Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 97 pagina's
Samenvatting

Farmacologie - Samenvatting

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 97 pagina's

Dit is een uitgebreide samenvatting van Farmacologie aan de Universiteit Antwerpen. Het bevat het deel partim 1 en 2. De samenvatting behandelt essentiële onderwerpen zoals geneesmiddelen classificatie, receptortypen (GPCR, tyrosine kinase receptoren, nucleaire receptoren), agonisten en antagonisten, en de farmacodynamische principes achter medicijnwerking. Het document biedt duidelijke uitleg van complexe concepten met praktische voorbeelden (zoals zuursecretieremmers) en schematische overzichten, wat het ideaal maakt voor examenvoorbereiding en het begrijpen van basale pharmacologische mechanismen.

Voorbeeld van de inhoud

1. Farmacodynamiek
1.1. Inleiding
⩩ Geneesmiddelen (GM) kunnen verschillende vormen aannemen
⧙ Small molecule: compounds rond de 400 Da
⧙ Biologicals: hormonen en antilichamen
⩩ GM kunnen specifiek of niet-specifiek ingrijpen
⧙ Specifiek: binden op specifieke structuren zoals receptoren en kanalen waardoor er ook minder
ongewenste effecten zijn
⧙ Niet-specifiek: hebben een fysisch-chemische werking en er is veel van hen nodig (vb. antacida,
omsotische diuretica, actieve koolstof,...)
⧙ Er is zoiets als chemische en biologische specificiteit...
⧛ Chemische specificiteit: medicatie kan binden door specifieke moleculaire en ruimtelijke
oriëntatie, bij de minste veranderingen kan de binding verstoord worden
⧛ Biologische specificiteit: medicatie kan inwerken in bepaalde weefsels/milieu maar niet in
andere of daar een ander effect vertonen
⩩ Voorbeeld van GM: inhibitor van zuursecretie (tegen maagzuur)
⧙ Verschillende soorten te onderscheiden met elks een eigen werking
⧙ HISTAMINE H2-R BLOKKERS zullen de histamine receptor blokkeren op de parietaalcel waardoor
histamine de aanmaak van zuur in de parietaalcel niet kan stimuleren
⧙ PROTONENPOMPREMMERS (PPI) BLOKKEREN de protonpomp die de protonen van uit de parietaalcel
pompt
⧙ ANTACIDA zijn zouten (zoals bv. NAHCO3) welke reageren met het zuur en deze neutraliseren
⧙ SUKRAFLAT is een polymeer dat een beschermende laag vormt op de maagwand om hem te
beschermen
⧙ ALGINAT is een polymeer dat zweeft in de maag en de slokdarmopening scheidt van het maagzuur
1.2. Receptoren classificatie




1. G-proteïne gekoppelde receptor (GPCR)
2. Enzyme/kinase-gekoppelde receptor
3. Intracellulaire/nucleaire receptor
4. Ion-kanaal gekoppelde/ionotrofe receptor



Pagina 1 | 97

,① G-eiwit gekoppelde receptoren (GPCR)
1. GS-subunit: zorgt voor relaxatie in de gladde
spiercel
⧙ Te vinden bij β2-receptoren
⧙ Activeert adenylaat cyclase welke cAMP
produceert
⧙ cAMP zal het actine-myosine complex
gaan inhiberen en zorgt voor relaxatie
⧙ In neuronen en skeletspieren zal het
zorgen voor contractie door de influx van
Ca2+ te stimuleren
2. Gq-subunit: zorgt voor contractie in de gladde spiercel
⧙ Te vinden bij de α1-receptor
⧙ Stimuleert PLC welke PIP2 klieft tot DAG en IP3, het laatste gaat binden aan Ca2+-kanalen en zorgen
voor de vrijstelling ervan vanuit het sarcoplasmatisch reticulum
⧙ Influx van Ca2+ veranderd de Vm en zorgt dat andere Ca2+-kanalen openen
⧙ Deze Ca2+ bindt dan aan actine-myosine complex en zorgt voor contractie
3. Gi-subunit: zorgt voor contractie in de gladde spiercel
⧙ Gaat de activiteit van adenylaat cyclase inhiberen waardoor er geen cAMP wordt geproduceerd
⧙ Minder cAMP betekent minder inhibitie op het actine-myosine complex
⧙ Gevolg is dat de spier contraheert
② Tyrosine kinase receptoren
⩩ Na binding van het ligand treedt dimerisatie
op en de kinase domeinen fosforyleren
elkaar (cross-phosphorylation)
⩩ Kinase domeinen zullen actief zijn en dan IC
eiwitten rekruteren en hen gaan fosfyleren en
zo een downstreams pathway activeren
⩩ Zorgen voor downstreamse activatie van
transcriptie
⩩ Zijn vaak betrokken bij inflammatoire
pathways en celgroei
⩩ GM die deze targeten hebben achtervoegsel “-nibs”
③ Nucleaire receptoren
⩩ Liganden zijn vaak cholesterol-derivaten zoals
glucocorticoïden welke rechtsreeks door het
membraan kunnen diffunderen en binden aan
de receptor
⩩ Na binding komt de receptor los van het
inactiverend complex en transloceert hij naar
de nucleus
⩩ In de nucleus bindt het aan zijn target gen (een
respons-element) rechtsreeks of via
transcriptiefactoren en zorgt hij voor activatie
of inhibitie van transcriptie




Pagina 2 | 97

,1.3. Receptorinteracties
⩩ Agonisten hebben affiniteit voor de
ligandbindingsplaats EN kunnen een effect
teweegbrengen uit de receptor (downstreams
signaling)
⩩ Antagonisten hebben een affiniteit voor de
ligandbindingsplaats maar kunnen GEEN effect
teweegbrengen uit de receptor




① Agonistische binding
Farmcodynamica van agonistische bindingen
⩩ Als een agonist (A) bindt aan een receptor (R) dan wordt een agonist-receptor (AR) complex
gevormd
⧙ De mate waarmee de receptor en agonist associëren tot een
complex wordt weergegeven door k+1
⧙ De mate waarmee de receptor en agonist dissociëren tot een
complex wordt weergegeven door k-1
⧙ De dissociatieconstante geeft de mate weer waarmee het complex
uiteen valt en wordt weergegeven door KA = k-1/k+1
⧙ Het aantal gebonden receptor wordt weergegeven door NA
⧙ Het aantal vrije receptoren is dan het totaal aantal receptor (Ntot) min
NA: (Ntot-NA)
⧙ PA geeft de bezettingsgraad weer en is NA/Ntot of XA/(XA+KA) = Hill-Langmuir vergelijking
⩩ Bij evenwicht is de concentratie medicatie (XA) omgekeerd evenredig met KA
⧙ Als XA ⇡ dan zal KA ⇣
⧙ Bij heel lage KA zal deze verwaarloosbaar zijn en dan zal PA gelijk zijn aan XA/XA of 1 (100%)
⧛ Als er geen dissociatie is dan zijn alle receptoren bezet en is de bezettingsgraad dus 100%
⧙ Als XA = KA dan is PA gelijk aan 0,5 (50%) dus KA is de concentratie waarbij 50% van de receptoren
bezet zijn
⧙ De Hill-Langmuir vergelijking kan worden uitgezet in een grafiek waar we ook waarnemen dat bij
stijgende XA (drug concentration) we komen bij een bezetting (occupancy) van 100% (want XA en KA
zijn omgekeerd evenredig dus XA ⇡ dan zal KA ⇣ tot hij verwaarloosbaar is)
⧙ De grafiek kan worden getransformeerd tot een log-schaal voor nauwkeurigere afmeting door
bredere range




Pagina 3 | 97

, Meten van het effect van agonisten
⩩ Via biologische of cellulaire assay
⩩ Stukje bloedvat zit in een orgaanbad en een agonist wordt toegediend waarna het effect
(elektrische activiteit) wordt gemeten met een transducer
⩩ Vb.: toediening van ATP, na een bepaalde concentratie zal het bloedvat gaan relaxeren en als je dit
vergelijkt met de concentratie voor het effect kan je een percentage bekomen
Concentratie-antwoord curve
⩩ De effectiviteit/efficaciteit wordt weergegeven door de
Emax en zegt iets over het maximum effect
⩩ De potentie is de concentratie waarbij er 50% effect is
en wordt weergegeven door de EC50
⩩ De pD2 is de -log(EC50): hoe hoger de pD2, hoe
potenter een molecule wat betekent dat er een lagere
concentratie nodig is om 50% effect te bereiken (dus
een lage EC50)
⩩ Bij een partiële agonist zal de bij de EC50 van de volledige agonist geen 50%
effect hebben maar 25% effect, de partiële agonist zal dus bij een hogere
concentratie pas zijn EC50 bereiken (en dus een lagere potentie hebben dan
de volledige agonist)
⩩ Vaak is de EC50 kleiner dan de KA dan is er een receptorreserve; niet alle
receptoren zijn nodig om een volledige effect te bekomen
⩩ Om een perfecte koppeling te hebben moet je bij een occupantie van 0,5
ook een respons hebben van 0,5
⩩ Is de EC50 nu gelijk aan 50% bezettingsgraad (PA = 0.5)?
⧙ De bezettingsgraad werd gegeven door XA/(XA+KA)
⧙ Bij PA = 0,5 was XA = KA
⧙ Het effect (respons) wordt gegeven door ∫ Ntot ⋅ ε ⋅ (XA/(XA+KA)
⩩ De therapeutische index (TI) geeft de marge
weer van concentraties waarin een
medicatie veilig kan worden gebruikt



⧙ Onder de therapeutische index bekom je een ontoereikend effect
⧙ Boven de therapeutische index bekom je toxiciteit met nevenwerkingen
⧙ Je wilt een zo groot mogelijke therapeutische index zodat intoxificatie niet snel optreedt (en pas bij
een veel grotere dosis)
⧙ De steilheid van de curve geeft ook weer hoe snel de ED100 (dosage die effectief is bij 100% van de
patiënten werkt) wordt bereikt bij verschillende dosissen
⧛ Een niet-steile curve = de ED100 wordt pas bereikt bij hoge dosissen
⧛ Een steile-curve = de ED100 wordt al bereikt bij lage dosissen
⧙ Medicatie met een nauwe TI moet nauw worden gemonitord a.d.h.v. een plasmaconcentratie zodat
de uiterste grens van de TI niet wordt overschreden en er toxiciteit optreedt




Pagina 4 | 97

Documentinformatie

Geüpload op
6 augustus 2026
Aantal pagina's
97
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€12,16

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
2
Volgers
0
Items
39
Laatst verkocht
3 dagen geleden


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen