Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 155 pagina's
Samenvatting

Samenvatting lesnotities Geschiedenis van het Publiekrecht | Volledig! | 14/20 | UGent | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 155 pagina's

ik heb doorheen heel het jaar elke les meegevolgd en aan de hand van mijn volledige notities, heb ik deze samenvatting opgesteld. Deze bevat alles wat je moet kennen voor het examen Geschiedenis van Publiekrecht en van de politiek. Met deze samenvatting behaalde ik een punt van 14/20 in eerste zit.

Voorbeeld van de inhoud

Inleiding
Staat: 4 voorwaarden

- Grondgebied
- Rechtssysteem
- Bevolking
- Erkend door andere staten

Erkenning België in 1830 – grondwet (Gw.) in 1831

Grondwet => essentie ‘wat is België’

 Organisatie van de essentie van de staat
 La constitution
 2 soorten bepalingen
o Fundamentele rechten (titel II)
 Rechten die elke staatsonderhorige heeft
 Belangrijkste: art. 10 Gw.
 ‘Alle Belgen zijn gelijk voor de wet’
 Gelijkheidsbeginsel
 Hoeksteen Belgische organisatie
o Staatsstructuur (titel I, III…)
 // staatsrecht
 Organisatie van de staat
 Aangepast doorheen de tijd
o Elk juridisch begrip is aan de ene kant fijn gedefinieerd in de wet, maar hoe je
het begrijpt en interpreteert dat verandert in de loop der tijd.
o Gebeurde bij staatshervormingen, federalisering, …
o Art. 10 = art. 6 Gw. 1831
 Alle belgen waren gelijk voor de wet MAAR
 Vrouwen < mannen qua rechten
 Walen – Vlamingen
o Soms ook nieuwe wetten
 Discriminatiewetgeving (naast gelijkheidsbeginsel) (art. 6bis Gw.)
 Wet tot wijziging van de Gw.
o Hoe? Grondwetswijziging
 Bijzondere meerderheid in parlement
 Publiek maken van die wijzigingen via Staatsblad (FOD-justitie)
 Naast GW-wijzigingen ook in het algemeen nieuwe wetgeving
o Vaak gwn aanpassen of toevoegingen aan bestaande
wetgeving
 Noodzakelijke voorwaarde voor geldigheid van de Gw.
o Heel verwarrende tekst: door telkens toevoegen van nieuwe wetgeving
 Gevolg: staatshervorming waarbij grondwet van 1831 inhoudelijk
behouden maar werd opnieuw geordend = COÖRDINEREN
 Bestaande wetgeving zonder inhoud te wijzigen, opnieuw ordenen
 Vandaar: GECOÖRDINEERDE GRONDWET (Gw zoals we deze nu kennen)
 CONSOLIDEREN: tekst up to date houden
 Institutie houdt zich bezig met nieuwe wetgeving toe te passen op
oude wetteksten
 Vandaar: GECONSOLIDEERDE GRONDWET
1

,De grondwet die vandaag online staat is de geconsolideerde versie van de
gecoördineerde grondwet.

Staatsblad: le journal officiel

 Officieel? Het gaat van de overheid uit
 Wat staat hierin? Wetten
o Formele wet
 Norm die uitgaat van het Belgische federale parlement
o Decreet
 Norm die uitgaat van het parlement op niveau van
gemeenschappen/gewesten (m.u.v. *)
o Ordonnanties
 Norm die uitgaat van het parlement in het Brussels hoofdstedelijk
gewest
o Grondwetgevende normen
 Norm die betrekking hebben op de fundamentele rechten van de
Belgen
o Bijzondere wet: 2 betekenissen
 Bijzonderemeerderheidswet
 Stemmen met bijzondere meerderheid in parlement (2/3
stemmen)
 In tegenstelling tot wetboek – bijzondere wet
 Wetboek: geheel van regels dat logisch gestructureerd is,
bedoeld voor het regelen van een gehele rechtstak
o SW: bedoeling om het strafrecht te regelen
o BW: bedoeling om het hele burgerlijk recht te regelen.
 Niet alles kan in dat WB gezet worden: bijzondere wet
o Aparte wet die betrekking heeft op een ander wetboek
o Voorbeeld: sommige strafrechtsbepalingen staan in
bijzondere wetten (aparte wetten)
 Wie maakt die wetten?
o Wetgevende macht
 Wetten: 3 data
o Datum van afkondiging
 Handtekening ‘Koning’ + identificatiedatum
o Datum van publicatie in BS
o Datum van inwerkingtreding
 Verplichte toepassing

Bij veroordeling bij overschrijden van strafwet, kun je iemand dan veroordelen op grond van
een wet die bij zijn overschrijding nog niet bestond? NEEN.

= non-retroactiviteit van een wet




2

,Hoofdstuk 1: inleiding
1. Definitie
A. Geschiedenis
a. Rechtsgeschiedenis = metajuridica

Gebruik 2 belangrijke begrippen:

De jure (juridisch gezien) heeft de regering geen bevoegdheid om over de begroting te
beslissen, maar de facto beslist deze daar wel in mee.

Wat is geschiedenis? Het verleden van het recht zoals het vroeger was.

Voorbeeld: auto’s rijden aan de rechterkant van de weg in België en in UK rijden ze
links. Hoezo? Volgens het op dit moment geldende recht, moet men in België
rechts rijden en in UK links.

= POSITIEF recht

= recht dat geldt op bepaalde plaats op een bepaald tijdstip

Als we teruggaan in de tijd, stellen we vast dat we in de 17 e eeuw ook links moesten
rijden. Toen kwamen de karren op waardoor er een probleem was: ze beslisten hier om
rechts te rijden, in Engeland kozen ze links.

In andere rechtsvakken wordt het positief recht (tafel symboliek) uiteengezet, terwijl in
geschiedenis we een afstand nemen (van de tafel/) van het recht en onderzoeken waarom het
positief recht is zoals het is (= gevolg van keuzes). We doen dit vanuit de geschiedenis.

Binnen het positief recht geldt het paradigma (= geheel van veronderstellingen waarop een
wetenschap gebaseerd is) van het positief recht. Men doet aan juridica.

Voorbeeld: nemo censetur ignorare legem (de jure, maar de facto niet).

In de geschiedenis, stap je uit dat positiefrechtelijk paradigma, om vanuit een andere
wetenschap te kijken naar het recht. Men doet zo aan metajuridica en dit is altijd
interdisciplinair (bv. Sociologie, filosofie, economie, geschiedenis…)

Vaststelling in die metajuridica: positief recht is niet zo logisch als men denkt, omwille van
beïnvloeding door macht, politiek…. Het recht is zoals het is om vele andere redenen dan de
pure reden.

Belangrijke grondlegger van de historische school: Carl Friedrich von Savigny

- Hoe moeten we idealiter juristen opleiden en hoe idealiter de maatschappij ordenen met
recht?
o Anderen: het perfecte recht
 Voorbeeld: Romeins rechtssysteem = theoretisch rechtssysteem
 Opnieuw toepassen
o Carl: recht drukt de Volksgeist uit
 Ieder land EIGEN geschiedenis en recht
 Het zijn de mensen die samenleven die hun recht maken
 Geschiedenis van een volk moet men kennen, om het recht te begrijpen.
 Recht en geschiedenis dienen elkaar


3

, b. Wisselwerking recht – geschiedenis/ rechtswetenschap –
geschiedeniswetenschap

Geschiedenis dient het recht:

 Geschiedeniswetenschap
 De manier van denken van een historicus
 Instelling van ene wetende dat alles historisch is en dus ook alles evolueert

Heuristiek: toepassing van de norm in de tijd (kunde van het zoeken en het vinden)

o Juridische heuristiek: vaardigheid om het recht te vinden
 Bv. Justeldatabank, wetboeken, …

1e toepassing: in beginsel mag een strafwet niet retroactief werken. Er is hierop een
uitzondering voorzien: bij vervanging van de wet met een mildere wet, mag deze mildere
strafwet worden toegepast.

2e toepassing: in het burgerlijk recht kan men een huurcontract maken waarin men een
termijn stelt van 6 jaar. De duur zal nooit aangepast worden volgens het huurcontract.
Midden in de 6 jaar ontstaat er een nieuwe wet. Deze stelt een nieuwe verplichting vast,
een die waaraan het gehuurde goed niet voldoet. Zal de nieuwe wet van toepassing zijn op
het lopende contract? Is de huurder dan verplicht om ervoor te zorgen dat zijn goed
voldoet aan die nieuwe verplichting?

 Antwoord: dit hangt af van de overgangsbepaling.
 Bepalingen in de wet die bepalen hoe de overgang tussen oude en nieuw recht
wordt geregeld.
 Bv. ‘Onmiddellijk’, ‘enkel op nieuwe contracten afgesloten na inwerkingtreding van
de wet’, ‘retroactief (kan in burgerlijk recht) op reeds lopende contracten’, …

Tempus regit actum = de tijd regelt de (vorm van de) akte

 Intertemporeel recht
 Het recht dat van toepassing is wanneer meerdere historische tijdperken elkaar
opvolgen (oud vs nieuw rechtssysteem)

Voorbeeld: testament opgemaakt door pastoor, tijd gaat voorbij en persoon sterft na
Belgische onafhankelijkheid, Code Civil is van toepassing: ‘testament voor pastoor is
verboden’ = probleem van intertemporeel recht.

Oplossing? Regel van IPR (internationaal privaatrecht) toepassen, analogieredenering

Naar analogie met ons intertemporeel probleem, maakt men een analogie met een
internationaal probleem: persoon gaat op pensioen, behoudt woonplaats in België maar
men heeft buitenverblijf in Ecuador waar men vaak verblijft. In Ecuador maakt men zijn
testament op. Persoon doet het zoals het recht op die plek geldt.

Persoon komt terug naar België en sterft hier. Erfgenamen zijn niet gezind met het
opgemaakte testament en willen het ongeldig verklaard laten. Internationaal recht
stelt: ‘wanneer een akte voldoet aan de vormvoorwaarden van de plaats waar de akte
is opgesteld, blijft de akte geldig ook al toegepast in ander land waar die vorm niet
geldig is.’
4

Documentinformatie

Geüpload op
13 augustus 2026
Aantal pagina's
155
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€13,06

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
Magistraat333
5,0
(1)
Verkocht
2
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
1 maand geleden


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen