1) RNA
RNA is afschrift van DNA, heeft andere kenmerken
▪ nucleotide-basen: ACG, U ipv T
▪ geen deoxyribose maar een ribose
▪ op 2’ en 3’ een OH (2’ is verschil met DNA)
▪ enkelstrengig en korter dan DNA
▪ door de OH op 2’ is RNA heel onstabiel
▪ kan soms dubbelstrengig worden door hybridisatie
complexe 3D-structuren
1.1 welk RNA codeert voor DNA?
hypothese: ribosomaal RNA
experiment: op E. Coli
1. E. Coli groeien in medium met N14 en C12 = normale situatie
ribosomen in CaCl op bepaalde hoogte
2. E. Coli in medium met N15 en C13 = niet radioactief maar hogere densiteit
ribosomen liggen lager in proefbuis dan normaal (= hogere densiteit)
3. E. Coli van proefje 2 in medium met N14 en C12
er zijn nieuwe en oude ribosomen aanwezig in proefbuis
4. E. coli van proefje 2 in medium met N14 en C12 + bacteriofagen
maken enkel nog bacteriofaageiwitten
hypothese = nieuwe ribosomen die radioactief en lichter zijn (hoger in proefbuis)
echte situatie = geen nieuwe ribosomen gemaakt maar bestaande ribosomen
associeerden met oude ribosomen
→ messenger RNA is het coderende RNA voor DNA
transcriptie = RNA maken op basis van DNA
translatie = tot expressie komen tot vorming eiwitten
extra: RNA hybridiseren met DNA → delen mRNA
van virus zal hybridiseren met delen van DNA
, moleculaire biologie: hoofdstuk 4 transcriptie
2) transcriptie
2.1 maken van RNA
▪ ribosomaal RNA = rRNA
▪ messenger RNA = mRNA
▪ transfer RNA = tRNA
→ enzym: RNA-polymerase gebruiken rNTP’s als substraat om RNA te maken
▪ rNTP = ribose (2’OH) nucleotide trifosfaten
om polymeren te maken (op zelfde manier als dNTP’s)
α-fosfaat wordt verbonden met 3’-OH uiteinde
▪ template is DNA maar hebben geen 3’-OH uiteindes
nodig om te starten
▪ prokaryoten hebben één soort RNA-polymerase
o 2 α-subeenheden die basisstructuur vormen
o β-subeenheid voor rNTP herkenning en binding
o β’- subeenheid die polymerisatie kan uitvoeren
▪ eukaryoten hebben RNA-pol1, 2 en 3
o 1: transcriptie van rRNA genen
o 2: transcriptie van mRNA genen (eiwitcoderende)
o 3: transcriptie van tRNA en snRNA genen
2.2 RNA-synthese
op basis van DNA wordt een RNA-streng gemaakt
1. anti parallelle DNA-streng denatureert de streng
2. RNA-polymerase maakt kopie op basis van onderste streng:
schuift altijd van links naar rechts, aan 3’OH wordt het RNA verlengd
3. aan ander uiteinde wordt RNA van DNA losgemaakt en DNA weer aan elkaar gehangen