Economie Integraal boek 2 VWO
§9.1 Jong geleerd, oud gedaan
Ruilen over tijd: vervroegen of uitstellen van consumptie
sparen: stel je consumptie uit, en ontvang rente over je spaargeld
lenen: verwacht toekomstig inkomen naar voren halen
voorraadgrootheid: meten op een bepaald tijdstip
stroomgrootheid: meet je per tijdseenheid
Opleiding -> investeren in menselijk kapitaal, want door een opleiding te
volgen is de kans groter op een goede baan
4 verschillende betekenissen kapitaal
- fysieke kapitaalgoederen: goederen waarmee je andere
goederen/diensten kunt maken
- geldkapitaal: spaarrekening/belleging
- sociaalkapitaal: mate waarin mensen participeren in samenleving
- human capital: bekwaamheid ten gevolgen van opvoeding en
onderwijs
Eerst investeer je in jezelf door een studie te doen.
- ontplooiing van jezelf
- investering human capital ( hoger toekomstig inkomen )
Onderwijs is positief extern effect ( gevolgen van productie of consumptie
door welvaart van een ander.
§9.2 Sparen en lenen
rente kun je in verschillende manieren uitdrukken
- percentage: r=5
, - perunage: r=0,05
Enkelvoudig interest: rente over een periode
Samengesteld interest: rente wordt steeds aan spaarsaldo toegevoegd en
je krijgt daar ook weer rente over
Nominale rente: rente die met geldgever overeen is gekomen.
Voorbeeld: je nominale rente is 4%
Reële rente: nominale rente gecorrigeerd door verandering van gemiddeld
prijspeil
Voorbeeld: Het gemiddeld prijspeil stijgt met 2%. De indexcijfers zijn dan 104 en 102. 104/102 x
100 = 101,96. Dit is de reële rente . Je spaarsaldo neemt dan toe met 1,96%
Intertemporele budgetlijn: een beslissing tussen sparen of lenen met twee
perioden
- huidige periode ( spaargeld + toekomstige inkomen/ rente )
- toekomstige periode ( toekomstig inkomen + spaargeld x rente )
Gevolgen:
sparen: als je deel van je geld spaart neemt je huidige inkomen af.
De toekomstige inkomen neemt toe met de rente
lenen: Als je leent neemt je huidige inkomen toe en toekomstige
inkomen neemt af met geleende geld + rente
levensloopinkomen: het totale in
een mensenleven verdiende
inkomen
§9.3 kopen of huren?
Als je woonruimte zoekt:
Kopen:
- hypothecaire lening afsluiten
§9.1 Jong geleerd, oud gedaan
Ruilen over tijd: vervroegen of uitstellen van consumptie
sparen: stel je consumptie uit, en ontvang rente over je spaargeld
lenen: verwacht toekomstig inkomen naar voren halen
voorraadgrootheid: meten op een bepaald tijdstip
stroomgrootheid: meet je per tijdseenheid
Opleiding -> investeren in menselijk kapitaal, want door een opleiding te
volgen is de kans groter op een goede baan
4 verschillende betekenissen kapitaal
- fysieke kapitaalgoederen: goederen waarmee je andere
goederen/diensten kunt maken
- geldkapitaal: spaarrekening/belleging
- sociaalkapitaal: mate waarin mensen participeren in samenleving
- human capital: bekwaamheid ten gevolgen van opvoeding en
onderwijs
Eerst investeer je in jezelf door een studie te doen.
- ontplooiing van jezelf
- investering human capital ( hoger toekomstig inkomen )
Onderwijs is positief extern effect ( gevolgen van productie of consumptie
door welvaart van een ander.
§9.2 Sparen en lenen
rente kun je in verschillende manieren uitdrukken
- percentage: r=5
, - perunage: r=0,05
Enkelvoudig interest: rente over een periode
Samengesteld interest: rente wordt steeds aan spaarsaldo toegevoegd en
je krijgt daar ook weer rente over
Nominale rente: rente die met geldgever overeen is gekomen.
Voorbeeld: je nominale rente is 4%
Reële rente: nominale rente gecorrigeerd door verandering van gemiddeld
prijspeil
Voorbeeld: Het gemiddeld prijspeil stijgt met 2%. De indexcijfers zijn dan 104 en 102. 104/102 x
100 = 101,96. Dit is de reële rente . Je spaarsaldo neemt dan toe met 1,96%
Intertemporele budgetlijn: een beslissing tussen sparen of lenen met twee
perioden
- huidige periode ( spaargeld + toekomstige inkomen/ rente )
- toekomstige periode ( toekomstig inkomen + spaargeld x rente )
Gevolgen:
sparen: als je deel van je geld spaart neemt je huidige inkomen af.
De toekomstige inkomen neemt toe met de rente
lenen: Als je leent neemt je huidige inkomen toe en toekomstige
inkomen neemt af met geleende geld + rente
levensloopinkomen: het totale in
een mensenleven verdiende
inkomen
§9.3 kopen of huren?
Als je woonruimte zoekt:
Kopen:
- hypothecaire lening afsluiten