Colleges dataverwerking
Wat is dataverwerking?
Dataverwerking is wat je doet nadat je data hebt verzameld (bijv. interviews,
teksten). Het bestaat uit 3 grote stappen:
1. Transcriptie (= letterlijk uitschrijven)
Je zet gesproken tekst om naar geschreven tekst
Alles zo exact mogelijk opschrijven (wat iemand écht zegt.
Voorbeeld: een interview uittypen
2. Coderen (= korter en overzichtelijk maken)
Je geeft stukjes tekst een label (code)
Zo maak je grote hoeveelheden tekst overzichtelijker
Voorbeeld: “ik voel me vaak gestrest door school” → code: stress school
3. Analyseren (= betekenis geven)
Je kijkt wat de codes samen betekenen
Je gaat patronen en verbanden zoeken
Dit is de echte interpretatie
Indeling van de colleges
College 6 (Hoofdstuk 6)
Transcriptie
Coderen
= Basisvaardigheden
College 9 (Hoofdstuk 7)
Thematische analyse (WAT?)
Je zoekt thema’s in je data
Voorbeeld thema’s: stress, motivatie, sociale druk
Dit komt uit het boek van Howitt
College 10 (Hoofdstuk 9 & 11)
Vertooganalyse (HOE?)
Je kijkt hoe iets gezegd wordt, niet alleen wat
Voorbeeld: Welke woorden gebruikt iemand? Hoe wordt iets voorgesteld?
Belangrijk om te kennen
1
,1. Software (NIET in het boek, WEL kennen!)
Programma’s die helpen bij analyseren:
LWIC (woordanalyse)
Atlas.ti (coderen en structureren)
Deze kunnen op het examen komen!
2. “Kappa en co”
Dit gaat over betrouwbaarheid van coderen
Meet of verschillende onderzoekers dezelfde codes geven
Simpel gezegd: “Zijn we het eens over wat iets betekent?”
Dataverwerking = uitschrijven → opdelen → betekenis geven
Inleiding, definitie en gebruik
Wat is inhoudsanalyse?
Inhoudsanalyse = thematische analyse → Het gaat over de WAT-vraag
Simpel gezegd:
Wat zeggen mensen precies?
Welke thema’s komen voor in hun uitspraken?
Voorbeeld
Iemand zegt: “ik voel veel druk door school en weinig vrije tijd”
Mogelijke thema’s: schooldruk, stress, tijdsgebrek
Je zoekt dus de inhoud (betekenis) van wat gezegd wordt
Belangrijk: het is moeilijker dan het lijkt
Goede thema’s moeten aan 4 dingen voldoen:
1. Duidelijk gedefinieerd zijn → je weet exact wat onder dat thema valt
2. Van elkaar verschillen → geen overlap tussen thema’s
3. De data afdekken → alles wat gezegd wordt past ergens
4. Inzicht geven → ze helpen je iets te begrijpen
Hoe werk je praktisch?
Je vertrekt van codes (kleine labels)
Die groepeer je tot thema’s
2
, Dat zet je in een codeboom (structuur van thema’s)
Waarom?
Zodat andere onderzoekers hetzelfde interview kunnen analyseren
En (ongeveer) tot dezelfde resultaten komen
Dit maakt je onderzoek betrouwbaar
Waarvoor gebruik je inhoudsanalyse?
Voor ongestructureerde data, zoals:
Interviews
Teksten (media, documenten)
Observaties
“Ongestructureerd” = er zijn geen vaste antwoordopties vooraf
Tegenstelling:
Gesloten vragenlijsten
Checklists
Hoe vind je thema’s?
Er zijn 3 manieren:
1. Theorie-gedreven
Je vertrekt vanuit bestaande theorie
Je weet al een beetje waar je naar zoekt
Voorbeeld: stress-theorie
Belangrijk inzicht
2. Data-gedreven
Inhoudsanalyse is heel geschikt
Je kijkt open en zonder
om nieuwe theorie te ontwikkelen
verwachtingen naar de data
→ vooral bij data-gedreven
Thema’s komen uit de data zelf
werken
Alsof je met een “blanco blad” begint
Inhoudsanalyse = zoeken naar
thema’s in wat mensen zeggen
3. Combinatie (meest gebruikt) om betekenis te begrijpen
Je wisselt tussen theorie en data
Dit is een cyclisch proces (heen en weer)
1: Algemeen verloop
3