Samenvatting: radiologie
Inhoud:
➔ HC Uro- en nefroradiologie (DEEL 1)
Examen:
➔ 6 multiple choice vragen (waarvan 3 beelden) van dit onderdeel
o 4 antwoordmogelijkheden
o 1 correct antwoord
o Giscorrectie
Examenvraag – voorbeeld:
1) Nierstenen zijn hyperreflectief bij echografie en veroorzaken een akoestische schaduw
o Juist
o Onjuist
o Afhankelijk van de chemische samenstelling van de steen
o Enkel in geval van hydronefrose
2) CT-onderzoek van de nieren. Incidentele bevinding: letsel in de linker nier.
Het letsel in de linker nier heeft CT-kenmerken van:
o Steen
o Corticale cyste met kenmerken van kwaadaardigheid
o Vaste tumor
o Simpele corticale cyste
▪ De densiteit van water = 0-20 HU, het letsel is altijd hierbinnen gebleven,
het neemt geen contrast op = niet gevasculariseerd.
(Rechts boven: arteriële fase (na 40s inspuiten), links onder: nefrogene fase, rechts onder: afloop
fase/urografie)
,Samenvatting nier en urinewegen – theoretische colleges 1ste master geneeskunde KU Leuven
HC Uro- en nefroradiologie (DEEL 1)
Inhoud:
1. Lithiasis
2. Ontstekingen
3. Focale nierparenchymletsels
a. Cysten
b. Tumoren
4. Urotheliale tumoren (hogere urinewegen en blaas)
5. Urethrale pathologie
6. Prostaatpathologie
7. Scrotale pathologie
8. Functionele nierparenchymaandoeningen (= nefrologisch)
Onderzoeksmodaliteiten:
➔ Conventionele radiologie:
o Nierstreek enkel (geen contrast) – blaasstreek enkel (NBSE)
o Intraveneuze urografie (IVU)
o Cystografie
➔ Echografie
➔ Computertomografie (CT)
➔ Magnetische resonantie (MRI)
➔ (Angiografie – therapeutisch)
o Enkel bij een therapeutische intentie zoals bij stent voor a. renalis stenose
➔ Hybride beeldvorming – nucleaire geneeskunde
o O.a. PET-CT, PET-MR, SPECT-CT
1 Urolithiasis: nier-, ureter- en blaasstenen (EXAMENVRAAG!)
1 CONVENTIONELE RADIOLGIE (NSE & BSE):
➔ NSE: nieren zien is niet makkelijk: superpositie darmgassen, botstructuren
➔ BSE: om de blaas an sich te zien is niet gemakkelijk
,Samenvatting nier en urinewegen – theoretische colleges 1ste master geneeskunde KU Leuven
➔ > 90% radio-opaak
o Vnl. calciumoxalaat, calciumfosfaat 75%
o Struviet (infectieus) 10-15%
➔ < 10% radiolucent
o Urinezuur 5-10%
o Cystine – xanthine < 1%
▪ ! Deze missen we dus op RX !
➔ Composiet (< 5%)
Organisch materiaal: debris – proteïnen – Ca
Heel grote blaasstenen: hebben
typisch een gelaagd aspect
, Samenvatting nier en urinewegen – theoretische colleges 1ste master geneeskunde KU Leuven
➔ Nadelen – beperkingen
o Niet eenvoudig om stenen te detecteren (overliggende darminhoud)
o Mimickers: zijn niet gelegen in de urologische tractus, zoals flebolieten (verkalkingen
in venen die een steen kunnen nabootsen)
NSE – BSE
VOORDELEN NADELEN
➢ Eenvoudig ➢ ‘Radiolucente’ stenen niet zichtbaar
➢ ‘Verkalkingen’ – opaciteiten (~10%)
➢ In de urologische tractus (urolithiasis) ➢ Kleine stenen?
> 90% radio-opaak (= zichtbaaar) ➢ Lokalisatie van de stenen?
➢ Verkalkingen buiten de urologische
tractus
Flebolieten, arteriële verkalkingen
Ribkraakbeenverkalkingen,
verkalkte lymfeklieren
➢ Superpositie darminhoud – skelet
➢ Stralendosis: 0,86 mSv (per opname)