Doelstellingen
• Kan de principes van de boekhoudtechniek illustreren.
• Kan de posten van de jaarrekening omschrijven en de samenhang tussen de resultatenrekening en de
balans verduidelijken.
• Kan het aankoop- en verkoopproces en de bijhorende documentenstroom (handelsdocumenten en
vervoersdocumenten) uittekenen
• Kan de personeelscyclus en bijhorende documentenstroom uittekenen.
• Kan de vormvereisten en de modaliteiten (betalingsvoorwaarden, leveringsvoorwaarden,
incoterms,…) van documenten (handelsdocumenten en vervoersdocumenten) m.b.t. het aankoop- en
verkoopproces bepalen
• Kan de doelstellingen en basisprincipes van de financiële rapportering uiteenzetten
• Kan de verrichtingen van het aankoop- en verkoopproces correct boekhoudkundig verwerken.
• Kan de verrichtingen m.b.t. personeel en de betaling ervan correct boekhoudkundig verwerken.
• Kan de voornaamste betalingsmiddelen en -bewijzen omschrijven.
• Kan de basisbegrippen van de fiscaliteit verduidelijken
• Kan de BTW-belastingplicht en speciale BTW-stelsels beschrijven
• Kan een BTW-aangifte invullen
• Kan een financieel beleid ontwikkelen en uitvoeren en kan op korte en lange termijn adequate
financiële beslissingen nemen
TE KENNEN + TIPS:
o Berekening van (tussentijds) bedrijfsresultaat
o Berekening van financieel resultaat
o Berekening van resultaat van het boekjaar obv de saldi vd balansrekeningen en resultatenrekeningen
o Pas op! Nauwkeurig optellen
o Opstellen van de balans op basis van waarschijnlijk dezelfde tabel met saldi van alle rekeningen
o Vergeet niet (als ze de definitieve balans vragen) om de al gemaakte winst/verlies bij het
eigen vermogen te noteren
o Tip: best eens natellen of de totalen wel kloppen (dus totaal actief = totaal passief)
o Juiste vakken van de btw-aangifte invullen
o Opgelet, veel gelijkenis met de boekingen à Als je iets verkoopt aan het buitenland, dan
wordt de btw niet geboekt en ook niet ingevuld op de aangifte
o De maatstaf van heffing en het btw-bedrag komen op de btw-aangifte (eigenlijk nooit het bedrag incl
btw, het kan wel zijn dat dit in de opgave staat bv bij kassaverkopen, dan moet je de uit het totale
inclusieve bedrag deze 2 bedragen halen, uiteraard is het toepasselijke btw-tarief wel gegeven)
o Opstellen van een factuur à Berekening
o Als er 2 btw-tarieven van toepassing zijn op je factuur, dan zullen bijkomende kosten onder dit btw-
tarief vallen
o Terugstuurbare verpakking pas helemaal op het einde bekijken/toevoegen.
à Dat is gewoon een briefje (geld eigenlijk, he) dat je geeft in ruil om iets in pand te houden
o Incoterms (logica onthouden)
o Boekingen
o Waarde van de goederen, min HK, + bijkomende kosten, dan een subtotaal daarna gaan hier
de FK kosten af. En dan pas het je de MvH en kan je de btw berekenen.
o Tip: zorg dat je een overzicht in het hoofd hebt van de speciale gevallen inzake btw:
o Btw-medecontractant
o Intracommunautaire handeling
o Internationale koop
o Internationale verkoop
o Personeelskosten
o Wg-bijdrage RSZ
o Een factuur van een soc secr wordt geboekt als een gewoon factuur, enkel ipv aankoop HGD een 61-
rekening
, o Meerkeuzevragen
Tip: schrijf altijd volgende op: waarde van de goederen, min HK, + bijkomende kosten, dan een subtotaal
daarna gaan hier de FK kosten af. En dan pas kan je de MvH en de btw berekenen.
Opgelet:
Financiële korting pas boeken op moment van betaling indien ze betalen binnen een bepaalde termijn.
- Waarom moet je er dan mee rekening houden bij je eerste boeking? Dus de boeking van je koop.
Omdat de btw anders is al dan niet of er FK in het spel is.
,H1: BASISBEGINSELEN VAN HET DUBBEL BOEKHOUDEN
1. INLEIDING
Elke onderneming moet verantwoording afleggen aan de betrokken partijen over ondernemingsgebeurtenissen
• Jaarrekening openbaar maken voor alle stakeholders (klanten, bank, leveranciers, personeel)
= balans, resultatenrekening & toelichting
Het voeren van een boekhouding is een wettelijke verplichting:
- Wetboek van vennootschappen en verenigingen (23/3/2019)
- KB 29/4/2019 ter uitvoering van het wetboek van vennootschappen en verenigingen
- Boek III Wetboek van economisch recht, hoofdstuk 2; boekhouding van de ondernemingen
Boekhouding is gebaseerd op basis van originele verantwoordingsstukken
• Aankoopfacturen, verkoopfacturen, rekeninguittreksels, kasbladen, afschrijvingstabellen
Jaarrekening moet openbaar gemaakt worden bij de Nationale Bank van België
⇨ Enkel wanneer de verantwoordelijkheid vd aandeelhouders/ vennoten beperkt is tot de inbreng.
Extra:
Uitgave = het moment waarop je geld betaalt
- Je betaalt €1.200 cash voor een laptop → uitgave van €1.200
Kost = de waarde die je "verbruikt" in een bepaalde periode
- Die laptop gaat 3 jaar mee → €400 kost per jaar
2. DE BALANS
Twee soorten boekhouding
1. Vereenvoudigd → kleine ondernemingen, minder regels
2. Volledig → grotere ondernemingen, striktere regels
Vereenvoudigde boekhouding voor:
• Natuurlijke personen, VOF, COMMV en maatschap
• Jaaromzet (excl. btw) max. 500.000 euro à Zeer kleine onderneming
Wat?
Aankoopdagboek, verkoopdagboek, financieel dagboek & inventaris
Enkel een vereenvoudigde boekhouding voeren wanneer alle verrichtingen zonder uitstel, getrouw, volledig en
naar tijdsorde worden geregistreerd in ten minste drie dagboeken:
• Een financieel dagboek, een inkoopboek en een verkoopboek
! Deze ondernemingen moeten min. 1x/ jaar een inventaris opmaken van:
- Alle bezittingen, vorderingen, schulden en verplichtingen en alle bronnen bestemd voor de uitbating
BASISBEGINSELEN VAN HET DUBBEL BOEKHOUDEN (= VOLLEDIG)
⇨ Elke transactie wordt op 2 plaatsen geregistreerd (debet én credit, als kost en uitgave)
Dubbele boekhouding voor:
• Microvennootschappen
• Kleine vennootschappen
• Grote vennootschappen
,Verdere opsplitsing (nieuw Wetboek VV – Wetboek van Vennotschappen en verenigingen)
• Kapitaalhoudende vennootschappen à Brengen groot startkapitaal in (Bv. NV)
• Kapitaalloze vennootschappen à Brengen geen groot startkapitaal in (Bv. BV)
Er bestaan 6 modellen van de jaarrekening
1. Volledig model voor kapitaalloze vennootschappen
2. Volledig model voor kapitaalvennootschappen
3. Verkort model voor kleine kapitaalloze vennotschappen
4. Verkort model voor kleine vennootschappen
5. Micromodel voor kapitaalloze microvennootschappen
6. Micromodel voor micro kapitaalvennootschappen
Conclusie:
Volledig, verkort en micro met kapitaal (NV)
Volledig, verkort en micro zonder kapitaal (BV, CV)
WANNEER DUBBEL BOEKHOUDEN?
Micro Klein Groot
Gemiddelde werknemers 10 50
Indien min. 2 criteria
Jaaromzet excl. BTW 900 000 11 250 000 van klein model wordt
overschreden
Balanstotaal 450 000 6 000 000
Voorwaarde Geen verbonden ond. Niet beursgenoteerd /
Model MICRO VERKORT (VKT) VOLLEDIG (VOL)
Micro vennootschappen = kleine vennootschappen die op datum van jaarafsluiting geen dochter vennootschap
of moedervennootschap zijn die niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden.
Oefeningen:
• Onderneming A heeft 8 werkenmers, 600.000 euro jaaromzet en balanstotaal van 400.000 euro
Micro
• Onderneming B heeft 12 werkenemers, 10 miljoen euro omzet en 5 miljoen euro balanstotaal
Klein
• Onderneming C heeft 12 werkenemers, 1 miljoen euro omzet en 0,5 miljoen euro balanstotaal
Klein
DE BALANS (= EEN MOMENTOPNAME)
= Een beknopt overzicht van de werkingsmiddelen (activa) waarover de onderneming op een bepaald ogenblik
beschikt, en alle middelen die nodig zijn om deze werkingsmiddelen te financieren (passiva).
Activa wordt opgedeeld in vaste activa en vlottende activa
1. Vaste activa (= bestendigde middelen):
Middelen die zijn bedoeld om gedurende een langere periode in de onderneming actief te zijn
⇨ Bij de aanschaf is het niet de bedoeling ze op korte termijn te verkopen.
2. Vlottende activa (= vlottende middelen):
Bestemd om tijdens de exploitatiecyclus te worden verbruikt.
⇨ Ontstaan binnen de onderneming
⇨ Worden aangekocht met het oog op de snelle verkoop en omzetting ervan in geld (binnen 1j.)
, Passiva wordt opgedeeld in eigen vermogen en vreemd vermogen
1. Eigen Vermogen (= niet-opeisbaar vermogen):
Vermogen dat door de eigenaars aan de onderneming is toegewezen
⇨ Blijft op continue wijze als bron in de onderneming
2. Vreemd Vermogen (= schulden + voorzieningen):
Het vermogen dat afkomstig is van externe geldschieters & leveranciers.
⇨ Onderneming heeft het gedurende een bepaalde periode ter beschikking + moet het terugbetalen
⇨ schulden + voorzieningen
Kapitaalhoudende vennootschappen = kapitaal
Bij kapitaalloze vennootschappen = inbreng
Activa = ondernemingsmiddelen Passiva = ondernemingsbronnen
⇨ Aanwendingsvormen van het vermogen ⇨ Bronnen van het vermogen
Vaste activa (> 1 jaar) Eigen vermogen (eigenaar/ vennoten)
3. Bezittingen 4. Inbreng & reserves
Vlottende activa (< 1 jaar) Vreemd vermogen (derden)
5. Vorderingen 6. Schulden op KT/ LT & voorzieningen
LIQUIDEERBAARHEID OPEISBAARHEID
Balansevenwicht = A = P
Specifieker:
3. DE RESULTATENREKENING EN DE RESULTAATBESTEMMING
Weergave van de opbrengsten en kosten in 1 jaar, met onderaan het saldo à Wordt 1 januari op 0 gezet
Bestaat uit:
1. Kosten
Opoffering productiemiddelen: afschrijvingen, waardeverminderingen
Bedrijfskosten: aankoop voorraad, aankoop handelsgoederen of elektriciteit
Financiële kosten: rente betalen
2. Opbrengsten
Bruto-opbrengst door activiteit: dienstverlening
Bedrijfsopbrengsten: verkopen handelsgoederen
Financiële opbrengsten: ontvangen rente