ONDERZOEKSVAARDIGHEDEN
deel 1 : kritisch denken
1. WAAROM KRITISCH DENKEN BELANGRIJK
- om professionele kwaliteiten in samenleving te blijven garanderen
- in tijden waarin democratie en mensenrechten onder druk staan
→ 21ste eeuw = complex en evolueert snel
→ grote verandering
op : door :
- dagdagelijkse leven - globalisering
- arbeidsmarkt - technologisering
- samenleving - informatisering
- individualisering
→ leven in dynamische, mondiale kenniseconomie waar accent verschuift van productie-economie naar ontwikkeling en
circulatie van kennis en innovatie.
→ onderwijs heeft belangrijke taak om duurzame inzetbaarheid van studenten te waarborgen
→ specifieke inhoudelijke vakkennis blijft belangrijk maar ook algemene, conceptuele, vakoverschrijdende vaardigheden
2. WAT VERSTAAN WE ONDER KRITISCH DENKEN
KRITISCHE VAARDIGHEDEN
● betrouwbare info zoeken
● bronnen interpreteren en analyseren
● redeneren en reflecteren voordat je standpunt inneemt of voor je beslist hoe te handelen
● verklaren waarop je standpunt of handeling gebaseerd is
● onderscheid maken tussen waarschijnlijke en minder waarschijnlijke beweringen
● drogredenen herkennen en vermijden
KRITISCHE HOUDING
● open geest
● nieuwsgierig en onderzoekend zijn
● juiste vragen stellen
● jezelf in vraag stellen en twijfelen
● verschillende alternatieven afwegen
● voorzichtig zijn bij het trekken van conclusies
● bereid zijn om standpunt aan te passen
● eerlijk en open zijn
→ kritisch denken is ñ eenvoudig
→ kritisch vermogen ŵ op ≠ manieren bedreigd en dat heeft weinig of niets met intelligentie te maken
→ voordeel : iedereen kan kritische vaardigheden en houding trainen
→ kritisch denken : in 1ste plaats ñ over WAT we denken wel over HOE
3. BEDREIGINGEN VOOR ONS KRITISCH DENKVERMOGEN
3.1 MISLEID DOOR ONS EIGEN BREIN
3.1.1 TYPE 1- EN TYPE 2 DENKEN
TYPE 1 denken TYPE 2 denken
- snel - langzaam
- intuitief - expliciet
- onbewust - bewust
⇒ snel handelen - meerdere dingen tegelijk ⇒ beredeneerd - past bepaalde regels en strategieën toe -
→ straat oversteken kost meer inspanning
→ kritisch denken draait rond onderdrukken van het snelle denken om meer bewust te denken
1
,3.1.2 KUNNEN WE ONS BREIN VERTROUWEN
→ brein staat kritisch denken soms in de weg
→ maken onbewust rare kronkels en fouten
→ per sec. duizenden prikkels
→ observeren en nemen alles waar met zintuigen
→ hersenen moeten aantal waarnemingen elimineren en zorgen dat ze ñ oververhit raken
→ brein filtert info, vult aan en maakt hapklare, herkenbare stukken
→ iedere individu is anders ⇒ gooit andere stukken info overboord
→ proces van info die je bewaart en verwerkt = interpretering
→ geeft een eigen subjectieve waarheid aan situatie o.b.v. referentiekader of hoe je in leven staat
→ deze factoren kunnen rol spelen :
gevoelens droevige stemming - anders reageren dan vrolijk
geheugen slechte relatie gehad - meer op je hoede
verwachtingen ⊕ kritiek over film - hoge verwachtingen
contrastwerking sollicitatie : persoon voor jou slechte indruk - jij meer kans beter te scoren
projectie soort afweersysteem tegen ⊖ emoties door ze af te reageren aan iets of iemand : jij
slechte dag + ruzie – vraagt aan partner ‘heb je slechte dag’
vooroordelen ⊖ oordeel dat hoofdzakelijk gevoelsmatig bepaald is
affectieve gevoelsmatige band tussen mensen ⇒ waarnemingen subjectief gekleurd
verbondenheid ouders : gekleurde waarneming over eigen kind : “mijn kind, schoon kind”
eigen waarden en bepaald door de opvoeding, cultuur, … + ñ voor iedereen hetzelfde
normen
3.1.3 CONFIRMATION BIAS OF TUNNELVISIE
→ brein op zoek naar bevestiging
→ van nature oog voor elementen die onze reeds gevormde meningen, keuzes en handelingen ondersteunen en ñ voor
elementen die dat ñ doen = confirmation bias of tunnelvisie
→ hechten vooral waarde aan info die onze mening bevestigt → brein kiest systematisch voor weg met minste weerstand
→ brein kan moeilijk om met toeval
→ snel bevestigen van eigen mening en wensdenken , = wishful thinking, kosten minder mentale energie dat voortdurend in
vraag stelt van onze ideeën
HOE CONFIRMATION BIAS VOORKOMEN
→ door type-2 denken te activeren
● oordeel ñ te snel en aanvaard dat je ñ alles kan weten
● zoek gerichte info en beperk je ñ tot info die steeds je mening bevestigd
● bekijk dingen vanuit ≠ perspectieven en leer context kennen voor je oordeelt
→ internetgiganten maken gebruik van onze tunnelvisie door filterbubbels : op sociale media krijg je door algoritmes info te
zien die aansluit bij je voorkeur o.b.v. je klikgedrag
3.1.4 GROEPSDRUK
→ van nature de neiging om ons aan te passen aan de groep en ñ te veel op te vallen als individu
→ groepsdruk hoeft ñ altijd ⊖ te zijn maar kan leiden tot irrationele beslissingen met vergaande gevolgen
3.2 MISLEID DOOR ANDERE
→ bewust door eigen brein en kritisch denkvermogen ŵ uitgedaagd door anderen
→ op ≠ manieren proberen anderen je te beïnvloeden :
3.2.1 FILTERBUBBEL
→ websites, sociale media en zoekmachines passen zich aan aan je profiel
↪ o.b.v. geschiedenis, mailverkeer, online koopgedrag, berichten op sociale media, …
⇒ via algoritme voorspellen wat je graag wil zien = interessant voor bedrijven
→ kan handig zijn maar ook keerzijde : bij nieuwe zoekopdrachten ŵ alles weggefilterd wat ñ binnen je profiel past
⇒ invloed op diversiteit van info die je ziet - andere invalshoeken en meningen ŵ weggefilterd
⇒ ontstaan van bubbel van gelijkgestemde berichten = filterbubbel
→ in bubbel : gevoel dat jouw mening de norm is en dus de waarheid vertegenwoordigt
2
, 3.2.2 FRAMING
= communicatiestrategie waarbij je bewust aandacht vestigt op aantal kenmerken terwijl je andere negeert
→ stuurt manier waarop publiek de boodschap interpreteert
→ in volgend voorbeeld : eerst nadruk op ⊕ kenmerken - tweede keer op ⊖ kenmerken
VOORBEELD
→ dilemma: voorbereiden op uitbraak van onbekend virus
verwacht dat virus 6000 mensen zal doden → 2 mogelijke medische programma’s ziekte overwinnen
Welk programma kies je?
A : 2000 mensen gered
B : 1/3 kans dat 6000 mensen gered en 2/3 kans niemand gered
⇒ 72% van de mensen kiest in dit geval voor programma A en slechts 28% voor programma B.
→ dezelfde programma’s op andere manier beschrijven ⇒ mensen kiezen anders
A : 4000 mensen sterven
B : 1/3 kans dan niemand sterft en 2/3 kans dat 6000 mensen sterven
In dit geval kiest 22% voor optie A en 78% voor optie B.
FRAMING OP SOCIAL MEDIA
→ meest voorkomende vorm ervan
→ op sm. tonen we graag beste versie van onszelf en laten minder goede zaken achterwege
⇒ the age of envy = tijdperk van jaloezie
→ het leven van een ander lijkt op sm. snel extreem boeiend terwijl in werkelijkheid ñ altijd geval
FRAMING IN RECLAME
→ vaak om consumenten te overtuigen
→ recent voorbeeld is greenwashing : groener voordoen
PROPAGANDA EN ACTIVISME
→ mensen met bepaalde overtuigen gebruiken vaak framing ⇒ publieke opinie beïnvloeden
→ overtuigen van gelijk en verspreiden misleidende info
→ politici : mening van kiezers bepaalde richting te sturen
3.2.3 BRAND JOURNALISM EN CLICKBAIT
→ commerciële pers zet meer in op brand journalism via gesponsorde artikels → ŵ aangeleverd door handelsfirma’s met
andere uitgangsfouten en eigen agenda
→ meestal wel vermeld dat het om reclame gaat maar door artikels of publi-reportages te verpakken als gewone
nieuwsartikels en te bundelen met authentieke nieuwsberichten
→ aandachtige lezer kan artikels herkennen omdat ze doorgaan ander lettertype gebruiken dan overige berichten en
bijgevoegde foto is vaak geretoucheerd
→ clickbait : berichten die via sensationele, misleidende titel lezers verleiden om op artikel te klikken
→ meer clicks ⇒ meer advertentie inkomsten
3.2.4 SLORDIGE JOURNALISTIEK
→ nieuws gaat razendsnel volledige wereld rond en blijven langer rondzwerven
→ iedereen gsm op zak ⇒ nieuws kan altijd overal en door iedereen gemaakt en verspreid ŵ
→ journalisten : snel zijn → met primeur komen ⇒ slordig bij checken en dubbelchecken van bronnen
→ correcte onderzoeksresultaten kunnen verkeerd geïnterpreteerd ŵ of sensationeler voorgesteld ŵ
3.2.5 COMPLOTTHEORIEËN EN PSEUDOWETENSCHAPPEN
COMPLOTTHEORIEËN
= alternatieve, maar foute verklaring voor een gebeurtenis
→ verwerpt de officiële versie van de feiten
→ allemaal vatbaar voor complotdenken : mensen van nature moeite met toeval en onzekerheid ⇒ op zoek naar duidelijk
verhaal
→ complotdenken vaak soort identiteitsprobleem
→ complotdenkers zien zichzelf als ‘verheven” groep ↔ andere beschikken over ‘geheime kennis’ en voelen zich heldhaftig als
ze anderen waarschuwen voor het complot
→ soms zijn ze te absurd om waar te zijn of soms zodanig goed ingespeeld op twijfels en onzekerheid
PSEUDOWETENSCHAPPEN
= stelsels van opvattingen, theorieën, ideeën waarvan aanhangers beweren dat ze wetenschappelijk zijn zonder bewijs
→ voorbeeld : creationisme : gevolgen ñ in evolutietheorie wel dat God wereld en mens heeft gemaakt
3
deel 1 : kritisch denken
1. WAAROM KRITISCH DENKEN BELANGRIJK
- om professionele kwaliteiten in samenleving te blijven garanderen
- in tijden waarin democratie en mensenrechten onder druk staan
→ 21ste eeuw = complex en evolueert snel
→ grote verandering
op : door :
- dagdagelijkse leven - globalisering
- arbeidsmarkt - technologisering
- samenleving - informatisering
- individualisering
→ leven in dynamische, mondiale kenniseconomie waar accent verschuift van productie-economie naar ontwikkeling en
circulatie van kennis en innovatie.
→ onderwijs heeft belangrijke taak om duurzame inzetbaarheid van studenten te waarborgen
→ specifieke inhoudelijke vakkennis blijft belangrijk maar ook algemene, conceptuele, vakoverschrijdende vaardigheden
2. WAT VERSTAAN WE ONDER KRITISCH DENKEN
KRITISCHE VAARDIGHEDEN
● betrouwbare info zoeken
● bronnen interpreteren en analyseren
● redeneren en reflecteren voordat je standpunt inneemt of voor je beslist hoe te handelen
● verklaren waarop je standpunt of handeling gebaseerd is
● onderscheid maken tussen waarschijnlijke en minder waarschijnlijke beweringen
● drogredenen herkennen en vermijden
KRITISCHE HOUDING
● open geest
● nieuwsgierig en onderzoekend zijn
● juiste vragen stellen
● jezelf in vraag stellen en twijfelen
● verschillende alternatieven afwegen
● voorzichtig zijn bij het trekken van conclusies
● bereid zijn om standpunt aan te passen
● eerlijk en open zijn
→ kritisch denken is ñ eenvoudig
→ kritisch vermogen ŵ op ≠ manieren bedreigd en dat heeft weinig of niets met intelligentie te maken
→ voordeel : iedereen kan kritische vaardigheden en houding trainen
→ kritisch denken : in 1ste plaats ñ over WAT we denken wel over HOE
3. BEDREIGINGEN VOOR ONS KRITISCH DENKVERMOGEN
3.1 MISLEID DOOR ONS EIGEN BREIN
3.1.1 TYPE 1- EN TYPE 2 DENKEN
TYPE 1 denken TYPE 2 denken
- snel - langzaam
- intuitief - expliciet
- onbewust - bewust
⇒ snel handelen - meerdere dingen tegelijk ⇒ beredeneerd - past bepaalde regels en strategieën toe -
→ straat oversteken kost meer inspanning
→ kritisch denken draait rond onderdrukken van het snelle denken om meer bewust te denken
1
,3.1.2 KUNNEN WE ONS BREIN VERTROUWEN
→ brein staat kritisch denken soms in de weg
→ maken onbewust rare kronkels en fouten
→ per sec. duizenden prikkels
→ observeren en nemen alles waar met zintuigen
→ hersenen moeten aantal waarnemingen elimineren en zorgen dat ze ñ oververhit raken
→ brein filtert info, vult aan en maakt hapklare, herkenbare stukken
→ iedere individu is anders ⇒ gooit andere stukken info overboord
→ proces van info die je bewaart en verwerkt = interpretering
→ geeft een eigen subjectieve waarheid aan situatie o.b.v. referentiekader of hoe je in leven staat
→ deze factoren kunnen rol spelen :
gevoelens droevige stemming - anders reageren dan vrolijk
geheugen slechte relatie gehad - meer op je hoede
verwachtingen ⊕ kritiek over film - hoge verwachtingen
contrastwerking sollicitatie : persoon voor jou slechte indruk - jij meer kans beter te scoren
projectie soort afweersysteem tegen ⊖ emoties door ze af te reageren aan iets of iemand : jij
slechte dag + ruzie – vraagt aan partner ‘heb je slechte dag’
vooroordelen ⊖ oordeel dat hoofdzakelijk gevoelsmatig bepaald is
affectieve gevoelsmatige band tussen mensen ⇒ waarnemingen subjectief gekleurd
verbondenheid ouders : gekleurde waarneming over eigen kind : “mijn kind, schoon kind”
eigen waarden en bepaald door de opvoeding, cultuur, … + ñ voor iedereen hetzelfde
normen
3.1.3 CONFIRMATION BIAS OF TUNNELVISIE
→ brein op zoek naar bevestiging
→ van nature oog voor elementen die onze reeds gevormde meningen, keuzes en handelingen ondersteunen en ñ voor
elementen die dat ñ doen = confirmation bias of tunnelvisie
→ hechten vooral waarde aan info die onze mening bevestigt → brein kiest systematisch voor weg met minste weerstand
→ brein kan moeilijk om met toeval
→ snel bevestigen van eigen mening en wensdenken , = wishful thinking, kosten minder mentale energie dat voortdurend in
vraag stelt van onze ideeën
HOE CONFIRMATION BIAS VOORKOMEN
→ door type-2 denken te activeren
● oordeel ñ te snel en aanvaard dat je ñ alles kan weten
● zoek gerichte info en beperk je ñ tot info die steeds je mening bevestigd
● bekijk dingen vanuit ≠ perspectieven en leer context kennen voor je oordeelt
→ internetgiganten maken gebruik van onze tunnelvisie door filterbubbels : op sociale media krijg je door algoritmes info te
zien die aansluit bij je voorkeur o.b.v. je klikgedrag
3.1.4 GROEPSDRUK
→ van nature de neiging om ons aan te passen aan de groep en ñ te veel op te vallen als individu
→ groepsdruk hoeft ñ altijd ⊖ te zijn maar kan leiden tot irrationele beslissingen met vergaande gevolgen
3.2 MISLEID DOOR ANDERE
→ bewust door eigen brein en kritisch denkvermogen ŵ uitgedaagd door anderen
→ op ≠ manieren proberen anderen je te beïnvloeden :
3.2.1 FILTERBUBBEL
→ websites, sociale media en zoekmachines passen zich aan aan je profiel
↪ o.b.v. geschiedenis, mailverkeer, online koopgedrag, berichten op sociale media, …
⇒ via algoritme voorspellen wat je graag wil zien = interessant voor bedrijven
→ kan handig zijn maar ook keerzijde : bij nieuwe zoekopdrachten ŵ alles weggefilterd wat ñ binnen je profiel past
⇒ invloed op diversiteit van info die je ziet - andere invalshoeken en meningen ŵ weggefilterd
⇒ ontstaan van bubbel van gelijkgestemde berichten = filterbubbel
→ in bubbel : gevoel dat jouw mening de norm is en dus de waarheid vertegenwoordigt
2
, 3.2.2 FRAMING
= communicatiestrategie waarbij je bewust aandacht vestigt op aantal kenmerken terwijl je andere negeert
→ stuurt manier waarop publiek de boodschap interpreteert
→ in volgend voorbeeld : eerst nadruk op ⊕ kenmerken - tweede keer op ⊖ kenmerken
VOORBEELD
→ dilemma: voorbereiden op uitbraak van onbekend virus
verwacht dat virus 6000 mensen zal doden → 2 mogelijke medische programma’s ziekte overwinnen
Welk programma kies je?
A : 2000 mensen gered
B : 1/3 kans dat 6000 mensen gered en 2/3 kans niemand gered
⇒ 72% van de mensen kiest in dit geval voor programma A en slechts 28% voor programma B.
→ dezelfde programma’s op andere manier beschrijven ⇒ mensen kiezen anders
A : 4000 mensen sterven
B : 1/3 kans dan niemand sterft en 2/3 kans dat 6000 mensen sterven
In dit geval kiest 22% voor optie A en 78% voor optie B.
FRAMING OP SOCIAL MEDIA
→ meest voorkomende vorm ervan
→ op sm. tonen we graag beste versie van onszelf en laten minder goede zaken achterwege
⇒ the age of envy = tijdperk van jaloezie
→ het leven van een ander lijkt op sm. snel extreem boeiend terwijl in werkelijkheid ñ altijd geval
FRAMING IN RECLAME
→ vaak om consumenten te overtuigen
→ recent voorbeeld is greenwashing : groener voordoen
PROPAGANDA EN ACTIVISME
→ mensen met bepaalde overtuigen gebruiken vaak framing ⇒ publieke opinie beïnvloeden
→ overtuigen van gelijk en verspreiden misleidende info
→ politici : mening van kiezers bepaalde richting te sturen
3.2.3 BRAND JOURNALISM EN CLICKBAIT
→ commerciële pers zet meer in op brand journalism via gesponsorde artikels → ŵ aangeleverd door handelsfirma’s met
andere uitgangsfouten en eigen agenda
→ meestal wel vermeld dat het om reclame gaat maar door artikels of publi-reportages te verpakken als gewone
nieuwsartikels en te bundelen met authentieke nieuwsberichten
→ aandachtige lezer kan artikels herkennen omdat ze doorgaan ander lettertype gebruiken dan overige berichten en
bijgevoegde foto is vaak geretoucheerd
→ clickbait : berichten die via sensationele, misleidende titel lezers verleiden om op artikel te klikken
→ meer clicks ⇒ meer advertentie inkomsten
3.2.4 SLORDIGE JOURNALISTIEK
→ nieuws gaat razendsnel volledige wereld rond en blijven langer rondzwerven
→ iedereen gsm op zak ⇒ nieuws kan altijd overal en door iedereen gemaakt en verspreid ŵ
→ journalisten : snel zijn → met primeur komen ⇒ slordig bij checken en dubbelchecken van bronnen
→ correcte onderzoeksresultaten kunnen verkeerd geïnterpreteerd ŵ of sensationeler voorgesteld ŵ
3.2.5 COMPLOTTHEORIEËN EN PSEUDOWETENSCHAPPEN
COMPLOTTHEORIEËN
= alternatieve, maar foute verklaring voor een gebeurtenis
→ verwerpt de officiële versie van de feiten
→ allemaal vatbaar voor complotdenken : mensen van nature moeite met toeval en onzekerheid ⇒ op zoek naar duidelijk
verhaal
→ complotdenken vaak soort identiteitsprobleem
→ complotdenkers zien zichzelf als ‘verheven” groep ↔ andere beschikken over ‘geheime kennis’ en voelen zich heldhaftig als
ze anderen waarschuwen voor het complot
→ soms zijn ze te absurd om waar te zijn of soms zodanig goed ingespeeld op twijfels en onzekerheid
PSEUDOWETENSCHAPPEN
= stelsels van opvattingen, theorieën, ideeën waarvan aanhangers beweren dat ze wetenschappelijk zijn zonder bewijs
→ voorbeeld : creationisme : gevolgen ñ in evolutietheorie wel dat God wereld en mens heeft gemaakt
3