1) herhaling
1.1 promotorsterkte
= sequentie van de startplaats, 2 sequenties stroomopwaarts
als de sequentie fel verschilt van de optimale sequentie, zal sigmafactor moeilijker binden
hoe beter de sequentie, hoe meer transcriptie door betere sigmabinding
1.2 sigmafactoren
sigmafactor gaat die promotor herkennen → gaat RNA-polymerase rekruteren zodat die daar
start met transcriptie = vorming van ααββ’ωσ
▪ sigma 70: algemeen, herkent TTGACA op -35 en TATA op -10
▪ sigma 32: genen controleren die belangrijk bij heat shock → zorgt ervoor dat de schade
hersteld wordt door de promotoren van de juiste eiwitten te herkennen (17 genen)
▪ sigma 54: bacteriën halen meestal stikstof uit ammoniak (NH3) bij tekort kunnen ze
stikstof uit de lucht halen (door om te zetten naar ammoniak) → sigma 54 zorgt voor de
genen om dit te doen, komt enkel tot expressie bij tekort
▪ sigma fl: genen die eiwitten voor flagel tot expressie laten komen regelen
cyclus van bacteriofagen: genen die op verschillende momenten tot expressie moeten komen:
1. promotor die door sigma70 wordt herkend
2. één van de openleesramen codeert voor een sigmafactor (is dominant)
3. die sigmafactor herkent een speciale promotor in genoom van bacteriofaag
=> bacteriële genen komen niet meer tot expressie omdat sigmafactor van bacteriofaag
dominant is
4. nieuwe expressie van sigmafactor voor laatste deel van cyclus
➔ early, middle en late promotoren