Vraag 1: Welke term wordt gebruikt voor de vier specifieke trappen (opsporing,
vervolging, straftoemeting en strafuitvoering) waar een dossier doorheen stroomt?
A) De Justitiebarometer
B) De Echelons
C) De Schakels
D) De Trajecten
Vraag 2: Wat was een kenmerkend aspect van de 'inquisitoire procedure' tijdens
het ancien régime?
A) Een publieke rechtszaak met volksjury
B) Een geheim onderzoek waarbij de rechter ook aanklager was
C) Het recht van de verdachte op volledige dossierinzage
D) De scheiding tussen de machten van de koning en de rechter
Vraag 3: Hoe werd een misdrijf beschouwd tijdens het ancien régime in relatie tot
de macht van de vorst?
A) Als een conflict tussen burgers dat de overheid moest bemiddelen
B) Als een biologisch defect van de onderdaan
C) Als een persoonlijke aanval op de eer van de koning
D) Als een noodzakelijk kwaad om de economie te stimuleren
Vraag 4: Wat houdt het filosofische concept van het 'sociaal contract' in?
A) Burgers kopen hun vrijheid terug van de staat door belastingen
B) Burgers staan vrijheid af aan de staat voor collectieve veiligheid
C) De staat belooft geen straffen op te leggen zonder toestemming van de kerk
D) Een overeenkomst tussen de koning en de adel over de rechtspraak
Vraag 5: Tegen welke praktijken verzette de filosoof Cesare Beccaria zich fel in zijn
pleidooi voor een humane rechtspraak?
A) Het gebruik van gevangenisstraffen
B) De doodstraf en de willekeur van rechters
C) De invoering van het legaliteitsbeginsel
D) Het recht op verdediging voor verdachten
Vraag 6: Welke belangrijke verandering voor de burger introduceerde de
revolutionaire Code Lepeletier uit 1791?
A) De invoering van de volksjury
B) De herinvoering van de inquisitoire procedure
C) De afschaffing van alle gevangenisstraffen
D) Het verbod op advocaten in de rechtszaal
Vraag 7: Wat markeerde de Code Pénal van Napoleon uit 1810 als een stap richting
individualisering?
A) De invoering van vaste straffen voor elk misdrijf
2
, B) De mogelijkheid voor de rechter om te kiezen tussen een minimum- en
maximumstraf
C) De volledige afschaffing van lijfstraffen
D) De verplichte bemiddeling tussen dader en slachtoffer
Vraag 8: Wat was volgens de hervormer Villain XIIII de fundamentele oorzaak van
criminaliteit?
A) Biologische erfelijkheid
B) Politieke onderdrukking
C) Gebrek aan religie
D) Luiheid
Vraag 9: Welk model hanteerde Lieven Bauwens bij de transformatie van
gevangenissen?
A) Het model van fabrieken gericht op winstgevende arbeid
B) Het model van een ziekenhuis voor mentale genezing
C) Het model van een abdij voor spirituele inkeer
D) Het model van een school voor algemene vorming
Vraag 10: Wat is het kernprincipe van het architecturale ontwerp van een
'Panopticon'?
A) Het minimaliseren van contact tussen gevangenen door dikke muren
B) Constante observatie van alle cellen vanuit één centraal punt
C) Het bieden van luxe faciliteiten om recidive te voorkomen
D) Een open structuur zonder hekken om vrijheid te simuleren
Vraag 11: Wat is een kenmerkend gevolg van de beleidsstrategie 'expansionisme'
bij gevangenissen?
A) De gevangenisbevolking daalt door alternatieve straffen
B) Nieuw bijgebouwde capaciteit stroomt vaak onmiddellijk weer vol
C) De kosten per gedetineerde nemen drastisch af
D) De focus verschuift volledig naar herstelbemiddeling
Vraag 12: Welke functie van het strafrecht is gericht op het expliciet maken en
bevestigen van de geldende waarden en normen?
A) De normerende functie
B) De conserverende functie
C) De economische functie
D) De resocialiserende functie
Vraag 13: Wat is het doel van de 'conserverende functie' van het strafrecht?
A) Het verbeteren van het milieu en de natuur
B) Het handhaven van de bestaande maatschappelijke orde en politieke verhoudingen
C) Het archiveren van oude gerechtelijke dossiers
D) Het behouden van de fysieke integriteit van de dader
3