Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 58 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Akoestiek (fase 1) |Thomas More

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 58 pagina's

Het document bevat alles wat nodig vanuit de hoorcolleges om goed voorbereid te zijn op het examens. Het bestaat uit de cursus (Ilse Smits), eigen aantekeningen bij hoorcolleges en powerpointpresentatie. Ik behaalde met deze samenvatting 18/20.

Voorbeeld van de inhoud

H1: Druk en Newton

1: Newton
1e beginsel van Newton: traagheid
= alles wat in beweging is wil in beweging blijven, alles wat in rust is wil in rust blijven
- Voorbeeld: je bent aan het rijden, er staat ineens voor u iemand stil  je vliegt naar
voor
- ‘Voorwerp in rust  blijft uit zichzelf in rust. Bewegend voorwerp  wil dez richting +
zin behouden.’
- Als er geen resulterende kracht : in rust is wil in rust blijven
• isWat
• Wat in beweging is wil dezelfde constante snelheid
behouden
2e beginsel van Newton: causaliteitsbeginsel
= als er een resulterende kracht (niet gecompenseerd op andere kracht) op voorwerp
met massa m  versnelling voorwerp
Formule: = kracht berekenen

 massa x versnelling
- Voorwerp in beweging = wel resulterende kracht
- Voorwerp in rust = geen resulterende kracht

Let op!
- Vermits massa een strikt positieve grootheid is, hebben de kracht en de versnelling
dezelfde richting en zin!
- Bovendien geeft dit beginsel het verband tussen de afgeleide eenheid Newton en de
basiseenheden:
 Gevolg: zware voorwerpen zijn moeilijker van bewegingstoestand te veranderen
dat lichte voorwerpen
 Voorbeeld: olietanker is veel moeilijker te besturen dan een plezierjacht

3e beginsel van Newton: actie - reactie
= als voorwerp 1 kracht uitoefent op voorwerp 2  voorwerp 2 zelfde kracht uitvoeren op
voorwerp 1 met tegengestelde zin
Voorbeeld: ik duw tegen pot (=actie)  pot beweegt (=reactie)

2: Druk
Begrip
= verhouding tussen grootte van loodrechte kracht uitgeoefend op het voorwerp tot het
contactoppervlak
- Voorbeeld: naaldhak op strand  massa: gelijk  druk: groter (want op groter opp)
- Druk = afgeleide eenheid WANT het is een combinatie van 2 andere eenheden
- Formule: p = F/A
- SI eenheid: Pa = N/m² = kg/ms²
• 1 bar = 1 atmosfeer = 1013 hPa
• Voorbeeld: sporters gaan hoger in bergen  druk is lager  moeilijker om er
zuurstof uit te halen  goede training

Druk in gas
Deeltjes in gas: snelheid v beweging (temp afh.) & botsen tegen wand 
richtingverandering
- Som van alle botsingen = totale kracht
- F= gasdeeltje oefent kracht op wand
- F’= wand oefent tegengestelde kracht op gasdeeltje
- Ft=totale kracht alle gasdeeltjes
- Formule: druk van gas = p = F/A

1

,DUS: gasdeeltjes tegen wand  wand oefent kracht op gasdeeltjes  botsing
- Effect gasdeeltjes: meer deeltjes in volume  meer botsingen  grotere Ft  grotere
druk
- Effect volume: kleiner volume  deeltjes sneller wanden bereiken  meer botsingen
 grotere Ft  grotere druk
- Effect temperatuur: hogere temperatuur  meer botsingen  grotere druk
Gaswet van Boyle en Mariotte:
= stel dat temperatuur constant is, en ik steek hoeveelheid gas in een groter volume, dan
gaat druk dalen
- DUS: druk x volume moet een consante zijn  als ene stijgt, moet andere dalen
- Deeltjes leggen n keer meer weg af vooraleer ze botsen
- Druk op wand = n keer kleiner
- Formule: p1.V1 = p2.V2 = constante

Atmosferische druk/ normale luchtdruk
Verschillende luchtlagen  elke luchtlaag oefent druk uit op onderliggende luchtlaag 
hoe dichter bij aardoppervlak, hoe meer luchtlagen opeen, hoe groter druk op
aardoppervlak

Lucht neemt zoveel mogelijk plaats in, maximaal volume (= uitzettend karakter)  ook in
luchtlagen is dit zo  gevolg: compressie van luchtlagen op elkaar gecompenseerd door
uitzettend karakter (= samendrukkende kracht)  onstaan stabiele situatie in
atmosfeer (uitzettend karakter = samendrukkende kracht)

Atmosferische druk/ normale luchtdruk (pa)= elk voorwerp in atmosfeer zal druk
ondervinden in de lucht (gas)

Hoe dichter bij aardoppervlak  hogere luchtdruk
Hoe hoger voorwerp in atmosfeer  hoe lager de luchtdruk

Zeeniveau: p0=1013hPa
 Weer: sterk bepaald door luchtdruk
 Gevolg: ontstaan hoge (=groter dan normale druk) & lage (= lager dan normale druk)
luchtdruk

Barometer= meting luchdruk

Drukverschil over membraan
Ontstaan drukverschil : verschillende plaatsen
1. Tss
2. Tss 2 afgesloten ruimtes door elastisch membraan  membraan: vangt
drukverschil
2 situaties
Druk zijde 1 = zijde 2 druk 1 zijde >
andere zijde
= geen resulterende kracht + geen vervorming = vervorming: bep. drukverschil
over membraan
= trommelvlies: normaal = trommelvlies: hol


F1 F2 F2 F1

Voorbeeld: oorontsteking
Als resulterende kracht > maximale elasticiteit van membraan  membraan springt
 belangrijk dus dat wij logo’s dit gaan bekijken: want er gaat een drukverschil zijn bij
het gehoor
Functie drukverschil: geluid kan waargenomen worden



2

,H2: Stroming
1: Definitie
Stroming= bewegen van de deeltjes binnen het fluïdum

Fluida=verzamelnaam gassen en vloeistoffen die als eigenschap hebben dat deeltjes
makkelijk kunnen bewegen t.o.v. elkaar

Fluidum= uitvloeiende stof; medium dat bij constante temperatuur en druk een
welbepaalde massa en volume, maar geen vaste vorm

Voorbeeld: stroming = wind - fluïdum = lucht
 In fluïdum gaan deeltjes zich verplaatsen
 Stroming kan zelfs andere voorwerpen meenemen (blaadjes)

2: Soorten stromingen
1. Obv snelheid
= een vector; heeft een grootte, richting, zin en aangrijpingspunt
Laminair Turbulente
= stationair = niet stationair
• Snelheid = plaats afhankelijk • Snelheid = plaats + tijd afhankelijk
• Elk deeltje: dez. weg volgen = stroomlijn • Stroomlijnen niet meer recht
 Lijkt alsof er geen beweging is • Wervelingen + rotaties door
 Recht + naast elkaar hindernissen
 Na bep. tijd: nog steeds hetz. • Wijzigen v moment tot moment
• Vele stroomlijnen= stroombuis

2. Obv viscositeit
= stroperigheid, geeft aan hoe vloeibaar fluïdum is, maat van weerstand die
fluidumdeeltje ondervindt om te stromen
 Moleculen ondervinden meer weerstand  minder gemakkelijk stromen
Niet viskeus Viskeus
• Voorbeeld: water • Voorbeeld: olie
• Geen invloed van weerstandskrachten • Wel invloed van weerstandskrachten
• Vooral bij gassen, als drukverschillen niet • Wanden en deeltjes zelf
te groot • Energie verlies ( warmte)
• Energie behoud

3: Wettendruk
(1) Continuiteitsvergelijking
- Wat: snelheid van fluïdum is omgekeerd evenredig aan doorsnede van de buis
waardoor het fluïdum stroomt
• Als doorsnede van buis (A) kleiner wordt, gaat snelheid (v) stijgen
- Spraakkanaal wordt tijdens articuleren gevormd
- Buis waar lucht stroomt  wijzigen in doorsnede  wijziging in stroming
- Formule: A1 . v1 = A2 . v2
- Oppervlake x snelheid  MOET constante zijn
• Als oppervlakte daalt door smallere buis  lucht gaat daar sneller stromen

(2) Wet v Bernoulli

3

, = som van druk + kinetische energie + potentiele energie is constant in stroming
- Doorsnede v buis: invloed op snelheid + druk  invloed op stroming
- Verplaatsing v massa over x vraagt arbeid (=kracht verplaatsing, W)
- Gevolg: energie (potentieel (hoogteverschil) – kinetische (snelheidsverschil)) wijzigen
MAAR behoud mech. en.
• Arbeid leveren  energie nodig  energie op plaats 2 in buis – energie op
plaats 1 in buis
 Energie op plaats 2 = potentiële energie (wijziging in hoogte)
 Energie op plaats 1 = kinetische energie (wijziging in snelheid)
• Energie moet aan elkaar gelijk zijn  ene stuk gelijkstellen aan andere stuk
(van formule)
- DUS: kinetische energie + potentiele energie + druk = moet constante zijn
• Als je grotere snelheid hebt op smallere stuk v buis  druk moet dalen
• + snelheid  - druk
• Voorbeeld: douchegrodijn bij water open  druk douchecabine zakt  plakt
aan je been
• Voorbeeld: lucht sneller door stembanden  lagere druk  aanzuiging
stembanden
 Na een tijd kunnen ze niet meer aangedrukt worden  gaan open 
snelheid gaat stijgen  terug gaat terug dalen  gaan terug
aangezogen worden  …
 = cyclus
 Ritme wordt doorgegeven aan moleculen in mond,…  komt aan bij
trommelvlies  wordt omgezet in toon
 = WERKING STEM + GEHOOR
- Formule: p1 + v12 . p/2 + .g.y1 = p2 + v2² . /2 + .g.y2

4: Stromingsweerstand (R)
Bepaald door:
1. Drukverschil
• Hoe meer drukverschil, hoe grotere stroomweerstand (R), hoe kleiner
volumedebiet (D)
• Drukverschil groot tussen en boven stembanden  grotere weerstand voor
lucht om te stromen  kleiner debiet
2. Doorsnede
• Hoe kleiner doorsnede, hoe grotere stroomweerstand (R), hoe kleiner
volumedebiet (D)
• Weerstand groter  debiet kleiner
3. Viscositeit
• Hoe meer viscositeit, hoe grotere stroomweerstand (R), hoe kleiner
volumedebiet (D)
• Hoe viskeuzer  grotere weerstand

- Mate v stroming = volumedebiet = volume/tijdsinterval = D (m³/s)
- Formule: R = p/D (kg/m4 . s)




4

Documentinformatie

Geüpload op
2 augustus 2026
Aantal pagina's
58
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€11,16

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
2
Volgers
0
Items
16
Laatst verkocht
3 maanden geleden


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen