DEEL I. EEN INLEIDING IN DE CRIMINOLOGISCHE PSYCHOLOGIE
1. Een schets van de criminologische psychologie
Forensische psychologie SO + individuele gevallen, op recht toepasbaar
Rechtspsychologie Ook getuigen, advocaten, actor, verder dan strafrecht vb impact kind en
verklaring bij echtscheiding
Criminologische psychologie Waarom plegen mensen misdrijven, daders en verdachten
police psychology Aanwerving mensen in politie, welke criteria?
Correctional psychology Correctionele instelling vorm van psychologie, schattingen
Investigative psychology Dader profilering, kenmerken = dader zoeken
Grondleggers
Cesare Lombroso, 19e eeuw Biologische insteek, uiterlijk en kans op criminaliteit
Raffaele Garofalo, 19-20e eeuw Misdadiger = gebrek aan emotie, leeg vanbinnen, schadevergoeding ipv
straffen
William Stern, 20e eeuw Rechtspsycholoog, ooggetuigenverklaringen, impact van geheugen
Hugo Münsterberg, 19e eeuw Founding father rechtspsychologie, verder bouwen op Stern
Hans Gross, 19e eeuw Kriminale psychologie, psychische toestand rechters
Gustav Aschaffenburg, 19-20e Psychiater, focus omgang in hoofd misdadigers
eeuw
Louis Braffort, 20e eeuw Leuvense criminologie oprichter, eerste voorzitter
Etienne Degreeff, 20e eeuw Opvolger Braffort, geneeskunde, onderzoekt passionele moorden, hoe
trigger je een delict plegen
René Dellaert, 20e eeuw Pleitte voor interdisciplinaire visie, hoe straffen?
Steven de Batselier, 20e eeuw Kritische criminologie, aandacht voor omgeving, samenleving,
psychopathologie van de normale mens
Johan Goethals, 20e eeuw Biologische aandacht, lijn omtrent veiligheidsgevoelens (recidive)
Geert Vervaeke, 20e eeuw Rechtspsycholoog, kwaliteit getuigen
Klassieke benadering Delinquent als rationele actor
Neopositisvistische benadering Delinquent als ‘zieke’ of ‘afwijkende’, iets mis in hun hoofd
Labeling en kritische criminologie Weinig aandacht voor bijdrage psychologie (snijvlak)
, KORTE SAMENVATTING CRIMINOLOGISCHE PSYCHOLOGIE
2. Biopsychosociale verklaringen voor het plegen van criminaliteit
Biologische factoren
1) Ontstaan en evoluties ! causaliteit en correlatie
Fysiognomie Grieks, Lavater bekendste grondlegger, link tussen gelaatskenmerken en
persoonlijkheidseigenschappen & criminaliteit
Frenologie Franz Joseph, link schedelvorm en persoonlijkheidseigenschappen obv
schedel en hersenstructuren, emoties uit hersenen
Atavisme Lombroso, crimineel = primitiever evolutiestadium (flaporen, langere
armen), lijkend op Neanderthalers, gehele lichaam
Degeneratietheorie Jodenvervolging adhv dit, Morel is grondlegger, link tussen ras & sociale
klassen en neurologische en mentale problematieken, middelen hebben
negatieve impact monitoren
Antropometrie Bertillon, menselijk lichaam, hoofd en lichaam meten, littekens zeggen iets
over samenstelling = encyclopedie daderprofilering (!)
Somatypen Typologie van Sheldon, link uiterlijk en persoonlijkheid/temperament,
gebaseerd op jonge mannen, 3 types:
1. Ectomorf: mager, smal gezicht, scherpe neus, terughoudend,
introvert
2. Mesomorf: atletische bouw, brede borstkas, actieve,
temperament, agressief
3. Endomorf: ronde zware mensen, met kortere ledematen, chill,
sociaal, relaxed
Typologie Kretschmer, lichaamstypen, psychiatrische
problematiek, 3 types:
1. Asthenieker: mager (schizofrene persoonlijkheid)
2. Atletisch: brede schouders, brede borst, gespierde benen en
buik (ook schizofreen maar gaan vaker over tot crimineel
gedrag)
3. Pycnici: middelmatige lichaamsbouw (manisch depressieve
stoornissen, waren psychotisch ervan = dingen meemaken die
er niet zijn)
Eugenetica Actieve selectieve ‘onschadelijkmaking’, ongewenste fysieke, mentale of
gedragsmatige kenmerken, doel is menselijke genetische verbetering
(Arische ras)
2) Hedendaagse biologische
verklaringsperspectieven
, KORTE SAMENVATTING CRIMINOLOGISCHE PSYCHOLOGIE
Neurowetenschap: de hersenen en Processen in hersenen, impact op gedrag, emotie en cognitie:
crimineel gedrag afwijkingen & crimineel gedrag
executieve functies
Cruciaal voor uitvoering van taken in het dagelijks leven
Belangrijke rol van cerebrale cortex (hersenschors)
Link met verhoogd risico op gewelddadig agressief gedrag bij lage
dosis executieve functies
Mogelijkheid om vb dingen te onthouden of dingen te starten, vb
uitstelgedrag functioneert niet optimaal
hersenletsel
Hoofdwonde/doorboring door een voorwerp (vb ijzeren
staaf bij spoorwerker)
Gesloten letsel met interne schade (vb hersenschudding)
Prefrontale beschadigingen (grootste kans op nadelen)
Hersenbeschadigingen door zwangerschaps- en geboorte
complicaties, maar steeds in combinatie met een negatieve
psychosociale context (vb op voorhand logopedie etc)
Hersenontstekingen, tumoren, epilepsie
ziekte van Huntington
Erfelijke neurodegeneratieve aandoening (wordt erger en erger,
vanaf ong 40j)
Combinatie van hersen- en genetische problematiek
Motorische, cognitieve en gedragsmatige afwijkingen
Agressie
Prikkelbaarheid
Gebrekkig inzicht
Gebrekkige impulscontrole
Link met agressiever gedrag en risico op crimineel gedrag
Arousal
= neuronale elektrische activiteit van de hersenen
Impact op functioneren en gedrag
Teveel of tekort = verstoring van
functioneren
, KORTE SAMENVATTING CRIMINOLOGISCHE PSYCHOLOGIE
Lage arousal: minder gevoelig voor angsten
en opwindingen, leidt tot meer
stimiluszoekend gedrag, correlatie tussen
lage hartslag in rust en antisociaal gedrag
je zoekt andere opwindingen om gevoel van
‘ik leef’ te hebben, zoeken naar sensatie,
prikkels etc
Neurotransmitters Communicatie systeem in hersenen tussen zenuwcellen, connector en
receptor
Norepinephrine = noradrenaline: rol ademhaling, hartslag,
bloeddruk,…
Rol bij fight/flight/freeze hoge dosis = agressie
Dopamine: gelukshormonen, stimulerend gedrag, beloning
Serotonine: gelukshormoon, regulering vitale functie zoals slaap,
eetlust, stemming, impuls gedrag (lage dosis)
Spiegelneuronen: perceptie van andermans bedoelingen, rol bij
empathie, disfunctie = crimineel gedrag
Hormonen Testosteron: ontwikkeling, agressief en dominant gedrag
Premenstrueel syndroom: gevoeligheid, stress
Genen en erfelijkheid Klinefeltersyndroom: XYY: correlatie ontwikkelings- en
leerstoornissen
Genetische mutaties: MAOA-gen, impact op neurotransmitters,
link met impulscontrole?
Familie, tweeling- en adoptie studies: intergenerationele
criminaliteit: nature of nurture
Epigenetica: wijzigingen in DNA
Voeding, vitaminen en mineralen Link tussen neigen agressief gedrag en bewerkte koolhydraten,
lage bloedsuikerspiegel, voeding met veel proteïne, meervoudig
onverzadigde verzuren
Giftige stoffen Giftige stoffen in omgeving: impact op frontale hersenkwab,
gedragsproblemen
Psychologische factoren
Mentale stoornissen Grote rol in bepaling toerekeningsvatbaarheid, correlatie psychiatrische
stoornissen en delict gedrag
o Psychotische stoornissen Hallucinaties en wanen, desorganisatie denken, oververtegenwoordiging
schizofrenie, risico hoger met middelen gebruik
o Aan middelen gerelateerde
en verslavingsstoornissen Chronische hersenziekte: neiging tot gebruik, nadelige gevolgen,
verlies controle over mate van inname, negatief affect tijdens
abstinentie (stoppen)