Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 54 pagina's
Samenvatting

Samenvatting + aantekeningen Nederlands Taalkunde | KU Leuven | 2025/26 (Priscilla Hendrickx)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 54 pagina's

Aantekeningen van het Nederlands: taalkunde-college aan de KU Leuven uit het academiejaar 2025/2026. De stof behandelt de kernconcepten van toegepaste taalkunde, waaronder de tien Nederlandse woordsoorten en syntaxis. Dit document bevat duidelijke schema's en voorbeelden van zinsontleding, woordsoorten-classificatie en zinstypologie met rechthoekdiagrammen, wat het ideaal maakt voor voorbereiding op toetsen en voor het verwerken van collegestof. Je hebt wel nog aanvullend de oefeningen van de lessen nodig (deze zijn niet inbegrepen).

Voorbeeld van de inhoud

NDL TK
 In P zin staat nooit een LV  juist
 Wat is taal?  def. ≠ kennen

 3 facetten v taal:
1. Semantiek (betekenen),
2. Syntaxis (combineren),  vral hierop concentreren
3. Pragmatiek (handelen)
 Wat is grammatica? Taalgebruiker – taalbeschrijver
 Wat is (on)grammaticaal

 3 aspecten v taal:
1. Semantiek (~ betekenis)
2. Pragmatiek (~ praktisch/bruikbaar)
3. Grammatica



Vb. Jan / een / kopen / huis / (mooi) / (voor haar) Jan / koopt / een (mooi) huis / voor haar.

O pv LV MV
 BV



 Hoe kan ik beschrijven/bespreken – wat doet er mee
 WW bepaalt wat er in de zin komt
 MV  altijd met vz ‘AAN’
 ‘voor haar’  BV (Belanghebbend Vwp)



Vb. Het is een mooie dag.
Bep. ww. (Onbep.) adj. subs.
Lw lw



WOORDSOORTEN
 NDL = 10 woordsoorten:
1. Het zelfstandig naamwoord (ZN) (substantief/nomen)
2. Het bijvoeglijk naamwoord (BN) (adjectief)
3. Het telwoord (TW) (numerale)
4. Het voornaamwoord (VNW) (pronomen)
5. Het bijwoord (BW) (adverbium)
6. Het voegwoord (VW) (conjunctie)
7. Het voorzetsel (VZ) (prepositie)
8. Het lidwoord (LW) (artikel)
9. Het werkwoord (WW) (verbum)
10. Het tussenwerpsel (interjectie)




1

,TUSSENWERPSEL

 Herken je aan leestekens
 Vaak klanknabootsingen (bv. Oef, brr, pff)

LIDWOORDEN (LW.)

 2 categorieën:
1. Onbepaalde: ‘een’
2. Bepaalde: ‘de/het’

 Staat ALTIJD bij substantief  k NOOIT optreden ZONDER substantief!
 Bv. Het is een mooie dag.  ≠ LW

VOEGWOORDEN (VW.)

 (helpen functie bepalen – verband tssn 2 zinnen en wat dat verband is)
 Zijn ONVERANDERDERLIJK

 2 categorieën:
1. Nevenschikkend:

- en  toevoeging (2 gelijkwaardige ZD naast elkaar)
- maar  tgnst.
- want  Reden
- of  Keuze
- dus  gvlg
2. Onderschikkend:

- Omdat  Reden
- Dat  (weinig betekenis)
- Als  Voorwaarde
- Zodat  Gevolg
- Hoewel  Toegeving
- Terwijl – nadat – voordat -  Tijd
zodra



TELWOORDEN (TW.)

 (geeft HH/rangorde v/e zelfstandig iets aan)
 3 categorieën:
1. Tellend telwoord:
o Bepaald (hoofdtelwoorden): bv. Cijfers: 2, 13, 25…
o Onbepaald: bv. Veel, honderden, een vijftal…
2. Ordende telwoorden (= rangtelwoorden): bv. 1ste, 2e , 30ste …
3. Absolute telwoorden: bv. Beide (als gaat over 2), alle (=verzameling)

VOORZETSELS (VZ.)

 (geeft relatie aan tssn het ZD wrv het deel uitmaakt en rest v/d zin ~ leiden vaak
BWB in)
 Zijn ONVERANDERLIJK
 Mogelijkse relaties zijn: plaats, tijd, toegeving, doel, reden, middel, begeleiding…


2

, Bv. Aan, op, om, tegen, voor, niettegenstaande, wegens, owv, met…
 Vb. Hij eet met een lepel. (  middel)  Hij eet met zijn vrouw. ( 
begeleiding)

BIJWOORDEN (BW.)

 (vaak functie BWB – geeft nadere specificatie)
 ALTIJD ONVERANDERLIJK => bv. ‘morgen’  ≠ mv, vormverandering,
verkleinwoord
 Geeft een nadere specificatie v: eigenschap – toestand – werking
 K verwijzen nr:
o Plaats: bv. Daar, elders, overal
o Tijdstip: bv. Toen, nooit, altijd
o Wijze: bv. Zo, anders, hoe

 Aanvulling: de voornaamwoordelijke bijwoorden:
- Vervangt een woordgroep bestaande uit:
o vz + vnw (zaak/groep personen)  bv daarnaar (naar dat)
o vz + bw  bv waartoe (tot waar)

ZELFSTANDIG NAAMWOORD (ZN.) = SUBSTANTIEF

 2 categorieën:
1. EIGENNAMEN (noemen een entiteit):
- Persoonsnamen
- Namen v landen
- Provincies en steden
- Namen v mndn/wkdagen
- Namen v talen
- Politieke en culturele bewegingen
- Namen v bergen en rivieren

2. SOORTNAMEN (noemen de klasse waartoe een entiteit behoort):
- Telbaar: bv stoel, vriend
- Niet-telbaar: bv stofnamen (melk), verzamelnamen (vee) & woorden die
een fysieke/psychische toestand noemen (honger, haat)
- => Stofnamen & emoties  je k mv v mkn  mr verschuift dan v
categorie:
o Bv stofnaam: bier  ‘biertje’  w tastbaar
o Woordsoort blauw = adj.  verkleinwoord + mv = ‘blauwtjes’
(=subs)

 Kenmerken – hoe herkennen?
1. Genus: de-woorden & het-woorden
2. MV-vorming: -en (boeken), -s (koks) of -eren (kinderen)
3. Verkleinwoorden: -je (koekje) & varianten: -tje, -etje, -kje, pje

BIJVOEGLIJKE NAAMWOORDEN (BN.)

 geven kenmerken/kwaliteiten v/e subs. = eigenschapsaanduider

 Gebruikswijzen:
1. attributief (vr subst.)  de snelle atleet


3

, 2. predicatief (bij Kww)  de atleet is snel
3. adverbiaal (als satelliet – zegt iets over ww)  de atleet loopt snel




 Kenmerken – hoe herkennen?
1. Buigings-e: een mooi meisje  het mooie meisje
2. Substantiverings-s = nominalisering -s: iets moois
3. Trappen v vgl:

POSITIEF COMPERATIEF SUPERLATIEF
= STELLENDE TRAP = VERGROTENDE TRAP = OVERTREFFENDE
TRAP
MOOI MOOIER MOOIST
 ‘meer’ & ‘meest’ in NDL in opmars dr invloed v andere talen (Engels)

VOORNAAMWOORDEN (VN.)

 = verzamelnaam voor verschillende groepen - Dienen om nr iets te verwijzen
(wijst nr (eigenschap v) personen/zaken, mr benoemt/beschrijft ze niet  7
subcategorieën:

1) PERSOONLIJK VNW
 Pers, getal, genus:
- Personen: 1e , 2e , 3e persoon (2e p. beleefdheidsvorm en
vertrouwlijkheidsvorm)
- Getallen: Enk./mv.
- Genera: m/vr/onz
 Onderscheid: onderwerp- & voorwerpvorm
 Volle en doffe vorm

Onderwerp Voorwerp
Vol Dof Vol Dof
1e p.enk. Ik ‘k Mij Me
2 p.enk.
e
Jij Je Jou Je
Gij Ge U /
U / U /
3e p.enk. M Hij Ie Hem ‘m
3 p.enk. V
e
Zij Ze Haar Ze (d’r, ‘r)
3 p.enk. O
e
/ Het (‘t) / Het (‘t)
1 p.mv
e
Wij We Ons /
2e p.mv Jullie Je Jullie Je
Gij Ge U /
U / U /
3 p.mv
e
Zij Ze Hen/hun Ze


2) BEZITTELIJKE VNW
 3personen, 2 getallen + Volle & doffe vorm

4

Documentinformatie

Geüpload op
28 juli 2026
Aantal pagina's
54
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€35,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
1
Laatst verkocht
-


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen