INLEIDING – DE ‘DANCING PLAGUE’
= De dancing plague is een historisch voorbeeld dat perfect toont wat sociale
psychologie onderzoekt: hoe mensen elkaar beïnvloeden, zelfs zonder dat ze het
willen of doorhebben.
WAT GEBEURDE ER?
1518, Straatsburg: een vrouw begint plots op straat te dansen en kan niet meer
stoppen.
Mensen proberen haar te helpen, maar beginnen zelf ook onvrijwillig te dansen.
Daarna volgen nog meer gelijkaardige gevallen.
De dans duurt dagenlang en verspreidt zich snel: dit staat bekend als de dancing
plague (dansziekte).
Het bijzondere is dat er ook soortgelijke uitbraken plaatsvonden in andere delen
van Duitsland, Vlaanderen en Nederland.
PLAUSIBELE VERKLARINGEN
Bezetenheid, epilepsie of vergiftiging: mensen dachten dat de dansziekte
hierdoor werd veroorzaakt.
Stress door moeilijke leefomstandigheden:
o kwam vooral voor in regio's met economische problemen;
o langdurige stress verhoogt de kans op psychische ontregeling;
o in groepen kan dit zich snel verspreiden.
Rituele dansen:
o dansen om onheil af te weren;
o dansen als copingmechanisme en sociaal aanvaard gedrag.
Hypochondrie:
o sterke overtuiging dat je ziek bent of zult worden, zonder medische
oorzaak;
o mensen dachten de dansziekte te krijgen door anderen te zien dansen;
o ingebeelde besmetting: je hoort over een ziekte, denkt eraan en ontwikkelt
zelf symptomen.
Massahysterie:
o een grote groep mensen ontwikkelt tegelijk dezelfde angst, overtuiging of
lichamelijke symptomen zonder medische oorzaak;
o ontstaat door sociale beïnvloeding, stress en emotionele besmetting.
CONCLUSIE
De dancing plague is relevant voor de sociale psychologie, omdat ze laat zien
hoe het gedrag van anderen een individu kan beïnvloeden.
Het gedrag van één persoon kan anderen aansteken.
Mensen reageren op stress, angst, verwachtingen en groepsdruk.
Sociale invloed kan soms sterker zijn dan individuele controle.
Sociale psychologie: bestudeert hoe de aanwezigheid en het gedrag van anderen het
denken, voelen en handelen van een individu beïnvloeden.
1
,1.1 STUDIEOBJECT & DEFINITIE VAN SOCIALE PSYCHOLOGIE
Materieel object = Wat bestudeert de sociale psychologie?
De invloed van anderen op het gedrag van een individu.
Die invloed kan observeerbaar of subtiel zijn.
Ze kan bewust of onbewust gebeuren.
Formeel object = Hoe bestudeert de sociale psychologie dit?
Door wetmatigheden in gedrag te zoeken.
Met als doel gedrag te begrijpen, verklaren en voorspellen.
SOCIALE PSY. VS. SOCIOLOGIE VS. ALGEMENE PSY.
Algemene psychologie
Bestudeert het gedrag van een individu in normale omstandigheden.
Onderzoekt gedrag binnen én buiten een sociale context.
Voorbeeld: operante conditionering (leren door beloning en straf).
Sociale psychologie
Bestudeert het gedrag van individuen.
Onderzoekt hoe sociale relaties en de invloed van anderen het gedrag
van een individu beïnvloeden.
Richt zich dus op de wisselwerking tussen het individu en zijn sociale
omgeving.
Sociologie
Bestudeert het gedrag van groepen en de samenleving als geheel.
Onderzoekt wetmatigheden in sociale structuren, groepen, culturen en de
maatschappij.
Richt zich vooral op patronen en structuren binnen de samenleving.
INTERDISCIPLINARITEIT
Interdisciplinariteit betekent dat verschillende wetenschappelijke disciplines elkaar
aanvullen.
De samenleving bestaat uit individuen, daarom heeft sociologie inzichten uit
de psychologie nodig.
Individuen functioneren in een sociale context, daarom heeft psychologie
inzichten uit de sociologie nodig.
Sociale psychologie vormt de brug tussen beide: ze onderzoekt hoe de
sociale omgeving het gedrag van individuen beïnvloedt.
2
,DEFINITIE SOCIALE PSYCHOLOGIE
Sociale psychologie is de wetenschappelijke studie van hoe de gedachten,
gevoelens en gedragingen van individuen worden beïnvloed door de werkelijke,
waargenomen of ingebeelde aanwezigheid van anderen.
3 Doelen van de psychologie = Gedrag begrijpen, verklaren en
voorspellen.
Focus = De gedachten, gevoelens en gedragingen van individuen.
De sociale psychologie onderzoekt
Hoe mensen worden beïnvloed door het gedrag van anderen.
Die invloed kan ontstaan door de werkelijke aanwezigheid, de
waargenomen aanwezigheid of de ingebeelde aanwezigheid van
anderen. Hierbij gaat het niet alleen om wat anderen echt doen, maar ook om
wat iemand denkt dat anderen doen of verwachten.
1.2 GESCHIEDENIS VAN DE SOCIALE PSYCHOLOGIE
1. OUDHEID
In de oudheid dachten filosofen al na over menselijk gedrag, maar de sociale
psychologie bestond nog niet als wetenschap. Een belangrijke vraag was: is sociaal
gedrag aangeboren of aangeleerd?
PLATO
De mens streeft vooral zijn eigenbelang na in relaties.
Mensen hebben geen aangeboren sociale neiging.
Sociaal gedrag ontstaat uit nut, niet uit de natuur.
Kernidee: de mens is van nature egoïstisch.
ARISTOTELES
De mens is van nature een gemeenschapswezen.
Sociale verbondenheid is aangeboren en noodzakelijk.
Mensen hebben anderen nodig om goed te kunnen leven.
Kernidee: de mens is van nature sociaal.
2. EINDE 19 E – BEGIN 20 E EEUW
In deze periode werden de eerste wetenschappelijke stappen gezet richting de
sociale psychologie.
GUSTAVE LE BON – COLLECTIEVE GEEST
In een groep verliest een individu deels zijn eigenheid.
Het gedrag wordt vooral bepaald door de groep, niet door de persoon zelf.
De groep werkt als een soort hypnose, waardoor mensen hetzelfde voelen en
denken.
Kernidee: groepsgedrag verschilt van individueel gedrag.
3
, GABRIEL TARDE – IMITATIE EN CONTRA-IMITATIE
Imitatie:
o Gedrag ontstaat vaak bij de hogere klassen en wordt nagebootst door de
lagere klassen.
o Mensen nemen gedrag vaak onbewust over, vergelijkbaar met
slaapwandelen.
Contra-imitatie:
o Mensen zetten zich af tegen een voorbeeld.
o Ze doen bewust het tegenovergestelde.
Kernidee: mensen kopiëren of verwerpen het gedrag van anderen.
NORMAN TRIPLETT – FIETSONDERZOEK
Mensen fietsen sneller in groep dan alleen.
Dit effect treedt zelfs op zonder competitie.
Dit was het eerste experiment dat aantoonde dat de aanwezigheid van
anderen gedrag beïnvloedt.
Kernidee: de aanwezigheid van anderen beïnvloedt onze prestaties.
3. TIJDSCHRIFTEN EN VROEGER WETENSCHAP
In deze periode ontwikkelde de sociale psychologie zich geleidelijk tot een zelfstandige
wetenschap.
THE JOURNAL OF ABNORMAL PSYCHOLOGY AND SOCIAL PSYCHOLOGY
Sterk beïnvloed door Charcot en zijn onderzoek naar hypnose.
Sociale psychologie werd vooral gezien als een vakgebied over beïnvloeding
en suggestie.
De nadruk lag op filosofie, met weinig experimenteel onderzoek.
Er was veel aandacht voor instincten.
Kernidee: de sociale psychologie was nog weinig wetenschappelijk.
THE JOURNAL OF SOCIAL PSYCHOLOGY
Legde de nadruk op empirisch onderzoek.
Maakte gebruik van observaties, experimenten en data.
Zorgde voor een meer wetenschappelijke aanpak.
Kernidee: de sociale psychologie ontwikkelde zich tot een echte wetenschap.
4. VOOR WOII – ZOEKTOCHT NAAR IDENTITEIT
In deze periode kreeg de sociale psychologie een duidelijkere eigen identiteit. Het
boek Social Psychology legde de nadruk op sociale beïnvloeding.
FLOYD HENRY ALLPORT
Definieerde sociale psychologie als de studie van het gedrag van het
individu, voor zover dat gedrag beïnvloed wordt door anderen.
Legde de nadruk op het individu, niet op de groep.
4