BURGERLIJK
PROCESRECHT
,Inhoudsopgave
1
, Deel I. Inleiding
Aard en functie van het burgerlijk procesrecht
Situering
- Doel/opdracht/voorwerp van het burgerlijk procesrecht
o Doel: sanctioneren van subjectieve rechten → naleving bekomen
- Formeel recht
o Materieel recht dat rechten toekent aan individuen/ondernemingen
o Geeft aan wanneer een recht wordt miskend/niet wordt nageleefd en hoe
men daarmee om moet gaan
- Nut
o Afdwingbaarheid van rechten: geen rechtsstaat zonder procesrecht
! rechtsstaat en procesrecht staan onder druk !
o Waarborg van naleving van de wet
Begripsomschrijving
- Rechtsprekende handeling
o ‘Rechter spreekt recht’
Geen rechten scheppen, maar bevestigen
Materiële waarheid v. formele waarheid
Materiële waarheid: gaat over rechtmatigheid
Formele waarheid: wat de rechter beslist, is idealiter de
werkelijke (materiële) waarheid
o Maar we kunnen niet voor ieder klein geschil geen
oneindige bewijsvoering doen om precies te weten wat
er gebeurd is
o Maar is geen garantie
Definitie: (4 criteria)
Rechter (organiek) beslecht
o Rechter hoeft niet per se tot rechterlijke macht te
behoren (kan ook een arbiter zijn)
Aan de hand van rechtsregelen (materieel),
o Of adhv regels die partijen onderling overeen gekomen
zijn
Met respect voor een aantal essentiële procedurele
waarborgen (formeel),
o Vb tegenspraak, wapengelijkheid
2
, Op een bindende wijze een conflict (<-> gezag van gewijsde)
o Vereiste van een (rechts)geschil
Om naar rechtbank te gaan, heb je belang nodig → er moet geschil zijn
Kan ook feitelijk geschil zijn (vb oneens over de feitelijke context)
o Geen exclusiviteit van de rechterlijke macht
Voor procesrecht: ‘talio’-principe (tand om tand)
Vooral misdaadmilieu
Na komst procesrecht: procesvoering als ‘geciviliseerd geweld’
(Storme & Capelleti, 1980)
We gaan wel degelijk ten strijde trekken, maar we houden ons
aan regels
‘Appropriate Dispute Resolution’
Nu is samenwerkingsmodel meer gangbaar (ookal zitten we in
een geschil/procedure, toch zijn er een aantal verplichtingen
tgo elkaar (de partijen) + in welke gevallen is de procesvoering
en rechtpsrekende handeling de beste oplossing)
o Recht op toegang tot de rechter (o.m. art. 6 EVRM): verbod eigenrichting +
verbod rechtsweigering (art. 5 Ger.W.)
Rechterlijke macht
- Organieke betekenis
o = gewone hoven en rechtbanken (derde staatsmacht)
- Maar niet meer beperkt tot organieke betekenis: ook functionele betekenis
o Vb GwH, RvS → ook recht spreken, maar niet in organieke betekenis
- Discrepantie HvC en GwH over art. 1022, vierde lid Ger.W.
o In ongelijk gestelde partij moet rechtsplegingsvergoeding betalen
Quid pro deo-advocaat: hoe kan men veroordeeld worden tot
rechtsplegingsvergoeding indien partij zelf geen advocaat kan betalen,
hoe kan je dan veroordeeld worden tot betalen van
rechtsplegingsvergoeding van de andere partij?
In dat geval kan die partij enkel veroordeeld worden tot het
minimumbedrag of nog onder het minimumbedrag
Tenzij in kennelijk onredelijke situatie
o Wil zeggen dat men toch tot meer kan veroordeeld
worden dan het minimumbedrag,
GwH: rechter kan enkel verlagen (tot onder het
minimmum, maar rechter moet dan motiveren)
MAAR HvC: heeft in 2 arresten
geoordeeld dat het toch hoger kan
Oplossing: minimumbedrag in KB
3
,Bronnen
Grondwet
- Bevat aantal fundamentele regelen
Gerechtelijk wetboek
- W. 10 oktober 1967, stapsgewijze in werking getreden (maart 1968 – november
1970)
o Charles Van Reepinghen en Ernest Krings → bereiden ontwerp van Ger.W.
voor
- Objectief: wetgever beoogde met invoering van Ger.W. tegemoet te komen aan
wens van publieke opinie naar een minder omslachtige, snellere en minder kostbare
rechtspleging → niet behaald (zie volgende slide)
- Strijd tegen gerechtelijke achterstand
- Van lijdelijke rechter naar rechterlijk (procedureel) activisme
- Meer dynamiek binnen gerechtelijke organisatie (objectivering toegang, aanwijzing in
mandaten, evaluatie, mobiliteit van magistraten, griffiers en gerechtspersoneel)
- Make over gerechtelijke organisatie (hertekening gerechtelijk landschap,
verzelfstandigd beheer voor gerechtelijke organisatie)
- Op 2 vlakken een sterke daling
o Op vlak van hoeveelheid zaken die aanhangig zijn gemaakt
o Daling op vlak van productiviteit
- Geen (betrouwbare) informatie over doorlooptijden
- Aantal afgehandelde burgerlijke en commerciële zaken zou meer bedragen dan de
instroom aan nieuwe zaken → gerechtelijke achterstand zou dalen …
o … maar geen (betrouwbare) informatie over het aantal hangende zaken
- Rolrechten zijn laag in België in vergelijking met EU-landen (maar rechtshulp is
beperkter dan in buurlanden)
- Door het gebrek aan gegevens is er geen volledig beeld van de efficiëntie van de
Belgische justitie
- België staat onder verscherpt toezicht van het Comité van Ministers van de Raad van
Europa vanwege de buitensporig lange rechtsgang in burgerlijke zaken in eerste
aanleg
Bijzondere wetgeving
- (afwijkende) procedureregels in andere wetboeken of afzonderlijke wetgeving
- Eenheid van rechtspleging komt onder druk (cf. art. 2 Ger.W.)
4
, o Voor ieder deeldomein worden regelen ontworpen die afwijken van het
gemeen procesrecht
- Verkokering van het procesrecht
o Steeds vaker worden procedureregels niet ingevoerd in Ger.W., maar blijven
ze opgenomen in bijzondere wetgeving
Internationaal en supranationaal recht
- Meergelaagde rechtsorde (Unierecht, verdragsrecht (EVRM, Rechten van het Kind,
Beneluxrecht, …), toegenomen internationaal rechtsverkeer
- Belgische rechters worden meer en meer geconfronteerd met Europese en
internationale rechtsinstrumenten (Europese Vo en richtlijnen, EVRM, eengemaakt
Beneluxrecht, …) → interpretatie via internationale rechtscolleges (via techniek van
de prejudiciële vraagstelling)
Rechtspraak
- Algemene regel: geen bindende precedentenwerking (art. 6 Ger.W.), wel groot
feitelijk gezag
o RS van hoogste rechtscolleges dragen bij tot rechtszekerheid
- Wettelijke verplichting tot navolging van uitspraak die het Hof van Cassatie in
dezelfde zaak deed (art. 1110, vierde lid Ger.W.)
o Dus: NIET omdat het HvC iets heeft gezegd, dat het effectief zo is
- “Rechtszekerheid en gewettigd maatschappelijk vertrouwen in de wet” dwingen
rechters tot naleving rechtspraak GwH ook in andere zaken
o Stel er is een leemte vastgesteld in een wet, dan moeten alle rechters die
leemte grondwettelijk invullen
- “Vaste” rechtspraak?
o Rechtspraakontsluiting faalt Recht op recht!
Er is geen databank met vaste rechtspraak → we weten dus niet wat
vaste rechtspraak is
o Cerebro-Wet 16 oktober 2022 → De beslissing wordt integraal opgenomen in
een voor het publiek toegankelijke, elektronische databank van vonnissen en
arresten van de rechterlijke orde, overeenkomstig de door de Koning
bepaalde nadere regels (art. 782bis; inw. verdaagd)
Rechtsleer en gebruiken
- Rechtsleer (doctrine)
o Scherpt de geesten en draagt bij tot rechtsvinding, uitbouw en verfijning
wetgeving, omezwaain in de rechtspraak (de lege lata naar de lege ferenda)
o Rechtsvergelijking heeft belangrijke rol
o Beïnvloedt RS en wetgeving
5
, - Gebruiken
o Binnen elk arrondissement, kanton, soms kamer zijn er plaatselijke gebruiken
Karaktertrekken
Kenmerken
Nationaal recht (in beweging)
- Nationaal wegens verbondenheid met de volksaard
- Vanuit rechtshistorisch oogpunt tegengesproken (Van Rhee, 1999)
o Schrijft over procesrecht dat het romeins-canoniek recht toch overal werd
overgenomen en geïmplementeerd, ookal is het niet verbonden met de
volksaard
- Evoluties richting een verdere harmonisering
o Res. EP (2017) Common Minimum Standards on Civil Procedure (<-> art. 81
VWEU)
o ELI-UNIDROIT (2020) Model European Rules of Civil Procedure
o Doorwerking rechtspraak HvJ EU en EHRM
Gemengd publiek-privaat karakter
- Rechterlijke organisatie en (in grote mate) de gedwongen tenuitvoerlegging
weerspiegelt het staatsgezag publiekrechtelijk dimensie
- Privaatrechtelijke dimensie van de procedure zelf
Ethische dimensie
- Gerechtigheid en billijkheid vereisen equality of arms (cf. art. 4 Ger.W.)
o We willen dat de procedure eerlijk aanvoelt omdat in die hoop zal het
mensen, ook al zijn ze in het ongelijk gesteld, aanzetten om hun ongelijk te
aanvaarden
o Rechtszaken worden behandeld volgens de volgorde waarin ze aanhangig
gemaakt worden (art. 4 Ger.W.) → om klassenjustitie tegen te gaan
Dynamisch karakter
- Vanuit macro-processueel oogpunt (zie o.m. bijzondere rechtsplegingen)
- Vanuit micro-processueel oogpunt
Formalistisch karakter
- Rechtszekerheid (fair trial): vorm geeft gestalte aan inhoud, maar gevaar voor
excessief formalisme (EHRM)
- Evolutie in het formalisme:
o Gesloten systeem van sancties sinds 1967
6
,
Letterlijk definiëren wanneer iets op straffe van nietigheid is
voorgeschreven
o Verdere tendens richting deformalisering (cf. bereiken van het normdoel)
Ook al is iets op straffe van nietigheid voorgeschreven, toch kijken of
het normdoel bereikt is
Indien wel, niet nietig
o Het opnieuw verrichten van de proceshandeling (art. 803, tweede lid Ger.W.)
(vb oproepen via dagvaarding)
Dienend karakter (?)
- Staat ten dienste van het materieel recht
- Soort van tweederangsrecht?
Rechtsvindingsmethodes
- Doelgerichtheid
o Als men met iets zit waarbij men niet de oplossing vindt in het BW, dan merk
je dat er een doelgerichtheid is dat men toch een rechterlijke uitspraak wil
bereiken
o Het verkrijgen van een rechterlijke uitspraak als doelstelling (cf. ‘procedere’)
o Voorbeeld m.b.t. art. 1345 Ger.W (pachtrecht)
- Proceseconomie
o Voorkeur voor de meest eenvoudige, snelle en goedkope maatregel (cf. art.
875bis Ger.W.)
o Voorbeeld van methode van gedinginleiding
Toepassingsgebied
Personeel (ratione personae): welke rechtssubjecten
- Rechtsbekwame rechtssubjecten = procesbekwame rechtssubjecten
o Procesbekwaam = houder van rechten en plichten = rechtsbekwaam
- Immuniteit van rechtsmacht
o De Koning (art. 88 en 89 GW en 41 Ger. W.) (intendant/administrateur van de
civiele lijst): the King can do no wrong → onschendbaarheid van de Koning
(niet van zijn vermogen)
Zolang de koning als koning fungeert, kan die niet voor een burgerlijke
rechtbank/hof worden gedaagd = onschendbaarheid van de koning
Procedure kan pas gestart worden als hij troonafstand doet
Maar: wbt vermogensrechten kan de intendant/administateur
van de civiele lijst aangesproken worden
7
, o Personen die diplomatieke bescherming genieten (hoedanigheid belangrijker
dan aard van de handeling) (Verdrag van Wenen 18 april 1961)
o Vreemde staten (Verdrag Bazel 16 mei 1972) enkel voor handelingen de iure
imperii en niet voor handelingen de iure gestionis (privaat rechtsverkeer))
o Internationale organisaties (bv. VN): absolute immuniteit
Materieel (art. 2 Ger.W.): welke rechtsplegingen?
- Art. 2 Ger.W. – “De in dit wetboek gestelde regels zijn van toepassing op alle
rechtsplegingen, behoudens wanneer deze geregeld worden door niet uitdrukkelijk
opgeheven wetsbepalingen of door rechtsbeginselen, waarvan de toepassing niet
verenigbaar is met de toepassing van de bepalingen van dit wetboek”
o In theorie heel breed bereik (‘alle rechtsplegingen’) maar in realiteit beperkt
o Van toepassing op subjectief contentieux:
Subjectieve burgerlijke (art. 144 Gw.) en politieke (art. 145 Gw.)
rechten
Er moet een subjectief recht ten grondslag liggen
Voor politieke rechten zijn uitzonderingen mogelijk
Ook bij afdwinging van (subjectieve) rechten tegen de overheid,
behoudens bij discretionaire bevoegdheid
Ook dan kan je naar gewone hoven en rechtbanken stappen
Discretionaire bevoegdheid: vb al dan niet verlenen van
vergunning, al dan niet benoemen tot burgemeester
o Behoort tot het objectief contentieux
Temporeel (art. 3 Ger.W.): toepassing in de tijd
- Art. 3 Ger.W. – De wetten op de rechterlijke organisatie, de bevoegdheid en de
rechtspleging zijn van toepassing op de hangende rechtsgedingen, (a) zonder dat die
worden onttrokken aan de instantie van het gerecht waarvoor zij op geldige wijze
aanhangig zijn, en (b) behoudens de uitzonderingen bij de wet bepaald.
o Principe: onmiddellijke toepassing van nieuwe regels op “hangende
gedingen” → Wanneer is zaak op rechtsgeldige wijze aanhangig gemaakt voor
een gerecht?
o Tempering: (a) niet onttrekken aan op geldige wijze aanhangig gemaakte
instantie
Stel dat een procedure hangend is voor de vrederechter en in de loop
van de procedure grijpt de wetgever in en zegt dat zo’n procedure
vanaf nu onder de REA valt, dan zal de vrederechter voor deze
procedure nog steeds bevoegd blijven op voorwaarde dat de
procedure rechtsgeldig aanhangig werd gemaakt
8
, o Afwijkende regelgeving: (b) afwijkend overgangsrecht (retroactief, uitgesteld,
eerbiedigend)
Retroactief
Soms mogelijk om wet retroactief te maken, maar kan
problemen veroorzaken met art. 1.2 BW
o Art. 1.2 BW neemt als uitgangspunt dat wetten geen
terugwerkende kracht hebben
Uitgesteld
Eerbiedigend: in overgangsbepaling de inwerkingstredingdatum
inschrijven en bepalen dat de reeds bestaande procedures nog onder
de oude wet vallen
- → Art. 3.: belangrijk om te weten wanneer een procedure hangend is
o Principe: wanneer is zaak op rechtsgeldige wijze aanhangig gemaakt voor een
gerecht? kijken naar methode van gedinginleiding
Dagvaarding bij dagvaardingsexploot
Aanhangig op datum van betekening (mits tijdige rolstelling)
o Op voorwaarde dat gerechtsdeurwaarder na de
betekening langsgaat bij griffie om de zaak op de rol te
stellen!!!
o Dus wanneer wist de verweerder dat hij gedagvaard
werd
Dagvaarding via verzoekschrift op tegenspraak (art. 1034bis e.v.
Ger.W.)
Enkel mogelijk wanneer wet het uitdrukkelijk toelaat
Aanhangig op datum toezending verzoekschrift per
aangetekende brief aan griffie OF datum neerlegging
verzoekschrift op de griffie (mits tijdige rolstelling)
Tegenwoordig ook mogelijk via DPA of e-deposit
o Dan datum van verkrijgen ontvangstbevestiging
Vrijwillige verschijning (art. 706 Ger.W.)
Vrijwillig door partijen
Aanhangig op datum toezending gezamenlijk verzoekschrift per
aangetekende brief aan griffie OF datum neerlegging
verzoekschrift op de griffie (mits tijdige rolstelling)
Elektronische neerlegging gedinginleidend stuk (art. 52 Ger.W.)
Via DPA of e-deposit
Aanhangig vanaf datum waarop je ontvangsbevestiging hebt
gekregen
9
PROCESRECHT
,Inhoudsopgave
1
, Deel I. Inleiding
Aard en functie van het burgerlijk procesrecht
Situering
- Doel/opdracht/voorwerp van het burgerlijk procesrecht
o Doel: sanctioneren van subjectieve rechten → naleving bekomen
- Formeel recht
o Materieel recht dat rechten toekent aan individuen/ondernemingen
o Geeft aan wanneer een recht wordt miskend/niet wordt nageleefd en hoe
men daarmee om moet gaan
- Nut
o Afdwingbaarheid van rechten: geen rechtsstaat zonder procesrecht
! rechtsstaat en procesrecht staan onder druk !
o Waarborg van naleving van de wet
Begripsomschrijving
- Rechtsprekende handeling
o ‘Rechter spreekt recht’
Geen rechten scheppen, maar bevestigen
Materiële waarheid v. formele waarheid
Materiële waarheid: gaat over rechtmatigheid
Formele waarheid: wat de rechter beslist, is idealiter de
werkelijke (materiële) waarheid
o Maar we kunnen niet voor ieder klein geschil geen
oneindige bewijsvoering doen om precies te weten wat
er gebeurd is
o Maar is geen garantie
Definitie: (4 criteria)
Rechter (organiek) beslecht
o Rechter hoeft niet per se tot rechterlijke macht te
behoren (kan ook een arbiter zijn)
Aan de hand van rechtsregelen (materieel),
o Of adhv regels die partijen onderling overeen gekomen
zijn
Met respect voor een aantal essentiële procedurele
waarborgen (formeel),
o Vb tegenspraak, wapengelijkheid
2
, Op een bindende wijze een conflict (<-> gezag van gewijsde)
o Vereiste van een (rechts)geschil
Om naar rechtbank te gaan, heb je belang nodig → er moet geschil zijn
Kan ook feitelijk geschil zijn (vb oneens over de feitelijke context)
o Geen exclusiviteit van de rechterlijke macht
Voor procesrecht: ‘talio’-principe (tand om tand)
Vooral misdaadmilieu
Na komst procesrecht: procesvoering als ‘geciviliseerd geweld’
(Storme & Capelleti, 1980)
We gaan wel degelijk ten strijde trekken, maar we houden ons
aan regels
‘Appropriate Dispute Resolution’
Nu is samenwerkingsmodel meer gangbaar (ookal zitten we in
een geschil/procedure, toch zijn er een aantal verplichtingen
tgo elkaar (de partijen) + in welke gevallen is de procesvoering
en rechtpsrekende handeling de beste oplossing)
o Recht op toegang tot de rechter (o.m. art. 6 EVRM): verbod eigenrichting +
verbod rechtsweigering (art. 5 Ger.W.)
Rechterlijke macht
- Organieke betekenis
o = gewone hoven en rechtbanken (derde staatsmacht)
- Maar niet meer beperkt tot organieke betekenis: ook functionele betekenis
o Vb GwH, RvS → ook recht spreken, maar niet in organieke betekenis
- Discrepantie HvC en GwH over art. 1022, vierde lid Ger.W.
o In ongelijk gestelde partij moet rechtsplegingsvergoeding betalen
Quid pro deo-advocaat: hoe kan men veroordeeld worden tot
rechtsplegingsvergoeding indien partij zelf geen advocaat kan betalen,
hoe kan je dan veroordeeld worden tot betalen van
rechtsplegingsvergoeding van de andere partij?
In dat geval kan die partij enkel veroordeeld worden tot het
minimumbedrag of nog onder het minimumbedrag
Tenzij in kennelijk onredelijke situatie
o Wil zeggen dat men toch tot meer kan veroordeeld
worden dan het minimumbedrag,
GwH: rechter kan enkel verlagen (tot onder het
minimmum, maar rechter moet dan motiveren)
MAAR HvC: heeft in 2 arresten
geoordeeld dat het toch hoger kan
Oplossing: minimumbedrag in KB
3
,Bronnen
Grondwet
- Bevat aantal fundamentele regelen
Gerechtelijk wetboek
- W. 10 oktober 1967, stapsgewijze in werking getreden (maart 1968 – november
1970)
o Charles Van Reepinghen en Ernest Krings → bereiden ontwerp van Ger.W.
voor
- Objectief: wetgever beoogde met invoering van Ger.W. tegemoet te komen aan
wens van publieke opinie naar een minder omslachtige, snellere en minder kostbare
rechtspleging → niet behaald (zie volgende slide)
- Strijd tegen gerechtelijke achterstand
- Van lijdelijke rechter naar rechterlijk (procedureel) activisme
- Meer dynamiek binnen gerechtelijke organisatie (objectivering toegang, aanwijzing in
mandaten, evaluatie, mobiliteit van magistraten, griffiers en gerechtspersoneel)
- Make over gerechtelijke organisatie (hertekening gerechtelijk landschap,
verzelfstandigd beheer voor gerechtelijke organisatie)
- Op 2 vlakken een sterke daling
o Op vlak van hoeveelheid zaken die aanhangig zijn gemaakt
o Daling op vlak van productiviteit
- Geen (betrouwbare) informatie over doorlooptijden
- Aantal afgehandelde burgerlijke en commerciële zaken zou meer bedragen dan de
instroom aan nieuwe zaken → gerechtelijke achterstand zou dalen …
o … maar geen (betrouwbare) informatie over het aantal hangende zaken
- Rolrechten zijn laag in België in vergelijking met EU-landen (maar rechtshulp is
beperkter dan in buurlanden)
- Door het gebrek aan gegevens is er geen volledig beeld van de efficiëntie van de
Belgische justitie
- België staat onder verscherpt toezicht van het Comité van Ministers van de Raad van
Europa vanwege de buitensporig lange rechtsgang in burgerlijke zaken in eerste
aanleg
Bijzondere wetgeving
- (afwijkende) procedureregels in andere wetboeken of afzonderlijke wetgeving
- Eenheid van rechtspleging komt onder druk (cf. art. 2 Ger.W.)
4
, o Voor ieder deeldomein worden regelen ontworpen die afwijken van het
gemeen procesrecht
- Verkokering van het procesrecht
o Steeds vaker worden procedureregels niet ingevoerd in Ger.W., maar blijven
ze opgenomen in bijzondere wetgeving
Internationaal en supranationaal recht
- Meergelaagde rechtsorde (Unierecht, verdragsrecht (EVRM, Rechten van het Kind,
Beneluxrecht, …), toegenomen internationaal rechtsverkeer
- Belgische rechters worden meer en meer geconfronteerd met Europese en
internationale rechtsinstrumenten (Europese Vo en richtlijnen, EVRM, eengemaakt
Beneluxrecht, …) → interpretatie via internationale rechtscolleges (via techniek van
de prejudiciële vraagstelling)
Rechtspraak
- Algemene regel: geen bindende precedentenwerking (art. 6 Ger.W.), wel groot
feitelijk gezag
o RS van hoogste rechtscolleges dragen bij tot rechtszekerheid
- Wettelijke verplichting tot navolging van uitspraak die het Hof van Cassatie in
dezelfde zaak deed (art. 1110, vierde lid Ger.W.)
o Dus: NIET omdat het HvC iets heeft gezegd, dat het effectief zo is
- “Rechtszekerheid en gewettigd maatschappelijk vertrouwen in de wet” dwingen
rechters tot naleving rechtspraak GwH ook in andere zaken
o Stel er is een leemte vastgesteld in een wet, dan moeten alle rechters die
leemte grondwettelijk invullen
- “Vaste” rechtspraak?
o Rechtspraakontsluiting faalt Recht op recht!
Er is geen databank met vaste rechtspraak → we weten dus niet wat
vaste rechtspraak is
o Cerebro-Wet 16 oktober 2022 → De beslissing wordt integraal opgenomen in
een voor het publiek toegankelijke, elektronische databank van vonnissen en
arresten van de rechterlijke orde, overeenkomstig de door de Koning
bepaalde nadere regels (art. 782bis; inw. verdaagd)
Rechtsleer en gebruiken
- Rechtsleer (doctrine)
o Scherpt de geesten en draagt bij tot rechtsvinding, uitbouw en verfijning
wetgeving, omezwaain in de rechtspraak (de lege lata naar de lege ferenda)
o Rechtsvergelijking heeft belangrijke rol
o Beïnvloedt RS en wetgeving
5
, - Gebruiken
o Binnen elk arrondissement, kanton, soms kamer zijn er plaatselijke gebruiken
Karaktertrekken
Kenmerken
Nationaal recht (in beweging)
- Nationaal wegens verbondenheid met de volksaard
- Vanuit rechtshistorisch oogpunt tegengesproken (Van Rhee, 1999)
o Schrijft over procesrecht dat het romeins-canoniek recht toch overal werd
overgenomen en geïmplementeerd, ookal is het niet verbonden met de
volksaard
- Evoluties richting een verdere harmonisering
o Res. EP (2017) Common Minimum Standards on Civil Procedure (<-> art. 81
VWEU)
o ELI-UNIDROIT (2020) Model European Rules of Civil Procedure
o Doorwerking rechtspraak HvJ EU en EHRM
Gemengd publiek-privaat karakter
- Rechterlijke organisatie en (in grote mate) de gedwongen tenuitvoerlegging
weerspiegelt het staatsgezag publiekrechtelijk dimensie
- Privaatrechtelijke dimensie van de procedure zelf
Ethische dimensie
- Gerechtigheid en billijkheid vereisen equality of arms (cf. art. 4 Ger.W.)
o We willen dat de procedure eerlijk aanvoelt omdat in die hoop zal het
mensen, ook al zijn ze in het ongelijk gesteld, aanzetten om hun ongelijk te
aanvaarden
o Rechtszaken worden behandeld volgens de volgorde waarin ze aanhangig
gemaakt worden (art. 4 Ger.W.) → om klassenjustitie tegen te gaan
Dynamisch karakter
- Vanuit macro-processueel oogpunt (zie o.m. bijzondere rechtsplegingen)
- Vanuit micro-processueel oogpunt
Formalistisch karakter
- Rechtszekerheid (fair trial): vorm geeft gestalte aan inhoud, maar gevaar voor
excessief formalisme (EHRM)
- Evolutie in het formalisme:
o Gesloten systeem van sancties sinds 1967
6
,
Letterlijk definiëren wanneer iets op straffe van nietigheid is
voorgeschreven
o Verdere tendens richting deformalisering (cf. bereiken van het normdoel)
Ook al is iets op straffe van nietigheid voorgeschreven, toch kijken of
het normdoel bereikt is
Indien wel, niet nietig
o Het opnieuw verrichten van de proceshandeling (art. 803, tweede lid Ger.W.)
(vb oproepen via dagvaarding)
Dienend karakter (?)
- Staat ten dienste van het materieel recht
- Soort van tweederangsrecht?
Rechtsvindingsmethodes
- Doelgerichtheid
o Als men met iets zit waarbij men niet de oplossing vindt in het BW, dan merk
je dat er een doelgerichtheid is dat men toch een rechterlijke uitspraak wil
bereiken
o Het verkrijgen van een rechterlijke uitspraak als doelstelling (cf. ‘procedere’)
o Voorbeeld m.b.t. art. 1345 Ger.W (pachtrecht)
- Proceseconomie
o Voorkeur voor de meest eenvoudige, snelle en goedkope maatregel (cf. art.
875bis Ger.W.)
o Voorbeeld van methode van gedinginleiding
Toepassingsgebied
Personeel (ratione personae): welke rechtssubjecten
- Rechtsbekwame rechtssubjecten = procesbekwame rechtssubjecten
o Procesbekwaam = houder van rechten en plichten = rechtsbekwaam
- Immuniteit van rechtsmacht
o De Koning (art. 88 en 89 GW en 41 Ger. W.) (intendant/administrateur van de
civiele lijst): the King can do no wrong → onschendbaarheid van de Koning
(niet van zijn vermogen)
Zolang de koning als koning fungeert, kan die niet voor een burgerlijke
rechtbank/hof worden gedaagd = onschendbaarheid van de koning
Procedure kan pas gestart worden als hij troonafstand doet
Maar: wbt vermogensrechten kan de intendant/administateur
van de civiele lijst aangesproken worden
7
, o Personen die diplomatieke bescherming genieten (hoedanigheid belangrijker
dan aard van de handeling) (Verdrag van Wenen 18 april 1961)
o Vreemde staten (Verdrag Bazel 16 mei 1972) enkel voor handelingen de iure
imperii en niet voor handelingen de iure gestionis (privaat rechtsverkeer))
o Internationale organisaties (bv. VN): absolute immuniteit
Materieel (art. 2 Ger.W.): welke rechtsplegingen?
- Art. 2 Ger.W. – “De in dit wetboek gestelde regels zijn van toepassing op alle
rechtsplegingen, behoudens wanneer deze geregeld worden door niet uitdrukkelijk
opgeheven wetsbepalingen of door rechtsbeginselen, waarvan de toepassing niet
verenigbaar is met de toepassing van de bepalingen van dit wetboek”
o In theorie heel breed bereik (‘alle rechtsplegingen’) maar in realiteit beperkt
o Van toepassing op subjectief contentieux:
Subjectieve burgerlijke (art. 144 Gw.) en politieke (art. 145 Gw.)
rechten
Er moet een subjectief recht ten grondslag liggen
Voor politieke rechten zijn uitzonderingen mogelijk
Ook bij afdwinging van (subjectieve) rechten tegen de overheid,
behoudens bij discretionaire bevoegdheid
Ook dan kan je naar gewone hoven en rechtbanken stappen
Discretionaire bevoegdheid: vb al dan niet verlenen van
vergunning, al dan niet benoemen tot burgemeester
o Behoort tot het objectief contentieux
Temporeel (art. 3 Ger.W.): toepassing in de tijd
- Art. 3 Ger.W. – De wetten op de rechterlijke organisatie, de bevoegdheid en de
rechtspleging zijn van toepassing op de hangende rechtsgedingen, (a) zonder dat die
worden onttrokken aan de instantie van het gerecht waarvoor zij op geldige wijze
aanhangig zijn, en (b) behoudens de uitzonderingen bij de wet bepaald.
o Principe: onmiddellijke toepassing van nieuwe regels op “hangende
gedingen” → Wanneer is zaak op rechtsgeldige wijze aanhangig gemaakt voor
een gerecht?
o Tempering: (a) niet onttrekken aan op geldige wijze aanhangig gemaakte
instantie
Stel dat een procedure hangend is voor de vrederechter en in de loop
van de procedure grijpt de wetgever in en zegt dat zo’n procedure
vanaf nu onder de REA valt, dan zal de vrederechter voor deze
procedure nog steeds bevoegd blijven op voorwaarde dat de
procedure rechtsgeldig aanhangig werd gemaakt
8
, o Afwijkende regelgeving: (b) afwijkend overgangsrecht (retroactief, uitgesteld,
eerbiedigend)
Retroactief
Soms mogelijk om wet retroactief te maken, maar kan
problemen veroorzaken met art. 1.2 BW
o Art. 1.2 BW neemt als uitgangspunt dat wetten geen
terugwerkende kracht hebben
Uitgesteld
Eerbiedigend: in overgangsbepaling de inwerkingstredingdatum
inschrijven en bepalen dat de reeds bestaande procedures nog onder
de oude wet vallen
- → Art. 3.: belangrijk om te weten wanneer een procedure hangend is
o Principe: wanneer is zaak op rechtsgeldige wijze aanhangig gemaakt voor een
gerecht? kijken naar methode van gedinginleiding
Dagvaarding bij dagvaardingsexploot
Aanhangig op datum van betekening (mits tijdige rolstelling)
o Op voorwaarde dat gerechtsdeurwaarder na de
betekening langsgaat bij griffie om de zaak op de rol te
stellen!!!
o Dus wanneer wist de verweerder dat hij gedagvaard
werd
Dagvaarding via verzoekschrift op tegenspraak (art. 1034bis e.v.
Ger.W.)
Enkel mogelijk wanneer wet het uitdrukkelijk toelaat
Aanhangig op datum toezending verzoekschrift per
aangetekende brief aan griffie OF datum neerlegging
verzoekschrift op de griffie (mits tijdige rolstelling)
Tegenwoordig ook mogelijk via DPA of e-deposit
o Dan datum van verkrijgen ontvangstbevestiging
Vrijwillige verschijning (art. 706 Ger.W.)
Vrijwillig door partijen
Aanhangig op datum toezending gezamenlijk verzoekschrift per
aangetekende brief aan griffie OF datum neerlegging
verzoekschrift op de griffie (mits tijdige rolstelling)
Elektronische neerlegging gedinginleidend stuk (art. 52 Ger.W.)
Via DPA of e-deposit
Aanhangig vanaf datum waarop je ontvangsbevestiging hebt
gekregen
9