• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 85 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Non-profit accounting

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 85 pagina's

Dit document is een samenvatting van het volledige boek en notities uit de lessen. Met deze samenvatting haalde ik een 16/20!!

Voorbeeld van de inhoud

1. Overzicht non-profitsector en vergelijking met
profitsector
1.1 Algemeen overzicht
Het is belangrijk om de begrippen ‘publieke sector’ en ‘non-profitsector’ af te bakenen en van
elkaar te onderscheiden.
- De publieke sector is onderdeel van de overheid en wordt grotendeels door
belastinggeld gefinancierd, terwijl de non-profitsector privé is en zich richt op
specifieke sociale doelen zonder overheidsbeheer.

De FASB-standaarden onderscheiden twee types privaat georganiseerde non-
profitorganisaties:
- Type A= Whose financial resources are obtained entirely, or almost entirely form
revenues from the sales of goods and services (client-supported services.
- Type B = That obtaines a significant amount of financial resources from sources
other then the sale of goods and services. (Public supported services); Binnen dit
type B kan men nog “pure” non-profitinstellingen onderscheiden die geen enkele
vorm van vast inkomen kennen (bv. Bepaalde liefdadigheidsinstellingen)




 Profit en non-profitorganisaties kunnen zowel in de publieke sector (door de
overheid) als in de private-sector zitten!

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de privésector en de publieke sector.
- De privésector = Staat in voor dat deel van het economische bestel dat in het kader
van een privaatrechtelijke organisatie handeldrijft, produceert, diensten verleent,.. Tot
deze categorie behoren uiteraard de privéondernemingen, maar ook het
verenigingsleven voor zover het initiatief privaatrechtelijk is georganiseerd.



1

, - De publieke sector = hier gaat het initiatief van de overheid uit en bevat het publiek
rechterlijke instellingen (openbare besturen en overheidsdiensten).

In sommige sectoren, zoals de gezondheidszorg en het onderwijs, zijn er zowel
privaatrechterlijke instellingen (zoals particuliere ziekenhuizen en particuliere scholen) als
overheidsinstellingen (zoals openbare ziekenhuizen en basisscholen). Dit betekent dat beide
soorten organisaties (publiek en privaat) diensten aanbieden binnen dezelfde sector.

Daarnaast zijn er ook privaatrechtelijk georganiseerde instellingen die optreden als 'agent'
voor de overheid bij het uitvoeren van bepaalde taken, zoals de verplichte ziekteverzekering
door ziekenfondsen. In deze gevallen zijn de ziekenfondsen particuliere organisaties die
verantwoordelijk zijn voor het beheer van verzekeringspolissen en het vergoeden van
medische kosten, maar ze functioneren binnen de kaders en regels die door de overheid zijn
vastgesteld. Hierdoor leveren ze diensten die een publieke functie vervullen, wat betekent
dat ze, hoewel ze privaatrechtelijk zijn georganiseerd, ook deel uitmaken van de publieke
sector

Socialprofit = Gericht op het verbeteren van het welzijn van individuen en
gemeenschappen, en op het aanpakken van sociale problemen. Winst wordt niet
nagestreefd, maar eventuele winsten worden opnieuw geïnvesteerd in de organisatie om
haar doelen te ondersteunen. (prive-sector zonder winst).
- Bv. UZ Gent = Vraagt geld voor de parkings, de cafetaria,.. maar daarnaast gaan ze
ook publiek supported services leveren (TYPE B) met overheidsgeld.


1.2 Vergelijking non-profitsector/profitsector
Om de gevolgen naar de boekhouding, de financiële rapportering en het financieel beheer te
kunnen inschatten, is het belangrijk goed het onderscheid tussen beide termen te kennen!

In ondernemingen maak je kosten op basis van het streven naar gerealiseerde opbrengsten.
In non-profitinstellingen maak je kosten op basis van de afgesproken budgetten naar
afgesproken bestemmingen, dus niet met het oog op het streven naar opbrengsten.



NON-PROFITSECTOR PROFITSECTOR
DOELSTELLING Dienstmaximalisatie = Werkt naar Winstmaximalisatie = Werkt naar winst toe. 
dienstverlening toe (zorg, Inkomensvormend
maatschappelijke doeleinden, cultuur,
onderwijs,..)  Inkomensbestedend

Bestedingsboekhouden = Hier heb je Vermogensboekhouding = Aandeelhouders
geen aandeelhouders (budgettair). willen weten wat er met hun geld is gebeurd

Het uitgangspunt is het dienen van de Het uitgangspunt is het dienen van de
bevolking. organisatie zelf, het eigen vermogen doen
renderen.
OMGEVING Er zijn geen aandeelhouders met Er zijn WEL aandeelhouders met
eigendomsrechten, en die recht hebben eigendomsrechten, en die recht hebben op
op een winstuitkering een winstuitkering.

Investeringen zijn dikwijls noodzakelijk Investeringen gebeuren in functie van het
ter dienstverlening verwachte rendement.



2

, Wordt verzekerd door externe Het bedrijf is zelfverdienend
ondersteuning en bijdrage
REGULERING Hier hebben we meer nood aan Je zit met vraag en aanbod. Verdien je niet
regulering. We willen dat bepaalde genoeg dan moet je verdwijnen, verdien je
zaken gebeuren en andere zaken niet voldoende dan kan je uitbreiden. Het regelt
gebeuren. Zoals vraag en aanbod in zichzelf als het ware. Er zijn wel
het onderwijs willen we niet. Zaken overheidsinvloeden zoals geen 10 euro vragen
moeten volgens bepaalde afspraken een brood.
ingevuld worden.

Minder flexibiliteit en meer
formalisme Meer vrij en meer flexibiliteit.
PRODUCTEN Vooral publieke, sociale goederen Private goederen en diensten,
en diensten. Publieke goederen kun- waarbij exclusief gebruiksrecht. Kun-
nen moeilijker worden verhandeld op nen worden verhandeld via markten.
een markt: Er zijn zaken die je niet via
de markt kan krijgen en dat zelf
gemaakt moeten worden zoals
onderwijs, gezondheidszorg,..
PRIJZEN Economische prijsmechanismen Economische prijsmechanismen
dikwijls niet voorhanden: We kunnen de praktisch altijd voorhanden: vraag en aanbod.
prijs niet laten spelen. Bv. Een bewoner
die wilt worden opgenomen in een Producten staan rechtstreeks in
woonzorgcentrum en wilt 1000euro relatie tot een bepaalde prijs
betalen en een andere 5000 euro, het (“exchange transactions”)
gaat niet dat we de tweede nemen en
de eerste niet dan.

(“non-exchange
transactions”) : Dit betekent dat
sommige diensten, zoals
politiebescherming, worden betaald via
verplichte belastingen die niet afhangen
van hoeveel iemand die diensten
gebruikt. Iedereen betaalt verplicht
mee, ongeacht of ze er direct gebruik
van maken.
FINANCIERING Dikwijls door belastingen die niet Vennootschappen worden gefinancierd door
vrijwillig zijn aandeelhouders. Dit zijn vrijwillige middelen.

Permanent vermogen (kapitaal) niet Kapitaal vertegenwoordigd door
vertegenwoordigd door eigendomsrechten met economische
eigendomsrechte: wordt niet bezit door bedoelingen: Kapitaal vertegenwoordigd door
iemand eigendomsrechten met economische
bedoelingen betekent dat het kapitaal
eigendom is van personen of organisaties die
het gebruiken om winst te maken of waarde te
genereren,

Daarom in de profit de nadruk op
het eigen vermogen (kapitaal) en
het volgen van de waarde! Het
ondernemingsboekhouden werd
hiervoor ontworpen (Luca Pacioli


3

, 1494). Daarom is het balans zo belangrijk, om
te weten wat er gebeurt.
BEGROTING Begroting vormt uitgangspunt en is Het budget is minder een autoriteits-
de beslissing om te voorzien in voorziening, dan wel een plannings-
middelen en om de besteding van die instrument
middelen af te spreken: Er wordt op
voorhand afgesproken wat er gedaan Het budget is niet het doel maar een
wordt met het budget. middel, een "management tool"

Budget is ahw een interne overeen- Budget is eerder informatief. Er worden
komst (regel), met strikte gevolgen beslissingen gemaakt op basis van de winsten.
om de zaak te kunnen beheersen

De opvolging van de begroting en de
vergelijking met de werkelijke uitgaven
helpt om verantwoording af te leggen
over het juiste gebruik van publieke Budgetopvolging helpt het management om bij
middelen. Bestedingsboekhouding te sturen, terwijl vermogensboekhouding het
registreert hoe de toegekende middelen kapitaal volgt en registreert hoe dit beïnvloed
worden besteed, om te zorgen dat alles wordt door de bedrijfsresultaten, zonder zich
volgens de regels gebeurt ("control of op het budget te richten.
the public purse").
BOEKHOUDING Bestedingsboekhouding: Houdt bij Vermogensboekhouding: Richt zich op het
hoe goedgekeurde middelen worden meten en volgen van het eigen vermogen van
gebruikt, inclusief toezeggingen en een organisatie.
uitgevoerde betalingen. Dit wordt soms
onterecht “cash accounting” genoemd, Accrual accounting: Registreert kosten en
hoewel het verder gaat dan alleen opbrengsten op het moment dat ze ontstaan,
kasstromen. (hoe hebben we ons ongeacht kasstromen.
budget/begroting uitgegeven).


Output van boekhouding: Levert de Output boekhouding: Levert de balans (met
begroting en de begrotingsrekening, die het eigen vermogen) en de resultatenrekening,
laten zien hoe het budget is uitgevoerd waarin wijzigingen in het eigen vermogen
worden getoond
Non-profit boekhouden kent reeks
varianten, bv.
 cash accounting, Principieel geen varianten; accrual
 modified accrual accounting, accounting wereldwijd aanvaard
 debt charge accounting,
 encumbrance accounting
 fund accounting
 ...

RAPPORTERING Gericht op dienstverlening en op Gericht op financieel-economische
conformiteit met wetgeving (recht- performantie en verantwoording naar
matigheid, effectiveness) de Algemene Vergadering

Performantie vertaalt zich in resul-
Performantie (doelmatigheid, taten v/d onderneming dmv financiële
efficiency) zeer moeilijk meetbaar analyse v/d jaarrekening




4

Inhoudsopgave

  1. 01 1. Overzicht non-profitsector en vergelijking met profitsector 1
    1. 1.1 Algemeen overzicht 1
    2. 1.2 Vergelijking non-profitsector/profitsector 2
  2. 02 2. Boekhoudhervormingen in de non-profit en publieke sector 6
    1. 2.1 New Public management in de non-profit en publieke sector 6
    2. 2.2 Doelstelling financiële rapportering in de non-profit en publieke sector 6
    3. 2.3 Boekhoudhervormingen in België 8
  3. 03 3. Conceptueel boekhoudkader 9
  4. 04 4. Nieuwe wetgeving verenigingen en stichtingen (vzw’s) 10
    1. 4.1 Bedoeling van de hervorming 10
    2. 4.2 Definitie van de vereniging 11
    3. 4.3 Stichtingen 11
    4. 4.4 Ziekenfondsen(mutualiteiten) en landsbonden van ziekenfondsen 12
  5. 05 5. Algemene boekhoudkundige en auditbepalingen 13
    1. 5.1 Wetgeving 13
    2. 5.2 Onderscheid “vereenvoudigde”, micro, klein, andere dan kleine 16
    3. 5.3 Geconsolideerde grootteorde 17
  6. 06 6. Boekhoudkundige bepalingen kleine V&S 18
    1. 6.1 Vereenvoudigde boekhouding 18
    2. 6.2 Dagboek van ontvangsten en uitgaven 18
    3. 6.3 Inventaris 18
    4. 6.4 Staat (dagboek) van ontvangsten en uitgaven 19
    5. 6.5 Toelichtingen (staat van vermogen?) 19
    6. 6.6 Openbaarmaking van de jaarrekening 22
    7. 6.7 Praktijkonderzoek 22
    8. 6.8 Enkele beleidsaspecten vereenvoudigen boekhouding 22
  7. 07 7. Boekhouding V&S “micro, kleine en andere dan kleine” 23
    1. 7.1 Evolutie boekhoudregels 23
    2. 7.2 Vermogensboekhouding 24
    3. 7.3 Balans 24
    4. 7.4 Resultatenrekening 25
    5. 7.5 toelichting 27
    6. 7.6 Inventaris 27
    7. 7.7 Rekeningenstelsel 27
    8. 7.8 Jaarverslag 28
  8. 08 8. Financiële rapportering neerlegging elektronisch 29
  9. 09 9. Sectorale boekhoudreglementering V&S: Gelijkwaardigheid 30
    1. 9.1 Probleemstelling 30
    2. 9.2 Advies CBN 30
  10. 10 10. Administratieve organisatie/Interne Controlesysteem V&S 32
  11. 11 11. Typische V&S-topics en -innovaties 33
    1. 11.1 Beginbalans: Continuïteitsaanpak VS Zero-Based aanpak 33
    2. 11.2 Waardering in beginbalans 33
    3. 11.3 Proprietary – Agency 35
    4. 11.4 Financiële vaste activa 37
    5. 11.5 Renewal accounting 38
    6. 11.6 Eigen vermogen 39
    7. 11.7 Bestemde fondsen en andere reserves 40
    8. 11.8 Voorzieningen en uitgestelde belastingen 40
    9. 11.9 Ledebijdragen 42
    10. 11.10 Resultatenrekening en verwerking 42
    11. 11.11 Subsidies, schenkingen, transfers en andere non-exchange transactions 44
    12. 11.12 Begroting en koppeling met de vermogensboekhouding 47
  12. 12 12. Algemeen boekhouding ziekenhuizen 48
    1. 12.1 Algemeen 48
    2. 12.2 Doelstellingen jaarrekening ziekenhuizen 48
    3. 12.3 Sectorale boekhoudwetgeving ziekenhuizen 49
    4. 12.4 Sectorale jaarrekening ziekenhuizen 50
    5. 12.5 Rekeningenstelsel ziekenhuizen (MARZ) 50
  13. 13 13. Bespreking balans en resultatenrekening van ziekenhuizen 51
    1. 13.1 Sectorale boekhoudwetgeving ZH naast boekhoudrecht WVV 51
    2. 13.2 Specifieke boekhoudregels ziekenhuizen 52
    3. 13.3 Specifieke rubrieken ziekenhuizen 54
    4. 13.4 Beleidsaspecten 58
  14. 14 14. Bespreking van de toelichting 58
  15. 15 15. Rapportering van de jaarrekening 58
    1. 15.1 Mededeling gegevens aan FOD volksgezondheid 58
    2. 15.2 Openbaarmaking van de jaarrekening 59
  16. 16 16. Analytische boekhouding 59
    1. 16.1 Inleiding 59
    2. 16.2 Kostenprijscalculatiesysteem 59
    3. 16.3 Kostprijscalculatie ziekenhuizen 60
  17. 17 17. Auditing non-profitsector 62
    1. 17.1 Soorten audit in de non-profitsector 62
    2. 17.2 Administratieve organisatie/interne controlesysteem (AO/ICS) 63
    3. 17.3 Basisvereisten voor de audit (examenvraag) 64
  18. 18 18. Interne audit 64
    1. 18.1 Definitie 64
    2. 18.2 Taken van de interne audit 65
    3. 18.3 Algemeen aanvaarde controlenormen 65
  19. 19 19. Externe audit 65
    1. 19.1 Definitie externe financiële audit 65
    2. 19.2 Cyclus financiële audit 66
    3. 19.3 Regelgeving externe audit ziekenhuizen 68
  20. 20 20. Gebruik van jaarrekening: Financiële analyse 68
    1. 20.1 Inleiding 68
    2. 20.2 Voorbereidende beschouwingen 69
    3. 20.3 horizontale analyse 70
    4. 20.4 Verticale analyse 73
    5. 20.5 Ratioanalyse 75
  21. 21 21. Personeelskosten 80
    1. 21.1 Voorbeeld 80
    2. 21.2 Personeelskosten verwerking 81
  22. 22 22. Schulden: Boekhoudkundige verwerking van leningen (examen!) 82
    1. 22.1 Leningen 82
    2. 22.2 Journaliseren leningen 84

Gekoppeld boek
 image
Johan Christiaens, C. Vanhee Non-profitsector accounting
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789048639403 Druk: 1

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
27 juli 2026
Aantal pagina's
85
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€13,16

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
80
Volgers
35
Items
14
Laatst verkocht
1 week geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen