1 DE MENS MAAKT DE SAMENLEVING PG 15 – 27
Sociologie
Sociaal handelen
Interpreteren
Thomas theorema
Orde
Groep
Peergroup
Doelgroep
Organisatie
Referentiekader
Institutie
Gestandaardiseerd gedrag
Samenleving
Wisselwerking
1
Samenvatting sociologie periode 1
,1.1 MENSEN MAKEN DE SAMENLEVING (MICRONIVEAU)
Samen-leven betekent dat we met andere ‘samen’ leven want we ontmoeten elkaar heel de
tijd. Maar ontmoetingen kunnen verschillend zijn :
- Gewild of ongewild
- Eenmalig/herhaaldelijk
- Verbaal of non verbaal
- Oppervlakkig of intensief
We reageren dus op elkaar + stemmen ons handelen af op de andere
Deze kan minimaal zijn
BV: knikken, negeren, blik werpen..
Het feit dat we (moeten) samenleven met anderen zorgt ervoor dat we ons handelen (on)
bewust rekening houden met anderen
- Weber noemt dit sociaal handelen
- Vracken sociaal handelen is een complex gebeuren dat bestaat uit twee dimensies
2 dimensies:
1. Interactie (actie en reactie): waarneembare handelingen in het tussenmenselijke
verkeer
Bv. bewaken van voldoende persoonlijke ruimte
Bv. lector gaat naast meisje zitten in de aula en het meisje reageert “hey”
2. Communicatie: invloed uitoefenen op anderen en invloed ondergaan van anderen
We brengen onze gedachten, gevoelens en wensen over aan de andere
Interactie en communicatie komen meestal samen voor.
- Belangrijkste van deze 2 is dat we woorden, gedrag.. gaan interpreteren van anderen
Interpreteren = betekenis geven aan.
Zo kan je het gedrag van andere begrijpen
→
Conclusie = Samenleven + samenleving is pas mogelijk wanneer mensen dezelfde
interpretatie/betekenis geven aan dezelfde situatie
Bv. 300 studenten zitten in één aula, er staat één docent vooraan. Deze studenten geven dezelfde
betekenis aan deze situatie: dit is een les. Stel je voor dat een groepje studenten dit interpreteert
als dit is een feestje en begint te roepen, zingen, dansen, ... Bij zo een verkeerde interpretatie is er
geen samenleving mogelijk.
Een gelijke interpretatie van de situatie is belangrijk:
1. We weten wat we van elkaar moeten verwachten
2. Zo ontstaat voorspelbaarheid en routine
3. Weten we wanneer we ons serieus moeten gedragen + wanneer een
grapje gepast is
4. Door situatie weten we hoe we ons moeten aankleden, emoties mogen
tonen..
2
Samenvatting sociologie periode 1
, Wanneer we zelfde betekenis geven aan een situatie is kans groot dat we op
dezelfde manier reageren
Zo ontstaan er voorspelbare patronen in ons gedrag sociologen zoeken hiernaar
- Door situaties waar we ons bevinden op dezelfde manier te interpreteren wordt ons
gedrag voorspelbaar
Zo ontstaat er ORDE in samenleving
Er is pas orde als we het met de ander eens zijn over situaties
Bv. er is pas orde in de aula als iedereen dit definieert als “een les”
Thomas-Theorema (1982)
= Mens creëert zijn eigen sociale realiteit
Theorema = moeilijk word voor een bewering
Theorie stelt = als mensen situaties als echt definiëren,
dan worden die echt in hun gevolgen
Bv. als iemand jou zegt “dat is een agressief kind” dan ga je automatisch meer letten
op dit gedrag. Je gaat een oordeel vormen doordat andere dit tegen jou hebben
gezegd.
Verschil psychologie en sociologie:
Bij psychologie… Bij sociologie…
Begrijpt de mens vanuit het individu Begrijpt de mens eerder vanuit het
en zijn hersenen sociale, vanuit de interacties met
zijn omgeving
Conclusie = Op MICRONIVEAU is er interactie tussen individuen (het gezin, vrienden,… ).
Samenleven kan alleen als mensen situaties op dezelfde manier interpreteren, zodat er
begrip, voorspelbaarheid en orde in de samenleving ontstaan.
3
Samenvatting sociologie periode 1
, 1.2 GROEPEN EN ORGANISATIES MAKEN DE SAMENLEVING (MESONIVEAU)
= mensen die een langere tijd in interactie met elkaar staan vormen een GROEP
Groep gaan hun situatie op dezelfde manier definiëren ontstaan gedragspatronen, routine,
voorspelbaarheid
In 1 groep ontstaat samenwerking omdat ze elkaar graag willen helpen
e
2e groep hier kan een sterk hiërarchie ontstaan
Of er ontstaan SUBGROEPEN
EEN GROEP IS :
− Aantal personen met duurzame interacties
− De leden een bepaalde positie innemen
Bv. de leider, de volger,…
− gebeuren groepsregels ontstaan die het gedrag bepalen en voorspelbaar maken
− Leden zijn gebonden door een gevoel van samenhorigheid (Een wij gevoel)
We hebben vier soorten groepen:
1. Primaire groep: het gezin
- Verschillende mensen kennen elkaar goed
- De interacties zijn intensief + vaak een emotionele kant
- Meestal is deze groep klein en diepgaand
Je stapt er niet zomaar uit
2. Secundaire groep:
Bv. een aula met een docent, collega’s,…
− Is vaak een grotere groep
− De contacten zijn minder intens en meer gericht op de zaak/taak
− Het verloopt ordelijk
− Ook is er niet echt een onpersoonlijke emotionele verbondenheid
3. Doelgroep:
Bv. groep jongeren tussen 12 en 18 met een verslaving
− Het is niet echt een groep
− Ze worden vaak gebruikt in de zorg en opvang sectoren
− Het gaat over een groep mensen met deels dezelfde kenmerken, maar ze vormen niet
noodzakelijk een echte groep
− Vaak is het de bedoeling om het groepsgevoel te vergroten. Dit kan door bijvoorbeeld
ontmoetingsmomenten te organiseren.
4. Peergroup:
Bv. kotgenoten
4
Samenvatting sociologie periode 1