CARIOLOGIE
Samenvatting per hoofdstuk — aan de hand van de leerdoelen
OPO MMZ06a · PBA Mondzorg
Hoofdstuk 1 t.e.m. 10 · Odontogenese → Operatieve behandeling
1
, Cariologie MMZ06a — Samenvatting per hoofdstuk
Inhoud
H1Odontogenese & histologie van de tand
H2Detectie, diagnose & registratie van cariës
H3Epidemiologie van cariës
H4Etiologie & pathogenese van cariës
H5Speeksel & speekseltests
H6De biofilm
H7Voeding & cariës
H8Cariësrisicoanalyse
H9Preventieve (niet-operatieve) behandeling
H10Operatieve behandeling van cariës
2
, Cariologie MMZ06a — Samenvatting per hoofdstuk
Hoofdstuk 1 — Odontogenese & histologie van de tand
LEERDOELEN — de student kan…
✓De verschillende stadia van de odontogenese opsommen, herkennen & benoemen.
✓De verschillende structuren tijdens de odontogenese identificeren.
✓De histologie van de tandweefsels beschrijven en de histologische verschillen verklaren
aan de hand van de odontogenese.
✓De tanderuptie beschrijven.
✓Uitleggen wat er bij veroudering met de tandweefsels gebeurt.
1. Anatomie van de tand
Het melkgebit telt 20 tanden (doorbraak vanaf ± 6 maanden tot ± 2,5 jaar; wissel tussen 6 en 12
jaar). Het blijvend gebit telt 32 tanden: per kaak 4 snijtanden, 2 hoektanden, 4 premolaren en 6
molaren.
Anatomisch bestaat een tand uit een kroon (corona dentis, zichtbaar in de mond, bedekt met
glazuur) en een wortel (radix dentis, in de alveole, bedekt met cement). De grens is de tandhals
(collum/cervix). De tand wordt verankerd door het parodontaal ligament. Centraal ligt de
pulpaholte (pulpakamer in de kroon → pulpakanaal in de wortel → foramen apicale), waarlangs
bloedvaten en zenuwen binnenkomen.
Histologisch onderscheiden we vier weefsels: glazuur, dentine, cement en pulpa.
2. Odontogenese — de stadia
De odontogenese start vroeg in de zwangerschap vanuit de drie kiembladen (ectoderm, mesoderm,
endoderm). Uit het ectoderm ontstaat de primaire mondholte (stomodeum). In de 6ᵉ week vormt
zich de primaire epitheliale band die ingroeit tot de dentale lamina (tandlijst) – dit is het stadium
van de initiatie. In de 7ᵉ week ontstaan ± 20 verdikkingen (dentale plakoden) voor de melktanden.
• Knopfase (6ᵉ–8ˢᵗᵉ week): de plakoden prolifereren tot epitheliale knoppen; eromheen verdicht
het ectomesenchym.
• Kapfase (8ᵉ–11ᵉ week): het mesenchym deukt in; de knop krijgt een kapvorm. De epitheelkap
= toekomstig glazuurvormend orgaan; het mesenchym eronder = tandpapil (→ pulpa +
dentine); eromheen het tandzakje/follikel (→ cement & steunweefsel).
• Klokfase (vanaf 12ᵉ week): histodifferentiatie. Het glazuurorgaan telt 4 epitheellagen:
inwendig glazuurepitheel (→ ameloblasten), stratum intermedium, reticulair epitheel (reticulum
stellare) en uitwendig epitheel. De buitenste papilcellen worden odontoblasten (→ dentine).
• Dentinogenese (vanaf ± 7ᵉ maand): odontoblasten secreteren predentine dat mineraliseert tot
dentine; ze trekken terug en laten uitlopers achter in het dentine.
• Amelogenese: na de start van de dentinevorming differentieert het inwendig epitheel tot
ameloblasten met de uitlopers van Tomes, die de glazuurmatrix afzetten (glazuurprisma’s).
Daarna volgt de maturatiefase (anorganische verrijking). Bij doorbraak verdwijnen de
ameloblasten → glazuur kan nooit meer hersteld worden.
• Wortelvorming & eruptie: de epitheliale wortelschede van Hertwig bepaalt de wortelvorm;
omdat er geen stratum intermedium is, ontstaat hier géén glazuur maar cement. Daarna start
de opwaartse eruptie tot de tand doorbreekt.
3