wCursus Neurochirurgie
1
,Les 1: Fysiologische elementen
1Bloedhersenbarrière (en bloed-CSV barrière)
= Endotheel van cerebrale capillairen
Tight junctions <> NIET in capillairen van rest van lichaam
Veel mitochondria E- afhankelijk actief transport
Basale membraan en astrocytvoetjes
o Omgeven capillair bijna volledig en helpen bij regulatie en ondersteuning
Functie
Bescherming CZS tegen schadelijke moleculen in interstitium
o Actief transport via E-dependente transporters
Glucose, AZ, vitaminen,…
o Diffusie// vetoplosbaarheid hersenen = lipofiel milieu
o Lage permeabiliteit van capillairen: minimale lekkage
Isolatie (elektrisch milieu): hoge elektrische weerstand
o BBB voorkomt ongecontroleerde ionveranderingen: stabiel extracellulair ionenmilieu nodig voor zenuwgeleiding
Bloed-CSV barrière:
Epitheel van capillairen van plexus choroideus: tight junctions = barrière
<> Endotheel plexus choroideus: fenestraties
Functie
Reguleert welke stoffen vanuit het bloed in CSF terechtkomen
Produceert en zuivert het CSV.
Verstoring BBB
Weefseldisruptie /destructie
o Diffuus trauma, contusie, bloeding, ischemie, infectie, …
o Mechanisme: vrije radicalen, hyperosmolaire moleculen
Disorganisatie van basale membraan en tight junctions van tumorale capillairen
o Tumorale capillairen: snel groeien slechte vorming capillairen: zwakke tight junctions
Contrastcaptatie op CT/MR lekkage
2Hersenoedeem
= ↑ waterinhoud van hersenweefsel Intracellulair +/- interstitiële ruimte
Vasogeen hersenoedeem
Verhoogde capillaire permeabiliteit (lekkende capillairen) tgv verstoorde BBB
o Plasma EW lekken in interstitium (witte stof) = minder compact dan grijze stof
O/:
o Necrose (contusie) beschadiging capillairen
Disruptie tight junctions en E-depletie van endotheelcellen
o Neovascularisatie (maligne tumoren)
R/: cortisone ↓capillaire permeabiliteit = ↓peritumoraal oedeem
o Bij tumoren
o Werkt NIET bij trauma: endotheel is structureel kapot
Afb: peritumoraal oedeem, in witte stof vlamvormig oedeem
Cytotoxisch hersenoedeem
Opzwelling cellen door ionpomp falen
o Vocht verplaatst intracellul in zowel witte als grijze stof <> vasogeen oedeem: extracell
2
, O/: beschadiging van cellen/neuronen/axonen ischemie, toxines, inflamm
o Ischemisch CVA: geen ATP → pompdefect → cellulaire zwelling
o Leverfalen en uremie: toxische metabolieten beschadigen neuronen
o Traumatisch veralgemeend hersenoedeem
Beschadiging van cellen (diffuus) door bv acc- decc
R/
o Mannitol: ↓ICP (creëert osmolair verschil)
Vocht uit cellen naar interstitium vasculaire compartiment
o Decompressieve craniotomie: deel schedel wegnemen schedel kan uitzetten
o Corticosteroïden werken NIET: geen verhoogde capillaire permeabiliteit, maar puur cellulaire schade
Osmotisch hersenoedeem
Shift water van vasculair naar interstitium (= intracell) door osmotisch onevenwicht
o Daling van serumosmolaliteit: water vanuit bloed naar interstitium in cellen
o Toeganomen intracellulaire opname = cytotoxisch oedeem!
O/:
o Waterintoxicatie: ↓osmolal bloedbaan vocht in interstitium aangetrokken
o SIADH: abnl AVP-secretie waterretentie hypo-Na
o ↑weefselosmolaliteit = resorberend hematoom
Hydrocefaal hersenoedeem
Secundair aan obstr hydrofecalie: pathologische uitzetting ventrikelsysteen door obstructie CSV
Drukopbouw: transependymale flow naar periventriculaire witte stof
Obstructief hersenoedeem
O/: obstructie interstitiële flux naar veneus compartiment
o Veneuze sinustrombose
o Meningeoma, schwannoma, craniofaryngeomen
3. Cerebrospinaal vocht
Actief secretoir proces in plexus choroideus (< gespecialiseerd epitheel dat capillairen bedekt)
(+ klein deel CSF door bulk flow van interstitieel vocht doorheen parenchym ependym ventrikels)
Productiesnelheid: 0.3-0.4 ml / min = 0.5L/d
Volume: ± 150ml CSV op elk ogenblik
o Ventrikels: 30ml
o Subarachnoidale ruimte: 120ml (75ml in spinale subarachnoidale ruimte)
Druk: 140-150 mmH2O of 10-11 mmHg (liggend + in rust)
Samenstelling
Helder indien niet = pathologisch vb meningitis: troebel
<5WBC/mm3 indien te hoog = suspect voor pathologie, vaak infectie
3
, 60% van serumglucosegehalte
0.4% van serumeiwit-gehalte
Circulatie en absorptie
Laterale ventrikels foramen van Monro 3e ventrikel via aquaduct naar 4e ventrikel
foramen van Lushka (lat) en Magendie (med) cisterna magna subarachnoidale ruimte
Productie
o Plexus choroideus 3e V
o Plexus choroideus 4e V
o Plexus = gespecialiseerd epitheel dat de capillairen bedekt
Absorptie:
o Subarachnoidale ruimte: in arachnoïdale villi
o Venen rondom uittredende spinale zenuwen
o Gedreven door dynamische drukgradiënt ts subarachn ruimte - veneuze draingagesysteem
Grootst tijdens systolische fase van hartcyclus
2.Cerebrale bloedflow
Cerebrale bloedVOLUME (CBV): 75ml ~ 5% van ICV
Cerebrale bloedFLOW (CBF) = bloeddebiet doorheen hersenen: ~ 54ml/100g/min
Grijze stof: 70ml/100g/min actief, hoge metabolische vraag
Witte stof: 20ml/100g/min lager metabolisme
Hersenen: geen E-reserve afhankelijk voor continue toelevering via bloed
3 belangrijke kenmerken:
1. Autoregulatie
2. Respons op CO2
3. Koppeling tussen CBF en metabolisme
1 Cerebrovasculaire autoregulatie:
Debiet regelen ifv nood van hersenen: CBF constant houden onder wisselende BP
Mechanisme: veranderingen in spiertonus van precapillaire arteriolen
o Secundair aan intraluminele druk- en flow veranderingen
Plateau tussen 70-150 mmHg = Lassen curve
o BP daalt: vasodilatatie flow constant
o BP stijgt: vasoconstrictie flow constant
Realiteit = complexer: kan verstoord worden als hersenen at risk zijn
o Plateau valt niet weg vernauwen/ verschuiven = dynamisch
• * plateau vernauwd tot die regio
4
1
,Les 1: Fysiologische elementen
1Bloedhersenbarrière (en bloed-CSV barrière)
= Endotheel van cerebrale capillairen
Tight junctions <> NIET in capillairen van rest van lichaam
Veel mitochondria E- afhankelijk actief transport
Basale membraan en astrocytvoetjes
o Omgeven capillair bijna volledig en helpen bij regulatie en ondersteuning
Functie
Bescherming CZS tegen schadelijke moleculen in interstitium
o Actief transport via E-dependente transporters
Glucose, AZ, vitaminen,…
o Diffusie// vetoplosbaarheid hersenen = lipofiel milieu
o Lage permeabiliteit van capillairen: minimale lekkage
Isolatie (elektrisch milieu): hoge elektrische weerstand
o BBB voorkomt ongecontroleerde ionveranderingen: stabiel extracellulair ionenmilieu nodig voor zenuwgeleiding
Bloed-CSV barrière:
Epitheel van capillairen van plexus choroideus: tight junctions = barrière
<> Endotheel plexus choroideus: fenestraties
Functie
Reguleert welke stoffen vanuit het bloed in CSF terechtkomen
Produceert en zuivert het CSV.
Verstoring BBB
Weefseldisruptie /destructie
o Diffuus trauma, contusie, bloeding, ischemie, infectie, …
o Mechanisme: vrije radicalen, hyperosmolaire moleculen
Disorganisatie van basale membraan en tight junctions van tumorale capillairen
o Tumorale capillairen: snel groeien slechte vorming capillairen: zwakke tight junctions
Contrastcaptatie op CT/MR lekkage
2Hersenoedeem
= ↑ waterinhoud van hersenweefsel Intracellulair +/- interstitiële ruimte
Vasogeen hersenoedeem
Verhoogde capillaire permeabiliteit (lekkende capillairen) tgv verstoorde BBB
o Plasma EW lekken in interstitium (witte stof) = minder compact dan grijze stof
O/:
o Necrose (contusie) beschadiging capillairen
Disruptie tight junctions en E-depletie van endotheelcellen
o Neovascularisatie (maligne tumoren)
R/: cortisone ↓capillaire permeabiliteit = ↓peritumoraal oedeem
o Bij tumoren
o Werkt NIET bij trauma: endotheel is structureel kapot
Afb: peritumoraal oedeem, in witte stof vlamvormig oedeem
Cytotoxisch hersenoedeem
Opzwelling cellen door ionpomp falen
o Vocht verplaatst intracellul in zowel witte als grijze stof <> vasogeen oedeem: extracell
2
, O/: beschadiging van cellen/neuronen/axonen ischemie, toxines, inflamm
o Ischemisch CVA: geen ATP → pompdefect → cellulaire zwelling
o Leverfalen en uremie: toxische metabolieten beschadigen neuronen
o Traumatisch veralgemeend hersenoedeem
Beschadiging van cellen (diffuus) door bv acc- decc
R/
o Mannitol: ↓ICP (creëert osmolair verschil)
Vocht uit cellen naar interstitium vasculaire compartiment
o Decompressieve craniotomie: deel schedel wegnemen schedel kan uitzetten
o Corticosteroïden werken NIET: geen verhoogde capillaire permeabiliteit, maar puur cellulaire schade
Osmotisch hersenoedeem
Shift water van vasculair naar interstitium (= intracell) door osmotisch onevenwicht
o Daling van serumosmolaliteit: water vanuit bloed naar interstitium in cellen
o Toeganomen intracellulaire opname = cytotoxisch oedeem!
O/:
o Waterintoxicatie: ↓osmolal bloedbaan vocht in interstitium aangetrokken
o SIADH: abnl AVP-secretie waterretentie hypo-Na
o ↑weefselosmolaliteit = resorberend hematoom
Hydrocefaal hersenoedeem
Secundair aan obstr hydrofecalie: pathologische uitzetting ventrikelsysteen door obstructie CSV
Drukopbouw: transependymale flow naar periventriculaire witte stof
Obstructief hersenoedeem
O/: obstructie interstitiële flux naar veneus compartiment
o Veneuze sinustrombose
o Meningeoma, schwannoma, craniofaryngeomen
3. Cerebrospinaal vocht
Actief secretoir proces in plexus choroideus (< gespecialiseerd epitheel dat capillairen bedekt)
(+ klein deel CSF door bulk flow van interstitieel vocht doorheen parenchym ependym ventrikels)
Productiesnelheid: 0.3-0.4 ml / min = 0.5L/d
Volume: ± 150ml CSV op elk ogenblik
o Ventrikels: 30ml
o Subarachnoidale ruimte: 120ml (75ml in spinale subarachnoidale ruimte)
Druk: 140-150 mmH2O of 10-11 mmHg (liggend + in rust)
Samenstelling
Helder indien niet = pathologisch vb meningitis: troebel
<5WBC/mm3 indien te hoog = suspect voor pathologie, vaak infectie
3
, 60% van serumglucosegehalte
0.4% van serumeiwit-gehalte
Circulatie en absorptie
Laterale ventrikels foramen van Monro 3e ventrikel via aquaduct naar 4e ventrikel
foramen van Lushka (lat) en Magendie (med) cisterna magna subarachnoidale ruimte
Productie
o Plexus choroideus 3e V
o Plexus choroideus 4e V
o Plexus = gespecialiseerd epitheel dat de capillairen bedekt
Absorptie:
o Subarachnoidale ruimte: in arachnoïdale villi
o Venen rondom uittredende spinale zenuwen
o Gedreven door dynamische drukgradiënt ts subarachn ruimte - veneuze draingagesysteem
Grootst tijdens systolische fase van hartcyclus
2.Cerebrale bloedflow
Cerebrale bloedVOLUME (CBV): 75ml ~ 5% van ICV
Cerebrale bloedFLOW (CBF) = bloeddebiet doorheen hersenen: ~ 54ml/100g/min
Grijze stof: 70ml/100g/min actief, hoge metabolische vraag
Witte stof: 20ml/100g/min lager metabolisme
Hersenen: geen E-reserve afhankelijk voor continue toelevering via bloed
3 belangrijke kenmerken:
1. Autoregulatie
2. Respons op CO2
3. Koppeling tussen CBF en metabolisme
1 Cerebrovasculaire autoregulatie:
Debiet regelen ifv nood van hersenen: CBF constant houden onder wisselende BP
Mechanisme: veranderingen in spiertonus van precapillaire arteriolen
o Secundair aan intraluminele druk- en flow veranderingen
Plateau tussen 70-150 mmHg = Lassen curve
o BP daalt: vasodilatatie flow constant
o BP stijgt: vasoconstrictie flow constant
Realiteit = complexer: kan verstoord worden als hersenen at risk zijn
o Plateau valt niet weg vernauwen/ verschuiven = dynamisch
• * plateau vernauwd tot die regio
4