Vragen examen juridische bronnen
Vraag 1: stellingen
België is de facto een confederale staat:
fout, GW zegt dat België een federale staat is (Artikel 1 GW).
Confederale staat = soevereine state die samenwerken op basis van een
verdrag
De facto? Nee
Een arrest v/h grondwettelijk hof is nooit bindend:
Fout, het is wel bindend
Antwoord: het objectieve (=erga omnes) en subjectieve contentieux (=
inter partes)
De raad van state is bevoegd om in het kader van het objectief
contentieux inzake internationaal recht, Europese richtlijnen te
vernietigen:
Fout, nationaal kan je geen internationale normen vernietigen
Antwoord: hoogstens subjectief doen
Een beschikking in Europese zin is bindend in al haar onderdelen ten
overstaan van diegene tot wie zij is gericht:
Juist, beschikking of besluit zijn synoniemen.
Vraag 2: begrippen
Directe werking = internationaal recht met rechtstreekse/werking nationaal.
Rechtsregels die subjectieve rechten en plichten in het leven roepen en duidelijk
zijn
Verordening = secundaire Europese norm, bindend voor iedereen, moet niet
aangepast worden tot nationaal recht, werkt automatisch door. bindend in alle
onderdelen voor iedereen, niet omzetten in het nationaal recht
↔ richtlijn wel omzetting nodig
Formele grondwet = de geschreven grondwet
↔ materiele grondwet: de grondwet + de andere regels die
bijdragen in de interpretatie
Ordonnantie = en wet of decreet in het Brussel hoofdstedelijk gewest
Rechtsobject = het voorwerp (van een contract)
Familierechtbank = onderdeel van de rechtbank van eerste aanleg
(echtscheidingen)
Deconstitionalisering = modern interpreteren of aanvullen van de formele
grondwet zonder te wijzigen
, Vraag 3: Theorie
Leg mij het verband en verschil uit tussen een belangenconflict en de
communautaire alarmbelprocedure
Verschil = belangenconflict: schrik als parlement dat een ander parlement van
een andere staat een wet/decreet doorvoert die op u bevoegdheden gaat
inwerken
communautaire alarmbelprocedure : een dispuut tussen de taalgroepen.
De grondwet is altijd moeilijke te wijzigen dan een bijzondere wet
Juridisch gezien staat de GW (1) hoger dan een bijzondere wet (2). In de praktijk
de facto, is een bijzondere wet moeilijker te wijzigen want je zit met uw
taalgroepen (1/2 +1 “altijd” fout). T.o.v. in theorie over het wijzigen van de
grondwet.
Vergelijk de wet met het verdrag in de nationale respectievelijke
internationale hiërarchie der bronnen
o Nationaal: de wet op één met daaronder de rechtspraak, …
o Internationaal: jus cogens staat helemaal bovenaan
Vergelijk het grondwettelijk hof met de raad van state en bespreek het
objectief en subjectief contentieux bij beiden
o Grondwettelijk hof: waakhond van de WM (artikel 26 bijzondere wet
GwH)
- Toetsen aan titel II GW
- Objectief contentieux: vernietiging erga omnes – binnen de 6
maanden
- Subjectief contentieux: buitentoepassing door de gewone
rechter – geen termijn
o Raad van staten: waakhond van de UM (artikel 14 RvS-wet)
- Toetsen aan wetten, decreten en ordonnanties
De regering Di Rupo I nam op 31 maart 2014 twee MB's aan ter
uitvoering van de Wet tot uitbreiding van de bevoegdheid van het
Rekenhof. De regering Peeters I vaardigt op 6 november 2014 een MB
uit dat inzake de adviserende bevoegdheid van het Rekenhof in
belangrijke mate wijzigingen aanbrengt aan het MB van de regering Di
Rupo I. De rechtsprekende bevoegdheid blijft integraal behouden, maar
het MB van de regering Peeters I werkt een systeem van
ombudsbemiddeling uit. Doet er zich een probleem voor tussen de MB's
van de regeringen Di Rupo I en Peeters 1? Hoe verhouden deze MB's
zich ten overstaan van elkaar? Leg (grondig) uit.
Een ministerieel besluit staat op gelijke voet
Het ministerieel besluit van Peeters gaat blijven bestaan
Latere wet heft eerdere wet op
Vraag 1: stellingen
België is de facto een confederale staat:
fout, GW zegt dat België een federale staat is (Artikel 1 GW).
Confederale staat = soevereine state die samenwerken op basis van een
verdrag
De facto? Nee
Een arrest v/h grondwettelijk hof is nooit bindend:
Fout, het is wel bindend
Antwoord: het objectieve (=erga omnes) en subjectieve contentieux (=
inter partes)
De raad van state is bevoegd om in het kader van het objectief
contentieux inzake internationaal recht, Europese richtlijnen te
vernietigen:
Fout, nationaal kan je geen internationale normen vernietigen
Antwoord: hoogstens subjectief doen
Een beschikking in Europese zin is bindend in al haar onderdelen ten
overstaan van diegene tot wie zij is gericht:
Juist, beschikking of besluit zijn synoniemen.
Vraag 2: begrippen
Directe werking = internationaal recht met rechtstreekse/werking nationaal.
Rechtsregels die subjectieve rechten en plichten in het leven roepen en duidelijk
zijn
Verordening = secundaire Europese norm, bindend voor iedereen, moet niet
aangepast worden tot nationaal recht, werkt automatisch door. bindend in alle
onderdelen voor iedereen, niet omzetten in het nationaal recht
↔ richtlijn wel omzetting nodig
Formele grondwet = de geschreven grondwet
↔ materiele grondwet: de grondwet + de andere regels die
bijdragen in de interpretatie
Ordonnantie = en wet of decreet in het Brussel hoofdstedelijk gewest
Rechtsobject = het voorwerp (van een contract)
Familierechtbank = onderdeel van de rechtbank van eerste aanleg
(echtscheidingen)
Deconstitionalisering = modern interpreteren of aanvullen van de formele
grondwet zonder te wijzigen
, Vraag 3: Theorie
Leg mij het verband en verschil uit tussen een belangenconflict en de
communautaire alarmbelprocedure
Verschil = belangenconflict: schrik als parlement dat een ander parlement van
een andere staat een wet/decreet doorvoert die op u bevoegdheden gaat
inwerken
communautaire alarmbelprocedure : een dispuut tussen de taalgroepen.
De grondwet is altijd moeilijke te wijzigen dan een bijzondere wet
Juridisch gezien staat de GW (1) hoger dan een bijzondere wet (2). In de praktijk
de facto, is een bijzondere wet moeilijker te wijzigen want je zit met uw
taalgroepen (1/2 +1 “altijd” fout). T.o.v. in theorie over het wijzigen van de
grondwet.
Vergelijk de wet met het verdrag in de nationale respectievelijke
internationale hiërarchie der bronnen
o Nationaal: de wet op één met daaronder de rechtspraak, …
o Internationaal: jus cogens staat helemaal bovenaan
Vergelijk het grondwettelijk hof met de raad van state en bespreek het
objectief en subjectief contentieux bij beiden
o Grondwettelijk hof: waakhond van de WM (artikel 26 bijzondere wet
GwH)
- Toetsen aan titel II GW
- Objectief contentieux: vernietiging erga omnes – binnen de 6
maanden
- Subjectief contentieux: buitentoepassing door de gewone
rechter – geen termijn
o Raad van staten: waakhond van de UM (artikel 14 RvS-wet)
- Toetsen aan wetten, decreten en ordonnanties
De regering Di Rupo I nam op 31 maart 2014 twee MB's aan ter
uitvoering van de Wet tot uitbreiding van de bevoegdheid van het
Rekenhof. De regering Peeters I vaardigt op 6 november 2014 een MB
uit dat inzake de adviserende bevoegdheid van het Rekenhof in
belangrijke mate wijzigingen aanbrengt aan het MB van de regering Di
Rupo I. De rechtsprekende bevoegdheid blijft integraal behouden, maar
het MB van de regering Peeters I werkt een systeem van
ombudsbemiddeling uit. Doet er zich een probleem voor tussen de MB's
van de regeringen Di Rupo I en Peeters 1? Hoe verhouden deze MB's
zich ten overstaan van elkaar? Leg (grondig) uit.
Een ministerieel besluit staat op gelijke voet
Het ministerieel besluit van Peeters gaat blijven bestaan
Latere wet heft eerdere wet op