WAT IS CRIMINALITEIT EN CRIMINOLOGIE
Hoofdstuk 1&2 inleiding tot de wetenschapsfilosofie 26 SEPTEMBER
Criminaliteit: ‘in wezen betwist’, normatief (geen objectief concept) en complex (veel opvattingen)
daad beschouwd als misdrijf bestraft via strafrecht MAAR niet genoeg
- dezelfde feiten kunnen behandeld worden via verschillende procedures vb. winkeldiefstal kan via
strafrecht bekeken worden maar ook via gemeentelijke administratieve sancties (GAS)
niet dieper ingaand op ware aard criminaliteit, relativisme (wat vb. in NL mag, mag hier
niet), onduidelijk, soms voordelig voor sociale vooruitgang
meesten weten niet wat crimineel is vb. beperkt aantal dat iedereen kent maar de rest
kent niemand, verschil formele en daadwerkelijke criminalisering, strafrecht heeft niet echt duidelijke
principes
= constructivisme (criminaliteit wordt door de mens gemaakt en bestaan niet vanzelf)
- criminaliteit is een resultaat van maatschappelijk constructie proces
- maar vb. postmodernisten gaan te ver en denken dat er geen waarheid is = nihil/relativisme
Criminologie:
-materiaal voorwerp: definitie is moeilijk
-formeel voorwerp:
geen specifiek invalshoek, multidisciplinair (verschillende beroepen op andere
wetenschappen vb. recht)
verschillende methodologieën = verschillende paradigmata (interpretatieschema)
ontologie: de wereld, de visie van de mens en maatschappij
1. Vorm van de werkelijkheid: objectivisme of positivisme (bepaalde opvatting hanteren, ze
geloven dat er een buitenwereld is die wij niet onder onze invloed hebben) vs
constructivisme (realiteit is subjectief)
2. Visie op de mens: menselijk gedrag is gevolg oorzaken, geen vrije wil dus wat zijn de
oorzaken voor crimineel gedrag (= positivisten)
3. Visie op maatschappij:
a) Consensusmaatschappijmodel: wet = collectieve wil bevolking, wetovertreders zijn
buitenstaanders (= positivisten)
b) Pluralistisch maatschappijmodel: samenleving = verschillende groepen dus conflict is
mogelijk maar het eens met conflict oplossingsmethode
c) Conflictmodel: verschillende groepen, openbaar belang is niet meer
Epistemologie: hoe ware kennis over werkelijkheid krijgen?
1. Realiteit kan objectief gemeten worden (positivisten), strenge onderzoeksmethoden
,INLEIDING IN DE CRIMINOLOGIE NOTITIES LES
2. Onderzoeker en onderzochte moeten interactie hebben en betrokken zijn, kwalitatieve
methoden vb. praten met de mensen die ze onderzoeken, niet waardevrij
(constructivisten)
Methodologie: leer van de methode, bepaald na gekozen ontologie en epistemologie (zie kader slide
36)
Realisme: gouden middenweg: realistische ontologie met kritische epistemologie
externe wereld buiten ons, die kunnen we waarnemen
Kwalitatief: kleine groep mensen, kwantitatief: grote groep
is het nu een zelfstandige discipline: nee, bastard science
Hoofdstuk 3 gegevensbronnen voor criminologen 29 SEPTEMBER
Historische achtergrond: vanaf 17e eeuw, overtuiging dat statistieken objectief waren, gebruikte enkel
gerechtelijke statistieken, institutioneel standpunt hanteren
loop 20e eeuw: twijfels over beperkingen statistieken, enquêtes uitvoeren en zelfrapportages dus
vanaf ’60 bevragingen of mensen slachtoffers waren van criminele feiten, modules rond andere
thema’s (vb. aangifte ingediend of niet, onveiligheidsgevoel) (=slachtofferenquêtes)
veel sterktes in deze bronnen maar ook beperkingen
1. Officiële criminaliteitscijfers: informatie over werking straf verdeling, gebruiken cijfers
geregistreerd door de politie, oprichting Geïntegreerde Interpolitiële Criminaliteitsstatistiek
(GICS) nu de: Geïntegreerde Criminologische Statistiek (GCS) vanaf 2000 begonnen politie
statistieken systematisch verzamelen en gebruiken
in de GCS is vb. autodiefstal meer uitgebreid terwijl in het wetboek alleen ‘diefstal’ staat
nog niet echt mogelijk een heel dossier op te volgen aan de hand van GCS
,INLEIDING IN DE CRIMINOLOGIE NOTITIES LES
- interpol is minder goed dan sourcebook want er zit vertraging op aangezien het maar om de
aantal jaar veranderd wordt
-beperkingen politiecijfers: meldingsbereidheid burgers is vaak laag, registratiebereidheid:
politie maakt selectie (vb. bepaalde feiten niet geregistreerd), brengcriminaliteit (burgers
gaan zelf naar politie), haalcriminaliteit (politie onderzoekt dit zelf), vatting: enkele misdrijven
zijn gemakkelijk te classificeren maar bepaalde feiten komen niet dusdanig voor in strafboek
= fouten in nomenclatuur (= lijst misdrijven)
dark-number probleem: lang niet alles is gekend, door vb. niet melden of niet registeren
Slide 17: eerste stelling: fietsen worden veel vaker in België gebruikt en foute conclusie
2. Zelfrapportages: JOP (jeugd onderzoek platform), internationale surveys regelmatig
uitgevoerd bij jongeren zelfde vragen
- meer juiste visie op criminaliteit, waarom dan alleen de feiten van een bepaalde groep,
aandacht naar definiëringsprocessen, nuttig om theorieën te toetsen
Beperking: representativiteit (vaak in middelbaar), zwaktes (lichte zeden door middelbare
studenten zoals winkeldiefstal), sociale wenselijkheid: neiging een goed beeld van zichzelf te
tonen vb. drugsdealers doen zich niet graag zo negatief voor, onderling niet vaak
vergelijkbare enquêtes, twijfel over kwaliteit data
3. Slachtofferenquêtes: in België: veiligheidsmonitor, dan kleinschalige enquêtes
vijf modules in Belgische monitor, laatste tijd veel aandacht naar seksueel geweld en
discriminatie etc.
beter zicht op dark-number, extra info over criminaliteit, theorieën testen, relatie
slachtofferschap en onveiligheidsgevoel = voordelen
beperkingen: enkel info over identificeerbare slachtoffers (vb. niet over georganiseerde
misdaad), enkel inzicht in perspectief, sociale wenselijkheid: mensen geven niet graag toe dat
ze verkracht zijn
a) Onderzoek naar onveiligheidsgevoelens: redenen zijn o.a. gebrek aan politie, overlast,
criminaliteit, verloederde omgeving,…
pijnpunten:
ethisch-deontologisch: onveiligheid is geen ‘objectief’ gevoel
inhoudelijk-conceptueel: verschil tussen angst en bezorgdheid, afhankelijk van vele
factoren vb. geslacht, leeftijd, ‘fear of crime paradox’ mensen die grotere risico’s lopen
voelen zich het minst onveilig terwijl ze het meest risico lopen (vb. feestende mannen zijn
minder bang t.o.v. jonge vrouwen die niet uitgaan
methodologisch: één enkele vraag, hangen sterk af van verzamelmethode vb. telefoon
vs. Papier
conclusie:
Criminaliteit meten kan op drie manieren: officiële cijfers, zelfrapportages en slachtofferenquêtes.
Elke bron geeft nuttige info, maar allemaal hebben ze beperkingen en lossen ze het dark number
, INLEIDING IN DE CRIMINOLOGIE NOTITIES LES
(verborgen criminaliteit) niet volledig op. Het beste beeld krijg je dus door verschillende bronnen te
combineren (= triangulatie), sinds ’90 ook onveiligheidsgevoelens bevraagd (wel pijnpunten)
De Veiligheidsmonitor is hoofdbron van cijfergegevens rond slachtofferschap en
onveiligheidsgevoelens in België
Hoofdstuk 4 veelvoorkomende criminaliteit 6 OKTOBER
-Kernbegrippen en definities
Veelvoorkomende criminaliteit: bepaalde groep criminele feiten die vaak voorkomen in de
maatschappij, zijn hinderlijk en doen burgers soms onveilig voelen
1. Eigendomscrimininaliteit: diefstal, geweld tegen eigendom, afpersing
2. Jeugddelinquentie: inbreuken door minderjarigen, jeugdbeschermingsrecht en
jeugdrechtbanken
3. Gewelds- of persoonscriminaliteit: moord en doodslag, slagen en verwondingen, aanranding
eerbaarheid
Frequentie: absolute cijfers
Trend: vergelijking cijfers over tijd, stijging of daling, verschil tussen oude en nieuwe waarden
Incidentie: proportie totaal aantal gevallen van een fenomeen in populatie criminaliteitsgraad =
aantal feiten gepleegd door populatie binnen een tijdsperiode
Prevalentie: aantal personen drager van een kenmerk in tijdsperiode in functie van aantal subjecten
onderzoekspopulatie (vb. hoeveel mensen zijn slachtoffer van verkrachting)
Geregistreerde criminaliteit: groot deel is eigendomscriminaliteit, meer dan één derde van
geregistreerde feiten is ofwel diefstal en afpersing ofwel beschadiging eigendom, gigantische stijging
informatica criminaliteit
-Belgische cijfers en trends
eigendomscriminaliteit:
Waarom autodiefstal zo gedaald? Beveiliging is erop vooruit gegaan
Tussentijdse conclusie: daling sinds 2000, spectaculair voor woning- en autodiefstal, maar
gecompenseerd door groei informaticacriminaliteit
Persoonscriminaliteit:
Sterke groei, moord en doodslag zeer sterk gegroeid, waarschijnlijk ook door aangiften, waarneming,
politie activiteit,… betere gegevens en meer onderzoek zijn nodig
Meestal familie gerelateerde moorden, bijna altijd mannen behalve bij kindermoord, velen
laagopgeleid, problemen in kindertijd, slachtoffers: velen mannelijk, en allochtonen