolven, neurologische aandoeningen… met betrekking tot ons gedrag.
EVOLU TIONAIRE IN VALS HOE K : verklaren van gedrag door de theorie van Darwin, overerving van
voorouders, natuurlijke selectie…
Psychische en lichamelijke kenmerken als antwoord op uitdagingen van de omgeving – overleving en
voortplanting van de aangepasten.
COGNITI EVE INV ALS HOE K : Interpretatie van gedrag als verklaring.
Welke mentale processen beïnvloeden gedrag? + verwerking van externe stimuli als invloed.
PS YCHOD YNA MISC HE IN VALS HOE K : menselijke geest wordt gestuurd door energie in onze psyche
(verdrongen herinneringen, traumata…)
Freud, slaap als weg naar het onbewuste, psychotherapie/gesprekstherapie
HU MANIS TISC HE INVALS HO EK : nadruk op belang van vrije wil, drijfveren, gevoelens, zelfbeeld
Weg van het koele wetenschappelijke denken: Rogers en Maslow.
HEDE NDAA GSE PSY CHOLO GIE
- Je weet wat eclectisch werken in de psychologie inhoudt.
- Je kan de vier belangrijke evoluties in de psychologie benoemen.
- Je kan kort in eigen woorden uitleggen wat deze evoluties betekenen.
BELAN GRIJ KS TE EV OLUTIE S IN HEDENDA AGSE PS YC HOL OGIE :
1.ECLEC TISC H WE RKEN : gebruik maken van inzichten uit verschillende stromingen
Toegepaste psychologen ipv zuiver wetenschappelijke psychologen
2. BELAN G VA N DE BI OLO GIE :
- biologische kennis steeds belangrijker binnen de psychologie door ontdekkingen in geneeskunde, biologie
en neurologie.
- Erfelijkheid!
- Aangeboren eigenschappen die al bij geboorte aanwezig zijn + aangeboren eigenschappen die zich
manifesteren in een bepaalde periode (= imprinting1)
- Belang van de lichamelijke toestand voor conditie van de geest.
3. ON MISB AARHEID VA N CO GNI TIEVE PRO CESSE N : verwerken van informatie, het geheugen… wordt
nu (naast waarneembaar gedrag) ook bestudeerd
4. DE RELATI ONELE MENS : deel uitmaken van een groep… als invloed op onze psyche
TERREINEN IN DE PSYCHOLOGIE
- Je begrijpt het onderscheid tussen theoretische en toegepaste psychologie.
1
een snel, onomkeerbaar leerproces tijdens een specifieke, gevoelige levensfase
3
, - Je kan de verschillende deelgebieden van de theoretische psychologie van elkaar onderscheiden.
- Je kan voorbeelden van theoretische en toegepaste psychologie herkennen.
THE ORETI SC HE PSYC HO LO GIE
1. ALGE MENE PSY CHOL OGIE : studie van gedrag(sprocessen) van de ‘normale volwassen’ mens.
Voorbeelden: geheugen, waarneming, leerprocessen, motivatie, verbeelding…
2. DIFFERENTI ËLE, PER SO ONLIJ KHEIDS - EN INDIVIDUELE PS YCHOL OGIE : verschillen tussen mensen
en hun relatief constante persoonlijkheidskenmerken zoals karakter en aantal vaardigheden.
Verschillen vastgesteld, beschreven en verklaard door nature-nurture
basisvaardigheden en basiskaraktertrekken identificeren en de structuur ervan bestuderen
voorbeeld: onderscheid introverte en extraverte types
3. PS YCHOPAT HO LO GIE : studie van afwijkende gedragingen, gedrag van de psychisch gestoord mens
vroeger: scheiding tussen normaal en abnormaal
nu: normaal en abnormaal als extreme polen van één continuüm met ambivalente middenzone
4. SOCI ALE PSYC HO LO GIE : studie van gedrag van mens (en dier) als sociale wezens, in interactie met
soortgenoten.
groepsgedrag, groepsvorming…
5. CROS S- CULTURELE PS YCHOL OGIE : onderzoeken van culturele verschillen en gelijkenissen in het
menselijk denken, voelen en handelen.
TOE GEPASTE PS YC HOL OGIE
= kennis van theoretische psychologie toepassen om verhouding tussen mens en milieu te optimaliseren.
‘harmonie tussen individu en milieu’
Hoe wilt men dit bereiken:
1. Door het individu aan te passen aan het bestaande milieu
2. Door het milieu aan te passen een het individu/aan de mens
3. De juiste persoon op de juiste plaats zetten zonder aanpassingen.
Concrete voorbeelden van toegepaste psychologie:
- Forensische psychologie: psychologie wordt toegepast op recht en rechtspraak
Vergelijkbaar met forensische psychiatrie
- Gezondheidspsychologie: hoe kan men gedrag beïnvloeden dat gezondheidsbepalend is?
- Onderwijspsychologie: onderwijs optimaliseren
ONDERZOEKSMETHODEN IN DE PSYCHOLOGIE
- Je weet dat de psychologie gebruik maakt van uiteenlopende methodes om kennis te verzamelen.
- Je begrijpt het verschil tussen beschrijvende en verklarende onderzoeksmethodes
- Je herkent voorbeelden van onderzoeksmethodes herkennen.
- Je benoemt of een onderzoeksmethode beschrijvend of verklarend is.
- Je legt uit wat correlatie onderzoek inhoudt en kan voorbeelden van correlaties correct interpreteren.
BESC HRIJ VENDE METHODE S
= we beschrijven het gedrag zonder oorzakelijke verklaring te geven
GEVAL STUDIE : gedetailleerde beschrijving van bepaalde persoon, situatie of geval/case
Door observatie, testonderzoek, analyse levensgeschiedenis…
OBS ERVAT IE : observeren en beschrijven van gedrag in natuurlijke omgeving en in laboratorium/gecreëerde
situaties.
SURVEY (enquête, peiling): vragenlijsten over houdingen en opinies (uiteindelijk informatie veralgemenen)
Onderzoeksgroep moet representatief zijn om een uitspraak te doen!
DE (PSY CHOL OGIS CHE ) TEST : men moet reeks opdrachten oplossen/vragen beantwoorden.
Zo persoonlijkheidskenmerken meten, emotionele toestanden achterhalen…
Wetenschappelijke deskundigheid nodig om aan validiteit te voldoen.
Resultaten moeten betrouwbaar zijn.
VERKLARE NDE ME THODES
4