1) algemene samenstelling
functie biomembranen: onderscheid tussen binnen- en buitenkant van cel + signaalmoleculen
▪ cytoplasma: alles binnen de plasmamembraan, behalve nucleus
▪ cytosol: het waterige gedeelte van het cytoplasma buiten de organellen
▪ lumen: waterige gedeelte binnen organellen
cytoplasma > cytosol > lumen
dimensies:
▪ buitenmembraan typische kubieke cel = oppervlakte van 700 µm²
▪ membranen in en rond de cel = oppervlakte van 7000 µm²
2) structuur van biomembranen bestuderen
2.1 Atomic Force Microscopy (AFM)
naald beweegt over sample (groen), licht wordt andere gereflecteerd
door de naald en dit wordt gedetecteerd
➔ hoogtes en laagtes kunnen gemeten worden
foto van membraan: hoe geler hoe meer het uitsteekt, hoe roder hoe dieper
➔ verschillende zones waar membraan dikker is, bergpieken op eilandjes
2.2 elektronenmicroscoop
elektronenstraal doorheen sample → 2 evenwijdige gebieden
dubbele fosfolipide laag = 2 donkere lijnen waar water door kan (hydrofiel)
gescheiden door lichte lijn waar water niet door kan (hydrofoob)
2.3 dubbele fosfolipide laag
amfipatische moleculen = verbindingen die tegelijkertijd een hydrofiele kop
en een hydrofobe staart bezitten → vormen de dubbele fosfolipide laag in
biomembraan
typisch membraan = 3-4 nm (10-9 m) dik = 30-40 A° (10-10 m)
kunnen zich in water op verschillende manieren organiseren: dubbele laag,
bolstructuur
dubbele laag heeft 2 kanten:
▪ exoplasmatische zijde = wijst naar buiten de cel OF naar binnenkant van organel (lumen)
▪ cytosolische zijde = wijst naar het cytosol
➔ blijven steeds dezelfde (bij versmelting, transport etc) !!!
, celbiologie: hoofdstuk 1 biomembranen
3) chemie van biomembranen: lipiden
3.1 fosfoglyceriden
= glycerol + fosfaatgroepen + vetzuurstaartjes
▪ glycerol = polyalcohol = 3x alcoholgroep
▪ estervorming door reactie tussen vetzuur en alcohol = triacylglycerol = hydrofoob
diacylglycerol-3-fosfaat = fosfatidyl = aan 3e koolstof hangt een fosfaatgroep = amfipatisch !!!
➔ aan die fosfaatgroep kunnen andere groepen koppelen
!!! structuur herkennen:
fosfatidyl … = glycerol, 2 vetzuurstaartjes, fosfaat en nog iets
plasmalogenen
= in plaats van estergroep een ethergroep, rest is zelfde
3.2 sfingolipiden
opgebouwd rond sfingosine
▪ amine kan binden aan vetzuur => vorming (cer)amide
▪ OH kan dan weer binden aan fosfaatgroep
3.3 sterolen: cholesterol
typisch gedeelte met 4 ringen + OH groep = steroïde
belangrijk: bouwsteen van biomembranen
+ voorloper van belangrijke moleculen