5.1 Neurogene stemstoornissen
- Neurogene stemstoornissen:
Bij een stemprobleem van neurogene aard ligt de oorzaak in het centraal of
perifeer zenuwstelsel.
o Er is een verstoring van innervatie van de larynx en bijgevolg van
prikkeloverdracht, met een verminderde laryngeale functie tot gevolg.
- Bij de neurogene stemstoornissen onderscheiden we:
o Stemplooiverlamming
o Spasmodische dysfonie
o Laryngeale tumor
5.1.1 Stemplooiverlamming
Symptomen en ontstaan:
- Stemplooiverlamming:
Bij een stemplooiverlamming zal de stemplooi gedeeltelijk of volledig verlamd
zijn. In feite gaat het om het arytenoïd dat beperkt is in zijn beweeglijkheid.
o Stemplooiparese:
Men spreekt van een stemplooiparese wanneer er enkel een
mobiliteitsreductie is.
o Stemplooiparalyse:
Men spreekt van een stemplooiparalyse als de stemplooi volledig stil
staat.
Een verlamming kan unilateraal of bilateraal voorkomen.
o De klachten van een cliënt met een stemplooiparalyse zijn afhankelijk van
de etiologie (plaats van het letsel op de zenuwbaan) en van de positie van
de stilstaande stemplooi.
To do: zoek op welke zenuwen de verschillende intrinsieke larynxspieren bezenuwen, en bekijk
ook het verloop van deze zenuwen. Op examen: kunnen tekenen en kunnen benoemen!!!!
- Onderstaande tabel geeft een overzicht van de verschillende mogelijkheden.
Denkvraag: Wat zijn, voor elke situatie
in de tabel hierboven geschreven, de
gevolgen op vlak van stem, slikken en
ademen?
o De donker gekleurde stemplooi stelt de verlamde stemplooi voor.
Een stemplooi die naar de zijlijn toe staat, staat in abductie.
Adductieparalyse:
Een adductieparalyse is wanneer het voor de stemplooi onmogelijk
is om naar de middellijn toe te komen (= adduceren).
1
, Omgekeerd: Abductorparalyse:
Een abductorparalyse is wanneer de stemplooi bij de middellijn
staat, staat de stemplooi in adductie dan is het niet mogelijk om
naar buiten toe te bewegen (= abduceren).
- Bij stilstaande stemplooi(en):
o Bij stilstaande stemplooi(en) die in abductie staan zal de adem geen
probleem vormen.
Er zal in dit geval dysfonie optreden en de cliënt zal zich vaker gaan
verslikken.
o Bij stilstaande stemplooi(en) die in adductie staan zal de stem relatief
goed klinken en zal het slikken geen probleem vormen.
Er zal in dit geval wel moeilijkheden ontstaan bij het ademen.
- Bij een parese is de prikkelgeleiding eveneens verstoord, waardoor de
beweeglijkheid van de stemplooi(en) negatief beïnvloed wordt.
o Er is dus als het ware een ‘verzwakking’ van de stemplooifunctie omwille
van een verstoring van de zenuwoverdracht.
=> zal effect hebben op de stemkwaliteit.
o De symptomen kunnen hier sterk variëren:
Milde tot matige/ernstige dysfonie met wilde lucht
Ruwheid
Instabiliteit
Diplofonie
Stemzwakte
Abnormale toonhoogte,…
- Naast de positie van de verlamde stemplooi, is ook de plaats van de
zenuwbaanverstoring van invloed op de symptonen:
o Paralyse van de n. laryngeus superior:
Bij een paralyse van de n. laryngeus superior is de m. cricothyroideus
verlamt en dit veroorzaakt spanningsverlies in de ware stemplooi.
Gevolgen:
Hoge tonen produceren wordt moeilijk
Het tonusverlies zorgt voor een zwakkere stem, lichte ruwheid
en eventueel wilde lucht.
o Paralyse van n. laryngeus inferior:
Een paralyse van de n.laryngeus inferior, ook wel de n. recurrens
genoemd omwille van het verloop van de zenuwbaan, beperkt de werking
van alle andere intrinsieke laryngeale spieren, dus de openers en sluiters
van de glottis.
Gevolgen:
De stemkwaliteit zal uiteraard negatief beïnvloed worden door
de uitval,
maar wanneer de n. laryngeus superior nog intact is, zal de m.
cricothyroïdeus de stemplooi naar paramediaan trekken.
De stem zal dus minder slecht zijn dan wanneer zowel de n.
laryngeus superior als de n. laryngeus inferior beschadigd zijn.
- Mogelijke oorzaken van een stemplooiverlamming zijn:
o Trauma of langdurige intubatie
o Druk op de zenuwbaan (bv. door een tumor)
2
, o Virale infectie
o Iatrogeen (door chirurgische ingrepen in het hoofd-halsgebied of in de
thorax).
o Soms is er ook geen aanwijsbare oorzaak, daarvoor gebruikt men de term
‘ideopathisch’.
3
, Behandeling:
- Het beleid bij een stemplooiparalyse of -parese is afhankelijk van de aard en de
ernst van de symptomen.
o Stemplooiparalyse in adductie:
Bij een paralyse in adductie wordt als eerst de ademweg vrijgemaakt,
zeker wanneer de paralyse bilateraal is.
Het kan gaan om een tracheotomie met plaatsing van een canule.
Een ingreep bvb. Cordectomie (chirurgische verwijdering van een
stemplooi)
Postoperatief kan stemtherapie geïndiceerd zijn.
o Stemplooiparalyse in abdcutie:
Bij een paralyse in abductie zal de behandeling in eerste instantie
logopedisch zijn, gericht op veilig slikken en op het verbeteren van de
stemfunctie.
Als de dysfone toestand al langer bestaat, is de kans groot dat de
cliënt (foutief) compensatoir gedrag ontwikkeld heeft:
Om de slechtere stemkwaliteit te compenseren, gaat men met meer
spanning foneren, wat negatieve gevolgen heeft voor zowel
stemklank als stemcomfort.
Ontstaan van ventriculaire fonatie:
Ventriculaire fonatie is dat de valse stemplooien gaan adduceren
(mee trillen) omdat de druk zo hoog is.
Mat als gevolg een laag en ruw geluid.
Wanneer er 6 tot 12 maanden na het begin van de paralyse geen of
onvoldoende resultaat is met logopedische therapie kan men
overgaan tot heelkunde (medialisatie van de verlamde stemplooi
door injectieaugmentatie of laryngeale framework chirurgie).
- Logopedische therapie zal zich richten op:
o Elimineren van foutieve compensaties
o Het optimaliseren van de stemplooisluiting
o Het verbeteren van de glottiscontrole
Dat kan als enige behandeling zijn, of aanvullend bij een medische
behandeling (pre- en/of postchirurgisch).
De behandeling moet goed onderbouwd zijn en aangepast worden aan de
individuele cliënt, zoals bij elke stemtherapie. Bij een stemplooiverlamming zijn
er daarnaast enkele specifieke basisprincipes waarmee rekening gehouden
moet worden tijdens de behandeling.
4