2026
Samenvatting
sociologie
MARIE LAUWERES
,HOODSTUK 2
2.1 inhoud van het georganiseerd samenleven: cultuur
2.1.1 inleiding
Cultuur: inhoud van georganiseerd samenleven
Tylor: antropoloog
Samenlevingen worden gekenmerkt door een aantal gelijkvormigheden: soortgelijke invloed
Gelijkvormigheden met betrekking tot het georganiseerde samenleven het resultaat zijn
wetmatigheden.
Gedragskeuzes niet individueel collectief: ging in tegen het denken van de filosofen, theologen
(vrije wil)
Kroeber: de sfeer van het culturele wordt gekenmerkt door accumulatie (ophoping) en niet door
evolutie.
Biologische evolutie: oude kenmerken ingeruild voor nieuwe betere aanpassing van de soort.
Menselijke beschaving: mensen hebben meer dan dieren.
Kenmerkende van beschaving toelichten aan hand van taal: dieren hebben op bepaalde hoogte ook
communicatie.
Overdacht communicatie is een leerproces
White: symbool heeft hetzelfde belang voor de studie van het culturele als de cel voor de studie van
het organische.
Fundamentele verschil mens en dier: mens gebruikt symbolen, dieren niet.
Symbool bijzonder:
Onderscheid betekenis symbool en fysische drager ervan
Symbool heeft betekenis die niet voortvloeit uit fysische kenmerken van drager v/h symbool.
Symbolisch handelen reageren mensen op de fysische stimulus berust niet op intrinsieke
eigenschappen van stimulus.
Respons wordt uitgelokt door betekenis die aan stimulus wordt gegeven. (je reactie hangt af van hoe
jij iets begrijpt of voelt)
Symbolische betekenis kan niet afgeleid worden uit materie: merkwaardige gevolgen.
- symbool voegt betekenissen toe aan materiële werkelijkheid waarin mensen leven. Meer nieuwe
symbolische werkelijkheden.
Alfred Schütz: materiële wereld aangeduid als dominante realiteit. (paramount reality: wereld waarin
we leven en waarin biologische overleven centraal staat)
1
,Paramount reality doordrongen door andere realiteiten, fantasiewereld, wetenschap, religie,…
doordringen materiële werkelijkheid + zorgen ervoor dat dimensie van het zuivere materialisme
versmelt met niet materiële elementen.
Eindige zingevingdomein: zin in het leven binnen de wereld. Overstijgen de materiële wereld.
Communicatie tussen materiële wereld en zingevingdomein gebeurt aan de hand van symbolen.
Dus noodzakelijkheid dat betekenis van een symbool niet af te leiden is uit fysische kenmerken van de
symbooldrager.
Kluckhohn: cultuur is afhankelijk van biologische kenmerken eigen aan de menselijke soort en
afhankelijk van de omgeving waarin mensen leven.
Cultuur: antwoord op de eisen die de fysische omgeving stelt om te overleven.
Cultuur maakt het niet mogelijk exacte voorspellingen te maken van het menselijk gedrag.
2.1.3 symbolen, tekens en taal
Bespreking van cultuur: menselijke processen van taal en communicatie!!!
Cultuur heeft betrekking op het toenemen van betekenissen aan handelingen, … worden gedeeld
met anderen.
Moet gedeeld kunnen worden: COMMUNICATIE
Taal: geheel symbolen en tekens die op oneindige manier met elkaar verbonden kunnen worden.
Symbool: geen verband tussen betekenis en drager
Tekens: bestaat een intrinsiek verband tussen teken zelf en waar het voor staat
Drager + betekenis behoren tot dezelfde culturele context of hetzelfde zingevingsdomein.
Non-verbale communicatie: gebonden aan een specifieke omgeving.
Belangrijkste communicatietaal is verbaal.
Belang verbale communicatie:
- Zonder taal zouden mogelijkheden van de mens op het niveau van primaten gebleven zijn.
- Zonder taal zouden de herinneringen van mensen individueel blijven.
- Taal maakt het mogelijk activiteiten te plannen
- Taal maakt het mogelijk om standpunten te delen
- Door taal kunnen we discussiëren, doelgerichter werken, …
2.1.4 de componenten van cultuur
Een cultuur proberen karakteriseren kijken naar duidelijkste bewijzen van die cultuur
Cultuur gaat over de betekenissen waarvoor ze staan
Materiële en immateriële cultuur:
Materiële cultuur alles wat in stoffelijke vorm vastgelegd kan worden, culturele artefacten.
2
, Immateriële cultuur de manier waarop groepen mensen denken, hun waarden en normen.
3 componenten van cultuur: dalende graad van abstractie:
1. Gedeelde denkbeelden
Vormt essentie van cultuur. Cultuur: geheel van gedeelde denkbeelden, overtuigingen,
betekenissen.
Empirische kennis: verband met informatie die mensen delen over hoe de wereld is opgebouwd
en hoe hij werkt. resultaat van ervaring en wetenschappelijk onderzoek.
Existentiële kennis: antwoorden op concrete vragen of ‘grote vragen’.
2. waarden en normen
waarden: minder abstract + vloeien voort uit die empirische en existentiële kennis.
Waarden: beschouwd worden als groepsopvattingen op wat menselijk is + hebben betrekking op
de meest gewenste doelstellingen.
Waarden: cognitieve voorstellingen van behoeften.
Bepaalde waarden worden gekozen omdat ze de grootste bevrediging brengen.
Waarden onderdeel waardensysteem: hebben onderling hiërarchische relatie.
Normen: voorschriften, regels of gedragsstandaarden die het gedrag van de leden van een groep
of maatschappij bepalen.
Beantwoordt het gedrag niet aan deze normen, sprake van afwijkend/ deviant gedrag.
3. Materiële cultuur
Meest zichtbare en concrete component van cultuur.
Alle materiële zaken
Materiële cultuur: geëvolueerd van de vuistbijl tot de computer.
Materiële cultuur vormt een zichtbare uitdrukking van de dieper liggende gedeelde
overtuigingen.
Sociologen zijn hiermee het minst begaan: dit vanuit de overtuigingen dat de essentie van cultuur
gevormd wordt door het geheel van gedeelde denkbeelden.
2.1.5 kenmerken die culturen van elkaar onderscheiden
Culturen kunnen onderscheidt worden op basis van de aard van die gedeelde overtuigingen.
Culturen kunnen bestudeerd en vergeleken worden door een antwoord te geven op de volgende
vragen:
1. Welk tijdsperspectief wordt er gebruikt?
- Alleen richten op verleden
3