in Peuter- en Kleutertijd
1: Perceptuele ontwikkeling (waarneming)
Ontwikkeling bij baby’s
De hersenen rijpen → baby’s kunnen:
Hun ogen beter bewegen
Beter scherpstellen
Ze zien dus steeds beter
Maar: zien alleen is niet genoeg. Ze moeten ook nog leren wat ze met die info
doen
Van zien → naar doen (gedragscontrole)
Baby’s kunnen al vroeg verschillen zien (bv. vormen)
Dit weten we door onderzoek (habituatie: baby kijkt langer naar iets
nieuws)
Voorbeeld:
Baby (± 3 maanden): ziet verschil tussen vierkant en
driehoek
Peuter: kan dat pas echt gebruiken, bv. in een
vormpuzzel
Waarom?
Omdat hun gedragscontrole nog moet groeien
→ ze leren pas later hun waarneming om te zetten in actie
Peuter- en kleutertijd: “gecentreerd waarnemen”
Volgens David Elkind (gebaseerd op Jean Piaget):
Kinderen in deze fase:
Focussen op wat het meest opvalt
Kunnen niet meerdere dingen tegelijk bekijken
Hebben moeite om hun aandacht zelf te sturen
Voorbeeld:
Afbeelding van groenten die samen een vogel vormen
Kleuter ziet: wortel, peer, kers
Maar ziet geen vogel als geheel
Ze zien details, maar niet het totaalplaatje
1
, Nog geen “perceptuele schematisering”
Kleuters kunnen nog niet goed info organiseren + een geheel vormen van losse
delen
Scannen (belangrijk voor lezen)
“Scannen” = snel met je ogen over dingen gaan (zoals tekst)
Bij jonge kinderen: nog moeilijk en beperkt
Gevolg: moeite met kleine letters volgen, leren lezen
Rond 6 jaar:
Scherpstellen en scannen worden beter
Klaar om echt te leren lezen
Kort samengevat
Baby’s zien al veel, maar kunnen er nog weinig mee doen
Peuters/kleuters:
Focussen op één opvallend ding
Zien niet het geheel
Rond 6 jaar:
Waarneming wordt beter gestuurd
Belangrijk voor leren lezen
2