, Hoofdstuk 2: Talenten
Ik kan verwoorden wat verstaan wordt onder talenten.
Talenten zijn natuurlijke sterktes of eigenschappen die iemand gemakkelijk inzet en waar hij of zij energie van
krijgt. Talenten zijn aangeboren mogelijkheden die verder ontwikkeld kunnen worden.
Kenmerken van talenten:
Je doet het graag.
Het kost weinig moeite.
Je leert het snel.
Je krijgt er energie van.
Anderen merken het vaak op.
Ik heb zicht op mijn talenten en kan die inzetten in de praktijk.
Als toekomstige leerkracht is het belangrijk je eigen talenten te kennen.
Voorbeelden:
Creatief zijn → originele activiteiten bedenken.
Organisatietalent → klasactiviteiten goed plannen.
Empathisch zijn → goed inspelen op gevoelens van kleuters.
Enthousiast zijn → kinderen motiveren.
Door je talenten bewust in te zetten, vergroot je jouw professionele kracht.
Ik heb zicht op de ontwikkeling van mijn toekomstige talenten en maak hier bewust werk van.
Talenten kunnen verder groeien door:
Oefening.
Ervaring.
Reflectie.
Feedback.
Professionalisering.
Een leerkracht blijft zichzelf ontwikkelen en werkt bewust aan nieuwe sterktes.
, Ik kan verwoorden hoe ik met kleuters rond hun talenten kan werken.
Als leerkracht:
Observeer je de kleuters.
Geef je verschillende kansen om talenten te tonen.
Benadruk je wat kleuters goed kunnen.
Geef je positieve feedback.
Laat je kleuters succeservaringen beleven.
Voorbeelden:
Creatieve activiteiten.
Bewegingsactiviteiten.
Rollenspel.
Muziekactiviteiten.
Samenwerkingsopdrachten.
Doel: het zelfvertrouwen en welbevinden van kleuters versterken.