Inleiding
Normatieve ethiek
o Bestudeert de normen die ons individuele en collectieve handelen
sturen
o Bestudeert de grondslagen (funderingen, rechtvaardigingen) van die
normen
o De normatieve ethiek kan nog verder worden opgedeeld in ‘sociale
ethiek’ en ‘individuele ethiek’ …
2 rode lijnen
1) Wat is de verhouding tussen normen voor menselijk gedrag en
natuur
- Slavernij, is dat legitiem? Kon aan allebei de kanten geargumenteerd
worden (zowel afschaffing als legitimering)
- Seksuele moraal
- Wat is het goede? Ingaan tegen de natuur (nijlpaard die kind opeet)
Het is best om die band tussen natuur en ethiek door te knippen maar dat
kan niet helemaal
Wat goed handelen is voor de mens hangt ook samen met de menselijke
natuur sommige dingen zijn goed omdat ze bij onze natuur passen
2) De verhouding tussen individu en samenleving (de
individualistische samenleving)
- Geloof behoort tot privésfeer?
Historische achtergrond Mythische samenlevingen:
- Mythes reiken de mens een zelfbeeld aan
- Theoretisch verhaal over de aard van de werkelijkheid
- Schrijven voor het we moeten leven
Ze stabiliseren de samenleving omdat ze normen voor het menselijke
gedrag in een verhaal verankeren
Demythologisering 6de eeuw V.C :
- Kritiek op mythes (theoretisch vacuüm)
- Klein Azië, Griekenland
- Ethisch vacuüm: de natuurlijke overtuigingskracht van de
overgeleverde normen verzwakt, zonder dat er nieuwe normen
voorhanden zijn.
- Ontstaan van een democratie
1
, - Meer handel met verschillende volkeren waardoor de sociale orde
verschijnt als conventioneel, als een product van menselijke
afspraken en dus eigenlijk als iets wat ook anders zou kunnen zijn.
Het staat niet meer vast.
Socrates en het ethisch scepticisme
- Sofisten (Plato, Socrates)
- ethisch scepticisme (of ethisch relativisme): het ontkennen van
funderingen waarop normen steunen. Objectieve, universele
waarheid is niet mogelijk. Alles bestaat hooguit uit opinies.
- Eigenbelang efficiënt verdedigen en andere overtuigen van eigen
gelijk
- Gevaar: individuen zouden zomaar de regels en normen naast zich
kunnen neerleggen om zich radicaal toe te wijten aan hun
eigenbelang
- Hier wordt enkel de bindende kracht van de normen in twijfel
getrokken (of het individu eraan gebonden is. Parmentier Innes
- Socrates gaat in tegen de sofisten en stelt dat er wel degelijk
objectieve zekere kennis mogelijk is. Die bindend is voor individuen.
2
,Deel 1: wat is goed handelen
Hoofdstuk 1: Aristoteles en het natuurlijke
doel van de mens
1.1 Wat is ethische kennis
Aristoteles is geïnteresseerd in de samenhang van alle
wetenschapsdomeinen, maar is zich bewust van de eigenheid van elke
soort kennis
1. Theoretische wetenschappen (metafysica, natuurwtsn)
is het doel de kennis zelf en is het kennende subject toeschouwer
bij de wkh
2. Productieve wetenschappen (landbouw,geneeskunde)
product van het handelen en nemen we dus de houding aan van
producent
3. Praktische wetenschappen (ethiek of politiek)
het doel is het handelen zelf
Goed handelen vereist niet enkel praktijk maar ook een degelijk inzicht en
kennis, het is enkel in het goede handelen zelf, in de uitoefening ervan,
dat men het zedelijke goed kan begrijpen Ethische kennis vergt
opvoeding en vorming, betekenis van het goede bereikt men door
herhaaldelijk de juiste keuze te maken
Plato en Socrates
Idee van het goede kan langs intellectuele weg worden ontdekt
Aristoteles
Het zedelijke goede is een prakton agathon, een goed dat kan
bereikt worden in het handelen
De ethiek van Aristoteles sluit nauw aan bij bestaande opvattingen
- Eudemische ethiek
- Ethica Nicomacheia
- Politica
3
, 2 kernbegrippen
Eudaimonia: de kwaliteit van een leven dat ‘gelukkig of geslaagd’ is
Aretè: deugdelijkheid
1.2 wat is een geslaagd leven
3 opties
1. Leven gericht op plezier en zintuigelijk genieten
2. Leven gericht op het verwerven van een goede naam en reputatie
3. Leven gericht op het verwerven van kennis over het universum
waarin je je bevindt
Volgens Aristoteles kunnen we de vraag ‘hoe te leven’ echter op een
objectieve manier beantwoorden om die beste activiteit te vinden zal
hij onderscheid maken tussen poesis en praxis
Poesis: handelingen gericht op een doel buiten zichzelf, transitieve
activiteiten. Het resultaat is belangrijk. (Bv het bouwen van een huis)
Praxis : doel in zichzelf, immanente activiteiten. De activiteit zelf is
belangrijk. Doel van de activiteit is de activiteit zelf. Bv muziek spelen
Dit onderscheid is niet helemaal sluitend (Hoefsmid doet zijn jobmss
graag maar doel is om paar te laten rijden om oorloog te voeren we
voeren oorlog om SL in stand te houden)
Blijvende activiteiten die in dienst staan voor iets anders, als de keten
eindigt = hoogste doel, er is iets waar al ons handelen naar streeft =
geslaagd leven ( = eudaimonia)
Aristoteles hanteert hier duidelijk een teleologische redenering (= alles
heeft een doel in zich, en streeft dit na. Het doel is de volmaakte perfecte
vorm. Aristoteles gelooft dat elk wezen erop gericht is zijn vorm zo
volmaakt mogelijk te belichamen.
Wnr bereiken we volmaaktheid
Uitoefenen van zijn hoogste vermogen, namelijk de redelijkheid
Best mogelijke leven = leven gericht op nadenken en verwerven van
kennis
= niet enige manier om geslaagd leven te bereiekn
De mens is ook een politiek dier
We kunnen maar ten volle mens zijn in een goede gemeenschap
4
Normatieve ethiek
o Bestudeert de normen die ons individuele en collectieve handelen
sturen
o Bestudeert de grondslagen (funderingen, rechtvaardigingen) van die
normen
o De normatieve ethiek kan nog verder worden opgedeeld in ‘sociale
ethiek’ en ‘individuele ethiek’ …
2 rode lijnen
1) Wat is de verhouding tussen normen voor menselijk gedrag en
natuur
- Slavernij, is dat legitiem? Kon aan allebei de kanten geargumenteerd
worden (zowel afschaffing als legitimering)
- Seksuele moraal
- Wat is het goede? Ingaan tegen de natuur (nijlpaard die kind opeet)
Het is best om die band tussen natuur en ethiek door te knippen maar dat
kan niet helemaal
Wat goed handelen is voor de mens hangt ook samen met de menselijke
natuur sommige dingen zijn goed omdat ze bij onze natuur passen
2) De verhouding tussen individu en samenleving (de
individualistische samenleving)
- Geloof behoort tot privésfeer?
Historische achtergrond Mythische samenlevingen:
- Mythes reiken de mens een zelfbeeld aan
- Theoretisch verhaal over de aard van de werkelijkheid
- Schrijven voor het we moeten leven
Ze stabiliseren de samenleving omdat ze normen voor het menselijke
gedrag in een verhaal verankeren
Demythologisering 6de eeuw V.C :
- Kritiek op mythes (theoretisch vacuüm)
- Klein Azië, Griekenland
- Ethisch vacuüm: de natuurlijke overtuigingskracht van de
overgeleverde normen verzwakt, zonder dat er nieuwe normen
voorhanden zijn.
- Ontstaan van een democratie
1
, - Meer handel met verschillende volkeren waardoor de sociale orde
verschijnt als conventioneel, als een product van menselijke
afspraken en dus eigenlijk als iets wat ook anders zou kunnen zijn.
Het staat niet meer vast.
Socrates en het ethisch scepticisme
- Sofisten (Plato, Socrates)
- ethisch scepticisme (of ethisch relativisme): het ontkennen van
funderingen waarop normen steunen. Objectieve, universele
waarheid is niet mogelijk. Alles bestaat hooguit uit opinies.
- Eigenbelang efficiënt verdedigen en andere overtuigen van eigen
gelijk
- Gevaar: individuen zouden zomaar de regels en normen naast zich
kunnen neerleggen om zich radicaal toe te wijten aan hun
eigenbelang
- Hier wordt enkel de bindende kracht van de normen in twijfel
getrokken (of het individu eraan gebonden is. Parmentier Innes
- Socrates gaat in tegen de sofisten en stelt dat er wel degelijk
objectieve zekere kennis mogelijk is. Die bindend is voor individuen.
2
,Deel 1: wat is goed handelen
Hoofdstuk 1: Aristoteles en het natuurlijke
doel van de mens
1.1 Wat is ethische kennis
Aristoteles is geïnteresseerd in de samenhang van alle
wetenschapsdomeinen, maar is zich bewust van de eigenheid van elke
soort kennis
1. Theoretische wetenschappen (metafysica, natuurwtsn)
is het doel de kennis zelf en is het kennende subject toeschouwer
bij de wkh
2. Productieve wetenschappen (landbouw,geneeskunde)
product van het handelen en nemen we dus de houding aan van
producent
3. Praktische wetenschappen (ethiek of politiek)
het doel is het handelen zelf
Goed handelen vereist niet enkel praktijk maar ook een degelijk inzicht en
kennis, het is enkel in het goede handelen zelf, in de uitoefening ervan,
dat men het zedelijke goed kan begrijpen Ethische kennis vergt
opvoeding en vorming, betekenis van het goede bereikt men door
herhaaldelijk de juiste keuze te maken
Plato en Socrates
Idee van het goede kan langs intellectuele weg worden ontdekt
Aristoteles
Het zedelijke goede is een prakton agathon, een goed dat kan
bereikt worden in het handelen
De ethiek van Aristoteles sluit nauw aan bij bestaande opvattingen
- Eudemische ethiek
- Ethica Nicomacheia
- Politica
3
, 2 kernbegrippen
Eudaimonia: de kwaliteit van een leven dat ‘gelukkig of geslaagd’ is
Aretè: deugdelijkheid
1.2 wat is een geslaagd leven
3 opties
1. Leven gericht op plezier en zintuigelijk genieten
2. Leven gericht op het verwerven van een goede naam en reputatie
3. Leven gericht op het verwerven van kennis over het universum
waarin je je bevindt
Volgens Aristoteles kunnen we de vraag ‘hoe te leven’ echter op een
objectieve manier beantwoorden om die beste activiteit te vinden zal
hij onderscheid maken tussen poesis en praxis
Poesis: handelingen gericht op een doel buiten zichzelf, transitieve
activiteiten. Het resultaat is belangrijk. (Bv het bouwen van een huis)
Praxis : doel in zichzelf, immanente activiteiten. De activiteit zelf is
belangrijk. Doel van de activiteit is de activiteit zelf. Bv muziek spelen
Dit onderscheid is niet helemaal sluitend (Hoefsmid doet zijn jobmss
graag maar doel is om paar te laten rijden om oorloog te voeren we
voeren oorlog om SL in stand te houden)
Blijvende activiteiten die in dienst staan voor iets anders, als de keten
eindigt = hoogste doel, er is iets waar al ons handelen naar streeft =
geslaagd leven ( = eudaimonia)
Aristoteles hanteert hier duidelijk een teleologische redenering (= alles
heeft een doel in zich, en streeft dit na. Het doel is de volmaakte perfecte
vorm. Aristoteles gelooft dat elk wezen erop gericht is zijn vorm zo
volmaakt mogelijk te belichamen.
Wnr bereiken we volmaaktheid
Uitoefenen van zijn hoogste vermogen, namelijk de redelijkheid
Best mogelijke leven = leven gericht op nadenken en verwerven van
kennis
= niet enige manier om geslaagd leven te bereiekn
De mens is ook een politiek dier
We kunnen maar ten volle mens zijn in een goede gemeenschap
4