H1: Taal en taalvermogen
Deel 1
1: Wat?
= taalwetenschap, bevat taalregels (bv: klankcombinaties)
Definitie: 3 delen
1. Studie van taal als algemeen menselijk verschijnsel
Wat is ‘taal‘= cognitief proces, volledig abstract, kan je niet zien/horen/lezen
• Je maakt van je denken iets concreet adhv articulatieorgaan bevel te geven
• Gebruik maken van regels gaandeweg in ontwikkeling leren we dit, oppikken
als kind
Bv: zinsdelen ‘onderwerp’ leren we gebruiken, kinderen krijgen dit niet
aangeleerd
• Brabbelen!
• Fouten bij kinderen: onbeklemtoonde syllaben weglaten
Stel: beklemtoonde syllaben weglaten = niet normaal
• Spraak taal
2. Blootleggen van grammatica (=regelsysteem)
• Universele grammatica= principes, eigenschappen van alle talen
Alle talen krijgen hun concretisering hoe: in vorm van klanken
Gevolg: klankcombinaties onstaan
Het feit dat we allemaal klanken gebruiken
• Taaspecifieke grammatica= verschillen van taal
Parameters, eigenschappen die per taal kunnen verschillen
Bv: /krapa/ ipv /krab/ we voelen dat dit niet klopt
3. Expliciteren van grammaticale regels van taal
Niveaus
Fonetiek= spraak
Fonologie= taal; kennis spreker over klank v taal + manier waarop klanken verbonden
worden klanken in hun abstractie, bevat regelsysteem
Morfologie= woorvormingsleer
Semantiek= woordbetekenisleer; hoe onthouden we betekenis v woorden?
Syntaxis= zinsleer
Pragmatiek= gebruik van taal
2: Menselijke, natuurlijke taal
Algemene kenmerken
Interactief - Communicatiemiddel: er is uitwisseling van info tussen 2 soortgenoten
- Functie:
1 Cultuur vormgeven
2 Maatschappij organiseren
- Sociale aspect: bestudeerd in pragmatiek
• Bv: spreken en stoppen met spreken als pauze lang duurt
heeft gesprekspartnet gevoel ‘oei, moet die niet terug beginnen
spreken?’
• Als iemand spreek, andere stil &
• Kinderen doen het anders: moeten beurtwisseling leren bv:
verstoren gesprek
- Sociaal materiaal: cultuur vormgeven + maatschappij organiseren
- Sociaal gebeuren:
• Wisselwerking actie-reactie
• Afstemmen taal op gesprekspartner bv: tegen peuter
1
, anders praten
Creatief - Taal biedt mens vrijheid + evolueert o.b.v. maatschappelijke & culturele
veranderingen
- Woordenschat aanpassen en vernieuwen
- Nieuwe combo maken van zinnen/ woorden/ klanken/ zinslengte/
woordbouw
- Creativiteit niet beperkt tot lexicon geen oneindige opslagplaats
- Variatie in:
• Zinslengte: is theoretisch oneindig
• Woordgebruik: afhankelijk van onderwerp/situatie, ander jargon
Gestructureerd - ‘Rule-governed creativity’= toch houden aan regels ondanks oneindige
variatie, ondanks creativiteit creativiteit zal altijd binnen bepaalde
regels gebeuren
- Grammatica: oneindige combinaties zijn mogelijk ondanks structuur
• Op woordniveau: beperkte set regels + elementen (alfabet)
oneindige combinaties
• Op zinsniveau: beperkte set woorden + zinsbouwregels
oneindige combinaties
- Combineren gebeurt altijd op dezelfde manier
Referentieel - Taal verwijst naar iets/ realiteit
- Hetgeen waarnaar we verwijzen hoeft niet aanwezig te zijn
DUS: mag dus verwijzen naar werkelijkheid OF feeëriek/ sprookje
- Bv: verwijzen /gordijn/ hoeft er niet eens te zijn
Spontaan - Geen directe aanleiding nodig
• Op elk moment over vanalles praten elk individu kan op elk
moment taal gebruiken
• Onafhankelijk van ‘hier en nu’
- Ontstaan:
• Niet gemaakt, niet gecreëerd iemand niet op bepaald punt
begonnen
• Onderhevig aan evolutie
Conventioneel - Impliciete afspraken tussen sprekers van dezelfde taal
Bv: stoel als je het ineens anders noemt, dan weet men niet wat je
bedoelt, men heeft een vaste afspraak dat een stoel ‘stoel’ genoemd
wordt
- Behoort niet tot 1 individu
- Betekenissen: niet zomaar gewijzigd
Arbitrair - = er is geen enkel verband tussen vorm - datgene waarnaar het verwijst
• Bv: vis er is geen enkele reden waarom wij een vis /vis/
noemen
In het frans /poisson/, in engels /fish/ maar waarom dan
niet ook /vis/?
Relatie klankvorm en betekenis is puur willejeurig
• Bv: stoel ‘waarom heet een stoel een stoel?’, ‘waarom is het in
het Engels anders?’
Er is geen verband tussen ‘stoel’ (woord) en waarnaar
het verwijst (voorwerp)
Discussie: als iets 2 poten heeft i.p.v. 4 ‘is het dan wel
een stoel?’
Geen reden dat een stoel ‘stoel’ noemt
- Als je andere klankcombinatie erop plakt, gaan taalgenoten niet meer
begrijpen wat je zegt communicatieoverdracht loopt in gevaar
! UITZONDERING!
- Onomatopeeën of klanknabootsende woorden= woorden waarbij je kan achterhalen
wat het is omdat het letterlijk is wat er staat/ het geluid
• Wordt veel door kinderen gedaan
• Bv: ‘kukeleku’ klinkt letterlijk zoals het woord het zegt
2
, • Niet arbitrair: er is dus WEL een reden waardoor we bv een koekoek /koekoek/
noemen
- Gebarentaal= visuele, geen auditieve taal
• Niet arbitrair
• 1/3 iconisch: meer gebaren waarvan er wel een relatie is tussen vorm-
verwijzing
• 2/3 willekeurig
Andere taalvormen
Menselijke taal kunsttaal:
- Overeenkomst:
• Interactief
• Arbitrair
• Conventioneel
- Verschil:
• K: niet spontaan bewust ontworpen
• K: onveranderlijk, stabieler van aard M: evolueert obv technologische,
maatsch. verand.
Menselijke talen
- Kenmerken: interactief + creatief
- Kunsttalen:
1. Esperanto= latijnse woorden dienen als woordstam
Door Poolse oogarts Lejzer Zamenhof rond 1880
Met voor- en achtervoegsels worden nieuwe woorden gevormd
Voorbeeld: ‘san’ = gezond, ‘malsan’ = ziek, ‘malsanul’ = de zieke
2. Encryptie= versleutelen van bestanden
Enkel diegenen met wachtwoord/ unieke sleutel kan ontcijferen
Voorbeeld: Duitse Schlüsselmaschine E
o Code gekraakt door Britse inlichtingendienst
o Schat van informatie over Duitse oorlogsvoering
- Computertalen:
• Interactief
• Arbitrair
• Niet onveranderlijk
• Niet spontaan: bewust ontworpen
• Nier creatief: vaste volgorde!! als er 1 teken verkeerd is, werkt het niet meer
Natuurlijke talen: dierentalen
Kunnen we niet spreken van ‘taal’: hebben geen grammatica = belangrijkste
kenmerk
- Kenmerken:
• Interactief
• ≠ spontaan
• ≠ creatief waarheidsgetrouw & contextgebonden ≠ arbitrair &
gestructureerd
Geen grammatica
≠ gevarieerd en functioneel (directe aanleiding)
Dieren communiceren bv met geluiden/ gelaat/ lichaam/ geuren/…
Planten communiceren d.m.v. chemische signalen
- Voorbeeld: bijentaal
• Communicatie door soorten dansen
• Verschillen tss bijen: Italiaanse (3 dansen) en Oostenrijkse honingbij niet
dezelfde ‘taal’
3
, Italiaanse: rondedans (voedselbron), sikkeldans (bron is dichtbij),
wiegeldans (bron is veraf)
Oostenrijkse: rondedans (bron) en wiegeldans (afstand: afhankelijk van
Intensiteit beweging en herhalingen is bron ver/groot)
- Andere voorbeelden: zie pp
Grammatica
Belang: biedt ons de mogelijkheid alle combinaties mogelijk te maken ivm taal
Doel linguïsten: doorgronden van grammatica hoe werkt het in je hoofd?
- Taal is iets abstract je kan geen taal zien in je hoofd
- Willen onderliggende processen onderzoeken
Kenmerken MNT gelden voor alle talen
Linguïstische competence = vermogen om taal te gebruiken en leren, impliciete
taalkennis of taalvermogen van mens
Hoe taalkennis concreet eruit ziet, weet niemand
We delen als taalgemeenschap met anderen deze kennis
We leren taal maar kunnen niet uitleggen hoe
Bestaat uit set van regels over fonologie + morfosyntaxis + semantiek
(woorden/ klanken combineren)
Deels universeel - deels taalspecifiek verschillen
Men heeft kennis (vermogen) over taal zonder dat omgeving alle
soorten klanken/ woorden heeft gegeven
Taaluniverseel: we delen dit vermogen met anderen
Taalspecifiek: per taal verschillende kenmerken
Uitingen/ wat we zeggen = concreet, is het enige wat registreerbaar is
Dus: taal alleen bestuderen in de vorm van uitingen
Performance= taalgebruik in bepaalde situatie
• Kunnen we niet helemaal gebruiken WANT men kent niet alle nederlandse
woorden
Woorden die we wel kennen en gebruiken = competence
• Zichtbaar in versprekingen, gekozen registers, ellipsen
• Taalfouten die men maakt is interessant v linguisten in kaart brengen
• Verschil per individu: iedereen heeft andere stemklank, stemspanning,… maar
toch verstaan we elkaar
!!! implicitete en onbewuste grammatica (competence) alleen beschrijven adhv
taaluitingen (performance)
2 soorten grammatica
1. Prescriptieve grammatica= voorschrijvende
• Correcte nederlandse zin bestaat uit onderwerp, persoonvorm,…
• Performance = taalgebruik in bepaalde situatie
• Taalspecifiek voorschrift
2. Descriptieve grammatica= beschrijvende
• Linguïsten proberen de competence te ontrafelen & te beschrijven:
Universele grammatica Wat zijn universele kenmerken?
Taalspecifieke grammatica Wat zijn taalspecifieke kenmerken?
• Linguistiek: bestaat uit verschillende niveaus fonetiek, fonologie, semantiek,
…
Uitdrukkingsvormen van taal
Verbale en non-verbale communicatie
- Geschreven taal
4
Deel 1
1: Wat?
= taalwetenschap, bevat taalregels (bv: klankcombinaties)
Definitie: 3 delen
1. Studie van taal als algemeen menselijk verschijnsel
Wat is ‘taal‘= cognitief proces, volledig abstract, kan je niet zien/horen/lezen
• Je maakt van je denken iets concreet adhv articulatieorgaan bevel te geven
• Gebruik maken van regels gaandeweg in ontwikkeling leren we dit, oppikken
als kind
Bv: zinsdelen ‘onderwerp’ leren we gebruiken, kinderen krijgen dit niet
aangeleerd
• Brabbelen!
• Fouten bij kinderen: onbeklemtoonde syllaben weglaten
Stel: beklemtoonde syllaben weglaten = niet normaal
• Spraak taal
2. Blootleggen van grammatica (=regelsysteem)
• Universele grammatica= principes, eigenschappen van alle talen
Alle talen krijgen hun concretisering hoe: in vorm van klanken
Gevolg: klankcombinaties onstaan
Het feit dat we allemaal klanken gebruiken
• Taaspecifieke grammatica= verschillen van taal
Parameters, eigenschappen die per taal kunnen verschillen
Bv: /krapa/ ipv /krab/ we voelen dat dit niet klopt
3. Expliciteren van grammaticale regels van taal
Niveaus
Fonetiek= spraak
Fonologie= taal; kennis spreker over klank v taal + manier waarop klanken verbonden
worden klanken in hun abstractie, bevat regelsysteem
Morfologie= woorvormingsleer
Semantiek= woordbetekenisleer; hoe onthouden we betekenis v woorden?
Syntaxis= zinsleer
Pragmatiek= gebruik van taal
2: Menselijke, natuurlijke taal
Algemene kenmerken
Interactief - Communicatiemiddel: er is uitwisseling van info tussen 2 soortgenoten
- Functie:
1 Cultuur vormgeven
2 Maatschappij organiseren
- Sociale aspect: bestudeerd in pragmatiek
• Bv: spreken en stoppen met spreken als pauze lang duurt
heeft gesprekspartnet gevoel ‘oei, moet die niet terug beginnen
spreken?’
• Als iemand spreek, andere stil &
• Kinderen doen het anders: moeten beurtwisseling leren bv:
verstoren gesprek
- Sociaal materiaal: cultuur vormgeven + maatschappij organiseren
- Sociaal gebeuren:
• Wisselwerking actie-reactie
• Afstemmen taal op gesprekspartner bv: tegen peuter
1
, anders praten
Creatief - Taal biedt mens vrijheid + evolueert o.b.v. maatschappelijke & culturele
veranderingen
- Woordenschat aanpassen en vernieuwen
- Nieuwe combo maken van zinnen/ woorden/ klanken/ zinslengte/
woordbouw
- Creativiteit niet beperkt tot lexicon geen oneindige opslagplaats
- Variatie in:
• Zinslengte: is theoretisch oneindig
• Woordgebruik: afhankelijk van onderwerp/situatie, ander jargon
Gestructureerd - ‘Rule-governed creativity’= toch houden aan regels ondanks oneindige
variatie, ondanks creativiteit creativiteit zal altijd binnen bepaalde
regels gebeuren
- Grammatica: oneindige combinaties zijn mogelijk ondanks structuur
• Op woordniveau: beperkte set regels + elementen (alfabet)
oneindige combinaties
• Op zinsniveau: beperkte set woorden + zinsbouwregels
oneindige combinaties
- Combineren gebeurt altijd op dezelfde manier
Referentieel - Taal verwijst naar iets/ realiteit
- Hetgeen waarnaar we verwijzen hoeft niet aanwezig te zijn
DUS: mag dus verwijzen naar werkelijkheid OF feeëriek/ sprookje
- Bv: verwijzen /gordijn/ hoeft er niet eens te zijn
Spontaan - Geen directe aanleiding nodig
• Op elk moment over vanalles praten elk individu kan op elk
moment taal gebruiken
• Onafhankelijk van ‘hier en nu’
- Ontstaan:
• Niet gemaakt, niet gecreëerd iemand niet op bepaald punt
begonnen
• Onderhevig aan evolutie
Conventioneel - Impliciete afspraken tussen sprekers van dezelfde taal
Bv: stoel als je het ineens anders noemt, dan weet men niet wat je
bedoelt, men heeft een vaste afspraak dat een stoel ‘stoel’ genoemd
wordt
- Behoort niet tot 1 individu
- Betekenissen: niet zomaar gewijzigd
Arbitrair - = er is geen enkel verband tussen vorm - datgene waarnaar het verwijst
• Bv: vis er is geen enkele reden waarom wij een vis /vis/
noemen
In het frans /poisson/, in engels /fish/ maar waarom dan
niet ook /vis/?
Relatie klankvorm en betekenis is puur willejeurig
• Bv: stoel ‘waarom heet een stoel een stoel?’, ‘waarom is het in
het Engels anders?’
Er is geen verband tussen ‘stoel’ (woord) en waarnaar
het verwijst (voorwerp)
Discussie: als iets 2 poten heeft i.p.v. 4 ‘is het dan wel
een stoel?’
Geen reden dat een stoel ‘stoel’ noemt
- Als je andere klankcombinatie erop plakt, gaan taalgenoten niet meer
begrijpen wat je zegt communicatieoverdracht loopt in gevaar
! UITZONDERING!
- Onomatopeeën of klanknabootsende woorden= woorden waarbij je kan achterhalen
wat het is omdat het letterlijk is wat er staat/ het geluid
• Wordt veel door kinderen gedaan
• Bv: ‘kukeleku’ klinkt letterlijk zoals het woord het zegt
2
, • Niet arbitrair: er is dus WEL een reden waardoor we bv een koekoek /koekoek/
noemen
- Gebarentaal= visuele, geen auditieve taal
• Niet arbitrair
• 1/3 iconisch: meer gebaren waarvan er wel een relatie is tussen vorm-
verwijzing
• 2/3 willekeurig
Andere taalvormen
Menselijke taal kunsttaal:
- Overeenkomst:
• Interactief
• Arbitrair
• Conventioneel
- Verschil:
• K: niet spontaan bewust ontworpen
• K: onveranderlijk, stabieler van aard M: evolueert obv technologische,
maatsch. verand.
Menselijke talen
- Kenmerken: interactief + creatief
- Kunsttalen:
1. Esperanto= latijnse woorden dienen als woordstam
Door Poolse oogarts Lejzer Zamenhof rond 1880
Met voor- en achtervoegsels worden nieuwe woorden gevormd
Voorbeeld: ‘san’ = gezond, ‘malsan’ = ziek, ‘malsanul’ = de zieke
2. Encryptie= versleutelen van bestanden
Enkel diegenen met wachtwoord/ unieke sleutel kan ontcijferen
Voorbeeld: Duitse Schlüsselmaschine E
o Code gekraakt door Britse inlichtingendienst
o Schat van informatie over Duitse oorlogsvoering
- Computertalen:
• Interactief
• Arbitrair
• Niet onveranderlijk
• Niet spontaan: bewust ontworpen
• Nier creatief: vaste volgorde!! als er 1 teken verkeerd is, werkt het niet meer
Natuurlijke talen: dierentalen
Kunnen we niet spreken van ‘taal’: hebben geen grammatica = belangrijkste
kenmerk
- Kenmerken:
• Interactief
• ≠ spontaan
• ≠ creatief waarheidsgetrouw & contextgebonden ≠ arbitrair &
gestructureerd
Geen grammatica
≠ gevarieerd en functioneel (directe aanleiding)
Dieren communiceren bv met geluiden/ gelaat/ lichaam/ geuren/…
Planten communiceren d.m.v. chemische signalen
- Voorbeeld: bijentaal
• Communicatie door soorten dansen
• Verschillen tss bijen: Italiaanse (3 dansen) en Oostenrijkse honingbij niet
dezelfde ‘taal’
3
, Italiaanse: rondedans (voedselbron), sikkeldans (bron is dichtbij),
wiegeldans (bron is veraf)
Oostenrijkse: rondedans (bron) en wiegeldans (afstand: afhankelijk van
Intensiteit beweging en herhalingen is bron ver/groot)
- Andere voorbeelden: zie pp
Grammatica
Belang: biedt ons de mogelijkheid alle combinaties mogelijk te maken ivm taal
Doel linguïsten: doorgronden van grammatica hoe werkt het in je hoofd?
- Taal is iets abstract je kan geen taal zien in je hoofd
- Willen onderliggende processen onderzoeken
Kenmerken MNT gelden voor alle talen
Linguïstische competence = vermogen om taal te gebruiken en leren, impliciete
taalkennis of taalvermogen van mens
Hoe taalkennis concreet eruit ziet, weet niemand
We delen als taalgemeenschap met anderen deze kennis
We leren taal maar kunnen niet uitleggen hoe
Bestaat uit set van regels over fonologie + morfosyntaxis + semantiek
(woorden/ klanken combineren)
Deels universeel - deels taalspecifiek verschillen
Men heeft kennis (vermogen) over taal zonder dat omgeving alle
soorten klanken/ woorden heeft gegeven
Taaluniverseel: we delen dit vermogen met anderen
Taalspecifiek: per taal verschillende kenmerken
Uitingen/ wat we zeggen = concreet, is het enige wat registreerbaar is
Dus: taal alleen bestuderen in de vorm van uitingen
Performance= taalgebruik in bepaalde situatie
• Kunnen we niet helemaal gebruiken WANT men kent niet alle nederlandse
woorden
Woorden die we wel kennen en gebruiken = competence
• Zichtbaar in versprekingen, gekozen registers, ellipsen
• Taalfouten die men maakt is interessant v linguisten in kaart brengen
• Verschil per individu: iedereen heeft andere stemklank, stemspanning,… maar
toch verstaan we elkaar
!!! implicitete en onbewuste grammatica (competence) alleen beschrijven adhv
taaluitingen (performance)
2 soorten grammatica
1. Prescriptieve grammatica= voorschrijvende
• Correcte nederlandse zin bestaat uit onderwerp, persoonvorm,…
• Performance = taalgebruik in bepaalde situatie
• Taalspecifiek voorschrift
2. Descriptieve grammatica= beschrijvende
• Linguïsten proberen de competence te ontrafelen & te beschrijven:
Universele grammatica Wat zijn universele kenmerken?
Taalspecifieke grammatica Wat zijn taalspecifieke kenmerken?
• Linguistiek: bestaat uit verschillende niveaus fonetiek, fonologie, semantiek,
…
Uitdrukkingsvormen van taal
Verbale en non-verbale communicatie
- Geschreven taal
4