Onafhankelijke variabele: verklarende variabele
Hoofdstuk 2: Inleidende begrippen beschrijvende statistiek:
Meetniveaus: kwatitatieve beschrijving (samenvatting) van de
categorische variabelen (kwalitatief) kenmerken van een steekproef.
- nominale variabelen: geen rangordening inductieve/ inferentiële statistiek:
- ordinale variabelen: ordeningen (meer of minder) veralgemenen van de gegevens verzameld door een
metrische variabelen (kwanitatief) steekproef naar de onderzoekspopulatie waarzuit ze
- intervalvariabelen: gelijke afstanden & 0 niet absolute nulpunt getrokken werden -> uitspraak over de
- ratiovariabelen: nulpunt is 0 & geen negatieve waarden onderzoekspopulatie adhv de steekproef
Hoofdstuk 3: univariate statistiek
absolute frequentie: 'het aantal keer dat een bepaalde waarde of categorie van een variabele voorkomt'
relatieve frequentie (proportie): 'hoe vaak een waarde voorkomt ten opzichte van het totaal aantal waarnemingen'
Histogram: grafische voorstelling van een frequentieverdeling van metrische variabelen (staafjes tegen elkaar)
staafdiagram: grafische voorstelling van variabelen op nominaal en ordinaal niveau, X en Y-as, staafjes los
taartdiagram/ cirkeldiagram: gebruikt voor variabelen gemeten op nominaal en ordinaal niveau
Centrummaten:
modus: categorie van de variabele met de hoogste frequentie (zwaartepunt van de verdeling)- nominaal, ordinaal &
metrisch niveau
mediaan: midden van een statistische verdeling (middelpunt van de verdeling) - ordinaal & metrisch niveau
kwartielen: drie waarden (Q1, Q2, Q3) die een geordende reeks uitkomsten in 4 gelijke stukken verdelen (ieder een
kwart van de uitkomsten bevatten - ordinaal & metrisch niveau
rekenkundig gemiddelde: gemiddelde waarde van een set waarden (evenwichtspunt van de verdeling) - metrisch niveau
deviatiescore: afwijking ten opzichte van het gemiddelde. Som van de deviatiescores is 0
Kwantielen: geordende rij elementen in om het even welk aantal groepen met een gelijk aantal elementen verdeelt -
ordinaal & metrisch niveau
spreidingsmaten:
nominaal niveau:
- variatie ratio: proportie waarnemingen die niet tot de modale categorie behoren
- index van diversiteit: geeft een idee van de mate van concentratie van de waarnemingen over de categorieën van de
variabelen.
gebasseerd op de relatieve frequenties
, ordinaal niveau:
- variatiebreedte (V): verschil tussen de grootste en kleinste waargenomen waarde
- IKA: verschil tussen het 3e en het 1ste kwartiel(centrale 50%)
metrisch niveau:
- Gemiddelde absolute afwijking: som van de absolute waarden van de afwijkingen ten aanzien van het rekenkundig
gemiddelde, gedeeld door het aantal waarnemingen
- Variatie (SS): som van de gekwadrateerde afwijkingen van elke waarde tegenover het gemiddelde
- Variantie (s²): variatie gedeeld door n-1
-steekproefstandaardafwijking (s): vierkantswortel van de variantie
-varatiecoëfficiënt (v): standaardafwijking gedeeld door het rekenkundig gemiddelde
niet afhankelijk van de meeteenheid & verschillende meeteenheden met elkaar vergelijken
Maten van vorm:
- empirische coëfficiënt van Pearson: verschil tussen gemiddelde en mediaan, en deze waarde delen door de
standaardafwijking
positieve coëfficiënt =positief asymmetrische verdeling
negatieve coëfficiënt = negatief asymmetrische verdeling
- positief asymmetrische verdeling: staart naar rechts & gemiddelde > mediaan
-negatief asymmetrische verdeling: staart naar links & gemiddelde > mediaan
- boxplot: visuele weergave van centraliteit, spreiding en vorm van de verdeling - vanaf ordinaal niveau
- kurtosis of afplatting: mate van afplatting van gegevens rondom het gemiddelde
Hoofdstuk 4: Een inlieding in kansrekenen
theoretische/ objectieve kans:
experimentele kans:
algemene somregel:
Kans dat een van beide gebeurtenissen plaatsvindt (apart maar niet samen)
specifieke somregel:
complementenregel:
, conditionele kans:
algemene productregel:
specifieke productregel:
Permutatie: het aantal manieren om een geordende deelverzameling van k elementen uit een verzameling van n
elemnten te halen (volgorde van belang)
combinatie: aantal manieren om een ongeordende deelverzameling van k elementen uit een verzameling van n
elementen te halen (volgorde niet van belang)
relatie permutatie en combinatie:
verwachting: som van alle mogelijke uitkomsten vermenigvuldigd met de kans op elke uitkomst
standaardafwijking: vierkantswortel van de kwadraten van de afwijkingen van de variabele X tot zijn verwachting
binomale verdeling:
Hoofdstuk 5: de standaardnormaal verdeling en diens eigenschappen
Gemiddelde:
Standaardafwijking:
Normale verdeling of Gausscurve: een symmetrische verdeling die gedefineerd wordt door 2 parameters -> het gemiddelde
en de standaarddeviatie
Z-score: gestandaardiseerde vorm van een stochastische variabele X, geeft aan hoeveel standaardafwijkingen een
observatie van het gemiddelde afzit en in welke richting (positief of negatief)