Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 33 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Inleiding in de gedragsneurowetenschappen H7 | Psychologie | KU Leuven | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 33 pagina's

Deze studiestof behandelt hoofdstuk 7 uit 'Inleiding in de gedragsneurowetenschappen' aan KU Leuven en richt zich op de neurowetenschappelijke basis van waarneming. De content omvat het visuele systeem, gehoor, reuk, smaak en evenwicht, met gedetailleerde uitleg over hoe prikkels worden omgezet in zenuwsignalen en verwerkt in het centrale zenuwstelsel. Ideaal voor examenvoorbereiding: alle belangrijke concepten zoals fototransductie, reukzin, smaakbeleving en sensorische integratie zijn helder uitgelegd met relevante voorbeelden.

Voorbeeld van de inhoud

H7: Zien, horen, ruiken en proeven
Hoe komen prikkels van buitenaf in het CZS?
Prikkels uit de omgeving worden opgevangen door zintuigen.

 Die zetten de prikkel om in zenuwsignalen.
 Via gevoelszenuwen gaan die signalen naar het centrale zenuwstelsel
(CZS), dus naar ruggenmerg en hersenen.
 De hersenen houden die signalen zoveel mogelijk gescheiden in aparte
banen.
 Zo blijft informatie overzichtelijk en kunnen we een nauwkeurig beeld van
de omgeving vormen.

Zintuiglijke waarneming
Onze belangrijkste zintuigen zijn:

 Zicht
 Gehoor
 Evenwicht
 Reuk
 Smaak

Sommige zintuigen reageren op mechanische prikkels, zoals:

 Geluidsgolven bij het gehoor
 Beweging of stand van het hoofd bij het evenwichtsorgaan
 Het oog reageert op licht, en licht is een vorm van elektromagnetische
straling.


Een vaak vergeten zintuig: reuk

De reukzin werd lang minder goed begrepen dan andere zintuigen. Linda Buck en
Richard Axel ontdekten dat mensen heel veel verschillende receptoren in het
reukslijmvlies van de neus hebben. Daardoor kunnen we veel verschillende
geuren herkennen.

Hoe werkt dat?

1. Geurmoleculen prikkelen receptoren in het neusslijmvlies.
2. Die sturen signalen naar de bulbus olfactorius (boven de neus).
3. Daarna gaan de signalen naar de olfactorische cortex in de hersenen.
4. Daar ontstaat de bewuste geurwaarneming.

Waarom is reuk belangrijk?

 Geuren doen meer dan alleen iets laten ruiken: ze kunnen emoties
oproepen en ze beïnvloeden sociaal gedrag
 Ze kunnen onbewuste reacties uitlokken, zoals angst, agressie of reacties
op stress en voortplanting

1

,  Daarom is de reukzin veel belangrijker dan men vroeger dacht. 1:
Zicht
Het visuele systeem
Hoe zien we?
Zien begint wanneer licht in het oog valt.

 Dat licht gaat achtereenvolgens door: het
hoornvlies, de pupil, de lens en het glasachtig
lichaam (corpus vitreum)
 Daarna komt het licht terecht op het netvlies
(retina), helemaal achteraan in de oogbol.

Wat doet het oog?

 Het oog zorgt ervoor dat het beeld scherp op het netvlies wordt
geprojecteerd.
 De iris regelt hoeveel licht binnenkomt door de pupil groter of kleiner te
maken.
 De lens verandert van vorm om scherp te stellen. Dat heet accommodatie.
 Kleine kringspiertjes rond de lens maken de lens boller of platter.

Als dat niet goed lukt, kan een bril helpen om het beeld toch scherp op het
netvlies te krijgen.



Wat gebeurt er in het netvlies?
In het netvlies zitten fotoreceptoren:

 Staafjes: vooral voor zien in weinig licht
 Kegeltjes: voor kleuren en scherp zien

Deze cellen zetten lichtenergie om in zenuwprikkels.

 Dat heet fototransductie.
 Een beetje vreemd is dat die fotoreceptoren niet vooraan, maar helemaal
achteraan in het netvlies liggen.
 Het licht moet dus eerst door andere cellagen heen voor het de
fotoreceptoren bereikt.


Hoe gaat het signaal naar de hersenen?

De fotoreceptoren geven hun signaal door aan:

1. Bipolaire cellen
2. Ganglioncellen

De uitlopers van de ganglioncellen vormen samen de oogzenuw (nervus opticus).

Die zenuw gaat naar de hersenen:

2

,  Eerst via het chiasma opticum
 Daarna via het tractus opticus
 Vervolgens naar een kern in de thalamus
 En dan naar de visuele cortex in de occipitale
kwab

Kruising van de oogzenuwen

Niet alle zenuwvezels blijven aan dezelfde
kant.

 Informatie van de neuskant van de retina
kruist naar de andere hersenhelft.
 Informatie van de buitenkant van de retina blijft aan dezelfde kant.

Daardoor komt informatie uit het linker gezichtsveld in de rechterhersenhelft
terecht, en informatie uit het rechter gezichtsveld in de linkerhersenhelft.



Belangrijke extra punten

 Het beeld op het netvlies is omgekeerd, maar de hersenen verwerken dat
verder.
 Het deel van het netvlies waarmee we het scherpst
zien, heet de fovea centralis.
 De plaats waar de oogzenuw het oog verlaat, heet
de blinde vlek. Daar zitten geen fotoreceptoren.
 Mensen bewegen hun ogen voortdurend zodat
interessante dingen op de fovea vallen.

Evolutie van het oog

 Het oog is heel complex, maar is niet ineens
ontstaan.
 Waarschijnlijk begon het met eenvoudige cellen die
alleen licht en donker konden onderscheiden.
 Dat was al nuttig voor heel eenvoudige organismen.
 Door evolutie zijn zulke eenvoudige lichtgevoelige
systemen geleidelijk veranderd in complexere ogen,
zoals bij mensen.

Belangrijk idee over waarneming

 Wat in de hersenen aankomt, is geen echt beeld
zoals op een scherm, maar een patroon van
zenuwimpulsen.
 Er is ook niet één “plek” in de hersenen waar
iemand alles bekijkt.
 Bewuste waarneming ontstaat geleidelijk terwijl de informatie verwerkt
wordt, vanaf de retina tot in de hersenschors.


Daar komt de visuele informatie eerst aan in V1, de primaire visuele cortex. 3
Daarna wordt de informatie stap voor stap verder verwerkt, tot we ons
bewust worden van wat we zien.

, Fototransductie
Fototransductie is het proces waarbij licht wordt omgezet in een zenuwsignaal.

Dat gebeurt in de fotoreceptoren van het netvlies:

 Staafjes
 Kegeltjes


Staafjes en kegeltjes
 Staafjes zijn heel gevoelig voor weinig
licht. Ze helpen vooral bij zien in het
donker en bij het opmerken van
beweging aan de zijkant van je
gezichtsveld.
 Kegeltjes werken vooral bij voldoende
licht en zorgen voor kleurenzien en
scherp zicht.
 In het midden van het netvlies, waar je
op focust, zitten veel kegeltjes.
 Meer aan de rand zitten vooral
staafjes.


Welke kleuren zien kegeltjes?

Mensen hebben normaal 3 soorten kegeltjes:

 Gevoelig voor korte golflengten: ongeveer 420 nm (blauw)
 Gevoelig voor middellange golflengten: ongeveer 530 nm (groen)
 Gevoelig voor lange golflengten: ongeveer 560 nm (rood)

Samen maken die het mogelijk om veel kleuren te onderscheiden.



Licht en zicht

Licht is een vorm van elektromagnetische straling.



4

Documentinformatie

Geüpload op
30 juli 2026
Aantal pagina's
33
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€4,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
134
Laatst verkocht
15 uur geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen