Topics
● De evolutie van een statisch wereldbeeld naar een dynamisch wereldbeeld
met daarbinnen een verschuiving van continentendrift tot de moderne versie
van platentektoniek.
○ Vroege Waarnemingen (17e - 19e eeuw):
■ Opmerken van de overeenkomsten tussen de Atlantische kusten van
Zuid-Amerika en Afrika.
■ Einde 19e eeuw: Eerste speculaties over een supercontinent,
Gondwana genaamd.
■ Moderne reconstructies gebruiken de continentale plat (shelf) en
houden rekening met rivierdelta's.
○ Wegener en Continentendrift (Begin 20e eeuw):
■ Alfred Wegener argumenteerde voor continentendrift.
■ Conclusie: Oceanen liggen tussen fragmenten van het uiteengevallen
supercontinent Pangea (200 miljoen jaar geleden).
■ Zijn argumenten waren:
● Passende kustlijnen (als een puzzel).
● Verspreiding van fossielen van landorganismen.
● Overeenkomende geologische structuren aan weerszijden van
de oceaan.
● Glaciale afzettingen ver van de polen.
● Paleoklimaatgordels.
■ (Pangea was het oorspronkelijke supercontinent; Gondwana en
Laurasia zijn daaruit ontstaan).
○ Doorbraak naar Moderne Platentektoniek (Jaren '50 - '60):
■ Jaren '50: Studie naar gesteentemagnetisme toonde aan dat de
continenten bewogen.
■ Jaren '60: Uitgebreid oceanografisch onderzoek leidde tot de
acceptatie van platentektoniek.
■ Belangrijke inzichten:
● Begrip van het ontstaan van oceanen.
● Dynamiek tussen MOR's (mid-oceanische ruggen) en
subductiezones.
● Verklaring voor de gesteentencyclus en vervormingen van de
aardkorst.
■ Bewijs voor recyclage: de oudste oceaanbodem is ~170 miljoen jaar,
terwijl continentale gesteenten ~4 miljard jaar oud zijn.
○ Oorzaak van Plaatbeweging:
■ Aangedreven door de interne warmte van de Aarde.
■ Duwkracht (Ridge Push): Nieuwe korst vormt zich bij MOR's en duwt
platen weg.
■ Trekkracht (Slab Pull): Zwaartekracht trekt de afdalende plaat in een
subductiezone naar beneden.
, ● Het Magneetveld van de Aarde: Ontstaan en Kenmerken:
○ Oorsprong:
■ Het veld wordt opgewekt door convectiebewegingen in de vloeibare
buitenkern.
■ De buitenkern gedraagt zich als een elektromagneet (geodynamo).
■ Slechts ±1% van het veld heeft een externe bron, namelijk het
magneetveld van de zon.
○ Kenmerken en Sterkte:
■ De sterkte varieert in de tijd en per locatie.
■ Deze variatie hangt af van de convectiebewegingen in de kern.
■ Zwakst aan de evenaar: ±30 μT.
■ Sterkst aan de polen: ongeveer het dubbele (±60 μT).
○ Magnetische Polen:
■ Magnetische noorden bevindt zich momenteel in de buurt van de
geografische noordpool (per internationale afspraak).
■ Huidige oriëntatie:
● Noordpool: veld is schuin naar beneden gericht.
● Zuidpool: veld is schuin naar boven gericht.
■ Ompolingen: Het veld kan omkeren, waarbij magnetisch noorden en
zuiden van plaats wisselen.
○ De Magnetische Veldvector:
■ De richting van het veld op elke locatie wordt beschreven door:
● Declinatie: de horizontale hoek t.o.v. geografisch noorden.
● Inclinatie: de verticale hoek t.o.v. het horizontale vlak.
● Declinatie en Inclinatie: Bepaling van de Magnetische Veldvector
○ Algemeen Principe:
■ De combinatie van declinatie en inclinatie bepaalt de volledige
magnetische veldvector op elke locatie op Aarde.
■ Declinatie:
● Definitie: De horizontale hoek tussen het magnetische noorden
en het geografische noorden.
● Wat het is: De afwijking van een magneetnaald in een
horizontaal vlak ten opzichte van het ware noorden.
● Afhankelijkheid: Varieert met de geografische lengtegraad.
● Waardes:
○ 0°: Op de meridiaan die door zowel de geografische als
magnetische polen loopt.
○ ±180°: Op de denkbeeldige lijn tussen de geografische
noordpool en de magnetische zuidpool.
○ Typische waarde: Vaak een tiental graden op veel
plaatsen.
■ Inclinatie:
● Definitie: De verticale hoek die het magnetische veld maakt
met het horizontale vlak.
● Wat het is: De kanteling van de magneetnaald in een verticaal
vlak.