AO Vives hogeschool Bachelor bedrijfsmanagement - marketing communicatie
➔ GESTALT - SEMIOTIEK - RETORICA
Gestalttheorie : Het zien van het beeld. Wat zien we
Ontleedt alle onderdelen van een beeld en verklaart de perceptie van visuele communicatie
De Gestalttheorie verklaart hoe de menselijke waarneming visuele elementen ordent. Het uitgangspunt
is dat de hersenen zoeken naar structuur en eenvoud om de cognitieve belasting (cognitive load) te verminderen.
Semiotiek : Het begrijpen van een beeld
Bekijkt beeld in termen van tekens verklaart tekens zodat je de betekenis ervan begrijp
Retorica : Overtuigd raken van het beeld
Bekijkt de overtuigingskracht van communicatiemiddelen verklaart hoe visuele communicatie je overtuig
Iteratief proces = Het GSR-Analyseproces
Het interpreteren van een beeld is geen lineair proces: de 3 theorieën vullen elkaar aan in
willekeurige volgorde
Je controleert eerst de Gestaltprincipes, analyseert vervolgens de semiotische betekenis
van de tekens, en bepaalt ten slotte via retorica hoe het geheel de kijker probeert te overtuig
Belangrijkste Gestaltwetten
➔ Wet van Kernachtigheid (Eenvoud): Voorwerpen worden waargenomen in hun
meest eenvoudige vorm.
➔ Wet van Voorgrond en Achtergrond: Het brein scheidt figuren van de achtergrond
(bijv. de pijl in het FedEx-logo).
➔ Wet van Nabijheid: Elementen die dicht bij elkaar staan, worden als één groep
gezien.
➔ Wet van Overeenkomst: Elementen met gelijke kenmerken (kleur, vorm, grootte)
horen gevoelsmatig bij elkaar.
➔ Wet van Symmetrie: Beelden ordenen zich spontaan tot een symmetrisch en rustig
geheel.
➔ Wet van Ingeslotenheid: Elementen binnen een omranding of kader worden als
eenheid ervaren.
➔ Wet van het Ingevulde Hiaat (Closure): Ontbrekende delen van een figuur worden
door de hersenen automatisch aangevuld.
➔ Wet van Continuïteit: Elementen die in een doorgaande lijn of richting staan,
worden als opeenvolgend waargenomen.
➔ Wet van Ervaring: Waarnemingen worden gekoppeld aan reeds bekende patronen
en symbolen.
, Semiotiek : betekenis driehoek
➔ het object : b.v. een koe, zoals we die zien in het weiland
➔ het teken : het woord koe, bestaande uit drie lettertekens, een afbeelding van een
koe
➔ de betekenis : b.v. de voorstellingen of associaties, die het zien van een koe in een
weiland (object), of het woord koe (teken) oproept in het brein
Niet iedereen heeft altijd dezelfde associaties bij het waarnemen van een teken
Grondleggers van de semiotiek
Theorie van peirce
Er zijn 3 verschillende soorten tekens afhankelijk van de relatie
➔ 1. Iconen: gelijkenis
Relatie op basis van gelijkenis. Het teken lijkt op het afgebeelde ‘ding’ in de
werkelijkheid.
– Tekens zoals foto’s, die verwijzen naar iets dat met het afgebeelde overeenkomt (bv
een foto verwijst naar de per op de foto)
➔ 2. Indexen: afgeleid
Relatie is gebaseerd op een directe fysieke relatie tussen een teken en een
bepaald concept.
– verwijst naar een bestaande relatie in de ruimte of tijd, bijvoorbeeld als jij ergens
naar wijst waar je over praat, is jouw vinger de index. Die legt dan de relatie tussen
jouw woorden en het voorwerp of persoon waar je naar wijst.
➔ 3. Symbolen: afgesproken
Relatie berust op min of meer willekeurige afspraak.
– Gaat over een afspraak die gemaakt is over de betekenis van een voorwerp.
– Kan verschillen per cultuur: In je eigen cultuur heb je geleerd dat een rode roos een
symbool is voor liefde. Dit is een afspraak die binnen je eigen cultuur geldig is,
iedereen uit jouw cultuur weet wat een rode roos betekent.
Typen Tekens (volgens Peirce):
➔ Iconische tekens: Berusten op uiterlijke gelijkenis met het object (bijv. een foto of
een realistisch pictogram).
➔ Indexicale tekens: Berusten op een direct of natuurlijk verband (bijv. rook verwijst
naar vuur, hoefsporen naar een paard).
➔ Symbolische tekens: Berusten op aangeleerde, culturele afspraken (bijv. een rood
kruis, verkeersborden of letters)