HOD GKIN LYMFOOM
➢ Typisch: Reed-Sternberg cellen
o Multinucleaire cellen met immens grote nucleolen
o Cell of origin: germinatief centrum B-cel
o Immunofenotypering:
▪ Nagenoeg afwezigheid van B-celmerkers: CD20-, PAX5 zwak +
▪ CD30+ en CD15+
➢ 30% vd lymfomen zijn hodgkin lymfomen
➢ 2 pieken:
o Vooral bij jongvolwassenen
o 2e piek bij ouderen
➢ 95% micromilieu, 5% tumorcellen
o Obv van samenstelling hiervan: 4 types
➢ Meestal in lymfeklieren
o 60% mediastinaal
o 75% cervicaal
o Typisch hard en pijnloos
➢ S/: O
o Meestal initieel geen klachten ➔ 60% is al in stadium I of II bij diagnose
o Soms klachten tgv ruimte-innemend proces
▪ Indien mediastinaal: dyspnee, vena cava compressie
o Soms B-symptomen (koorts, vermagering, zweten)
o Vermoeidheid
o Veralgemeende jeuk
o (bot)pijn na alcohol
➢ Miltaantasting bij 20%
➢ Beenmergaantasting bij 5-10%
➢ 5-jaarsoverleving: +/- 87%
➢ Genetica:
o JAK/STAT activatie in 90%
▪ ➔ JAK2 amplificatie
o Immune evasion: PDL-1 amplificatie
▪ Zorgt dat er een krans van T-cellen rondom de cel komt zitten zodat het
immuunsysteem hem niet herkent
➢ R/:
o Meestal curatief
o Chemotherapie:
▪ ABVD
▪ BEACOPP
o +/- nabestraling (afh van stadium)
o Igv herval:
▪ Hoge dosis chemo + autologe stamceltransplantatie
▪ Immunotherapie
, B-CE L NO N-HOD GKIN LYMFOME N
➢ Diffuus of folliculair patroon
➢ Grootcellig of kleincellig
➢ Matuur of immatuur (hieronder enkel mature)
Immunohistochemie:
➢ Algemene B-cel merkers: CD79a, CD20 en PAX5
➢ Specifieke merkers
o Germinatief centrum: Bcl6, CD10
o Post-germinatief centrum: MUM1
o Aberrante expressie van Bcl2, Cycline D1 en Myc
Moleculair onderzoek
➢ PCR: typisch monoclonale B-cel proliferatie
KLE INCE LLIGE LY MFOME N (IN DOLEN T)
FOLLICU LA IR LY MFO OM
➢ B-celmerker: CD20+
➢ Follikelcentrumcel: CD10+ en Bcl6+
➢ Specifiek: Bcl2 overexpressie in follikel
Pathogenese:
➢ Translocatie: t(14;18) ➔ Bcl2 komt onder promotor van chrom 14 te liggen
o MAAR komt ook voor bij gezonde mensen
➢ Bij 90% mutatie in gen dat rol speelt in epigenetica ➔ bepaalt welke genen wel en niet tot expressie
komen ➔ door mutatie komen bepaalde genen tot overexpressie en worden andere onderdrukt
Kenmerken van folliculair lymfoom:
➢ 25% van alle NHL
➢ Klinische kenmerken:
o Vooral bij ouderen ➔ mediaan: 60j
o Typisch gegeneraliseerde klierzwelling
o Meestal vanaf diagnose al beenmergaantasting ➔ pancytopenie
▪ Maar toch niet zo agressief ➔ meeste mensen overlijden hier niet door
o Bij gevorderde ziekte ook milt en extranodaal
➢ Cell of origin:
o Follikel centrumcel
➢ Morfologische kenmerken:
o Folliculair groeipatroon
o Mix van centroblasten en centrocyten ➔ zonder polarisatie (tss lichte en donkere zone)
▪ Aantal centroblasten bepaalt prognose
• Graad 1-2: 0-15 centroblasten per high-power field (= laaggradige)
• Graad 3a-b: >15 centroblasten per HPF (= intermediair)
o Puinmacrofagen meestal afwezig
o Evolutie naar DLBCL mogelijk
➢ Typisch: Reed-Sternberg cellen
o Multinucleaire cellen met immens grote nucleolen
o Cell of origin: germinatief centrum B-cel
o Immunofenotypering:
▪ Nagenoeg afwezigheid van B-celmerkers: CD20-, PAX5 zwak +
▪ CD30+ en CD15+
➢ 30% vd lymfomen zijn hodgkin lymfomen
➢ 2 pieken:
o Vooral bij jongvolwassenen
o 2e piek bij ouderen
➢ 95% micromilieu, 5% tumorcellen
o Obv van samenstelling hiervan: 4 types
➢ Meestal in lymfeklieren
o 60% mediastinaal
o 75% cervicaal
o Typisch hard en pijnloos
➢ S/: O
o Meestal initieel geen klachten ➔ 60% is al in stadium I of II bij diagnose
o Soms klachten tgv ruimte-innemend proces
▪ Indien mediastinaal: dyspnee, vena cava compressie
o Soms B-symptomen (koorts, vermagering, zweten)
o Vermoeidheid
o Veralgemeende jeuk
o (bot)pijn na alcohol
➢ Miltaantasting bij 20%
➢ Beenmergaantasting bij 5-10%
➢ 5-jaarsoverleving: +/- 87%
➢ Genetica:
o JAK/STAT activatie in 90%
▪ ➔ JAK2 amplificatie
o Immune evasion: PDL-1 amplificatie
▪ Zorgt dat er een krans van T-cellen rondom de cel komt zitten zodat het
immuunsysteem hem niet herkent
➢ R/:
o Meestal curatief
o Chemotherapie:
▪ ABVD
▪ BEACOPP
o +/- nabestraling (afh van stadium)
o Igv herval:
▪ Hoge dosis chemo + autologe stamceltransplantatie
▪ Immunotherapie
, B-CE L NO N-HOD GKIN LYMFOME N
➢ Diffuus of folliculair patroon
➢ Grootcellig of kleincellig
➢ Matuur of immatuur (hieronder enkel mature)
Immunohistochemie:
➢ Algemene B-cel merkers: CD79a, CD20 en PAX5
➢ Specifieke merkers
o Germinatief centrum: Bcl6, CD10
o Post-germinatief centrum: MUM1
o Aberrante expressie van Bcl2, Cycline D1 en Myc
Moleculair onderzoek
➢ PCR: typisch monoclonale B-cel proliferatie
KLE INCE LLIGE LY MFOME N (IN DOLEN T)
FOLLICU LA IR LY MFO OM
➢ B-celmerker: CD20+
➢ Follikelcentrumcel: CD10+ en Bcl6+
➢ Specifiek: Bcl2 overexpressie in follikel
Pathogenese:
➢ Translocatie: t(14;18) ➔ Bcl2 komt onder promotor van chrom 14 te liggen
o MAAR komt ook voor bij gezonde mensen
➢ Bij 90% mutatie in gen dat rol speelt in epigenetica ➔ bepaalt welke genen wel en niet tot expressie
komen ➔ door mutatie komen bepaalde genen tot overexpressie en worden andere onderdrukt
Kenmerken van folliculair lymfoom:
➢ 25% van alle NHL
➢ Klinische kenmerken:
o Vooral bij ouderen ➔ mediaan: 60j
o Typisch gegeneraliseerde klierzwelling
o Meestal vanaf diagnose al beenmergaantasting ➔ pancytopenie
▪ Maar toch niet zo agressief ➔ meeste mensen overlijden hier niet door
o Bij gevorderde ziekte ook milt en extranodaal
➢ Cell of origin:
o Follikel centrumcel
➢ Morfologische kenmerken:
o Folliculair groeipatroon
o Mix van centroblasten en centrocyten ➔ zonder polarisatie (tss lichte en donkere zone)
▪ Aantal centroblasten bepaalt prognose
• Graad 1-2: 0-15 centroblasten per high-power field (= laaggradige)
• Graad 3a-b: >15 centroblasten per HPF (= intermediair)
o Puinmacrofagen meestal afwezig
o Evolutie naar DLBCL mogelijk